Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op

Het jaar in vogelvlucht

A person wearing a pink jacket and scarf

Description automatically generated

In 2023 heeft de ECB verder vooruitgang geboekt in de strijd tegen de inflatie in het eurogebied. Het jaar begon met een totale inflatie die nog in de buurt van recordhoogtes lag. De negatieve effecten van eerdere aanbod- en vraagschokken namen weliswaar af, maar dreven nog steeds de prijzen op. Twee belangrijke ontwikkelingen hebben echter de weg geëffend voor een scherpe daling van de inflatie in de loop van het jaar.

Ten eerste begonnen de effecten van de schokken uit het verleden weg te ebben. De energieprijzen, die een piek hadden bereikt als gevolg van de ongerechtvaardigde oorlog van Rusland tegen Oekraïne, daalden sterk en de mondiale knelpunten aan de aanbodzijde namen verder af. Met name de teruglopende energieprijzen waren goed voor de helft van de daling van de inflatie in 2023. Ten tweede is de ECB haar monetair beleid blijven verkrappen, wat heeft bijgedragen tot een verdere daling van de inflatie door de vraag te temperen. In totaal hebben we de rente tussen januari en september met nog eens 200 basispunten verhoogd.

Daarbij zijn we een data-afhankelijke benadering blijven volgen bij onze rentebesluiten, gezien de hoogst onzekere omgeving. Om precies te bepalen hoe sterk we de rente moesten verhogen, hebben we drie criteria gehanteerd: de inflatievooruitzichten, de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetaire transmissie. In september zagen we dat de inflatievooruitzichten verbeterden en dat het monetair beleid krachtig doorwerkte. De onderliggende inflatie bleef echter hoog en de binnenlandse prijsdruk was groot.

Op basis daarvan hebben we besloten dat de basisrentetarieven van de ECB een niveau bereikt hadden dat, indien aangehouden voor een voldoende lange periode, een substantiële bijdrage zou leveren aan de tijdige terugkeer van de inflatie naar onze doelstelling. Tegelijk hebben we ons ertoe verbonden de rente zo lang als nodig op dit niveau te houden en een op data gebaseerde benadering te blijven volgen, op basis van dezelfde criteria, om het geschikte niveau en de duur van de verkrapping te bepalen.

Tegelijkertijd hebben we voortgang gemaakt met de normalisering van de balans van het Eurosysteem om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming bleef met onze algemene koers. In 2023 is de balans met meer dan € 1 biljoen afgenomen, waarbij een groot deel van deze daling het gevolg was van vrijvallende en vervroegde aflossingen in het kader van onze gerichte langerlopende herfinancieringstransacties. Ook hebben we de herinvesteringen in het kader van ons programma voor de aankoop van activa afgerond naarmate het jaar vorderde. En in december hebben we aangekondigd de herinvesteringen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma geleidelijk af te bouwen.

Terwijl we vooruitgang boekten in de strijd tegen de inflatie, zijn we doorgegaan met het opnemen van klimaatrisico’s in onze taken. In maart publiceerden we de eerste financiële klimaatrapportage over de door het Eurosysteem aangehouden bedrijfsobligaties. De koolstofintensiteit van onze herinvesteringen van bedrijfsactiva is met ongeveer twee derde gedaald in de twaalf maanden sinds oktober 2022, toen we onze heroriëntatie begonnen naar emittenten met betere klimaatprestaties.

In 2023 hebben we aanzienlijke vooruitgang geboekt op een ander terrein dat van cruciaal belang is voor ons werk: het betalingsverkeer. In maart hebben we ons nieuwe T2-systeem voor wholesalebetalingen gelanceerd. T2 is het nieuwe real-time bruto-vereveningssysteem en de opvolger van het TARGET2-systeem dat sinds 2007 operationeel was. Het draagt bij aan de harmonisatie en efficiëntie van de Europese financiële markten en het stroomlijnen van het liquiditeitsbeheer van centralebankgeld.

Ook zijn we begonnen met de voorbereidingsfase van het project voor een digitale euro. Deze fase is in november van start gegaan na een succesvolle onderzoeksfase van twee jaar en zal de basis leggen voor de mogelijke uitgifte van een digitale euro. Het is de bedoeling dat een digitale euro contant geld aanvult, niet vervangt. Contant geld blijft het meest gebruikte betaalmiddel bij de burgers van het eurogebied, en een duidelijke meerderheid vindt het belangrijk om contant te kunnen betalen.

Dit is deels de reden waarom de ECB werkt aan een nieuwe serie eurobankbiljetten – het meest tastbare en zichtbare symbool van de Europese eenheid. De Raad van Bestuur selecteerde ‘Europese cultuur’ en ‘Rivieren en vogels’ als twee mogelijke thema’s voor deze nieuwe serie, op basis van de uitkomsten van twee publieksenquêtes die in de zomer van 2023 zijn gehouden. De Europese burgers zullen de kans krijgen om hun voorkeur kenbaar te maken ten aanzien van een selectie mogelijke ontwerpen. De ECB zal naar verwachting in 2026 een besluit nemen over de definitieve ontwerpen.

In het jaar waarin de ECB 25 jaar bestond, vierden we de toetreding van Kroatië tot het eurogebied. Sinds de invoering van de euro door Kroatië in januari telt het eurogebied 20 landen – bijna dubbel zoveel als toen de eenheidsmunt werd ingevoerd. De groei van het eurogebied weerspiegelt de blijvende aantrekkingskracht van onze monetaire unie in een steeds onvoorspelbaarder wereld. In 2023 bleef de steun voor de euro in de buurt van het recordpeil.

Dit alles was niet mogelijk geweest zonder het harde werk en de toewijding van de ECB-medewerkers aan onze missie: het handhaven van prijsstabiliteit voor de burgers van het eurogebied. Het is een eer om hen en deze instelling te leiden.

Frankfurt am Main, april 2024

Christine Lagarde

President

Jaar in cijfers

Veerkrachtige arbeidsmarkt in het eurogebied

Inflatie in het eurogebied daalde sterk

De werkloosheid in het eurogebied bedroeg in 2023 gemiddeld 6,5% en daalde van 6,6% in januari tot 6,5% in maart, om daarna de rest van het jaar grotendeels stabiel te blijven.

De totale inflatie in het eurogebied bedroeg 2,9% in december 2023, een daling ten opzichte van de 9,2% in december 2022. De daling was in toenemende mate in alle componenten zichtbaar.



De ECB verhoogde haar basisrentetarieven opnieuw

Banken eurogebied wonnen opnieuw aan veerkracht

De ECB verhoogde haar basisrentetarieven in 2023 met nog eens 200 basispunten, waarmee de depositorente uitkwam op 4%. De verkrapping van het monetair beleid werkte krachtig door in de economie.

De tier 1-kernkapitaalratio van banken in het eurogebied kwam in het derde kwartaal uit op 15,6%. Dit kwam in de buurt van het hoogste niveau sinds het begin van het Europees bankentoezicht, en weerspiegelde de hogere winstgevendheid en afgebouwde risico's van bankportefeuilles.



Betalingsvoorkeuren

Nieuwe statistische indicatoren van de ECB over klimaatverandering

60% van de burgers in het eurogebied vindt het belangrijk met contant geld te kunnen betalen. Tegelijkertijd betaalt iets meer dan de helft van de consumenten in het eurogebied het liefst met een betaalkaart of ander elektronisch betaalmiddel.

Als onderdeel van haar bredere klimaatactieplan publiceerde de ECB drie nieuwe sets statistische indicatoren over duurzame financiering, koolstofuitstoot en fysieke risico’s.



25-jarig bestaan van de Europese Centrale Bank

Decarbonisatie van de portefeuille bedrijfsobligaties

De ECB vierde in 2023 haar 25-jarig bestaan met de boodschap 'De waarde van eenheid' en greep de gelegenheid aan om het succes van de gemeenschappelijke munt en de voordelen ervan voor de Europese bevolking onder de aandacht te brengen.

De koolstofintensiteit van herinvesteringen daalde met ruim 65% in de twaalf maanden na de start van de heroriëntering in oktober 2022.

1 Sterk dalende inflatie door een aanhoudende sterke doorwerking van de verkrapping van het monetaire beleid van de ECB

De wereldeconomie presteerde in 2023 beter dan aanvankelijk werd verwacht en bleef gematigd groeien. De groei werd vooral aangedreven door de economische groei in de opkomende markteconomieën en de Verenigde Staten, terwijl de meeste andere ontwikkelde economieën sterker werden beïnvloed door krappe financieringsvoorwaarden en aanzienlijke geopolitieke onzekerheid. De mondiale inflatie daalde aanzienlijk doordat de prijzen van energiegrondstoffen daalden, terwijl de onderliggende prijsdruk verhoogd bleef. De euro steeg zowel nominaal-effectief als ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

De economische groei in het eurogebied verzwakte in 2023. De industriële sector werd vooral getroffen door krappere financieringsvoorwaarden, hoge inputkosten en een zwakke mondiale vraag, terwijl de dienstensector aanvankelijk nog steeds werd gesteund door aanhoudende effecten van de heropening van de economie na de pandemie. Hoewel de aanscherping van de rente door de ECB krachtig doorwerkte op de economische bedrijvigheid, bleef de arbeidsmarkt redelijk veerkrachtig. De overheden in het eurogebied bleven de steunmaatregelen afbouwen die waren genomen naar aanleiding van de pandemie, energieprijsschokken en inflatieschokken, waardoor de eerdere budgettaire versoepeling deels ongedaan werd gemaakt. De totale inflatie daalde in het eurogebied sterk, met name doordat de energie-inflatie negatief werd naarmate de sterke energieprijsstijgingen van 2022 afzwakten. De onderliggende inflatie begon eveneens te matigen, wat een algemeen desinflatoir proces ondersteunde en was toe te schrijven aan het wegebben van de impact van eerdere schokken en de toenemende effecten van krapper monetair beleid. Binnenlandse prijsdruk verving echter externe druk als belangrijkste aanjager van de inflatie, doordat de arbeidsmarkt sterke nominale loonontwikkelingen ondersteunde en werknemers compensatie zochten voor eerdere koopkrachtverliezen als gevolg van inflatie.

1.1 De mondiale economische bedrijvigheid groeide in een gematigd tempo naarmate de totale inflatie daalde

De mondiale economische groei was gematigd als gevolg van verkrapping van het monetaire beleid en grote onzekerheid

De wereldeconomie bleef in 2023 in een gematigd tempo groeien, waarbij de groei ten opzichte van 2022 grotendeels ongewijzigd bleef op 3,5% (Grafiek 1.1).[1] Hoewel de groei in historisch perspectief gematigd was, was deze aan het begin van het jaar hoger dan verwacht, doordat hij werd ondersteund door de sterke arbeidsmarkten en een krachtige vraag naar diensten ondanks de aanhoudende verkrapping van het monetaire beleid.[2] De wereldeconomie werd voornamelijk aangedreven door de bedrijvigheid in de opkomende markteconomieën en de Verenigde Staten, terwijl in de meeste andere ontwikkelde economieën de krappe financieringsvoorwaarden en de lang aanhoudende effecten van geopolitieke factoren op de energieprijzen de vraag sterker drukten. In de Verenigde Staten was de economie veerkrachtiger dan verwacht, als gevolg van robuuste binnenlandse vraag en een sterke arbeidsmarkt. De onrust in de Amerikaanse financiële sector aan het begin van het jaar had geen significante macro-economische impact. In China kwam er een einde aan het economisch herstel aan het begin van het jaar na de versoepeling van de zeer beperkende maatregelen in verband met de pandemie in december 2022, door een nieuwe inzinking in de woningsector en zwakke binnen- en buitenlandse vraag. Niettemin heeft de Chinese economie de door de regering gestelde groeidoelstelling van ongeveer 5% gehaald.

Grafiek 1.1

Het mondiale bbp en de samenstelling daarvan

a) Mondiale reële bbp-groei

b) Samenstelling van de mondiale groei

(mutaties in procenten per jaar)

(bijdragen in procentpunten)

Bronnen: ECB, berekeningen van ECB-medewerkers en door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties, maart 2024.
Toelichting: Het “mondiale bbp” is exclusief het eurogebied. Het gemiddelde van vóór de pandemie heeft betrekking op de periode 2012-2019. De waarden voor 2023 zijn ramingen op basis van beschikbare gegevens en de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart 2024.

De dynamiek van de wereldhandel werd afgezwakt door de normalisatie van consumptiepatronen na de pandemie

De wereldhandel was in 2023 zwak, doordat de invoergroei vertraagde tot 1,2%, ruim onder het groeitempo van 5,5% in het jaar daarvoor en het gemiddelde van 3,1% van vóór de pandemie.[3] De vertraging weerspiegelde drie belangrijke trends. Ten eerste verschoof de mondiale vraag van goederen naar diensten doordat de pandemiegerelateerde beperkingen volledig werden afgebouwd. Ten tweede was de consumptie − die doorgaans minder handelsintensief is dan de investeringen − goed voor een groter aandeel in de binnenlandse vraag. Ten slotte leverden opkomende markteconomieën, waar de handel minder reageert op veranderingen in de economische bedrijvigheid, in 2023 een grotere bijdrage aan de mondiale bedrijvigheid. Ondanks de toenemende handelsbelemmeringen en de resultaten van bedrijfsenquêtes, die wezen op mogelijke verplaatsingen van waardeketens, zijn er tot nu toe weinig aanwijzingen voor de versnippering van de geaggregeerde handelsstromen.

De inflatie daalde, maar de onderliggende prijsdruk bleef hoog

De totale inflatie van de consumentenprijsindex (CPI) op jaarbasis in de OESO-lidstaten met uitzondering van Turkije is in 2023 als gevolg van lagere energieprijzen gedaald ten opzichte van de eerdere hoge niveaus. In december daalde deze naar 3,9% en bedroeg gedurende heel 2023 5,3%, ten opzichte van 7,3% in 2022 (Grafiek 1.2, paneel a). Ook de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen daalde, zij het in veel mindere mate, wat erop wijst dat de onderliggende prijsdruk sterk en algemeen bleef. Dit was met name merkbaar in ontwikkelde economieën, waar de krappe arbeidsmarkten bijdroegen tot hoge loongroei, waardoor de dienstenprijsinflatie sterker aanhield (Grafiek 1.2, paneel b).

Grafiek 1.2

Totale en kerninflatiecijfers binnen de OESO

a) Totale inflatie en de belangrijkste componenten daarvan

b) Inflatie in de belangrijkste economieën

(mutaties in procenten per jaar; maandgegevens)

(mutaties in procenten per jaar; maandgegevens)

Bronnen: Nationale bronnen via Haver Analytics, OESO en berekeningen van ECB-medewerkers.
Toelichting: EG: eurogebied. De OESO-inflatie is exclusief Turkije en wordt berekend op basis van nationale consumptieprijsindices en gewichten van de particuliere finale consumptieve bestedingen op jaarbasis, uitgedrukt in koopkrachtpariteiten. De kerninflatie is exclusief energie en voedingsmiddelen. De meest recente waarnemingen betreffen december 2023.

De prijzen van energiegrondstoffen daalden doordat de lage vraag de aanbodbeperkingen ruimschoots compenseerde

De prijzen van energiegrondstoffen daalden gedurende heel 2023 als gevolg van de afgenomen vraag. De olieprijzen daalden met 4% doordat de zwakke vraag naar olie vanuit ontwikkelde economieën zwaarder woog dan de stijging van de vraag die volgde op de versoepeling van de lockdownmaatregelen in China. De lage vraag naar olie compenseerde eveneens ruimschoots de effecten van de aanbodbeperkingen door de OPEC+-groep en de risico’s voor het aanbod als gevolg van geopolitieke factoren, waaronder aan Rusland opgelegde sancties en het conflict in het Midden-Oosten. De daling van de Europese gasprijzen was aanzienlijk groter, aangezien de gasprijzen de eind 2022 ingezette daling voortzetten en in de loop van 2023 met nog eens 58% daalden. Het Europese gasverbruik bleef onder de historische normen als gevolg van lagere industriële vraag, een lager gasverbruik door huishoudens en zachte weersomstandigheden tijdens de wintermaanden. Dankzij de stabiele levering van vloeibaar aardgas (LNG) konden Europese landen ook het stookseizoen met een volledige gasvoorraad beginnen. Ondanks de grotere stabiliteit van de Europese gasmarkt ten opzichte van het voorgaande jaar bleven leveringsrisico’s, zoals stakingen bij Australische LNG-terminals, perioden van grote prijsvolatiliteit veroorzaken, wat de gevoeligheid van de Europese gasmarkt tijdens de overstap van Russische gasinvoer aantoont.

De euro steeg nominaal-effectief en ten opzichte van de Amerikaanse dollar

De wisselkoers van de euro steeg nominaal-effectief (+3,9%) en ten opzichte van de Amerikaanse dollar (+3,4%) op basis van de gegevens aan het einde van het jaar, tegen de achtergrond van aanzienlijke schommelingen in de loop van het jaar. De wisselkoersdynamiek werd voornamelijk beïnvloed door veranderende marktverwachtingen als gevolg van verschuivingen in monetair beleid en de volatiele economische vooruitzichten. In de eerste helft van het jaar werd de euro aanvankelijk versterkt door verbeterde macro-economische omstandigheden in het eurogebied en een snellere verkrapping van het monetaire beleid, maar medio juli begon de euro in waarde te dalen ten opzichte van de Amerikaanse dollar. De waardestijging van de dollar had een brede basis en werd toegeschreven aan verrassend positieve economische gegevens en de marktverwachting van een krappere monetairbeleidskoers in de Verenigde Staten. Een herbeoordeling van het koersverloop bij de dalende inflatiepercentages tegen het einde van het jaar resulteerde in een hernieuwde appreciatie van de euro. Wat de valuta’s van de belangrijkste handelspartners betreft steeg de euro aanzienlijk in waarde ten opzichte van de Turkse lira, de Russische roebel, de Japanse yen en de Noorse kroon. De euro verzwakte echter ten opzichte van het Britse pond, de Zwitserse frank en de Poolse zloty.

Tot de belangrijkste risico’s voor de vooruitzichten voor de mondiale economische groei aan het einde van 2023 behoorden een verdere escalatie van de geopolitieke spanningen, een sterkere vertraging van de Chinese economie en een hardnekkigere inflatoire druk die een krapper dan verwacht monetair beleid zou vereisen. Het materialiseren van dergelijke risico’s zou de mondiale economische bedrijvigheid verminderen. Daarnaast bleven de mondiale grondstoffenmarkten zeer gevoelig voor aanbodrisico’s, die op hun beurt de inflatie zouden kunnen aanwakkeren en de mondiale groei het komende jaar zouden kunnen drukken.

1.2 Economische bedrijvigheid in het eurogebied stagneert

De groei in het eurogebied zwakte af naarmate de effecten van de hogere rentetarieven breder werden

Het reële bbp van het eurogebied steeg in 2023 met 0,4%, na een groei van 3,4% in 2022 (Grafiek 1.3). De groei was het gevolg van positieve bijdragen van de binnenlandse vraag en het uitvoersaldo. Voorraadmutaties hadden een temperend effect. Aan het einde van het jaar lag de productie in het eurogebied 3,0% boven het niveau van vóór de pandemie (in het laatste kwartaal van 2019) en 1,4% boven het niveau van het eerste kwartaal van 2022, toen Rusland Oekraïne binnenviel. De groeivertraging in 2023 was grotendeels toe te schrijven aan de economische gevolgen van de oorlog, die van land tot land uiteenlopende effecten hadden als gevolg van hun verschillende economische structuren. Hoewel de industriële sector vooral werd getroffen door een krapper monetair beleid, hoge energieprijzen en een zwakkere mondiale vraag, hield de dienstensector relatief goed stand, nog steeds profiterend van de effecten van de heropening na de pandemie. Tegen het einde van het jaar verbreedde de zwakte van de groeidynamiek zich echter naarmate de impact van de hogere rentetarieven zich verspreidde over de verschillende sectoren, naast overloopeffecten van de zwakke industriële sector op de dienstensector.

Grafiek 1.3

Reëel bbp van het eurogebied

(mutaties in procenten per jaar, bijdragen in procentpunten)

Bron: Eurostat.
Toelichting: De meest recente waarnemingen betreffen 2023.

De consumptieve bestedingen waren meer gericht op diensten dan op goederen

De groei van de particuliere consumptie is in 2023 aanzienlijk afgezwakt. In de eerste helft van het jaar stagneerde deze doordat de aanhoudende daling van de uitgaven aan goederen, zoals weergegeven in de volumes van de detailhandel (Grafiek 1.4), de nog altijd positieve vraag naar diensten compenseerde. In het derde kwartaal steeg de particuliere consumptie, aangedreven door de consumptie van diensten door huishoudens, die werd gestimuleerd door aanhoudende heropeningseffecten en de aantrekkende bestedingen aan duurzame goederen. De totale uitgaven aan goederen (met inbegrip van semi-duurzame en niet-duurzame goederen) bleven dalen tegen de achtergrond van krappere financieringsvoorwaarden. In totaal zijn de uitgaven van de huishoudens in 2023 met 0,5% gestegen. Het reëel besteedbaar inkomen ondersteunde de bestedingen van de huishoudens in 2023 tot op zekere hoogte doordat de nominale loongroei steeg, de inflatie geleidelijk vertraagde en de werkgelegenheidsgroei veerkrachtig bleef. Toch lijkt de doorwerking van krappere financieringsvoorwaarden naar de reële economie de bestedingen van de huishoudens te hebben gedrukt, aangezien de spaartegoeden hoog bleven.

Grafiek 1.4

Productie en detailhandel in het eurogebied

(indexcijfer: juni 2022 = 100)

Bronnen: Eurostat en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De detailhandel wordt in reële termen weergegeven. De meest recente waarnemingen betreffen december 2023 voor de dienstensector en januari 2024 voor het overige.

De investeringen werden getemperd door krappere financieringsvoorwaarden

De groei van de niet-bouwinvesteringen (een benadering voor de particuliere investeringen anders dan in woningen) vertraagde in de loop van 2023.[4] Terwijl er in het eerste kwartaal van het jaar sprake was van een robuuste groei als gevolg van de afnemende knelpunten aan de aanbodzijde, namen de stijgingen op kwartaalbasis geleidelijk af en daalden de investeringen in het vierde kwartaal, doordat zowel de binnenlandse als de buitenlandse vraag afzwakte, achterstanden werden ingehaald, de bedrijfswinsten vertraagden en de financieringsvoorwaarden verkrapten. De onzekerheid als gevolg van de Russische oorlog tegen Oekraïne en het conflict in het Midden-Oosten is waarschijnlijk een van de factoren geweest die de investeringsprikkels voor bedrijven hebben verminderd. Toch hebben overvloedige winsten, ruime kasreserves en een daling van de schuldenlast de afgelopen jaren de bedrijfsbalansen gemiddeld verbeterd en − samen met middelen uit het Next Generation EU-programma (NGEU) ter ondersteuning van digitalisering en klimaatgerelateerde investeringen − bijgedragen aan een zekere veerkracht van de investeringen ten opzichte van andere uitgavencomponenten. Over het geheel genomen namen de niet-bouwinvesteringen in 2023 toe met 2,9%.

De bouwinvesteringen bleven in de loop van 2023 over het algemeen verzwakken. De belangrijkste reden hiervoor was de daling van de investeringen in woningbouw als gevolg van de hoge bouwkosten, de aanhoudende stijging van de hypotheekrentes en de aanscherping van de acceptatiecriteria voor bancaire kredietverlening, waardoor het voor huishoudens moeilijker werd om toegang te krijgen tot financiering en wat de vraag naar woningen afremde. Andere bouwsoorten, zoals weg- en waterbouw, bleven veerkrachtiger, ondersteund door overheidsinvesteringen in infrastructuur. Eind 2023 lagen de bouwinvesteringen 2,1% boven het niveau van vóór de pandemie, nadat ze in 2023 over het geheel genomen met 0,6% waren gedaald.

De goederenhandelsbalans van het eurogebied vertoonde in 2023 weer een overschot te midden van lagere prijzen voor ingevoerde energie. De uitvoergroei bleef gematigd tegen de achtergrond van een zwakke buitenlandse vraag. De uitvoer van de verwerkende industrie werd gesteund door de afnemende knelpunten aan de aanbodzijde, terwijl de aanhoudende effecten van de schok in de energievoorziening en de appreciatie van de euro bijdroegen aan de zwakke uitvoer. In de tweede helft van het jaar breidden de matige uitvoerprestaties zich uit naar de dienstenuitvoer, doordat de inhaalvraag na de heropening van de wereldeconomie aan het wegebben was. Naarmate de binnenlandse vraag afkoelde, daalde ook de invoer in het eurogebied als gevolg van de afnemende invoer van halffabrikaten, doordat bedrijven voorraden verminderden en de invoer van energie daalde. Over het geheel genomen was de bijdrage van de handel aan de bbp-groei in het eurogebied in 2023 licht positief.

Arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt in het eurogebied bleef in 2023 over het geheel genomen veerkrachtig, hoewel de arbeidsmarktontwikkelingen en enquête-indicatoren aan het einde van het jaar wezen op een afkoeling. De werkloosheid bedroeg in 2023 gemiddeld 6,5%. Hij daalde van 6,6% in januari tot 6,5% in maart en bleef gedurende de rest van het jaar grotendeels stabiel op dat niveau (Grafiek 1.5). De totale werkgelegenheid en het totale aantal gewerkte uren hielden goed stand te midden van een stagnerende economie en namen in 2023 toe met respectievelijk 1,4% en 1,6%. Het gemiddelde aantal gewerkte uren steeg in 2023 met slechts 0,2% en lag in het laatste kwartaal van 2023 1,3% onder het niveau van vóór de pandemie, waarschijnlijk onder invloed van factoren zoals ‘labour hoarding’ (d.w.z. het tijdens een economische neergang aanhouden van meer werknemers dan nodig door bedrijven) en een toename van het ziekteverzuim. De arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep 15-74 jaar is gestegen tot een niveau van 65,7% in het vierde kwartaal van 2023, 1,1 procentpunt hoger dan het niveau van vóór de pandemie. In de tweede helft van het jaar vertoonde de vraag naar arbeid enige tekenen van afzwakking, waarbij de vacaturegraad nog steeds hoog was, maar geleidelijk daalde ten opzichte van de piek die in het tweede kwartaal van 2022 werd bereikt. Hoewel de renteverhogingen door de ECB krachtig bleven doorwerken in de economie, bleven de totale werkgelegenheid en de arbeidsmarkt in het eurogebied, die tot de doelstellingen van de Europese Unie behoren waaraan de ECB − op voorwaarde dat dit geen afbreuk doet aan de handhaving van de prijsstabiliteit − kan bijdragen, al met al relatief veerkrachtig.

Grafiek 1.5

Arbeidsmarkt

(links: mutaties in procenten op kwartaalbasis; rechts: percentages)

Bronnen: Eurostat en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De meest recente waarnemingen betreffen januari 2024 voor de werkloosheid, en het vierde kwartaal van 2023 voor de werkgelegenheid en voor het aantal gewerkte uren.

1.3 Begrotingsbeleidsmaatregelen in een uitdagend macro-economisch klimaat

Het begrotingstekort in het eurogebied daalde, doordat overheden begonnen met het afbouwen van discretionaire steunmaatregelen

Het tekort van de totale overheid in het eurogebied bleef in 2023 dalen, daarbij een pad volgend dat op het hoogtepunt van de pandemie was ingezet (Grafiek 1.6).[5] De geleidelijke verkrapping van het begrotingsbeleid komt ook tot uiting in de begrotingskoers, die in 2023 voor het derde achtereenvolgende jaar gematigd verkrapte.[6] Tot nu toe is echter slechts iets meer dan een derde van de versoepeling in 2020 teruggedraaid (Grafiek 1.6). Dat betekent dat het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo ruim onder het niveau van vóór de pandemie blijft, als gevolg van blijvende maatregelen die in het kader van de pandemie in 2020 zijn genomen en de energiegerelateerde steun die vanaf 2022 wordt verleend.

Grafiek 1.6

Begrotingssaldo en begrotingskoers eurogebied

(in procenten bbp)

Bronnen: Door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van december 2023 en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De maatstaf van de begrotingskoers wordt vanaf 2021 aan de inkomstenzijde aangepast door subsidies uit de faciliteit voor herstel en veerkracht van NGEU te verrekenen, aangezien deze inkomsten geen verkrappende macro-economische effecten hebben.

Een verdere verkrapping van de begrotingskoers zou noodzakelijk zijn

Bezien vanuit het perspectief van eind 2023 zal het voor de begrotingsautoriteiten een uitdaging worden om de beste manier te vinden om deze cumulatieve expansie van de afgelopen vier jaar (Grafiek 1.7) terug te draaien en om schuldquotes te verlagen, met name gezien het feit dat de demografische ontwikkelingen, de groene en de digitale transitie en het geopolitieke klimaat in de toekomst budgettaire speelruimte zullen vereisen. De overheidsbegrotingen van 2024 wezen op een voortzetting van de budgettaire verkrappingscyclus op het niveau van het eurogebied. Dit was grotendeels het gevolg van het terugdraaien van discretionaire begrotingsmaatregelen die waren genomen als reactie op de energie- en inflatieschokken. Dergelijke maatregelen bedroegen in 2023 naar schatting meer dan 1% van het bbp, maar verwacht werd dat slechts een klein deel ervan in 2024 van kracht zou blijven. Een aantal van de expansieve maatregelen die tijdens de pandemie door overheden zijn genomen leken echter langduriger van aard te zijn, en op basis van de begrotingen voor 2024 zouden deze op korte termijn niet vervallen. Dit was het geval voor de toename van overdrachten en subsidies, maar tot op zekere hoogte ook voor belastingverlagingen.

Grafiek 1.7

Uitsplitsing van de begrotingskoers in het eurogebied en discretionaire maatregelen

(in procenten bbp)

Bronnen: Door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van december 2023 en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De maatstaf van de begrotingskoers wordt vanaf 2021 aan de inkomstenzijde aangepast door subsidies uit de faciliteit voor herstel en veerkracht van NGEU te verrekenen, aangezien deze inkomsten geen verkrappende macro-economische effecten hebben. De “andere maatregelen” hebben voornamelijk betrekking op maatregelen die tijdens de pandemie zijn genomen en de latere afbouw ervan.

Een verdere verkrapping van de begrotingskoers lijkt ook passend te zijn vanuit monetairbeleidsoogpunt. Nu de energiecrisis grotendeels is weggeëbd, moeten de overheden de daarmee verband houdende steunmaatregelen blijven afbouwen, omdat dat essentieel is om te voorkomen dat de inflatiedruk op middellange termijn toeneemt. Anders zou een strenger monetair beleid nodig zijn. Overheden moeten niet alleen de pandemie- en energiegerelateerde maatregelen afbouwen, maar ook meer in het algemeen vooruitgang boeken in de richting van gezondere begrotingsposities, om ervoor te zorgen dat de overheidsfinanciën op een houdbaar pad blijven.

De EU heeft behoefte aan een robuust en geloofwaardig kader voor de coördinatie van economisch en begrotingsbeleid

Een robuust EU-kader voor de coördinatie van en het toezicht op economisch en begrotingsbeleid blijft van cruciaal belang. Na uitgebreide besprekingen heeft de Raad van de Europese Unie in 2023 overeenstemming bereikt over een hervorming van het EU-kader voor economische governance, wat de weg heeft vrijgemaakt voor een trialoog tussen de Europese Commissie, de EU-Raad en het Europees Parlement. 2024 zal een belangrijk jaar zijn om stappen te zetten richting de tenuitvoerlegging hiervan.[7]

1.4 De totale inflatie daalde sterk in 2023

De totale inflatie in het eurogebied, gemeten aan de hand van de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP), bedroeg 2,9% in december 2023, een daling van 6,3 procentpunt ten opzichte van het niveau van december 2022. Ze daalde gedurende het hele jaar gestaag en naarmate het jaar vorderde, werd het desinflatieproces ook merkbaar in de onderliggende inflatie. In november bereikte de totale inflatie een tijdelijk dieptepunt van 2,4%, het laagste niveau in meer dan twee jaar (een sterke daling ten opzichte van de piek van 10,6% in oktober 2022) (Grafiek 1.8). In december liet de inflatie echter weer een lichte stijging zien, als gevolg van de neerwaartse effecten van energiegerelateerde begrotingsmaatregelen op het prijsniveau een jaar eerder. Alle belangrijke inflatiecomponenten lieten in de tweede helft van 2023 een daling van de inflatie op jaarbasis zien, als gevolg van het wegebbende effect van eerdere kostenschokken en de zwakkere vraag tegen een achtergrond van krapper monetair beleid. De inflatiecijfers op jaarbasis (met uitzondering van de energieprijzen) lagen aan het einde van het jaar echter nog steeds aanzienlijk boven hun gemiddelde over de langere termijn, terwijl de cijfers per jaar op kwartaalbasis dergelijke benchmarks al veel dichter waren genaderd. De prijsdynamiek voor goederen vertraagde sneller dan die voor diensten, doordat de vermindering van knelpunten aan de aanbodzijde en de lagere inputkosten de druk aanzienlijk verminderden. De inflatie van de dienstenprijzen steeg tot halverwege het jaar als gevolg van de nog steeds sterke post-pandemische vraag, stijgende arbeidskosten en tijdelijke factoren in verband met begrotingsmaatregelen. Door de daling van de energie- en voedselinflatie namen ook de verschillen in inflatie tussen de landen van het eurogebied aanzienlijk af.

Grafiek 1.8

Totale inflatie en de belangrijkste componenten ervan

(mutaties in procenten per jaar; bijdragen in procentpunten)

Bronnen: Eurostat en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De meest recente waarnemingen betreffen december 2023.

De energie-inflatie daalde scherp terwijl de voedselinflatie matigde

De ontwikkeling van de energieprijzen was goed voor meer dan de helft van de daling van de totale inflatie tussen december 2022 en december 2023. De energie-inflatie was in januari 2023 nog steeds hoog, maar aan het einde van het jaar was deze met 25,6 procentpunten gedaald en negatief geworden. Dit weerspiegelde het wegebben van de sterke stijgingen van de groothandelsprijzen voor energie die in 2022 hadden plaatsgevonden. De energie-inflatie bleef echter enigszins volatiel, aangezien de groothandelsmarkten voor energie gevoelig waren voor gebeurtenissen zoals het conflict in het Midden-Oosten. Ondertussen bereikte de voedselinflatie in maart 2023 een hoogtepunt van 15,5%. Vervolgens liep deze gedurende de rest van het jaar aanzienlijk terug, hoewel ze tegen het einde van het jaar nog steeds meer dan 6% bedroeg als gevolg van de aanhoudende impact van eerdere kostenschokken die waren toe te rekenen aan energie en andere inputs, en van de sterkere druk vanuit de winsten per eenheid product en de arbeidskosten.

De onderliggende inflatie begon te matigen, maar was aan het einde van het jaar nog steeds hoog

De kerninflatie − gemeten aan de hand van de HICP-inflatie exclusief de volatiele componenten energie en voedingsmiddelen − bleef tot in het eerste kwartaal van het jaar stijgen, maar vlakte vervolgens af van een piek van 5,7% tot 3,4% in december. Die daling werd aanvankelijk veroorzaakt door de inflatie van de industriële goederen met uitzondering van energie, doordat de vraag naar goederen als gevolg van krappere financieringsvoorwaarden afzwakte (zie Paragraaf 1.2) en de gecumuleerde druk van eerdere knelpunten aan de aanbodzijde en de hoge energiekosten begonnen weg te ebben. Tegelijkertijd schommelde de diensteninflatie tot augustus op een hoog niveau als gevolg van een nog altijd sterke vraag na de heropening van de economie (voor contactintensieve dienstensectoren zoals recreatie en reizen) en stijgende arbeidskosten, vooral gezien het grotere aandeel van arbeid in de kostenstructuur van de dienstensector in vergelijking met de verwerkende industrie. Tegen het einde van het jaar liep de diensteninflatie echter ook enigszins terug en bevestigde daarmee het algemene desinflatoire proces. De achterblijvende dynamiek in de diensteninflatie weerspiegelde bovendien dat veel dienstencomponenten doorgaans achterblijven bij de totale inflatie (bijvoorbeeld bij huisvesting, post- en medische diensten). Alle andere indicatoren van de onderliggende inflatie matigden eveneens aanzienlijk in de loop van het jaar, als gevolg van de wegebbende impact van schokken uit het verleden en de toenemende impact van het krappere monetaire beleid, hoewel zij een breed scala bleven bestrijken en de meeste indicatoren nog steeds duidelijk boven het niveau van vóór de pandemie lagen.[8]

De arbeidskosten leverden later in het jaar de belangrijkste bijdrage aan de binnenlandse inflatie

De groei van de bbp-deflator (een betrouwbare maatstaf voor de binnenlandse prijsdruk) bedroeg in 2023 gemiddeld 6,0%. Dit in vergelijking met een gemiddelde invoerprijsinflatie van -2,9% als gevolg van de verschuiving van externe naar binnenlandse inflatiefactoren. Hoewel de winsten rond de jaarwisseling 2022/2023 nog steeds een belangrijke rol speelden voor de binnenlandse prijsdruk (zie Kader 2), werden de arbeidskosten geleidelijk de dominante factor, als gevolg van de sterke loonontwikkelingen en een vermindering van de arbeidsproductiviteit (Grafiek 1.9). De groei op jaarbasis van de loonsom per werknemer steeg van 4,5% in 2022 naar gemiddeld 5,1% in 2023, wat aanzienlijk hoger is dan het gemiddelde van 1,7% van vóór de pandemie (2015-2019), dat werd gefaciliteerd door de nog steeds krappe arbeidsmarkten (zie Paragraaf 1.2). De verdere toename weerspiegelde deels het streven van werknemers naar compensatie voor eerdere inflatieverliezen op de koopkracht van de nominale lonen. De groei van de contractlonen steeg tot gemiddeld 4,5% in 2023. Het verschil met de feitelijke loongroei impliceert een nog steeds aanzienlijke incidentele component, hoewel een lagere dan in 2021-2022.[9] De groei van zowel de loonsom per werknemer als de contractlonen begon tegen het einde van het jaar licht af te nemen, maar het groeitempo ervan bleef hoog en wees op een aanhoudend hoge nominale loondruk tot in 2024. Dit was eerder het gevolg van een herstel van de reële lonen dan van aanwijzingen van een destabiliserende loon-prijsdynamiek.

Grafiek 1.9

Loonsom per werknemer in het eurogebied

(mutaties in procenten per jaar; bijdragen in procentpunten)

Bronnen: Eurostat, ECB en berekeningen van de ECB.

De inflatieverwachtingen voor de langere termijn daalden licht en bleven verankerd rond de doelstelling van 2% van de ECB

De gemiddelde inflatieverwachtingen voor de langere termijn van professionele voorspellers, die eind 2022 op 2,2% stonden, daalden in 2023 naar 2,1%. Ook andere enquêtegegevens, zoals die van de ECB Survey of Monetary Analysts en van Consensus Economics, wijzen erop dat de inflatieverwachtingen voor de langere termijn goed verankerd zijn rond de doelstelling van 2% van de ECB. Een marktgebaseerde maatstaf voor inflatiecompensatie op langere termijn (de vijfjaars toekomstige inflatieswaprente vijf jaar vooruit) steeg naar een piek van 2,7% in augustus, maar daalde eind december naar 2,3% tegen de achtergrond van nieuws over een lager dan verwachte totale inflatie en matige economische groeivooruitzichten (zie Paragraaf 1.2). In ieder geval impliceerden voor risicopremies gecorrigeerde marktgebaseerde maatstaven ‘echte’ verwachtingen zeer dicht bij 2%. Wat de consumenten betreft bleven de mediane inflatieverwachtingen voor de komende drie jaar met 2,5% in december iets boven dit cijfer, mogelijk als gevolg van grote onzekerheid, negatief economisch sentiment en nog altijd hoge prijsniveaus in verhouding tot de lonen.[10]

1.5 Krediet- en financieringsvoorwaarden sterk verkrapt door verhoging beleidsrente

De obligatierendementen zijn gedaald ondanks een verkrapping van het monetaire beleid, als gevolg van veranderde verwachtingen tegen het einde van het jaar

Aangezien de inflatiedruk in 2023 hoog en hardnekkig bleef (zie Paragraaf 1.4), bleef de ECB het monetair beleid vastberaden verkrappen tot september. Vervolgens handhaafde de ECB haar basisrentetarieven op restrictieve niveaus om ervoor te zorgen dat de inflatie op middellange termijn terugkeert naar de doelstelling van 2% (zie Paragraaf 2.1). De − risicovrije − tienjaars overnight index swaprente (OIS-rente) schommelde het grootste deel van het jaar rond 3% en bereikte in oktober een piek van 3,3% alvorens te dalen tot een gemiddelde van 2,5% in december (Grafiek 1.10). De daling van de tienjaars OIS-rente tegen het einde van het jaar was het gevolg van een scherpe daling van de renteverwachtingen op de financiële markten, vooral nadat de inflatie lager uitviel dan verwacht. De daling van de verwachtingen werd slechts gedeeltelijk gecompenseerd door een stijging van de termijnpremie. Het rendement op langlopende overheidsobligaties volgde het beloop van de OIS-rente op de voet. De spreads ervan werden niet significant beïnvloed door het proces van normalisering van de balans van het Eurosysteem (zie Paragraaf 2.1) en waren per jaarultimo vrijwel hetzelfde als in december 2022. Het bbp-gewogen gemiddelde van de nominale rendementen op tienjaars overheidsobligaties in het eurogebied bedroeg gemiddeld 2,7% in december 2023, 10 basispunten lager dan een jaar eerder.

Grafiek 1.10

Lange rente en de kredietkosten voor bedrijven en huishoudens voor de aankoop van een huis

(in procenten per jaar)

Bronnen: Bloomberg, LSEG en berekeningen van de ECB.
Toelichting: Maandelijkse waarnemingen. Het rendement op tienjaars overheidsobligaties in het eurogebied is een bbp-gewogen gemiddelde. De indicatoren voor de totale kredietkosten worden berekend door de korte- en langetermijnrentes voor bancaire kredietverlening te aggregeren aan de hand van een 24-maands voortschrijdend gemiddelde van de volumes van nieuwe contracten. De meest recente waarnemingen betreffen december 2023.

De aandelenmarkten werden ondersteund door lagere risicopremies

De aandelenkoersen stegen in 2023, zowel in de niet-financiële sector als − vooral − in de banksector. Een daling van de aandelenrisicopremies ondersteunde de aandelenkoersen tegen een achtergrond van lage en afnemende volatiliteit, ondanks de toegenomen geopolitieke spanningen. De index van bankaandelen in het eurogebied werd verder opgedreven door verwachtingen van een stijging van de bankwinsten op zowel de lange als de korte termijn, waarbij de onrust op de bancaire markten in de Verenigde Staten en Zwitserland in maart een aanzienlijke maar tijdelijke negatieve impact had. De brede indices van de aandelenkoersen van niet-financiële ondernemingen en banken in het eurogebied stonden eind 2023 ongeveer 12% respectievelijk 23% boven hun niveaus van eind 2022. Het rendement op bedrijfsobligaties daalde en kwam in december 2023 gemiddeld lager uit dan in december 2022, zowel in het kredietwaardige als in het hoogrenderende segment, als gevolg van de lagere risicovrije rentes in combinatie met een verkleining van de spreads op bedrijfsobligaties.

Het ruime monetaire aggregaat en bancaire intermediatie weerspiegelden de verkrapping van het monetaire beleid

Het ruime monetaire aggregaat (M3) stagneerde, voornamelijk als gevolg van de verkrapping van het monetaire beleid. Het mutatietempo op jaarbasis bedroeg slechts 0,1% in december, nadat dit in de loop van 2023 aanzienlijk was gedaald en voor het eerst sinds de start van de Monetaire Unie zelfs tijdelijk negatief werd (Grafiek 1.11). De daling was het gevolg van de gematigde kredietschepping, de hoge opportuniteitskosten voor het aanhouden van liquide activa en de afname van de balans van het Eurosysteem. Hoewel de bankbalansen over het geheel genomen robuust bleven, zorgden de terugbetalingen van in het kader van de derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties geleende middelen en een inkrimping van de activaportefeuilles van het Eurosysteem voor een vermindering van de overliquiditeit. De financieringskosten van banken stegen fors, zij het in mindere mate dan de beleidsrente, doordat banken overstapten op duurdere marktfinancieringsbronnen en actiever concurreerden om klantendeposito’s door hierop hogere rente te bieden.

De rentetarieven voor bancaire kredietverlening aan bedrijven en huishoudens stegen sterk naarmate het monetaire beleid verkrapte

De verkrapping van het monetaire beleid bleef in 2023 krachtig doorwerken in ruimere financieringsvoorwaarden. Zoals naar voren komt uit de enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied hebben de banken hun acceptatiecriteria (d.w.z. interne richtlijnen of criteria voor de goedkeuring van leningen) voor kredietverlening aan huishoudens en bedrijven aanzienlijk verder aangescherpt. Dit werd voor bedrijven bevestigd door de enquête over de toegang van bedrijven tot financiering en voor huishoudens door de Consumer Expectations Survey. De nominale bancaire debetrente steeg in 2023 weer scherp en bereikte het hoogste niveau in bijna 15 jaar. Het samengestelde rentetarief voor bancaire kredietverlening aan huishoudens voor de aankoop van een huis bedroeg aan het einde van het jaar 4,0%, een stijging met ongeveer 100 basispunten ten opzichte van eind 2022, en het overeenkomstige rentetarief voor niet-financiële ondernemingen steeg met 180 basispunten tot 5,2%, een stijging van bijna het dubbele van de stijging voor huishoudens (Grafiek 1.10). De rentetarieven stegen sneller en sterker dan in eerdere periodes van monetairbeleidsverkrapping, voornamelijk als gevolg van de snellere en grotere verhogingen van de beleidsrente sinds juli 2022. De verschillen in rentetarieven tussen de landen bleven beperkt, wat erop wijst dat veranderingen in het monetaire beleid van de ECB op soepele wijze doorwerkten in de rentetarieven in het hele eurogebied.

De bancaire kredietverlening aan huishoudens en bedrijven verzwakte aanzienlijk

De bancaire kredietverlening aan huishoudens en bedrijven verzwakte in 2023 aanzienlijk, als gevolg van strengere kredietvoorwaarden (Grafiek 1.11). De netto maandelijkse kredietstromen waren in de laatste drie kwartalen van het jaar vrijwel nihil. Het twaalfmaands groeicijfer van de bancaire leningen aan huishoudens vertraagde tot 0,3% in december, voornamelijk als gevolg van de vertraging van de hypothecaire leningen tegen de achtergrond van in het eerste jaar sinds 2014 dalende huizenprijzen. De groei op jaarbasis van de bancaire kredietverlening aan bedrijven daalde eveneens, tot 0,4% in december, en de netto externe financieringsstromen naar bedrijven stonden op een historisch laag niveau (Grafiek 1.12).

Grafiek 1.11

M3-groei en de groei van de kredietverlening aan bedrijven en huishoudens

(mutaties in procenten per jaar)

Bron: ECB.
Toelichting: Bedrijven zijn niet-financiële ondernemingen. De meest recente waarnemingen betreffen december 2023.

Grafiek 1.12

Netto externe financieringsstromen naar bedrijven

(stromen op jaarbasis in EUR miljard)

Bronnen: ECB en Eurostat.
Toelichting: Bedrijven zijn niet-financiële ondernemingen. MFI: monetaire financiële instelling. Bij “leningen van niet-MFI’s en van de rest van de wereld” zijn niet-monetaire financiële instellingen overige financiële intermediairs, pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen. “MFI-leningen” en “leningen van niet-MFI’s en van de rest van de wereld” zijn gecorrigeerd voor verkopen van leningen en securitisaties. “Overige” verwijst naar het verschil tussen het totaal en de in de grafiek opgenomen instrumenten en bestaat hoofdzakelijk uit intragroepsleningen en handelskredieten De meest recente waarnemingen betreffen het derde kwartaal van 2023. De jaarlijkse stroom voor 2023 is berekend als een vierkwartaals totaal van de stromen van het vierde kwartaal van 2022 tot en met het derde kwartaal van 2023.

Kader 1
De macro-economische gevolgen van klimaatverandering

De ECB werkt aan een beter inzicht in de macro-economische gevolgen van klimaatverandering en beleid om de impact daarvan te beperken, in lijn met de toezeggingen die zijn gedaan na de evaluatie van de monetairbeleidsstrategie in 2020-2021.[11] Deze inspanningen zijn zeer relevant voor het primaire mandaat van de ECB, het handhaven van de prijsstabiliteit. De complexiteit van de klimaatverandering en de niet-lineaire en zeer onzekere aard van de effecten ervan vragen om een betere macro-economische analyse om voorspellingsfouten te beperken en inzicht te krijgen in de structurele veranderingen in de economie die de klimaatverandering veroorzaakt.

De klimaatverandering heeft al gevolgen voor de inflatie in het eurogebied. Volgens onderzoek van de ECB zal de extreme zomerwarmte in 2022 de voedselinflatie in Europa naar schatting na één jaar − d.w.z. in 2023 − met circa 0,7 procentpunt hebben verhoogd (Grafiek A).[12] De diensteninflatie kan ook door warmere zomers worden beïnvloed, mogelijk door de impact op de voedselprijzen en de temperatuursgevoeligheid van toeristische diensten.[13] Het effect van hogere zomertemperaturen op de inflatie zou in een warmer klimaat groter kunnen zijn: een hittegolf vergelijkbaar met die van 2022 in het klimaat van 2035 zou, in een pessimistisch scenario, de gemiddelde voedselprijsinflatie met 1 procentpunt kunnen verhogen. In een optimistisch scenario zou het effect van een vergelijkbare hittegolf slechts iets minder groot zijn (0,8 procentpunt). Stijgende temperaturen zullen grotere gevolgen hebben voor regio’s die al warmer zijn. Dit impliceert verschillende effecten op de inflatie in verschillende landen van het eurogebied, waardoor de doorwerking van een gemeenschappelijk monetair beleid lastiger zou worden.

Grafiek A

De toenemende invloed van hittegolven op de inflatie van de voedselprijzen in Europa

(jaar van hittegolf; in procentpunten)

Bron: Kotz et al. (zie voetnoot 12).
Toelichting: De effecten zijn geraamd met behulp van een wereldwijde panelregressiebenadering, waarbij gebruik wordt gemaakt van maandprijzen en klimaatgegevens met een hoge resolutie. De balken tonen de cumulatieve afwijking van de voedselinflatie ten opzichte van de basisprojectie na 12 maanden als gevolg van extreme temperaturen in juni, juli en augustus. De grafiek is gebaseerd op het combineren van elasticiteiten van een temperatuurstijging met 1 °C met de resultaten van 21 wereldwijde klimaatmodellen. De temperaturen zijn gebaseerd op een zomer die equivalent is aan die van 2022 (d.w.z. in het bovenste uiterste van de temperatuurdistributie op basis van verwachte toekomstige klimaatomstandigheden) en zijn terug te voeren op resultaten van een klimaatmodel bij een optimistisch emissiescenario (waarin de wereldwijde temperatuurstijging in 2100 minder dan 2 °C zou bedragen) en een pessimistisch scenario (waarin de emissies in de volgende eeuw zouden stijgen). De effecten zouden kunnen worden beperkt door ambitieuze aanpassingen aan de warmere klimaatomstandigheden.

Extreme weersomstandigheden verminderen doorgaans de productie op korte termijn, maar de totale economische impact gaat verder dan de directe en onmiddellijke effecten die zich bijvoorbeeld zouden voordoen door de vernietiging van huizen, fabrieken en machines. Voorbeelden hiervan zijn verstoringen in andere regio’s of sectoren als gevolg van koppelingen tussen toeleveringsketens of belemmerde infrastructuur. Inkomstenverliezen in getroffen sectoren en lagere productie zullen meestal leiden tot minder vraag naar producten en diensten uit andere sectoren. Een ander effect is de grotere onzekerheid, waardoor huishoudens en bedrijven hun visie op rampenrisico’s mogelijk opnieuw beoordelen en zo de bestedingen kunnen drukken.

Op langere termijn kan klimaatverandering ook de productiegroei hardnekkiger verminderen.[14] Zo zal minder sneeuwval een bedreiging vormen voor de levensvatbaarheid van veel skigebieden in Europa en kunnen sommige mediterrane regio’s te warm worden voor zomertoerisme, hoewel sommige noordelijke regio’s daar mogelijk van zullen profiteren. De opbrengsten in land- en bosbouw zullen bij hogere gemiddelde temperaturen waarschijnlijk dalen. Hoewel van gewas veranderen bepaalde effecten kan verzachten, zullen minder voorspelbare temperatuur- en neerslagpatronen waarschijnlijk ook de landbouwopbrengsten drukken. Hogere temperaturen boven de comfortzone van ongeveer 19-22 °C − die in een warmer klimaat waarschijnlijk vaker zullen voorkomen − verminderen de productiviteit van werknemers.

Aanpassing aan een warmer klimaat zou de macro-economische effecten kunnen helpen beperken. Hieronder valt bijvoorbeeld het installeren van airconditioning om de impact van warmtestress op de arbeidsproductiviteit te verminderen, of het wisselen van gewassen om het verlies aan landbouwproductiviteit te beperken. Zulke maatregelen zullen echter waarschijnlijk gevolgen hebben voor de overheidsbegrotingen en de begrotingsruimte.[15] Verzekeringen zijn eveneens een instrument voor aanpassing, maar in Europa is al sprake van een aanzienlijke lacune in de bescherming door klimaatverzekeringen.[16]

Om de emissiereducties te verwezenlijken die nodig zijn om de doelstellingen van het akkoord van Parijs te halen en een meer catastrofale opwarming van de aarde te voorkomen, is een ingrijpende structurele transformatie van de economie nodig. Kapitaal en arbeid moeten worden herverdeeld tussen en binnen sectoren, en zelfs binnen individuele bedrijven (zo zullen autofabrikanten hun fabrieken moeten overschakelen van de productie van auto’s met verbrandingsmotoren naar de productie van elektrische voertuigen op accu’s). Het welslagen van die herverdeling zal afhangen van de uitvoering van effectief transitiebeleid, de flexibiliteit van de markten en in het bijzonder het vermogen van de economie om de aanzienlijke vereiste kapitaalinvesteringen te financieren en te absorberen, de ontwikkeling van koolstofarme technologieën en de beschikbaarheid van gekwalificeerde arbeidskrachten om deze toe te passen.

Een analyse die wijst op een gunstig economisch effect van de tot nu toe ingevoerde klimaatbeleidsmaatregelen biedt waarschijnlijk geen volledig beeld.[17] De beschikbare modelgebaseerde beoordelingen van koolstofprijstrajecten vinden slechts een beperkt effect op de productie en de inflatie.[18] De daarin opgenomen maatregelen schieten echter nog steeds aanzienlijk tekort bij het behalen van de emissiereductiedoelstelling van de EU, en de bredere impact van de transitie − inclusief de effecten van strengere regelgeving en doelstellingen − is mogelijk minder eenvoudig te kwantificeren.

De snelheid van de transitie is van doorslaggevend belang voor de uiteindelijke economische impact: als de transitie wordt uitgesteld, zijn later snellere en radicalere beleidsveranderingen nodig, waardoor de kans op ‘stranded assets’ en hogere structurele werkloosheid toeneemt.[19] Daarnaast verschillen de diverse transitiemaatregelen wat hun impact op de productiviteit betreft.[20] Marktgebaseerd beleid − zoals koolstofbelastingen − heeft minder impact op de productiviteit van koolstofintensieve bedrijven dan niet-marktgebaseerd beleid (zoals het verbieden van bepaalde producten of processen).

Het concurrentievermogen van de economie van het eurogebied wordt ook beïnvloed door wereldwijde keuzes ten aanzien van transitiebeleid. Daarbij kan het gaan om hogere koolstofprijzen of industrieel beleid zoals de recente Amerikaanse Inflation Reduction Act. Het EU-emissiehandelssysteem (EU ETS) kan leiden tot “koolstoflekkage”, d.w.z. de verplaatsing van economische bedrijvigheid en emissies naar regio’s met minder strenge emissievereisten. Dit kan worden verminderd door het Mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens zorgvuldig te kalibreren in combinatie met bestaande mechanismen ter voorkoming van koolstoflekkage.[21]

Al met al beïnvloedt beleid inzake klimaatverandering en mitigatie vrijwel alle aspecten van de door centrale banken uitgevoerde macro-economische analyse. Er zijn nog belangrijke vragen onbeantwoord, bijvoorbeeld over de wijze waarop de transitie zal moeten verlopen en de daaruit voortvloeiende structurele veranderingen in de economie, over de macro-economische gevolgen van extreem weer en de risico’s van versnelde klimaatverandering, en over de rol van natuurkapitaal en ecosysteemdiensten.

Kader 2
De rol van de winst per eenheid product in de recente binnenlandse prijsdruk

In dit Kader wordt vanuit boekhoudkundig perspectief ingegaan op de wijze waarop de winst per eenheid product heeft bijgedragen aan de dynamiek van de binnenlandse prijsdruk in 2023.

De binnenlandse prijsdruk was in 2023 zeer hoog maar nam in de loop van het jaar licht af naarmate de winst per eenheid product daalde

De groei van de bbp-deflator, die een sterk parallel verloop vertoont met het verloop van de HICP-inflatie ongerekend energie en voedingsmiddelen (HICPX), kan worden uitgesplitst in bijdragen van de arbeidskosten per eenheid product, de winst per eenheid product en de belastingen per eenheid product (minus subsidies) (Grafiek A).[22],[23] De groei op jaarbasis van de bbp-deflator steeg in 2023 aanzienlijk verder, tot gemiddeld 6,0%, ten opzichte van 4,7% in 2022. Dit staat in contrast met een gemiddelde van 1,6% gedurende de periode 1999-2021. Vanaf een historisch hoogtepunt van 6,4% in het eerste kwartaal van 2023 begon het groeitempo te matigen tot 5,3% in het vierde kwartaal. De winst per eenheid product droeg gedurende meerdere kwartalen in 2022 en 2023 bij aan de sterke stijging van de bbp-deflator en was goed voor ongeveer de helft of meer van het hoge groeitempo. Dit in vergelijking met een gemiddelde bijdrage van iets meer dan een derde in de periode 1999-2019. De bijdrage van de winst per eenheid product nam vervolgens in de loop van 2023 sterk af en compenseerde daarmee deels de toename van de bijdrage van de arbeidskosten per eenheid product tijdens de periode.

Grafiek A

Bbp-deflator en bijdragen

(mutaties in procenten per jaar; bijdragen in procentpunten)

Bron: Eurostat en berekeningen van de ECB.

Uitzonderlijke economische ontwikkelingen na de pandemie verklaren de sterke groei van de winst per eenheid product in 2022 en begin 2023

De winst per eenheid product verloopt doorgaans vrijwel parallel aan het verloop van conjuncturele indicatoren zoals het reële bbp. Bovendien wordt hij doorgaans beïnvloed door opvallende veranderingen in de ruilvoet, bijvoorbeeld als gevolg van grote schommelingen in de invoer- of olieprijzen. Deze kenmerken weerspiegelen het feit dat, wanneer de vraag sterker is in verhouding tot de potentiële productie, het voor prijszetters gemakkelijker is de prijzen en de winst per eenheid te verhogen zonder marktaandeel te verliezen, terwijl in tijden van schokken in de inputkosten, bijvoorbeeld door de energieprijzen, winsten doorgaans ten minste tijdelijk worden gebruikt om te voorkomen dat de volledige kostenstijging wordt doorberekend in de verkoopprijzen. De economische verzwakking in de loop van 2022 en 2023, voor zover deze werd veroorzaakt door een ten opzichte van het aanbod dalende vraag, en de scherpe verslechtering van de ruilvoet in 2022, als gevolg van de sterke stijging van de invoerprijzen, zouden dan ook beide hebben geduid op zwakkere ontwikkelingen van de winst per eenheid product dan werden waargenomen (Grafiek B). Dit wijst erop dat in die periode andere mechanismen en meer uitzonderlijke factoren mogelijk een rol hebben gespeeld. Een van de factoren achter de sterke winst per eenheid product in deze jaren was het verstoorde evenwicht tussen vraag en aanbod in veel sectoren van de economie. Hoewel verstoringen in de toeleveringsketen tijdens de pandemie tot breed verspreide aanbodbeperkingen leidden, beperkten met schuld gefinancierde overheidsmaatregelen het effect van de groeivertraging op de besteedbare inkomens en droegen deze bij tot hoge besparingen. Dergelijke besparingen en de daarmee samenhangende inhaalvraag hebben de vraag in veel sectoren aangewakkerd na de heropening na de lockdowns. In een dergelijke omgeving, die wordt gekenmerkt door een sterke totale vraag in verhouding tot het aanbod, kunnen uitgesproken stijgingen van de inputkosten ertoe leiden dat prijszetters hun prijzen verhogen zonder noodzakelijkerwijs hun strategie voor prijsophogingen te wijzigen. Dit impliceert een doorwerking van de inputkosten en een grote bijdrage van de winst per eenheid product aan de binnenlandse prijsdruk, zoals recentelijk te zien is geweest.[24]

Grafiek B

Winst per eenheid product, reëel bbp en de invoerdeflator

(mutaties in procenten per jaar)

Bron: Eurostat en berekeningen van de ECB.
Toelichting: De meest recente waarnemingen betreffen het vierde kwartaal van 2023.

Naarmate de uitzonderlijke factoren afnamen, is de winst per eenheid product opnieuw afgestemd op de conjunctuurcyclus en zijn typische rol als buffer

Met het wegebben van het gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod na de pandemie en de aanzienlijke matiging van de energie- en andere inputkostendruk in de loop van 2023 begon de groei van de winst per eenheid product af te nemen en geleidelijk terug te keren naar normalere niveaus. De mindering van het gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod maakte het moeilijker de marges te verhogen zonder marktaandeel te verliezen en droeg bij tot een beperking van de stijgingen van de winst per eenheid product. De omslag naar een meer gematigde inputkostendruk maakte een beperktere dynamiek van de verkoopprijzen mogelijk. Dit betekende dat de groei van de winst per eenheid product zou afnemen, zelfs al handhaafden de bedrijven de doorberekening van de inputkostenprijzen en het vergroten van de marges. De verlaging van de inputkostendruk heeft het bovendien voor bedrijven mogelijk gemakkelijker gemaakt de arbeidskostendruk op te vangen. De zwakkere ontwikkeling van de winst per eenheid product komt ook overeen met het relatief zwakke conjunctuurklimaat in 2023. Al met al lijkt de winst per eenheid product zijn typische functie als buffer te hebben hervat, waardoor een grotere doorberekening van de hoge arbeidskosten per eenheid product in de binnenlandse prijzen werd tegengewerkt.

2 Het monetair beleid volgt een restrictieve koers

In 2023 bleef de ECB haar basisrentetarieven verhogen en handhaven op een peil dat restrictief genoeg is om de inflatie tijdig terug te brengen naar de doelstelling van 2% op middellange termijn. In de eerste negen maanden van het jaar verhoogde de ECB de rentetarieven met 200 basispunten, waardoor ze de rente op de depositofaciliteit op 4% bracht, omdat de uitzonderlijk hoge inflatoire druk als gevolg van de hoge energiekosten zich over de hele economie verspreidde. De hoge voedselprijzen leverden ook een belangrijke bijdrage. Daarnaast deden de weliswaar afnemende effecten van de knelpunten in de toeleveringsketens en van de inhaalvraag die samenhing met de opheffing van de pandemiegerelateerde beperkingen, de prijzen nog steeds oplopen, en trok de loongroei aan. De beslissingen van de ECB volgden een op data gebaseerde benadering en berustten op de beoordeling van de inflatievooruitzichten op middellange termijn in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. In de loop van het jaar toonde de beschikbare informatie steeds meer aan dat de verkrapping van het monetair beleid krachtig doorwerkte in de economie. Bovendien wezen de binnenkomende inflatiecijfers erop dat het desinflatieproces, zoals vooral bleek uit de daling van de maatstaven van de onderliggende inflatie, vooruitgang bleef boeken. Uiteindelijk besloot de Raad van Bestuur tijdens zijn vergaderingen van oktober en december om de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten.

De balans van het Eurosysteem bleef krimpen, wat deel uitmaakt van de in 2022 begonnen normalisatie van het monetair beleid, ondanks de extra bijdrage van € 45 miljard van de balans van de Hrvatska narodna banka na de invoering van de euro door Kroatië op 1 januari 2023. De balans van het Eurosysteem beliep aan het einde van het jaar € 6,9 biljoen, een daling met meer dan € 1 biljoen in één jaar en met bijna € 2 biljoen vergeleken met de medio 2022 bereikte piek. Deze daling was voornamelijk het gevolg van het aflopen en de vervroegde aflossingen van de langlopende leningen die de banken hebben opgenomen in het kader van de derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations - TLTRO III) en werd ondersteund door het einde van zowel de volledige als de gedeeltelijke herinvesteringsfase van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme — APP), in de periodes die respectievelijk aanvingen in maart en juli. In december 2023 besloot de Raad van Bestuur de balans van het Eurosysteem sneller te normaliseren; de Raad nam zich voor om vanaf juli 2024 de herinvesteringen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) geleidelijk terug te schroeven. In 2023, na de aankondiging van december 2022, werkte het Eurosysteem aan de evaluatie van het operationele raamwerk voor de sturing van de korte rente, die werd afgerond in maart 2024.

Bovendien zette de ECB in 2023 de in 2022 begonnen geleidelijke opheffing voort van haar pandemiegerelateerde maatregelen ter versoepeling van de onderpandvereisten, en werd de kredietrating van Griekenland verhoogd tot een kredietwaardig niveau. Gedurende heel 2023 legde het Eurosysteem de nadruk op risicobeheer om een efficiënte beleidsvoering te garanderen, onder meer door de kredietbeoordelingsbronnen die het aanvaardt, te diversifiëren. Door de verhoging van de basisrentetarieven om de inflatie te verlagen, leed de ECB verliezen op de negatieve rentebaten, die deels werden gecompenseerd door eerder aangelegde financiële buffers. Het monetaire inkomen van de ECB zal in de toekomst naar verwachting weer stijgen, wat haar operationele doeltreffendheid zal ondersteunen.

2.1 Een restrictief monetair beleid nastreven om de inflatie terug te brengen tot de doelstelling van 2%

De inflatie bedroeg in januari nog steeds 8,6%, terwijl de economie veerkrachtig bleef ondanks toenemende uitdagingen

Begin 2023 stagneerde de economische groei in het eurogebied, na een sterke vertraging sinds medio 2022. De economie gaf echter blijk van veerkracht ten aanzien van de grote uitdagingen van de gematigde mondiale economische bedrijvigheid, de geopolitieke onzekerheid door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en de hoge inflatie samen met de krappere financieringsvoorwaarden. De totale inflatie daalde in januari als gevolg van de lagere energieprijzen maar bleef op een hoog peil van 8,6%, mede door de hoge voedselprijzen. Dit was deels toe te schrijven aan de ingrijpende invloed van de hoge energiekosten in de hele economie, die ook de voedselprijzen beïnvloedde, naast de aanhoudende, zij het afnemende pandemiegerelateerde factoren, zoals de verstoringen van de toeleveringsketen en de inhaalvraag. Ook de loongroei nam toe.

De Raad van Bestuur verhoogde de rentetarieven in februari en nam zich voor ze verder op te trekken

De Raad van Bestuur bevestigde dan ook opnieuw het voornemen om, gelet op de inflatievooruitzichten op middellange termijn, een restrictief monetair beleid te blijven voeren en verhoogde de drie basisrentetarieven van de ECB met 50 basispunten tijdens de vergadering van februari. De Raad zei tevens voornemens te zijn om de rente tijdens de vergadering van maart met nog eens 50 basispunten te verhogen, en zou op dat ogenblik de daaropvolgende monetairbeleidskoers evalueren. De Raad van Bestuur bleef vastberaden om de rentetarieven in een gestaag tempo te verhogen tot een peil dat restrictief genoeg is om de inflatie tijdig terug te schroeven tot de doelstelling van 2% op middellange termijn. Het handhaven van de rente op een restrictief peil zou de inflatie geleidelijk verminderen door de vraag te temperen en een eventuele aanhoudende opwaartse verschuiving in de inflatieverwachtingen te voorkomen.

Op zijn vergadering van februari legde de Raad van Bestuur ook de manier vast om de effecten die het Eurosysteem aanhoudt in het kader van het APP, te verminderen. Hiermee sloot de Raad aan bij de beslissing van december 2022 om de hoofdsommen van de op vervaldag gekomen effecten vanaf maart niet langer volledig te herinvesteren, zodat de APP-portefeuille maandelijks met gemiddeld € 15 miljard zou afnemen van maart tot juni 2023; het daaropvolgende verminderingstempo zou later worden bepaald. De herinvesteringen in bedrijfsobligaties zouden sterker verschuiven naar emittenten met betere klimaatprestaties. Terwijl de nadruk bleef liggen op de prijsstabiliteitsdoelstelling van de ECB, was deze strategie erop gericht om beter rekening te houden met de klimaatgerelateerde financiële risico’s voor de balans van het Eurosysteem en geleidelijk de aangehouden bedrijfsobligaties koolstofvrij te maken, in overeenstemming met de secundaire doelstelling van de ECB om het algemene economische beleid in de EU te ondersteunen; daartoe behoren inspanningen om de gevolgen van de klimaatverandering te temperen (zie Kader 8).

De turbulentie in de Amerikaanse banksector wakkerde de onzekerheid in Europa aan, wat de nood aan een op data gebaseerde benadering voor rentebeslissingen beklemtoonde

Tegen de achtergrond van de turbulentie in de banksector in de Verenigde Staten en Zwitserland, namen de spanningen op de financiële markten in maart toe en verhoogden ze de onzekerheid over de vooruitzichten voor de groei en de inflatie in het eurogebied. Daarnaast maakten de door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties van maart gewag van aanhoudend hoge inflatiecijfers, met name voor de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen, hoewel de inflatie de komende jaren naar verwachting zou afnemen. Omdat de inflatie nog te lang te hoog zou blijven, besloot de Raad van Bestuur de drie basisrentetarieven van de ECB met 50 basispunten te verhogen. Bovendien benadrukte de verhoogde onzekerheid het belang van een op data gebaseerde benadering voor de rentebeleidsbeslissingen van de Raad van Bestuur. De Raad lichtte daarom ook zijn ‘reactiefunctie’ toe en verklaarde dat zijn rentebesluiten zouden worden getoetst aan drie criteria: de inflatievooruitzichten in het licht van de binnenkomende economische en financiële gegevens, de dynamiek van de onderliggende inflatie en de kracht van de monetairbeleidstransmissie. De Raad van Bestuur bleef tevens de marktspanningen nauwlettend volgen en stond klaar om te reageren zoals nodig is om de prijsstabiliteit te vrijwaren en bij te dragen tot de financiële stabiliteit in het eurogebied. In de daaropvolgende maanden toonde de banksector van het eurogebied zich bestand tegen de van buiten het eurogebied komende spanningen.

Het werd steeds duidelijker dat het restrictief monetair beleid een aanzienlijke invloed had op de financieringsvoorwaarden in het eurogebied

Naarmate het jaar vorderde, bleek steeds duidelijker dat het restrictieve rentebeleid van de Raad van Bestuur een aanzienlijke invloed had op de economie. Eerdere renteverhogingen werkten krachtig door in de monetaire omstandigheden en de financieringsvoorwaarden in het eurogebied – de eerste fasen van het transmissiemechanisme – en hadden geleidelijk gevolgen voor de gehele economie, hoewel de vertragingen in en de kracht van de transmissie naar de reële economie onzeker bleven. In april bereikten de rentetarieven voor leningen aan bedrijven en hypothecaire leningen hun hoogste peil in meer dan een decennium. De daaruit voortvloeiende daling van de kredietvraag leidde, samen met de strakkere kredietverleningscriteria, tot een geleidelijk vertragende groei van de kredietverlening. De banken losten in juni ook het grootste bedrag af van hun leningen in het kader van TLTRO III, wat een sterke afname van de overliquiditeit veroorzaakte. Deze afname heeft de vlotte transmissie in de risicovrije rente op de geldmarkten van de wijzigingen in de beleidsrente niet belemmerd, hoewel het ecart tussen de kortetermijnrente voor de euro (€STR) en de rente op de depositofaciliteit van de ECB een asymmetrische reactie begon te vertonen. Het ecart verkleinde niet door de daling van de liquiditeit, terwijl het wel groter werd op het ogenblik dat de liquiditeit toenam (zie Kader 3).

De Raad van Bestuur trok de beleidsrente verder op omdat de onderliggende prijsdruk hoog bleef, ...

De totale inflatie liep aanzienlijk terug. Ze daalde van 8,5% in februari tot 6,1% in mei, nadat ze was uitgekomen op 6,9% in maart en 7,0% in april. Hoewel de inflatie naar verwachting verder zou dalen naar de doelstelling, voornamelijk door de gelijktijdige verkrapping van de financieringsvoorwaarden die de vraag steeds meer afremde, werd niettemin geoordeeld dat de prijsdruk nog te lang te hoog zou blijven. De Raad van Bestuur verkoos daarom de rente nog tweemaal achtereenvolgens te verhogen met 25 basispunten, respectievelijk in mei en in juni.

... stopte vanaf juli met herinvesteringen in het kader van het APP ...

Nadat het tempo van de herinvesteringen in maart was verlaagd, werd in juli een einde gemaakt aan de herinvesteringen in het kader van het APP. De herinvesteringen in het kader van het PEPP zouden nog tot ten minste eind 2024 worden voortgezet. Tegelijkertijd schraagden de ontwikkelingen sinds de vorige monetairbeleidsvergadering van de Raad van Bestuur diens verwachting dat de inflatie gedurende de rest van het jaar verder zou dalen maar nog geruime tijd boven de doelstelling zou blijven. Op basis daarvan bleef de Raad van Bestuur zijn koers volgen door de rentetarieven in juli met nog eens 25 basispunten te verhogen.

... en bracht de rentevergoeding voor minimumreserves terug tot 0%, wat de efficiëntie van het beleid verbeterde

In juli besloot de Raad van Bestuur tevens de rentevergoeding voor minimumreserves te verlagen van het niveau van de rente op de depositofaciliteit tot 0%. Dit besluit was erop gericht de doeltreffendheid van het monetair beleid te handhaven, door de zeggenschap over de monetairbeleidskoers te behouden en tegelijkertijd een volledige doorwerking van de rentebesluiten in de geldmarkten te garanderen. De Raad verhoogde ook de doelmatigheid van het beleid door de totale rentelasten op reserves te verminderen, terwijl de monetaire beperkingen in dezelfde mate werden gehandhaafd.

Omdat de inflatie in augustus vrijwel niet beter uitviel dan de 5,3% in juli, en de inflatievooruitzichten in de door medewerkers van de ECB samengestelde projecties van september opwaarts werden herzien voor 2023 en 2024, voornamelijk vanwege de sterker oplopende energieprijzen, verhoogde de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van september de basisrentetarieven van de ECB nogmaals met 25 basispunten. Dit bracht de cumulatieve stijging in 2023 op 200 basispunten en de rente op de depositofaciliteit op 4% (Grafiek 2.1).

Grafiek 2.1

Wijzigingen in de basisrentetarieven van de ECB

(in procentpunten)

Bron: ECB.

... en stelde hij dat het lang genoeg aanhouden van de huidige beleidsrente aanzienlijk zou bijdragen tot de tijdige terugkeer van de inflatie naar de doelstelling

De economie zou naar verwachting in de volgende maanden echter gematigd blijven, na een stagnatie in de eerste helft van het jaar. De toenemende invloed van de verkrappende maatregelen van de Raad van Bestuur op de binnenlandse vraag, in combinatie met de uitdagende internationale handelsomstandigheden, noopte de medewerkers van de ECB ertoe hun projecties voor de economische groei in september 2023 sterk te verlagen. Daarnaast begonnen de meeste indicatoren af te nemen, hoewel de onderliggende prijsdruk hoog bleef, en werd ook het verwachte beloop van de inflatie exclusief energie en voedingsmiddelen licht neerwaarts bijgesteld. Op basis van deze geactualiseerde beoordeling was de Raad van Bestuur ook van mening dat de basisrentetarieven van de ECB een peil hadden bereikt dat, als het lang genoeg werd aangehouden, een aanzienlijke bijdrage zou leveren tot de tijdige terugkeer van de inflatie naar haar doelstelling.

In oktober kwam er een einde aan de langste periode van opeenvolgende renteverhogingen in de geschiedenis van de euro

Na tien opeenvolgende renteverhogingen besloot de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van oktober om de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd te laten. Sinds de aanvang van de renteverhogingen in juli 2022 had de ECB de rente op de depositofaciliteit verhoogd van -0,50% tot 4% in september 2023. Hoewel voor de inflatie nog steeds een hardnekkig hoog peil werd verwacht door de robuuste binnenlandse prijsdruk, bleef deze in september aanzienlijk teruglopen, tot 4,3%. Deze daling ging gepaard met een afname van de maatstaven van de onderliggende inflatie. De toegenomen geopolitieke risico’s die vanaf oktober voortvloeiden uit het conflict in het Midden-Oosten, onderstreepten eveneens het belang van de op data gebaseerde benadering van de Raad van Bestuur bij het bepalen van de passende mate en de duur van het restrictieve peil van de belangrijkste rentetarieven van de ECB.

De inflatie daalde tot 2,4% in november

Naarmate het jaar ten einde liep, daalde de inflatie verder, tot 2,4% in november. Op zijn vergadering van december was de Raad van Bestuur echter van oordeel dat de inflatie op korte termijn wellicht opnieuw zou stijgen, als gevolg van basiseffecten. De onderliggende inflatie was verder afgenomen. De door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties wezen uit dat de geleidelijke afname van de inflatie zou hervatten in 2024. Terzelfder tijd bleek de binnenlandse prijsdruk hoog te blijven, voornamelijk wegens de sterke toename van de arbeidskosten per eenheid product.

De Raad van Bestuur hield de rentetarieven ongewijzigd en besloot de balans van het Eurosysteem sneller te normaliseren

Tegen die achtergrond besloot de Raad van Bestuur tijdens zijn vergadering van december om de basisrentetarieven ongewijzigd te laten.

In december besloot de Raad van Bestuur tevens de balans van het Eurosysteem sneller te normaliseren. De Raad nam zich voor om de hoofdsommen van de op vervaldag gekomen effecten die waren aangekocht in het kader van het PEPP, tot medio 2024 volledig te herinvesteren, alvorens de portefeuille met gemiddeld € 7,5 miljard per maand te verminderen tot het einde van het jaar en daarna de herinvesteringen te beëindigen.

2.2 Verloop van de balans van het Eurosysteem naarmate het monetair beleid verder verkrapt

De balans van het Eurosysteem kromp geleidelijk door het einde van de herinvesteringen in het kader van het APP en het vervallen van TLTRO III-transacties

In 2023 zette de balans van het Eurosysteem de geleidelijke afname voort die in 2022 was ingezet door de normalisering van het monetair beleid. De balans kromp verder omdat de volledige en gedeeltelijke herinvesteringen in het APP respectievelijk in februari en juni werden beëindigd. Het Eurosysteem bleef gedurende het hele jaar wel volledige herinvesteringen in het kader van het PEPP uitvoeren. Tegen eind 2023 was de balans geslonken tot € 6,9 biljoen, hoofdzakelijk door het vervallen van TLTRO III-transacties en door vervroegde aflossingen, alsook tot op zekere hoogte omdat de APP-portefeuille begon te slinken.

Eind 2023 bedroegen de met het monetair beleid verband houdende activa op de balans van het Eurosysteem € 5,1 biljoen, een daling met € 1,2 biljoen ten opzichte van eind 2022. De leningen aan kredietinstellingen van het eurogebied maakten 6% van de totale activa uit (tegen 17% eind 2022) en de voor monetairbeleidsdoeleinden aangekochte activa vertegenwoordigden 68% van de totale activa (tegen 62% eind 2022). De overige financiële activa op de balans waren hoofdzakelijk vreemde valuta’s, goud en niet-monetairbeleidsportefeuilles in euro.

Aan de passiefzijde liep het totale bedrag van de door de kredietinstellingen aangehouden reserves en het beroep op de depositofaciliteit terug van € 4,0 biljoen eind 2022 tot € 3,5 biljoen eind 2023; dat bedrag maakte 51% van de totale passiva uit, tegen 50% eind 2022. De bankbiljetten in omloop bleven vrijwel onveranderd op € 1,6 biljoen en vertegenwoordigden 23% van de totale passiva (tegen 20%).

In 2023, na de aankondiging van december 2022, werkte het Eurosysteem aan de evaluatie van het operationele raamwerk voor de sturing van de korte rente, die werd afgerond in maart 2024.

Grafiek 2.2

Verloop van de geconsolideerde balans van het Eurosysteem

(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: Positieve cijfers hebben betrekking op activa, negatieve op passiva. De lijn voor liquiditeitsoverschotten stelt een positieve waarde voor, hoewel die lijn verwijst naar de som van de volgende passiefposten: rekening-couranttegoeden boven op de reserveverplichtingen en beroep op de depositofaciliteit.

De invoering van de euro door Kroatië op 1 januari 2023 en de opname van de balans van de Hrvatska narodna banka in de geconsolideerde balans van het Eurosysteem verhoogden de totale activa en passiva op deze balans met € 45 miljard.

Verdeling van de APP- en de PEPP-portefeuille over activacategorieën en landen

Het afbouwen van de programma’s voor de aankoop van activa werd goed opgevangen door de markt

Het APP omvat vier programma’s voor de aankoop van activa: het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (covered bond purchase programme - CBPP3), het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme - ABSPP), het programma voor de aankoop van door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme - PSPP) en het programma voor de aankoop van door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme - CSPP). Het PEPP werd in 2020 ingevoerd als reactie op de pandemie. Alle voor het APP in aanmerking komende activacategorieën komen ook in het kader van het PEPP in aanmerking; voor de door Griekenland in het kader van het PEPP uitgegeven schuldbewijzen werd tijdelijk afgezien van de toelaatbaarheidsvereisten.[25]

In december 2021 bevestigde de Raad van Bestuur zijn voornemen om het monetair beleid geleidelijk te normaliseren, door minder snel effecten aan te kopen in het kader van het PEPP en, vervolgens, van het APP. De Raad kondigde de beëindiging van de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP aan en stelde in maart 2022 een verwachte einddatum vast voor de nettoaankopen in het kader van het APP. Het Eurosysteem stopte vanaf 1 april 2022 met de nettoaankopen in het kader van het PEPP en bleef de hoofdsommen van de in het kader van dat programma aangekochte effecten die hun vervaldag hebben bereikt, (volledig) herinvesteren. Het beëindigde de nettoaankopen in het kader van het APP vanaf 1 juli 2022 en begon enkel de hoofdsommen van de vervallende effecten (volledig) te herinvesteren. Vervolgens besloot de Raad de effecten die het Eurosysteem in het kader van het APP aanhoudt, in een gelijkmatig en voorspelbaar tempo te verminderen via een gedeeltelijke herinvestering, tussen maart en juni 2023, van de hoofdsommen op effecten die de vervaldatum hebben bereikt; daarbij zorgde de Raad ervoor dat het Eurosysteem gedurende die periode aanhoudend aanwezig bleef op de markt in het kader van het APP. Ten slotte bevestigde de Raad van Bestuur op 15 juni 2023 dat de herinvesteringen krachtens het APP vanaf juli 2023 zouden worden beëindigd. Voor het PEPP werden de volledige herinvesteringen tot eind 2022 en gedurende heel 2023 voortgezet. Op 14 december 2023 kondigde de Raad van Bestuur het voornemen aan om de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP gedurende de eerste helft van 2024 volledig te blijven herinvesteren en om de PEPP-portefeuille tijdens de tweede helft van 2024 met gemiddeld € 7,5 miljard per maand terug te schroeven, alvorens de herinvesteringen krachtens het PEPP aan het einde van dat jaar te beëindigen. De aankopen voor herinvesteringen verliepen nog steeds vlot en bleven in overeenstemming met de respectieve geldende marktvoorwaarden.

De omvang van de APP-portefeuille bleef stabiel gedurende de fase van volledige herinvesteringen, die liep van juli 2022 tot februari 2023. Tijdens de fase van gedeeltelijke herinvesteringen, van maart tot juni 2023, nam die omvang af met € 60 miljard, in een gemiddeld tempo van € 15 miljard per maand, vóór het begin van de volledige afbouw in juli 2023. Over het geheel genomen daalden de in het kader van het APP aangehouden effecten van € 3.254 biljoen (tegen geamortiseerde kostprijs) eind 2022 tot € 3.026 biljoen eind 2023. Het PSPP omvatte het grootste deel van die effecten, met € 2.403 biljoen of 79% van de totale APP-portefeuille aan het einde van het jaar. In het kader van het PSPP werden de aflossingen doorgaans geherinvesteerd in het land waarin de aflossingen van de hoofdsommen verschuldigd waren. Daarnaast kochten sommige nationale centrale banken door supranationale instellingen van de EU uitgegeven effecten. De gewogen gemiddelde looptijd van krachtens het PSPP aangehouden effecten kwam eind 2023 uit op 7,0 jaar, met enige variatie tussen de landen. Het ABSPP maakte aan het einde van het jaar minder dan 1% (€ 13 miljard) van de totale APP‑portefeuille uit; het CBPP3 vertegenwoordigde 9% van die portefeuille (€ 286 miljard) en het CSPP 11% (€ 324 miljard). De aankopen van bedrijfsobligaties en gedekte obligaties werden bepaald door benchmarks die de marktkapitalisatie van respectievelijk alle in aanmerking komende uitstaande bedrijfsobligaties en gedekte obligaties weergeven. Het Eurosysteem bleef zijn aankopen van bedrijfsobligaties verschuiven naar emittenten met betere klimaatprestaties en publiceerde zijn eerste klimaatgerelateerde financiële rapportage over de in het kader van het CSPP en het PEPP aangehouden bedrijfsobligaties, alsook over zijn niet-monetairbeleidsportefeuilles — zie Paragraaf 11.5. De aankopen van effecten in het kader van het APP werden gedurende de hele eerste helft van 2023 vlot uitgevoerd. De fase van gedeeltelijke herinvesteringen en de stopzetting van de aankopen werden door de financiële markten goed opgevangen en veroorzaakten geen belangrijke verstoringen.

Eind 2023 beliepen de in het kader van het PEPP aangehouden effecten € 1,7 biljoen (tegen geamortiseerde kostprijs). De aangehouden gedekte obligaties vertegenwoordigden minder dan 1% (€ 6 miljard) van het totaal, de door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen 3% (€ 46 miljard) en de door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen 97% (€ 1.614 miljard).[26] De gewogen gemiddelde looptijd van de krachtens het PEPP aangehouden overheidseffecten bedroeg 7,3 jaar aan het einde van 2023, met enige verschillen tussen de landen.

De aflossingen van effecten van de private sector in het kader van het APP en het PEPP beliepen € 80 miljard in 2023, terwijl de aflossingen van effecten van de overheidssector krachtens het PSPP en het PEPP uitkwamen op € 438 miljard. De herinvesteringen in het kader van het APP en het PEPP bedroegen € 36 miljard voor effecten van de private sector en € 271 miljard voor overheidseffecten. Gelet op de grote en ongelijk verdeelde aflossingen werden de herinvesteringen voor de overheidssector afgevlakt naar land en in de tijd, om een regelmatige en evenwichtige marktaanwezigheid te waarborgen, waarbij terdege rekening werd gehouden met overwegingen in verband met de marktprijsvorming en de werking van de markt. Dit afvlakkingsmechanisme leidde tot extra tijdelijke afwijkingen van de toerekening volgens de kapitaalverdeelsleutel van het Eurosysteem van de krachtens het PEPP aangehouden effecten, maar die afwijkingen werden grotendeels tenietgedaan door het einde van de afvlakkingsperiode, die overeenstemt met het kalenderjaar waarin de aflossingen plaatsvinden.

De via het PSPP, het CSPP, het CBPP3 en het PEPP aangekochte activa werden verder beschikbaar gesteld voor effectenleningen om de liquiditeit op de obligatie- en repomarkt te ondersteunen. In 2023 verbeterden de voorwaarden op de repomarkt aanzienlijk in vergelijking met het voorgaande jaar, wat tot uiting kwam in kleinere kredietverstrekkingsvolumes.

Ontwikkelingen voor de herfinancieringstransacties van het Eurosysteem

Het uitstaande bedrag van de herfinancieringstransacties van het Eurosysteem beliep eind 2023 € 410 miljard, dat is een daling met € 914 miljard ten opzichte van eind 2022. Die verandering weerspiegelt hoofdzakelijk de vrijwillige vervroegde aflossingen (€ 312,5 miljard) en het vervallen van transacties (€ 612,9 miljard) in de TLTRO III-reeks. De gewogen gemiddelde looptijd van de uitstaande herfinancieringstransacties van het Eurosysteem liep terug van ongeveer 10,5 maanden eind 2022 tot 5,2 maanden eind 2023.

De geleidelijke afschaffing van de pandemiegerelateerde maatregelen ter versoepeling van de onderpandsvereisten

In maart 2022 kondigde de ECB de geleidelijke afschaffing van de pandemiegerelateerde maatregelen ter versoepeling van de onderpandsvereisten aan. Die maatregelen waren een kernelement van de monetairbeleidsreactie van de ECB op de pandemie. Ze boden de tegenpartijen een vlottere toegang tot de krediettransacties van het Eurosysteem door het volume van het beleenbaar onderpand te verhogen. De maatregelen waren hoofdzakelijk toegespitst op de tijdelijke verlaging van de haircuts op de waardering van het onderpand voor alle activacategorieën met een vast percentage van 20% en op de tijdelijke verruimingen van de kaders voor aanvullende kredietvorderingen die sommige nationale centrale banken toepassen.

De geleidelijke afschaffing ving in juli 2022 aan. Tijdens een tweede stap, die van kracht werd op 29 juni 2023, werd de tijdelijke verlaging van de haircuts op de waardering van het onderpand voor verhandelbare en niet-verhandelbare activa volledig afgeschaft door de invoering van een nieuw haircutschema, wat de terugkeer inluidde naar het vóór de pandemie bij de ECB geldende risicotolerantieniveau voor krediettransacties.[27]

Een derde stap in de afschaffing van de pandemiegerelateerde maatregelen ter versoepeling van de onderpandsvereisten zal bestaan in een uitgebreide evaluatie van het kader voor aanvullende kredietvorderingen. Sommige nationale centrale banken beëindigden hun nationale kaders voor aanvullende kredietvorderingen volledig of gedeeltelijk in de loop van 2023 of eerder.[28] In november 2023 kondigde de ECB de stopzetting aan van het gebruik van kortlopende schuldinstrumenten als onderpand zoals bedoeld in het Richtsnoer inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende de beleenbaarheid van onderpand[29], alsook van enkele specifieke kenmerken van de regeling voor aanvullende kredietvorderingen. Daarnaast besloot de ECB om opnieuw de minimumwaarde van € 25.000 in te voeren voor binnenlandse kredietvorderingen die worden aanvaard als onderpand voor binnenlands gebruik en om de geldigheidsduur van de kaders voor aanvullende kredietvorderingen met hun resterende kenmerken te verlengen tot ten minste eind 2024. Deze besluiten moeten in de loop van 2024 worden uitgevoerd.

In september 2023 werd de relevante kredietrating van Griekenland opgetrokken van kredietkwaliteitscategorie 4 naar categorie 3 op de geharmoniseerde ratingschaal van het Eurosysteem (van BB+ naar BBB-), zodat alle door de centrale overheid van de Helleense Republiek uitgegeven schuldinstrumenten een kredietwaardig niveau bereiken.[30] De door de Griekse centrale overheid uitgegeven schuldinstrumenten, waarvoor voorheen een vrijstelling gold zoals bepaald in het Richtsnoer betreffende tijdelijke onderpandsmaatregelen, zijn derhalve vanaf september 2023 onderworpen aan de beleenbaarheidscriteria van het algemene onderpandskader.

De ontwikkelingen van de in aanmerking komende verhandelbare activa en het gemobiliseerde onderpand

Het nominale bedrag van de in aanmerking komende verhandelbare activa steeg in 2023 met € 1,2 biljoen, tot € 18,3 biljoen aan het einde van het jaar (Grafiek 2.3). Effecten van de centrale overheid bleven de grootste activacategorie (€ 9,9 biljoen). De overige activacategorieën omvatten bedrijfsobligaties (€ 1,9 biljoen), gedekte bankobligaties (€ 1,8 biljoen) en ongedekte bankobligaties (€ 2 biljoen). Effecten van de regionale overheid (€ 603 miljard), effecten op onderpand van activa (€ 600 miljard) en overige verhandelbare activa (€ 1,4 biljoen) vertegenwoordigden elk een relatief klein deel van het volume beleenbare activa.

Grafiek 2.3

Ontwikkelingen van het beleenbaar onderpand

(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: De waarden van de activa zijn nominale bedragen. In de grafiek worden gemiddelden van de maandultimogegevens voor elke periode weergegeven.

Tussen de aanpassing van de rente op TLTRO III-transacties in november 2022 en eind 2023 hebben de tegenpartijen 80% van hun uitstaande krediet afgelost, wat gepaard ging met een aanzienlijke inkrimping van het gemobiliseerde onderpand met meer dan € 900 miljard (Grafiek 2.4). Na de vervroegde aflossingen tussen november 2022 en januari 2023 zetten de tegenpartijen vooral minder overheidsobligaties in, die relatief hoge opportuniteitskosten met zich brengen en kunnen worden gebruikt bij de private financiering van repo’s. Daarnaast maakten ze in de loop van 2023 voor meer dan € 250 miljard aan gedekte obligaties en effecten op onderpand van activa vrij. Het vervallen van de TLTRO III-transactie in juni 2023 ging eveneens gepaard met een sterke daling van het gemobiliseerde onderpand (ongeveer € 300 miljard), die overeenstemde met 60% van het op die dag afgeloste nettokrediet. Twee derde van die afname van het gemobiliseerde onderpand was echter toe te schrijven aan de gedeeltelijke afschaffing van de pandemiegerelateerde maatregelen ter versoepeling van de onderpandsvereisten, met name de uitfasering van bepaalde pools van aanvullende kredietvorderingen in Frankrijk en het terugdraaien van de resterende verlaging met 10% van de haircuts.

Grafiek 2.4

Ontwikkelingen van het gemobiliseerd onderpand

(EUR miljard)

Bron: ECB.
Voor het onderpand worden de gemiddelden van de maandultimogegevens voor elke periode weergegeven; het gaat om waarden na waardering en haircuts. Voor het uitstaande krediet worden daggegevens gebruikt.

2.3 Het beheer van financiële risico’s van monetairbeleidsinstrumenten

Het Eurosysteem beheert voortdurend de financiële risico’s die gepaard gaan met de tenuitvoerlegging van zijn monetairbeleidstransacties. Zijn risicobeheerfunctie streeft risico-efficiëntie na, dat is het halen van monetairbeleidsdoelstellingen met zo weinig mogelijk risico’s.[31]

Door verschillen in rentegevoeligheid tussen activa en passiva ontstonden er verliezen

De ECB verhoogde in 2023 meermaals haar basisrentetarieven om de inflatie terug te schroeven tot de door de Raad van Bestuur vastgelegde doelstelling van 2% op middellange termijn. Hierdoor deed ze de kosten van de passiva op de balansen van de centrale banken van het Eurosysteem toenemen, terwijl de inkomsten uit hun APP- en PEPP-effectenportefeuilles en uit de TLTRO III-leningen laag bleven. Dit resulteerde in negatieve rentebaten, die deels kunnen worden gecompenseerd door de in voorgaande jaren opgebouwde financiële buffers. Bij een volledige benutting van deze buffers worden eventuele resterende verliezen opgenomen in de balans. Dergelijke verliezen kunnen echter worden gecompenseerd met toekomstige winsten en hebben geen invloed op het vermogen van de centrale banken van het Eurosysteem om doeltreffend te werken. Mettertijd zullen de verschillen in rentegevoeligheid tussen de activa en de passiva van het Eurosysteem naar verwachting afnemen, wat de winst- en verliesrekening van het Eurosysteem zal verbeteren.[32]

De belangrijkste veranderingen in het risicobeheersingskader van het Eurosysteem in 2023 waren een verdere diversificatie van zijn kredietbeoordelingsbronnen en een sterkere verschuiving van de aankopen van bedrijfsobligaties naar emittenten met betere klimaatprestaties.

Verdere diversificatie van de kredietbeoordelingsbronnen

In 2023 werden extra kredietbeoordelingsbronnen aanvaard binnen het kredietbeoordelingskader van het Eurosysteem (Eurosystem Credit Assessment Framework - ECAF). Het ECAF is een risicobeheersingskader dat het Eurosysteem gebruikt om het kredietrisico van de in monetairbeleidstransacties aangewende activa te temperen. Het bepaalt de procedures, regels en technieken die waarborgen dat voortdurend wordt voldaan aan de strenge kredietnormen van het Eurosysteem voor alle beleenbare activa. Dit omvat ook het beoordelen, aanvaarden en monitoren van verschillende soorten kredietbeoordelingsbronnen.

Het interne kredietbeoordelingssysteem van de Bank of Greece werd aanvaard als kredietbeoordelingsbron

In april 2023 besloot de Raad van Bestuur het interne kredietbeoordelingssysteem van de Griekse centrale bank (Bank of Greece) te aanvaarden als kredietbeoordelingsbron; dat systeem verschaft beoordelingen van Griekse juridische entiteiten in de niet-financiële sector. Die beoordelingen kunnen nu worden gehanteerd om te bepalen of kredietvorderingen op Griekse niet-financiële ondernemingen in aanmerking komen als onderpand voor krediettransacties van het Eurosysteem en om de haircuts op de waardering hiervan te bepalen. Het interne beoordelingssysteem van de Bank of Greece is een van de negen kredietbeoordelingssystemen van nationale centrale banken die momenteel door de Raad van Bestuur worden aanvaard.

Scope Ratings GmbH werd aanvaard als een nieuw extern ratingbureau

In november besloot de Raad van Bestuur Scope Ratings GmbH te aanvaarden als een externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI), na een grondige beoordeling door het Eurosysteem van de door het bedrijf gehanteerde applicatie die gebaseerd is op de acceptatiecriteria van het Eurosysteem voor EKBI’s. De beoordeling omvatte kwantitatieve en kwalitatieve criteria, alsook eventuele relevante feedback inzake toezicht van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority - ESMA). De ratings van Scope Ratings zullen samen met die van de reeds aanvaarde EKBI’s (DBRS Morningstar, Fitch Ratings, Moody’s en S & P Global Ratings) worden gebruikt om de beleenbaarheid van activa als onderpand voor monetairbeleidstransacties te bepalen, alsook de toe te passen haircuts op de waardering ervan, zodra de integratie van Scope Ratings in de IT-infrastructuur van het Eurosysteem is afgerond.

Het beheer van de risico’s op de aankoop van activa krachtens het APP en het PEPP

De financiële risico’s op de aankoop van activa werden verder beheerd op basis van specifieke risicobeheersingskaders voor elke activaklasse

In 2023 werd de herinvestering voor monetairbeleidsdoeleinden voortgezet van de hoofdsommen van krachtens het PEPP aangekochte effecten die hun vervaldag hebben bereikt, en tot eind juni 2023 ook die van de in het kader van het APP aangekochte effecten. De financiële risico’s van deze programma’s worden beheerd op basis van specifieke risicobeheersingskaders voor financiële risico's die rekening houden met de beleidsdoelstellingen van elk programma en met de kenmerken en risicoprofielen van de verschillende types van aangekochte activa. Het kader bestaat uit toelaatbaarheidscriteria, kredietrisicobeoordelingen en zorgvuldigheidsprocedures, waarderingskaders, benchmarks en limieten. Zij golden voor de nettoaankopen van activa en blijven van toepassing op de herinvestering van de hoofdsommen van aangehouden effecten die hun vervaldag bereiken, alsook op de aangehouden effecten zolang ze op de balans van het Eurosysteem zijn opgenomen. De belangrijkste elementen van deze kaders, zoals ze zijn samengevat in Paragraaf 2.3 van het Jaarverslag 2022 van de ECB, Tabel 2.1, zijn nog steeds van kracht. Voor bedrijfsobligaties verschoof het Eurosysteem de herinvesteringen van hoofdsommen van vervallende effecten sterker naar emittenten met betere klimaatprestaties, en dat vanaf het begin van de gedeeltelijke herinvestering in het kader van het APP in maart 2023.

Kader 3
De ontwikkeling van overliquiditeit en de invloed ervan op de ongedekte eurogeldmarktrente

In dit Kader worden de gevolgen van de inkrimping van de balans van het Eurosysteem op de eurogeldmarkt onderzocht. De afname van de overliquiditeit door de inkrimping van de balans heeft de doorwerking in de ongedekte geldmarktrente van wijzigingen in de basisrentetarieven van de ECB niet verstoord. In 2023 begon het ecart tussen de kortetermijnrente voor de euro (€STR) en de rente op de depositofaciliteit van de ECB echter een asymmetrische reactie te vertonen; deze laatste reageerde minder sterk op het weer afromen van de overliquiditeit dan op de eerdere liquiditeitsinjectie. Uit een voorlopige analyse blijkt dat het wellicht om een tijdelijk verschijnsel gaat.

De nieuwe verkrapping van het monetair beleid verminderde de liquiditeit

Aangezien de rente op de depositofaciliteit niet langer negatief was en als gevolg van de aanpassing van de voorwaarden voor TLTRO III, daalde de overliquiditeit van € 4,4 biljoen op 27 juli 2022 tot € 3,3 biljoen op 31 december 2023 (Grafiek A, paneel a). Deze daling met € 1,1 biljoen was hoofdzakelijk toe te schrijven aan de aflossing van een bedrag van € 1,7 biljoen, dat de banken in het kader van TLTRO III hadden geleend. Het vervallen van effecten die het Eurosysteem aanhoudt in het kader van het APP droeg ook bij tot die daling, waarbij de niet geherinvesteerde aflossingen € 0,3 biljoen absorbeerden. Omgekeerd voerde de ontwikkeling van de autonome factoren € 0,9 biljoen aan overliquiditeit weer aan het systeem toe, als gevolg van een afname van de niet-monetairbeleidsdeposito’s van institutionele cliënten bij het Eurosysteem. Deze afname vond geleidelijk plaats, na aanpassingen in de rentevergoeding op deze deposito’s.

De lagere liquiditeit heeft het ecart tussen de €STR en de rente op de depositofaciliteit niet verkleind

Uit historische gegevens blijkt dat een aanzienlijke daling van de overliquiditeit zou resulteren in een geringer ecart tussen de €STR en de rente op de depositofaciliteit. De recente vermindering van de overliquiditeit heeft echter niet geleid tot een inkrimping van dat ecart (Grafiek A, paneel b), dat toenam tot de tweede helft van 2022 en zich vervolgens stabiliseerde op ongeveer ‑10 basispunten vanaf november 2022. Deze afwijking van historische patronen doet de vraag rijzen of het om een tijdelijk verschijnsel of een structurele verschuiving gaat.

Grafiek A

Ontwikkeling van overliquiditeit

a) Overliquiditeit en componenten

b) Overliquiditeit en ecart tussen €STR en rente op de depositofaciliteit

(EUR biljoen)

(x-as: overliquiditeit in EUR biljoen; y-as: ecart in basispunten)

Bronnen: ECB (database voor markttransacties), Bloomberg en berekeningen van het Eurosysteem.
Toelichting: Paneel a): de periode met een negatieve rente op de depositofaciliteit eindigde op 26 juli 2022, waarna de rente op 27 juli steeg van -0,50% tot 0,00%. Paneel b): de in deze grafiek weergegeven periode met een negatieve rente op de depositofaciliteit duurde van 1 oktober 2019 tot 26 juli 2022. De rente op de depositofaciliteit was gelijk aan nul van 27 juli tot 13 september 2022. De rente op de depositofaciliteit werd positief op 14 september 2022, toen de rente werd verhoogd van 0,00% tot 0,75%.

Bepalende factoren

De effectieve desactivering van het tweeledige systeem voor de vergoeding van de door banken aangehouden overreserves in juli 2022 resulteerde in € 1 biljoen extra overliquiditeit die beschikbaar kwam voor de handel (Grafiek B, paneel a). Tijdens de periode met een negatieve rente en na de invoering van het tweeledige systeem in oktober 2019 was de daadwerkelijk voor de handel beschikbare overliquiditeit lager dan het totale cijfer voor de overliquiditeit, omdat een deel van de bij het Eurosysteem aangehouden overliquiditeit van een gunstige vergoeding profiteerde; het was namelijk vrijgesteld van een negatieve rente. Het einde van de negatieve beleidsrente in juli 2022 maakte dit voordeel ongedaan. Het vrijkomen van extra verhandelbare middelen versterkte, onder meer, de handel van de banken in ongedekte girale deposito’s.

Volgens de gegevensreeks uit de geldmarktstatistieken (money market statistical reporting — MMSR) stegen de ongedekte leningen van € 120 miljard gemiddeld per dag tijdens de periode met een negatieve rente op de depositofaciliteit in 2021 en 2022 tot € 210 miljard tegen eind 2023, waarbij de stijging gold voor alle tegenpartijsectoren (Grafiek B, paneel b). De terugkeer naar een positieve rente en het einde van het tweeledige systeem leidden dus tot een aanzienlijke toename van het aanbod in het niet door onderpand gedekte segment.

Tegen de achtergrond van het overaanbod verwierven de banken meer marktmacht bij de renteonderhandelingen met cliënten, zoals blijkt uit de ruimere spreiding van de rentetarieven in hun bijdragen aan de berekening van de €STR, waarbij de meesten de rente verlaagden. Hoewel de middelen verstrekkende beleggers de voorkeur gaven aan korte looptijden omdat ze verwachtten dat de ECB de rente zou verhogen, hadden de banken weinig interesse voor korte looptijden, die geen voordelen bieden voor de gereglementeerde liquiditeitscijfers, terwijl ze een dure manier zijn om de omvang van de totale balans te verhogen. De banken hebben daarom de neiging de depositohouders een premie op te leggen om het negatieve effect van dergelijke deposito’s op hun hefboomratio te compenseren. De premie resulteerde in een neerwaartse druk op de €STR, met name op de rapportagedatums aan het einde van een kwartaal of een jaar.

Grafiek B

Handelsactiviteit

a) Verhandelbare overliquiditeit en ecart €STR/rente op de depositofaciliteit

b) Ongedekte leningen naar tegenpartijsector

(links: overliquiditeit in EUR biljoen; rechts: ecart in basispunten)

(EUR miljard)

Bronnen: ECB (database voor markttransacties), Bloomberg en berekeningen van het Eurosysteem.
Toelichting: Paneel a): de periode met een negatieve rente op de depositofaciliteit eindigde op 26 juli 2022, waarna de rente op 27 juli steeg van -0,50% tot 0,00%. De term ‘vrijgestelde reserves’ verwijst naar het deel van de overliquiditeit dat is vrijgesteld van een negatieve vergoeding in het tweeledige systeem. Paneel b): de rente op de depositofaciliteit werd positief op 14 september 2022, toen de rente werd verhoogd van 0,00% tot 0,75%. De in de grafiek weergegeven omzet betreft alle kortlopende deposito’s tegen de €STR-rente, deposito’s van niet-financiële ondernemingen, daggeldrekeningen en enkele andere resterende leningen met looptijden tot en met één jaar. MMF’s: geldmarktfondsen; NFC’s: niet-financiële ondernemingen. De term ‘overige’ omvat beleggingsfondsen (ongerekend geldmarktfondsen), pensioenfondsen, verzekeringsfondsen en restsectoren.

Het niet gekrompen ecart kan een tijdelijk verschijnsel zijn

Tot slot zou het uitblijven van een inkrimping van het ecart tussen de €STR en de rente op de depositofaciliteit een tijdelijk verschijnsel kunnen zijn, aangezien de banken, in het licht van het overaanbod, marktmacht behouden om te onderhandelen over de prijs van kortlopende deposito’s teneinde de effecten op de reglementaire ratio’s op te vangen. Een afstemming van de €STR-rente op de rente op de depositofaciliteit kan zich nog steeds voordoen, aangezien de overliquiditeit verder zal afnemen, wat het machtsevenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van contant geld zou kunnen veranderen.

3 Europese financiële sector: veerkrachtig maar werkzaam in een omgeving met een kwetsbare financiële stabiliteit

De banken in het eurogebied bleken in 2023 veerkrachtig, met name met het oog op de problemen van banken in de Verenigde Staten en Zwitserland. Ze profiteerden van de vooruitgang die op verschillende fronten werd geboekt, samen met de voortzetting van de toezichtswerkzaamheden. De financiële stabiliteit bleef niettemin kwetsbaar omdat krappere financiële voorwaarden de reële economie en de financiële sector onder druk zetten. De nationale autoriteiten bleven macroprudentiële buffers invoeren of aanscherpen om de banksector te versterken. Bovendien werden de regelgevende kaders voor banken, alsook voor financiële infrastructuur en innovaties, verder verbeterd om het financiële stelsel op de lange termijn veerkrachtiger te maken.

3.1 De financiële stabiliteit in 2023

De financiële stabiliteit in het eurogebied bleef kwetsbaar

De financiële stabiliteit in het eurogebied bleef gedurende heel 2023 kwetsbaar, als gevolg van een reeks uitdagingen in verband met de hoge inflatie, krappere financiële voorwaarden, zwakkere groeivooruitzichten en nieuwe geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten die het effect van de aanhoudende oorlog van Rusland tegen Oekraïne versterkten. In maart 2023 veroorzaakten problemen bij banken in de Verenigde Staten en Zwitserland een krachtige financiële schok die uiteindelijk wel van korte duur was, dankzij doortastende beleidsmaatregelen waardoor de bezorgdheid over de financiële stabiliteit zich snel richtte op andere uitdagingen, zoals de gevolgen van hogere rentetarieven en neerwaartse risico’s voor de groei. Door de stijgende beleidsrentes van de ECB bleven de financieringskosten voor alle sectoren van de economie geleidelijk oplopen. Naast veerkrachtige arbeidsmarkten en opgebouwde spaartegoeden dempte de verlenging van de rentevaste perioden voor leningen die in voorgaande jaren werden verstrekt echter het hele jaar door de gevolgen van de hogere leenkosten voor kredietrisico's voor kredietnemers. Over het algemeen bleef de kwaliteit van de activa van de banken in het eurogebied robuust, maar begonnen de verliezen op bankleningen toe te nemen, weliswaar vanaf een laag uitgangsniveau, en bleef de niet-bancaire financiële bemiddeling (non-bank financial intermediation - NBFI) kampen met een verhoogd kredietrisico, dat verband hield met een groter aantal ratingverlagingen in hun obligatieportefeuilles.

Krappere financiële voorwaarden en hogere leenkosten voor huishoudens, bedrijven en overheden

Na de lage rentetarieven in voorgaande jaren en tegen de achtergrond van het transmissiebeschermingsinstrument van de ECB was er een brede stijging van de financieringskosten van overheden in het eurogebied in 2023, met een beperkte spreiding tussen de landen gedurende het jaar. Aangezien overheden echter vervallende schulden tegen hogere rentetarieven moeten herfinancieren, blijven hun financieringskosten gevoelig voor de ontwikkeling van hun budgettaire situatie, met name het risico van begrotingsontsporingen, wat de bezorgdheid over de houdbaarheid van de overheidsschuld opnieuw zou kunnen aanwakkeren. Tegelijkertijd kan elke ongerechtvaardigde en wanordelijke marktdynamiek voor overheidsschulden worden tegengegaan door flexibiliteit in de herinvesteringen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma van de ECB en door het transmissiebeschermingsinstrument van de ECB, indien aan de nodige voorwaarden wordt voldaan.

Vóór en tijdens de pandemie profiteerden ook de bedrijven van de lage rentetarieven en hun winsten bleven in 2023 goed op peil. Naarmate de effecten van het herstel wegebden, de kredietvoorwaarden verkrapten en de leenkosten stegen, namen de kwetsbaarheden van bedrijven toe. Hoewel het aantal bedrijfsfaillissementen in het algemeen nog steeds laag lag, begon het in de loop van het jaar toe te nemen. In het bijzonder de vastgoedbedrijven waren kwetsbaar door de aanhoudende neergang op de markt voor commercieel vastgoed in het eurogebied.

De huishoudens werden in 2023 geconfronteerd met een verslechtering van hun leenpositie als gevolg van de stijgende rentes en de aanhoudende correctie op de huizenmarkten. De sterke stijging van de leenkosten vanaf het begin van de verkrappingscyclus van het monetair beleid had duidelijk een negatieve invloed op de vraag naar hypotheken. Desondanks werkte een sterke arbeidsmarkt, samen met een beperkter woningaanbod, een ordelijke afkoeling op de woningmarkt in de hand. Niettemin duiden de nog steeds hoge waarderingen erop dat kwetsbaarheden zich kunnen voordoen als prijscorrecties wanordelijk zouden worden.

De financiële markten bleven kwetsbaar voor negatieve verrassingen

Afgezien van verschillende periodes van volatiliteit in 2023 leek de algemene prijsbepaling op de financiële markten gedurende het jaar te zijn gebaseerd op optimistische verwachtingen over de toekomstige macrofinanciële vooruitzichten, waardoor ze kwetsbaar werd geacht voor negatieve verrassingen. Hoewel de risicopremies op de markt voor bedrijfsobligaties nauw met historische patronen overeen leken te stemmen, waren ze aanzienlijk verkleind op de aandelenmarkt. Door de ongewoon bescheiden reactie van de aandelenkoersen op de stijgende rentetarieven werd verwacht dat de aandelen kwetsbaar zouden worden voor een abrupte herprijzing indien het negatieve effect van de economische vertraging op de winstgevendheid van bedrijven groter zou blijken dan door beleggers werd verwacht. Bovendien bleef het marktrisicosentiment zeer gevoelig voor verdere verrassingen met betrekking tot de vooruitzichten van inflatie, groei en, bij uitbreiding, het verloop van het monetair beleid.

De tier 1-kernkapitaalratio (Common Equity Tier 1 - CET1) van de banken in het eurogebied bedroeg in het derde kwartaal van 2023 15,6%. Dat benaderde het hoogste niveau sinds het begin van het Europese bankentoezicht en weerspiegelde de hogere winstgevendheid en de risicoafbouw in bankportefeuilles. Sterke kapitaal- en liquiditeitsbuffers hielpen het vertrouwen in het banksysteem van het eurogebied te behouden tijdens de spanningen die werden veroorzaakt door problemen bij banken in de Verenigde Staten en Zwitserland aan het begin van het jaar. Daarnaast nam het rendement op het eigen vermogen van de banken in het eurogebied verder toe tot 10,0%, het hoogste peil in meer dan tien jaar, onder invloed van ruimere nettorentemarges omdat de rendementen op activa sneller stegen dan de financieringskosten. Hoewel de bankwinsten van deze gunstige factoren profiteerden, liepen ze wellicht het risico op drie ongunstige factoren: (i) de combinatie van hogere inflatie, stijgende schuldaflossingskosten en een verslechterend macro-economisch klimaat, die negatieve gevolgen kon hebben voor de kwaliteit van de bankactiva, wat zich al begon af te tekenen met de eerste tekenen van stijgende wanbetalingsgraden en betalingsachterstanden; (ii) strengere kredietvoorwaarden, die de vraag naar leningen deden afnemen, en het aantal nieuwe leningen deed dalen naar het laagste peil sinds 2015; en (iii) de financieringskosten, die leken te gaan stijgen, aangezien de totale depositorente begon toe te nemen - met name voor termijndeposito's - en de marktfinancieringskosten hoger begonnen te worden. Ondanks die uitdagingen bevestigden de resultaten van de EU-brede stresstest van 2023 van de Europese Bankautoriteit (EBA) dat de banken naar verwachting bestand zullen blijven tegen ernstige negatieve schokken.

De NBFI-sector bleef kwetsbaar voor liquiditeits- en kredietrisico’s

De NBFI-sector bleef in 2023 relatief stabiel, met een aanhoudende instroom in overheids- en investeringswaardige (investment grade) bedrijfsobligatiefondsen. Dit droeg bij tot een grotere opname van door overheden en bedrijven uitgegeven schulden. Tegelijkertijd hebben NBFI-instellingen hun totale blootstelling aan kredietrisico's gedurende het jaar actief verminderd door de risico’s aanhoudend af te bouwen. Daarbij heroriënteerden ze hun beleggingsportefeuilles naar relatief veiliger activa. Ze bleven niettemin kwetsbaar voor kredietrisico's. Door de grote economische onzekerheid en krappere financiële voorwaarden liep de NBFI-sector mogelijk het risico op herwaarderingsverliezen als gevolg van ratingverlagingen in obligatieportefeuilles, alsook op wanbetalingen. De sector bleef ook onderhevig aan liquiditeitsrisico's, waarbij de liquiditeitsbuffers in aandelen- en obligatiefondsen laag bleven tegen de achtergrond van krappere financiële voorwaarden. Aangezien de liquiditeit in de segmenten van de NBFI-sector gematigd bleef, bestond over het geheel genomen het risico dat een plotselinge uitstroom van beleggingsfondsen, grote margeopvragingen of het vervallen van verzekeringsovereenkomsten zou leiden tot gedwongen verkopen van activa. Vastgoedbeleggingsfondsen waren nog steeds in het bijzonder onderhevig aan herwaarderingsverliezen en een uitstroom van beleggers, vooral door de uitdagingen in de zakelijk onroerendgoedsector. De instabiliteit in dat segment was met name zorgwekkend, door zijn belang voor de vastgoedsector en zijn potentieel om de risico’s voor die sector te vergroten.

De banken, fondsen en verzekeraars uit het eurogebied stonden ook in 2023 voor uitdagingen door de klimaatverandering. Ook cyberrisico’s dienden nauwlettend te worden gevolgd. De toenemende frequentie van grote natuurrampen als gevolg van de klimaatverandering en de toenemende omvang van de daarmee gepaard gaande verliezen dreven de verzekeringsprijzen ook op, terwijl er slechts beperkte verzekeringen tegen klimaatgerelateerde risico’s beschikbaar waren.[33] Dat onderstreepte het risico op een grotere weerslag van klimaatschokken die de winstgevendheidsproblemen voor schadeverzekeraars verergeren en de bestaande beschermingskloven (het percentage economische verliezen dat niet door de verzekering wordt gedekt) vergroten, met mogelijke negatieve gevolgen voor de macro-economische situatie en de financiële stabiliteit.

3.2 Macroprudentieel beleid: de veerkracht van de financiële sector in turbulente macrofinanciële omstandigheden waarborgen

De nationale autoriteiten bleven macroprudentiële buffers invoeren of verstrakken

De ECB heeft de opdracht om de macroprudentiële kapitaalmaatregelen te beoordelen die de nationale autoriteiten voorstellen voor banken in landen die deelnemen aan het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (Single Supervisory Mechanism - SSM). Belangrijk is dat ze indien nodig strengere kapitaalmaatregelen kan toepassen. Uit de nauwlettende monitoring van de nationale macroprudentiële beleidskoersen door de ECB in 2023 bleek dat dit niet nodig was, aangezien verscheidene landen al nieuwe macroprudentiële maatregelen hadden genomen of bestaande maatregelen hadden aangescherpt om de veerkracht van hun banksystemen tegen opgebouwde kwetsbaarheden en neerwaartse risico’s te versterken.

De veerkracht van het financiële stelsel in stand houden en gerichte macroprudentiële beleidsmaatregelen bevorderen

Macroprudentiële buffers moeten worden behouden om de veerkracht van de banken in stand te houden als de omstandigheden in de banksector zouden verslechteren

In 2023 verschoof de bezorgdheid over de financiële stabiliteit naar de bezorgdheid over de gevolgen van hogere rentetarieven en neerwaartse risico’s voor de groei. Vanuit macroprudentieel oogpunt zorgden krappere financiële voorwaarden voor een aanhoudende neergang van de financiële cyclus, maar systeemrisico’s werden geen werkelijkheid. Met name de kapitaalposities van de banken bleven sterk, hoewel de kapitaalruimte varieerde tussen banken en landen en de beperkingen aan het kredietaanbod geen verband hielden met de kapitaalvereisten van de banken. In de toekomst zouden hogere schuldaflossingskosten en een verslechterende macro-economische omgeving het schuldaflossingsvermogen van de niet-financiële sectoren kunnen aantasten en de kwaliteit van de activa van de banken geleidelijk kunnen schaden. In combinatie met lagere kredietverstrekkingsvolumes en stijgende financieringskosten kan dat negatieve gevolgen hebben voor de winstgevendheid en veerkracht van de banken.

Tegen deze achtergrond hebben de nationale autoriteiten in 2023 het macroprudentieel beleid verder verkrapt om de veerkracht van de banken te vergroten. Dat was mogelijk dankzij de winstgevendheid en de kapitaalruimte van de banken, die gemiddeld genomen hoog bleven, ondanks het uitdagende macrofinanciële klimaat. Sommige nationale autoriteiten hebben de contracyclische kapitaalbuffer geactiveerd om de kwetsbaarheden in verband met de opbouw van kredietrisico's aan te pakken en om meer macroprudentiële ruimte te creëren in de vorm van vrij te geven kapitaalbuffers. In 2023 hebben acht landen de contracyclische buffer ingevoerd of aangescherpt, waardoor het totale aantal landen dat een positief percentage van de contracyclische buffer had ingevoerd of aangekondigd tegen het einde van het jaar op 14 uitkwam. Daarnaast hadden in totaal 11 landen een brede of sectorale systeemrisicobuffer ingevoerd of aangekondigd[34], terwijl de O-SII-buffers van de banken in tien landen werden verhoogd, deels door de herziening van de ECB-methodologie voor de vaststelling van minimumwaarden.[35] Ten slotte handhaafden 15 landen maatregelen voor kredietnemers om te voorkomen dat banken buitensporige risico’s zouden nemen bij de kredietverlening aan huishoudens.

De ECB maakte in 2023 haar analyse en standpunten over macroprudentiële beleidsonderwerpen bekend. In de hoofdstukken over macroprudentieel beleid van de Financial Stability Review van mei en november benadrukte ze het belang van het handhaven van macroprudentiële buffers voor het geval dat de omstandigheden in de banksector zouden verslechteren.[36] Ook verklaarde ze waarom bestaande maatregelen voor kredietnemers van kracht moesten blijven en blijven fungeren als structurele vangnetten om ervoor te zorgen dat de kredietvoorwaarden niet verslechteren en dat kredietnemers veerkrachtig blijven. Bovendien wees ze erop dat een hoge winstgevendheid van de banksector sommige landen de gelegenheid zou kunnen bieden om aanvullende gerichte verhogingen van macroprudentiële buffers door te voeren, op voorwaarde dat procyclische effecten zouden worden vermeden. Tot slot heeft de ECB adviezen uitgebracht waarin ze uiteenzet waarom het opleggen van buitengewone belastingen aan kredietinstellingen in sommige landen negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de financiële stabiliteit.[37]

De ervaring met de pandemie leert dat de rol van vrij te geven macroprudentiële buffers moet worden versterkt

De ECB heeft een nummer van haar Macroprudential Bulletin gewijd aan de mogelijke invoering van een positief neutraal rentetarief voor de contracyclische buffer. Over het geheel genomen blijkt uit de ervaring met de pandemie dat de rol van vrij te geven macroprudentiële kapitaalbuffers moet worden versterkt met het oog op de doeltreffende opvang van negatieve systeemschokken die zich onafhankelijk van de positie van een land in de financiële of economische cyclus kunnen voordoen. Eind 2023 hadden zes landen al kaders ingevoerd of aangekondigd om een positieve neutrale rente vast te stellen.[38] Die kaders waren gebaseerd op verschillende benaderingen, wat tot uiteenlopende positieve neutrale rentetarieven leidde. Op de middellange termijn lijkt het wenselijk om vanuit een meer geharmoniseerde benadering positieve neutrale rentetarieven vast te stellen in alle landen van de bankenunie, aangezien de consistentie en effectieve beleidsvorming daardoor zou verbeteren en tegelijkertijd voldoende nationale flexibiliteit mogelijk zou zijn. Wat de NBFI-sector betreft, bleef de ECB aandringen op een uitgebreide reeks beleidsmaatregelen om de kwetsbaarheden in deze sector op holistische wijze aan te pakken. Die maatregelen moeten rekening houden met de bestaande kaders en in een sterke internationale coördinatie verankerd zijn.

Samenwerking met het Europees Comité voor systeemrisico's

Het ESRB bleef potentiële bronnen van systeemrisico's analyseren en publiceerde een aanbeveling over zakelijk onroerend goed

In 2023 bleef de ECB analytische, statistische, logistieke en administratieve ondersteuning bieden aan het secretariaat van het Europees Comité voor systeemrisico’s (European Systemic Risk Board - ESRB). De ECB was met name medevoorzitter van de Werkgroep Instrumenten (Instruments Working Group - IWG), de Werkgroep Analyse (Analysis Working Group - AWG) en de taskforce voor de stresstests, alsook het ECB/ESRB-projectteam voor klimaatrisicobeheer (Project Team on climate risk monitoring). Daarnaast was de ECB medevoorzitter van de agile teams die werden opgericht in het kader van de AWG/Groep Macroprudentiële Analyse (Macroprudential Analysis Group- MPAG) en de IWG/Groep Macroprudentieel Beleid (Macroprudential Policy Group - MPPG) voor de impact van hogere inflatie en stijgende rentes op de financiële stabiliteit, en het agile team van de AWG/het MPAG voor de systeemliquiditeit.

De ECB ondersteunde ook de werkzaamheden van het ESRB aan: (i) macroprudentiële instrumenten voor cyberweerbaarheid[39]; (ii) systeemimplicaties en beleidsopties in verband met cryptoactiva en gedecentraliseerde financiering[40]; (iii) het toezicht op kwetsbaarheden in verband met de NBFI[41]; (iv) beleidsopties om de risico’s in bedrijfsschulden en vastgoedbeleggingsfondsen aan te pakken[42]; (v) kwetsbaarheden in de zakelijk onroerendgoedsector, waarover het ESRB een aanbeveling heeft gepubliceerd[43] en (vi) macroprudentiële kaders voor het beheer van klimaatrisico’s.[44] Meer gedetailleerde informatie is beschikbaar op de website van het ESRB en in zijn jaarverslagen.

3.3 Microprudentiële activiteiten om de veiligheid en financiële gezondheid van individuele banken te waarborgen

De banken bleven veerkrachtig dankzij de in de afgelopen jaren geboekte vooruitgang en de voortdurende toezichtswerkzaamheden

Ondanks het uitdagende macro-economische klimaat bleven de Europese banken gedurende heel 2023 veerkrachtig, onder meer in de nasleep van de onrust in maart, die voortvloeide uit het faillissement van sommige regionale banken in de Verenigde Staten en in Europa uitmondde in de overname van Credit Suisse door UBS onder toezicht van de Zwitserse autoriteiten. In een specifieke gegevensverzameling door de ECB en de EBA (Engels) rapporteerden de banken € 73 miljard aan netto niet-gerealiseerde verliezen op schuldbewijzen tegen boekwaarde. Dat werd als een beperkt bedrag beschouwd in vergelijking met het cijfer dat in de Verenigde Staten werd gerapporteerd. De verbeterde activakwaliteit en winstgevendheid hebben de banken geholpen om de ernstige economische neergang in het ongunstige scenario van de stresstest van de ECB van 2023 te doorstaan. Die algemene veerkracht is toe te schrijven aan de inspanningen van de banken in de loop der jaren, hun gediversifieerde financiering en goede liquiditeitsomgeving en de voortdurende toezichtswerkzaamheden van de ECB, zoals de sinds 2021 verrichte werkzaamheden met betrekking tot het renterisico in het bankenboek. In de procedure voor prudentiële toetsing en evaluatie (Supervisory Review and Evaluation Process — SREP) van 2023 (Engels) bleef de totale SREP-score grotendeels ongewijzigd. De Pijler 2-vereisten voor tier 1-kernkapitaal (CET1) werden vastgesteld op gemiddeld 1,2%, tegen 1,1% in 2022.

Ondanks de SREP-resultaten en hoewel de Europese banken in 2023 recordwinsten noteerden, ziet de ECB geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid. De geleidelijk toenemende doorwerking van haar beleidsrentetarieven in de rente op bankdeposito’s en de bredere stijging van de financieringskosten van banken, alsook een verslechtering van de activakwaliteit in de vastgoedsector en andere rentegevoelige sectoren, zouden de houdbaarheid van hoge winsten in gevaar kunnen brengen. De toezichtswerkzaamheden van de ECB blijven gericht op hardnekkige zwakke punten in risicobeheer, governance en interne controles, en op opkomende risico’s.

Het toezicht werd meer risicogebaseerd en effectiever

In de loop van 2023 werd ECB-Bankentoezicht meer risicogebaseerd en effectiever. Op basis van haar interne werkzaamheden en de aanbevelingen van de deskundigengroep (Engels) voerde de ECB een nieuw risicotolerantiekader in. Dat stelt toezichthouders in staat hun activiteiten af te stemmen op de individuele situatie van de onder hun toezicht staande bank en aan de hand daarvan ook prioriteiten te stellen, in plaats van een uniforme benadering toe te passen. Volgens dezelfde logica voerde ze een nieuw meerjarig beoordelingskader voor het SREP in dat de toezichthouders in staat stelt de intensiteit en frequentie van hun analyses beter af te stellen. De ECB is ook begonnen met de ontwikkeling van tijdigere en krachtigere escalatieprocessen die gebruikmaken van alle toezichtsinstrumenten, waaronder dwangsommen, bijvoorbeeld in verband met klimaat- en milieurisico’s.[45]

In 2023 sanctioneerde de ECB drie banken.[46]

In december 2023 publiceerde de ECB de toezichtsprioriteiten voor 2024-2026, die gericht zijn op (i) het versterken van de weerbaarheid tegen onmiddellijke macrofinanciële en geopolitieke schokken, (ii) het bespoedigen van een doeltreffende aanpak van tekortkomingen op het gebied van governance en het beheer van klimaat- en milieurisico’s en (iii) het bevorderen van vooruitgang inzake de digitale transformatie en het opstellen van robuuste kaders voor operationele weerbaarheid.

Als onderdeel van haar voortdurende inspanningen om de transparantie te vergroten, publiceerde de ECB in 2023 (i) haar vierstappenbenadering om de Pijler 2-vereiste te bepalen op basis van specifieke risicofactoren, (ii) de SREP-methodiek voor kredietrisico (Engels) en de SREP-methodiek voor marktrisico (Engels) voor toepassing in de cyclus van 2024, en (iii) de Gids inzake procedures voor gekwalificeerde deelnemingen; en in januari 2024 publiceerde ze een bijgewerkte versie van de Toezichtshandleiding, die voor het laatst in 2018 was gepubliceerd.

In april 2023 verwelkomde de ECB, samen met de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, een reeks wetswijzigingen (Engels) in het Europese kader voor crisisbeheersing en depositoverzekering dat door de Europese Commissie was voorgesteld.

In oktober 2023 werd Claudia Buch benoemd tot nieuwe Voorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB, in overeenstemming met de vastgestelde institutionele selectieprocedure.

Meer gedetailleerde informatie is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht en in het ECB-jaarverslag van 2023 over haar toezichtswerkzaamheden.

3.4 De bijdrage van de ECB aan EU- en internationale beleidsinitiatieven

In de verbetering van het regelgevend kader werden verschillende mijlpalen bereikt

In 2023 werd verdere vooruitgang geboekt in de verbetering van het regelgevend kader voor de financiële sector. De belangrijkste verwezenlijkingen waren (i) het akkoord over de uitvoering door de EU van de definitieve Bazel III-hervormingen, (ii) de initiatieven om klimaatrisico’s aan te pakken, en (iii) het voorstel om het EU-kader voor crisisbeheersing en depositoverzekering te versterken. Er werd ook een belangrijke stap gezet om cryptoactiva te reguleren en de regulering van marktinfrastructuur te verbeteren, bijvoorbeeld met betrekking tot centrale clearing.

Het regelgevend kader voor banken versterken

De werkzaamheden op het gebied van bancaire regelgeving waren gericht op de uitvoering van Bazel III, crisisbeheersing en de EU-agenda voor duurzame financiering

In 2023 bleef de ECB steun verlenen aan de onderhandelingen over het EU-bankenpakket, dat bestaat uit een reeks wijzigingen van de Verordening kapitaalvereisten (Capital Requirements Regulation - CRR)[47] en de Richtlijn kapitaalvereisten (Capital Requirements Directive - CRD)[48] met het oog op de uitvoering van de definitieve Bazel III-hervormingen in de EU. In december hebben de voorbereidende organen van het Europees Parlement en de EU-Raad het EU-bankenpakket bekrachtigd. De definitieve CRR- en CRD-teksten worden naar verwachting eind april 2024 goedgekeurd, na de afronding van de wettelijke herziening. De hervormingen zijn bedoeld om de veerkracht van het EU-bankstelsel verder te versterken, vooral via een verhoging van het kapitaal dat nodig is om krediet-, operationele en marktrisico’s te dekken. Ze zullen ook het toezichtinstrumentarium versterken, onder meer voor de aanpak van klimaat- en andere duurzaamheidsrisico’s.[49] Bovendien heeft de ECB bijgedragen aan de EU-agenda voor duurzame financiering, met name door adviezen te publiceren over een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en een verordening inzake op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG-factoren) gebaseerde ratingactiviteiten.[50]

De besprekingen over de voltooiing van de bankenunie waren gericht op de verbetering van het EU-kader voor crisisbeheersing en depositoverzekering. Op 18 april 2023 publiceerde de Europese Commissie een wetsvoorstel (Engels) om de crisisbeheersing van banken in de EU te versterken en met name om autoriteiten betere mogelijkheden te bieden om het faillissement van kleinere en middelgrote banken af te handelen. De ECB verwelkomde het wetgevingspakket ten zeerste in een advies[51] en benadrukte dat betere instrumenten en financieringsopties voor crisisbeheersing nodig zijn. Naast het voorgestelde wetgevingspakket riep de ECB op tot verdere stappen om de bankenunie te voltooien. In het bijzonder vereist dat de oprichting van een Europees depositogarantiestelsel en van een Europees kader voor liquiditeit bij afwikkeling.

Een reguleringskader voor cryptoactiva en de bestrijding van het witwassen van geld voltooien

Er werd belangrijke vooruitgang geboekt bij het reguleren van cryptoactiva en het verbeteren van het raamwerk tegen het witwassen van geld

De ECB bleef in 2023 de voltooiing en invoering van een reguleringskader voor cryptoactiva ondersteunen, zowel op Europees als op internationaal niveau. Na de inwerkingtreding in de EU van de Verordening betreffende cryptoactivamarkten[52] in juni leverde de ECB input over een aantal technische normen voor de uitvoering van de verordening, gecoördineerd door de Europese Bankautoriteit (Engels) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (Engels). Op internationaal niveau droeg ze bij aan de vooruitgang die werd geboekt in internationale fora zoals de Raad voor Financiële Stabiliteit (Financial Stability Board - FSB), het Bazels Comité voor Bankentoezicht (Basel Committee on Banking Supervision - BCBS) en het Comité voor Betalingsverkeer en Marktinfrastructuren (Committee on Payments and Market Infrastructures - CPMI). Meer in het bijzonder heeft de FSB haar Global Regulatory Framework for Crypto-asset Activities (Engels) afgerond. Dat bevat aanbevelingen op hoog niveau voor de regulering van activiteiten en markten in cryptoactiva en voor wereldwijde stablecoinregelingen. Die aanbevelingen werden opgenomen in de bredere roadmap van de G20 over cryptoactiva (Engels), die in oktober werd goedgekeurd en ook input van de ECB had gekregen. Daarnaast ondersteunde de ECB het werk van het BCBS om aspecten van zijn standaard voor de blootstelling van banken aan cryptoactiva (Engels) aan te scherpen en te verduidelijken. De aanpassingen verscherpen in het bijzonder de criteria voor stablecoins om een voorkeursbehandeling in de regelgeving te krijgen.

De ECB bleef ook actief bijdragen aan de voltooiing van het door de Europese Commissie voorgestelde wetgevingspakket (Engels) inzake de bestrijding van witwassen en de terrorismefinanciering (AML/CFT), onder meer door een antiwitwasautoriteit op EU-niveau op te richten. Zoals uiteengezet in haar adviezen[53] steunde de ECB een nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen AML/CFT-toezichthouders en het Europese bankentoezicht, en meer in het algemeen een doeltreffend EU-stelsel om misbruik van het financiële stelsel van de EU voor witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

De vooruitgang richting de kapitaalmarktenunie ondersteunen en het regelgevend kader voor de NBFI versterken

Aanhoudende inspanningen om de kapitaalmarktenunie en de regulering van de NBFI-sector te bevorderen

Het wetgevingswerk met betrekking tot initiatieven om de integratie van de kapitaalmarkten van de EU te verdiepen, werd in 2023 voortgezet als onderdeel van het actieplan van de Europese Commissie voor de kapitaalmarktenunie van 2020 (Engels). In de loop van het jaar heeft de ECB in diverse publicaties en toespraken bijgedragen aan het openbare beleidsdebat over de toekomst van de kapitaalmarktenunie.[54] Daarnaast publiceerde de president van de ECB, samen met de voorzitters van de Eurogroep, de Europese Investeringsbank, de Europese Raad en de Europese Commissie een blogartikel over het belang van de kapitaalmarktenunie om Europa’s spaargeld om te zetten in groei. De ECB nam ook actief deel aan de besprekingen van de Eurogroep (Engels) over de toekomst van de Europese kapitaal- en financiële markten en droeg bij aan het wetgevingsproces met betrekking tot de herziening van de Verordening Europese marktinfrastructuur.[55]

De ECB beklemtoonde bovendien opnieuw hoe belangrijk het is de structurele kwetsbaarheden in de NBFI-sector aan te pakken en het relevante beleidskader vanuit macroprudentieel oogpunt te verbeteren. In haar Financial Stability Review en Macroprudential Bulletin werden recente stressperiodes in de NBFI-sector onder de loep genomen en werden op basis daarvan de beleidsimplicaties voor de liquiditeitsparaatheid en hefboomwerking in deze sector besproken.[56] De ECB was ook betrokken bij de beoordeling door de FSB van de implicaties van hefboomfinanciering voor de financiële stabiliteit binnen de NBFI en droeg actief bij aan de lopende beleidswerkzaamheden om de veerkracht van de NBFI te verbeteren.[57] Wat open-end-fondsen betreft, droeg de ECB bij aan de herziening van de beleidsaanbevelingen van de FSB om structurele liquiditeitsmismatches in dergelijke fondsen aan te pakken.[58]

4 Soepel functioneren van marktinfrastructuur en betalingsverkeer

Het Eurosysteem speelt een centrale rol bij de ontwikkeling en het functioneren van marktinfrastructuren en betalingsverkeer, en bij het toezicht daarop. In 2023 heeft het Eurosysteem zijn groothandelsbetalingssysteem met succes herzien en de TARGET-diensten verder ontwikkeld. Met het oog op een verdere verbetering van de integratie en innovatie in het Europese betalingsverkeer en de Europeses effectenmarkten heeft het Eurosysteem zijn strategie voor retailbetalingen geactualiseerd en is een begin gemaakt met het analyseren van de mogelijke gevolgen van opkomende technologieën op de afwikkeling van financiële groothandelstransacties. Tijdens de verkenningswerkzaamheden naar een mogelijke digitale euro sloot het Eurosysteem de onderzoeksfase af om over te gaan naar de voorbereidingsfase.

4.1 TARGET-diensten

Het Eurosysteem introduceerde met succes zijn nieuwe T2 groothandelsbetalingssysteem

Op 20 maart 2023 heeft het Eurosysteem met succes zijn nieuwe T2 groothandelsbetalingssysteem geïntroduceerd, dat het TARGET2-systeem dat sinds november 2007 in gebruik is, vervangt. Het T2-systeem introduceert een real-time bruto-vereveningssysteem (real-time gross settlement – RTGS), een centrale liquiditeitsbeheerfunctie die het liquiditeitsbeheer van alle TARGET-diensten optimaliseert, met een reeks gemeenschappelijke componenten die worden gedeeld door alle TARGET-diensten, en verruimde openingstijden. De migratie vond plaats tussen 17 en 20 maart 2023, waarbij alle banken op maandag 20 maart 2023 met een “big bang” overgingen op verevening in het nieuwe systeem. Het nieuwe systeem voldoet aan de internationale norm voor berichtenuitwisseling van financiële instellingen (ISO 20022) en levert een aanzienlijke efficiëntiewinst op. Bovendien stelt het nieuwe T2-systeem marktdeelnemers in staat het liquiditeitsbeheer van centralebankgeld voor hun transacties in euro in het groothandels- en retailbetalingsverkeer en de afwikkeling van hun effectentransacties te stroomlijnen.

Circa 1.000 banken gebruiken T2 om transacties in euro voor eigen rekening of voor die van hun klanten te initiëren. Als bijkantoren en dochterondernemingen worden meegeteld, zijn ruim 40.000 banken in de hele wereld bereikbaar via T2. In 2023 verwerkten T2 en zijn voorganger TARGET2 gemiddeld 409.444 betalingen per dag, met een gemiddeld dagvolume van € 2,2 biljoen. In vergelijking met betalingen via TARGET2 in 2022 is het aantal betalingen per dag met 2,9% toegenomen.

Vanaf 1 januari 2023, na de toetreding van Kroatië tot het eurogebied, migreerde de Kroatische financiële gemeenschap van zijn nationale RTGS-systeem naar TARGET2/T2. De onboarding van de Kroatische markt naar TARGET-diensten werd in juni voortgezet met de migratie naar de dienst TARGET Instant Payment Settlement (TIPS) en in september, toen de Kroatische centrale effectenbewaarinstelling (CSD) toetrad tot TARGET2-Securities (T2S).

De onboarding van de Kroatische CSD vond plaats als onderdeel van een golf waarin vijf CSD’s zich met succes aansloten bij het T2S-platform, waaronder Euroclear Bank, een van de grootste CSD’s ter wereld, het systeem voor effectenafwikkeling van de Bulgaarse centrale bank en de centrale effectenbewaarinstelling AD, de andere CSD die actief is in Bulgarije, Središnje klirinško depozitarno društvo d.d. (SKDD) in Kroatië en Euroclear Finland. Het T2S-platform verbindt inmiddels 24 centrale effectenbewaarinstellingen (central securities depositories – CSD’s) van 23 Europese markten, waardoor afwikkeling van effectentransacties in euro en Deense kroon nu mogelijk is. Vanuit operationeel, zakelijk en strategisch perspectief was deze migratiegolf een belangrijke ontwikkeling voor T2S en het Eurosysteem. Met name de succesvolle opname van een CSD die rekeningen van eindbeleggers aanhoudt (Euroclear Finland), bevestigt nogmaals dat marktinfrastructuren van het Eurosysteem alle EU-markten en rechtsgebieden kunnen ondersteunen. Vanuit zakelijk oogpunt brengt de migratie van Euroclear Bank daarnaast ook eurobond instrumenten rechtstreeks in T2S en, vanaf 2024, in het Eurosystem Collateral Management System (ECMS). In 2023 verwerkte T2S gemiddeld 699.868 transacties per dag, met een gemiddeld dagvolume van € 790,3 miljard.

TIPS bleef een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van instant payments in euro, en in 2023 hebben nog meer banken en nationale gemeenschappen zich hierbij aangesloten. De groei van het aantal deelnemers aan TIPS leidde tot een stijging van het transactievolume met meer dan 127% ten opzichte van 2022, waarbij in december 2023 een piek van 28 miljoen instant payments werd verwerkt (vergeleken met 18,7 miljoen in december 2022). Het testen van de aansluiting van Sveriges Riksbank en de Zweedse kroon op TIPS voor instant payments in 2024 is met succes afgerond. De samenwerking tussen het Eurosysteem en Danmarks Nationalbank om de Deense kroon in 2025 aan te sluiten op TIPS (en T2) is soepel voortgezet.

In juli 2023 publiceerde het Eurosysteem een nieuwe tariefstructuur voor TIPS, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Dit nieuwe tariefstructuur zorgt ervoor dat de dienst op basis van kostendekking functioneert, zonder winst te maken. Tegelijkertijd is de prijsstelling voor TIPS bedoeld om de verdere invoering van instant payments in Europa te ondersteunen, die naar verwachting ook zal versnellen, gezien het wetgevingsvoorstel (Engels) van de Europese Commissie om instant payments in euro beschikbaar te stellen voor alle burgers en bedrijven met een bankrekening in de EU en in de landen van de Europese Economische Ruimte.

Naast de drie vereveningsdiensten (T2, T2S en TIPS) is het Eurosysteem bezig met de ontwikkeling van een nieuwe TARGET-dienst, het Eurosystem Collateral Management System (ECMS). Dit is een uniform systeem om de activa te beheren die als onderpand gebruikt worden bij de krediettransacties van het Eurosysteem voor alle rechtsgebieden van het eurogebied. De start van het ECMS is verschoven van april 2024 naar november 2024, om gebruikers meer tijd te geven om de functionaliteiten van het ECMS in een stabiele omgeving te testen.

4.2 Het digitale-europroject

De ECB is gestart met de voorbereidingsfase van het digitale-europroject

De twee jaar durende onderzoeksfase van het digitale-europroject is in oktober 2023 afgerond. De inventarisatie van het tijdens de onderzoeksfase verrichte werk vormde de basis voor het besluit van de Raad van Bestuur van de ECB om de voorbereidingsfase te starten. De start van deze nieuwe fase houdt nog geen beslissing tot uitgifte van een digitale euro in. Dat besluit kan pas door de Raad van Bestuur worden overwogen nadat het wetgevingskader voor de digitale euro (Engels) op EU-niveau is vastgesteld.

Tijdens de onderzoeksfase bereikte het Eurosysteem overeenstemming over het ontwerp en de technische vereisten voor een digitale euro (Engels). De werkzaamheden werden ondersteund door prototype-testactiviteiten om het voorgestelde ontwerp vanuit technisch oogpunt te valideren en door onderzoek met focusgroepen om zo input[59] te verkrijgen over de voorkeuren en verwachtingen van potentiële gebruikers. Dankzij nauwe en transparante contacten met marktdeelnemers, andere EU-instellingen en beleidsmakers konden alle belanghebbenden feedback geven over de mogelijke ontwerp- en distributieopties. Uit marktonderzoek naar technische aspecten kwam naar voren dat er een voldoende grote groep Europese aanbieders is die oplossingen voor een digitale euro kan ontwikkelen en dat er een verscheidenheid aan architectonische en technologische ontwerpopties beschikbaar is.

Het eerste gedeelte van de voorbereidingsfase, die op 1 november 2023 van start ging, zal twee jaar in beslag nemen en de basis leggen voor de mogelijke uitgifte van een digitale euro. Gedurende deze periode zal de nadruk komen te liggen op het afronden van het rulebook voor de digitale euro en het selecteren van aanbieders die mogelijk een platform en infrastructuur voor een digitale euro zouden kunnen ontwikkelen. Het Eurosysteem zal ook verdere testen en experimenten uitvoeren en overleg blijven voeren met alle belanghebbenden – waaronder het publiek – om ervoor te zorgen dat een digitale euro aan de hoogste kwaliteits-, beveiligings-, privacy- en bruikbaarheidseisen voldoet.

Over mogelijke volgende stappen zal door de Raad van Bestuur een besluit worden genomen op basis van de resultaten van het eerste gedeelte van de voorbereidingsfase en de ontwikkelingen in het wetgevingsproces.

4.3 Innovatie en integratie in marktinfrastructuur en betalingen

Het Eurosysteem heeft zijn strategie voor retailbetalingen geactualiseerd

In november 2023 publiceerde het Eurosysteem een geactualiseerde strategie voor retailbetalingen met het oog op de significante veranderingen in het betalingslandschap in de vier jaar sinds de introductie ervan. Met name bigtech heeft de activiteiten op het gebied van betalingen opgevoerd, wat mogelijk een negatieve uitwerking kan hebben op de strategische autonomie van Europa op dit gebied. Daarnaast onderstreepte de oorlog van Rusland tegen Oekraïne de relevantie van (cyber)risico’s voor kritieke infrastructuren in Europa, inclusief risico’s voor betaaldiensten. Bovendien is aanzienlijke vooruitgang geboekt met het digitale-europroject.

De doelstellingen van de geactualiseerde strategie blijven ongewijzigd, namelijk het ontwikkelen van pan-Europese oplossingen voor betalingen op het punt van interactie (d.w.z. bij fysieke verkooppunten en in de mobiele en e-commerceruimte) en het verder versterken van de Single Euro Payments Area (SEPA), voornamelijk door de volledige invoering van instant payments. De strategie omvat tevens een nieuwe doelstelling om de schokbestendigheid van retailbetalingen te vergroten, onder meer door alternatieve betalingsoplossingen beschikbaar te stellen als terugvalopties. Tot slot wordt ook gewezen op de complementariteit tussen de strategie voor retailbetalingen van het Eurosysteem en het digitale-europroject, met name wat betreft de verschillende manieren waarop een digitale euro kan bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie. Zo zou een digitale euro op zichzelf al een pan-Europese betaaloplossing bieden, en tegelijkertijd kunnen bijdragen aan oplossingen voor retailbetalingen in de particuliere sector om een pan-Europees bereik te realiseren.

Er is vooruitgang geboekt met de financiële integratie op het gebied van ‘post trade’-diensten

In overeenstemming met zijn doelstelling om de integratie van de Europese financiële markten op het gebied van post-trade te bevorderen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de kapitaalmarktenunie, is de Advisory Group on Market Infrastructures for Securities and Collateral (AMI-SeCo) van het Eurosysteem blijven rapporteren over de vooruitgang die door de AMI-SeCo-markten (de Europese Economische Ruimte en het Verenigd Koninkrijk en Zwitserse markten) is geboekt met betrekking tot de naleving van de normen in het kader van de T2S-harmonisatieagenda, het Single Collateral Management Rulebook for Europe (SCoRE) (dat ook nodig is voor interactie met het ECMS), en de bedrijfsnormen (waaronder de normen voor de identificatie van aandeelhouders). Het algehele nalevingspercentage van de T2S-harmonisatienormen bleef rond 90%. De vijf nieuwe CSD’s die in september 2023 tot T2S zijn toegetreden leven de T2S-harmonisatienormen in hoge mate na, blijkt uit hun beoordeling. Uit het Verslag over naleving van bedrijfsnormen van 2023 bleek dat ook op dit gebied vooruitgang is geboekt. In het verslag van de SCoREBoard voor de tweede helft van 2023 merkte de AMI-SeCo op dat er enkele vertragingen waren bij de naleving van de toepasselijke SCoRE-normen door belanghebbenden. Gezien de verschuiving van de go-live van het ECMS van het Eurosysteem naar november 2024, stemde de AMI-SeCo ermee in de termijn voor naleving van de SCoRE-normen eveneens te verschuiven.

Om de resterende belemmeringen voor de post-trade marktintegratie van effecten in de EU in kaart te brengen, heeft de AMI-SeCo in november 2023 een enquête gehouden onder haar leden en de leden van de Nationale Stakeholdergroepen. De AMI-SeCo heeft ook input geleverd aan de Europese Commissie en de Europese Raad over de post-trade aspecten van het voorstel van de Commissie voor efficiëntere procedures voor grensoverschrijdende bronbelasting (Engels) en deelde ze haar standpunt over de mogelijke verkorting van de standaard T+2-effectenafwikkelingscyclus met de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (European Securities and Markets Authority – ESMA).

Tot slot is het Eurosysteem begonnen met het analyseren van de mogelijke gevolgen van opkomende technologieën, waaronder distributed ledger-technologie (DLT), op de afwikkeling van financiële groothandelstransacties (zie Kader 4).

4.4 Oversight en de rol van de centrale bank van uitgifte

Uitgebreide beoordeling van TARGET-diensten is van start gegaan

De veilige en efficiënte werking van financiële marktinfrastructuren (FMI’s) en het betalingsverkeer in het eurogebied vormen een permanente prioriteit voor het Eurosysteem in zijn hoedanigheid van toezichthouder. Daarnaast is het Eurosysteem, als centrale bank van uitgifte voor de euro, betrokken bij samenwerkingsregelingen voor FMI’s buiten het eurogebied met betekenisvolle in euro luidende activiteiten.

Wat betreft het toezicht op de TARGET-diensten van het Eurosysteem (zie Paragraaf 4.1), hadden het bewaken van het T2-T2S-consolidatieproject voorafgaand aan de start ervan in maart 2023 en de onboarding van nieuwe markten hoge prioriteit. Daarnaast hebben in oktober 2023 alomvattende beoordelingen van T2/TIPS plaatsgevonden aan de hand van de Verordening met betrekking tot de oversightvereisten voor systeemrelevante betalingssystemen (SIPS) en van T2S aan de hand van de CPMI-IOSCO-beginselen.

Het Eurosysteem houdt ook toezicht op andere SIPS, waaronder EURO1, STEP2-T en het MasterCard Clearing Management System (MCM’s). In 2023 lag de focus op de afronding van de eerste alomvattende beoordeling van MCM’s in het licht van de SIPS-verordening, de start van nieuwe alomvattende beoordelingen van EURO1 en STEP2-T in het licht van de SIPS-verordening, de beoordeling van MCM’s aan de hand van de verwachtingen inzake cyberbestendigheid (Engels) voor financiële marktinfrastructuren (CROE) en het monitoren van de EURO1-migratie naar de ISO 20022-norm.

Met betrekking tot betaalinstrumenten, betalingssystemen en betalingsregelingen bereikte het Eurosysteem in 2023 een belangrijke mijlpaal in het vaststellen van de betalingsregelingen die moeten worden gecontroleerd krachtens het kader van het Eurosysteem (Engels) voor het toezicht op het elektronisch betalingsverkeer, betalingssystemen en -regelingen (PISA-kader). Naast de onboarding van nieuwe entiteiten die onder het PISA-kader vallen, heeft het Eurosysteem de eerste groep pan-Europese systemen uitgebreid beoordeeld en zijn werkzaamheden met betrekking tot het monitoren van kaartfraude voortgezet.

Als centrale bank van uitgifte voor de euro bleef het Eurosysteem betrokken bij coöperatieve toezichtregelingen en regelingen voor het beheersen van incidenten voor FMI’s met materiële in euro luidende activiteiten. Wat de centrale tegenpartijen (central counterparties — CCP’s) betreft, heeft het Eurosysteem bijgedragen aan de beoordeling van wijzigingen in het risicobeheer, voorstellen voor de uitbreiding van diensten, herstelplannen en afwikkelingsplannen. Met betrekking tot de afwikkeling van effectentransacties heeft het Eurosysteem bijgedragen aan de reguliere beoordeling van CSD's uit hoofde van de Verordening betreffende centrale effectenbewaarinstellingen (CSDR) en ging het verder met het treffen van de voorbereidingen voor de toekomstige vergunningverlening aan entiteiten die op DLT gebaseerde marktinfrastructuren exploiteren op grond van Verordening (EU) 2022/858 (verordening DLT Pilot Regime).

Op het gebied van cyberweerbaarheid werd de evaluatie van de strategie van het Eurosysteem inzake cyberweerbaarheid voor FMI’s afgerond, waarbij details over verbeteringen en herzieningen begin 2024 zullen worden aangekondigd. Daarnaast heeft het ESCB zijn periodieke enquête met betrekking tot cyberweerbaarheid (Cyber Resilience Survey) gehouden onder 80 FMI’s in de EU en heeft het een aanzet gegeven tot een follow-up met de respectievelijke toezichthouders en entiteiten waarop toezicht werd gehouden.

De ECB steunde verschillende toezichtgerelateerde mondiale werkstromen (bijvoorbeeld met betrekking tot marginingpraktijken van CCP’s, FMI-waarborgen voor financiële risico’s die geen verband houden met wanbetaling door deelnemers en stablecoin-regelingen), en de EU-brede stresstest voor toezicht voor CCP’s (Engels), gecoördineerd door de ESMA. De ECB publiceerde ook een overzicht van de initiële marginmodellen van CCP’s in de EU, hield voortdurend toezicht op de impact van de toegenomen marktvolatiliteit op CCP’s en hun leden en organiseerde, samen met de Deutsche Bundesbank en de Federal Reserve Bank van Chicago, de gezamenlijke conferentie van 2023 (Engels) over CCP-risicobeheer om het gesprek tussen de sector, de regelgevende organen en de academische wereld te faciliteren.

Het Eurosysteem draagt regelmatig bij aan de ontwikkeling van nieuwe EU-regelgeving voor FMI's en betalingen. Met name in 2023 leverde het Eurosysteem input voor het ECB-Advies inzake de herziening van de Verordening Europese Marktinfrastructuur. De ECB heeft ook actief bijgedragen aan de voorbereiding van secundaire wetgeving voor de Wet Digitale Operationele Weerbaarheid, met name op het gebied van dreigingsgestuurde penetratietests die worden ontwikkeld in overeenstemming met het Europese raamwerk voor Threat Intelligence-Based Ethical Red-teaming (TIBER-EU).

Kader 4
Nieuwe technologieën voor de afwikkeling van groothandelstransacties in centralebankgeld

Het Eurosysteem analyseert de mogelijke gevolgen van opkomende technologieën, waaronder distributed ledger-technologie (DLT), op de afwikkeling van financiële groothandelstransacties. Deze werkzaamheden maken deel uit van de inspanningen van het Eurosysteem om ervoor te zorgen dat de centrale banken gelijke tred houden met en bijdragen aan digitale innovatie op het gebied van betalingen en afwikkelingen van effectentransacties.

De financiële sector is in toenemende mate geïnteresseerd in mogelijke toepassingen van DLT, ook voor transacties die momenteel in centralebankgeld worden afgewikkeld. Als de financiële sector in aanzienlijke mate gebruik gaat maken van DLT, moeten centrale banken wellicht actie ondernemen om de goede werking van het betalingsverkeer en de rol van het centralebankgeld als monetair anker ter ondersteuning van de stabiliteit, integratie en efficiëntie van het Europese financiële stelsel te waarborgen.

Het Eurosysteem heeft vier conceptuele oplossingen gevonden die de afwikkeling van groothandelstransacties in centralebankgeld mogelijk maken, waarbij bijvoorbeeld het effectendeel van de transactie wordt afgewikkeld met behulp van DLT-infrastructuur (figuur A).

Figuur A

Conceptuele oplossingen voor de afwikkeling van groothandelstransacties in centralebankgeld die op DLT-platforms worden geregistreerd

Bron: Zie Neuhaus, H. en Plooij, M., “Central bank money settlement of wholesale transactions in the face of technological innovation”, Economisch Bulletin, Nummer 8, ECB, 2023.
Toelichting: De blauwe lijnen, stippen en icoontjes vertegenwoordigen centralebankgeld (central bank money — CeBM). De paarse lijnen, stippen en icoontjes vertegenwoordigen effecten.

Het Eurosysteem is voornemens om verkennende werkzaamheden met betrekking tot DLT uit te voeren in de vorm van proefprojecten met afwikkelingen in echt centralebankgeld en experimenten met nepafwikkelingen in een testomgeving. Deze proefprojecten en experimenten zullen worden uitgevoerd met behulp van drie Eurosysteem-oplossingen die vastlegging van afwikkeling van financiële groothandelstransacties in centralebankgeld op DLT-platforms mogelijk maken: de Trigger Solution van de Deutsche Bundesbank, de TIPS Hash-Link-oplossing van de Banca d’Italia (beide voorbeelden van conceptuele oplossing 1) en de Full-DLT Interoperability-oplossing van de Banque de France (conceptuele oplossing 2). Marktpartijen zijn uitgenodigd om hun belangstelling kenbaar te maken voor deelname aan proefprojecten en experimenten die gepland staan tussen mei en november 2024. Tegelijkertijd zullen de twee andere conceptuele oplossingen binnen het Eurosysteem verder worden geanalyseerd.

Om de verkennende werkzaamheden van het Eurosysteem te ondersteunen is een speciale DLT-marktcontactgroep opgericht. Deze groep levert input van deskundigen en houdt het Eurosysteem op de hoogte van de vooruitgang in het gebruik van DLT en andere nieuwe technologieën in de financiële groothandelsmarkten.

5 Markttransactie-activiteiten en aan andere instellingen verstrekte financiële diensten

Het Eurosysteem heeft in augustus 2023 een nieuw kader voor de verstrekking van euroliquiditeitsovereenkomsten aan centrale banken buiten het eurogebied goedgekeurd en onderhield verschillende liquiditeitsovereenkomsten met centrale banken buiten het eurogebied om zo een achtervang voor marktgebaseerde financiering te bieden. De ECB bleef op regelmatige basis transacties in Amerikaanse dollars aanbieden aan tegenpartijen van het eurogebied. Er waren geen ECB-interventies op de valutamarkt. De ECB bleef namens de EU verantwoordelijk voor het beheer van verschillende financiële transacties en bleef een coördinerende rol spelen met betrekking tot de dienstverlening van het Eurosysteem op het gebied van reservebeheer.

5.1 Markttransactie-ontwikkelingen

Liquiditeitsovereenkomsten voor euro’s en andere valuta's

De swap- en repolijnen van het Eurosysteem zijn monetairbeleidsinstrumenten. Ze helpen voorkomen dat spanningen op de internationale financieringsmarkten de effectiviteit van de monetairbeleidstransmissie in het eurogebied belemmeren. Tabel 5.1 geeft een overzicht van de liquiditeitsovereenkomsten per 31 december 2023.

In 2023 bleef de ECB wekelijks liquiditeit in Amerikaanse dollars verschaffen, met een looptijd van zeven dagen, in overleg met het Federal Reserve System, de Bank of Canada, de Bank of England, de Bank of Japan en de Zwitserse centrale bank (het swaplijnnetwerk). Van 20 maart tot en met 30 april 2023 werd de frequentie van de zevendaagse dollarverschaffende transacties op gecoördineerde wijze met de centrale banken van het swaplijnnetwerk verhoogd naar dagelijks. De hogere frequentie was bedoeld om de effectiviteit te vergroten en versterkte de rol van achtervang van de transactie in een periode van verhoogde druk op de financieringsvoorwaarden in Amerikaanse dollar. Leningen door tegenpartijen in het eurogebied bleven het hele jaar beperkt.

Tabel 5.1

Overzicht van ECB-liquiditeitsovereenkomsten

Centrale bank buiten het eurogebied

Type overeenkomst

Wederkerig

Maximaal te lenen bedrag (in EUR miljoen)

Danmarks Nationalbank

Swaplijn

nee

24.000

Sveriges Riksbank

Swaplijn

nee

10.000

Bank of Canada

Swaplijn

Ja

Onbeperkt

People’s Bank of China

Swaplijn

Ja

45.000

Bank of Japan

Swaplijn

Ja

Onbeperkt

Swiss National Bank

Swaplijn

Ja

Onbeperkt

Bank of England

Swaplijn

Ja

Onbeperkt

Federal Reserve System

Swaplijn

Ja

Onbeperkt

Narodowy Bank Polski

Swaplijn

nee

10.000

Magyar Nemzeti Bank

Repolijn

nee

4.000

Banca Naţională a României

Repolijn

nee

4.500

Bank of Albania

Repolijn

nee

400

Andorran Financial Authority

Repolijn

nee

35

National Bank of the Republic of North Macedonia

Repolijn

nee

400

Central Bank of the Republic of San Marino

Repolijn

nee

100

Bron: ECB.
Toelichting: Lijst van liquiditeitsovereenkomsten van centrale banken die het Eurosysteem onderhoudt (per 31 december 2023). Repolijnen die in het kader van het Eurosysteem voor centrale banken (EUREP) zijn opgezet met centrale banken van buiten het eurogebied en waarvoor de ECB haar tegenpartijen niet heeft bekendgemaakt, zijn niet opgenomen in deze tabel. In lijn met haar nieuwe kader heeft de ECB sinds 16 januari 2024 alle liquiditeitsovereenkomsten openbaar gemaakt.

Op 3 augustus 2023 heeft de Raad van Bestuur een nieuw kader voor de verstrekking van liquiditeitsovereenkomsten in euro’s aan centrale banken van buiten het eurogebied goedgekeurd, na een diepgaande evaluatie van het vorige kader en op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren. Het nieuwe kader is op 16 januari 2024 in werking getreden en handhaaft de rol van liquiditeitsovereenkomsten als monetairbeleidsinstrumenten. Het behoudt de fundamentele elementen van het tot dusver geldende kader maar stroomlijnt deze, en het neemt bestaande repofaciliteiten op in een gemeenschappelijk permanent kader genaamd EUREP. Swaplijnen zijn beschikbaar voor landen met de hoogste kredietwaardigheid of systeemrelevantie vanuit het perspectief van het eurogebied. De toegang tot een liquiditeitsovereenkomst in euro’s kan in normale tijden afwijken van perioden van acute, breedgedragen onrust op de financiële markten, wanneer het gerechtvaardigd zou kunnen zijn om voorzorgslijnen op te zetten met een bredere reeks landen. De Raad van Bestuur zal verzoeken voor liquiditeitsovereenkomsten per geval blijven beoordelen.

Verslaglegging over valuta-interventies

In 2023 heeft de ECB niet op de valutamarkten geïntervenieerd. Sinds de invoering van de euro heeft de ECB tweemaal geïntervenieerd op de valutamarkt, in 2000 en 2011. Gegevens over valuta-interventies worden op kwartaalbasis met een vertraging van één kwartaal gepubliceerd op de website van de ECB en in het Statistical Data Warehouse. De informatie die in de kwartaalstaten wordt gepubliceerd, is ook in samengevatte vorm opgenomen in Tabel 5.2. Als zich in een bepaald kwartaal geen valuta-interventie heeft voorgedaan, wordt dit expliciet vermeld.

Tabel 5.2

Valuta-interventies door de ECB

Periode

Datum

Soort interventie

Valutapaar

Aangekochte valuta

Brutobedrag (in EUR miljoen)

Nettobedrag (in EUR miljoen)

2000-III

22 september 2000

Gecoördineerd

EUR/USD

EUR

1.640

1.640

22 september 2000

Gecoördineerd

EUR/JPY

EUR

1.500

1.500

2000-IV

3 november 2000

Eenzijdig

EUR/USD

EUR

2.890

2.890

3 november 2000

Eenzijdig

EUR/JPY

EUR

680

680

6 november 2000

Eenzijdig

EUR/USD

EUR

1.000

1.000

9 november 2000

Eenzijdig

EUR/USD

EUR

1.700

1.700

9 november 2000

Eenzijdig

EUR/JPY

EUR

800

800

2011-I

18 maart 2011

Gecoördineerd

EUR/JPY

EUR

700

700

2021-I tot 2021-IV

-

-

-

-

-

-

2022-I tot 2021-IV

-

-

-

-

-

-

2023-I tot 2021-IV

-

-

-

-

-

-

Bron: ECB.

Het verslagleggingskader omvat de eenzijdig door de ECB uitgevoerde en in coördinatie met andere internationale autoriteiten uitgevoerde valuta-interventies, en interventies tegen limietkoersen in het kader van het wisselkoersmechanisme (exchange rate mechanism – ERM II).

5.2 Beheer van krediettransacties van de EU

De ECB verwerkte betalingen voor verschillende leningenprogramma’s van de EU

De ECB beheert de rekeningen en de verwerking van betalingen met betrekking tot de krediettransacties (zowel opgenomen als verstrekte kredieten) van de EU in het kader van de faciliteit voor financiële bijstand op de middellange termijn (medium-term financial assistance facility – MTFA)[60], het Europees Financieel Stabilisatiemechanisme (EFSM)[61], het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een Noodtoestand (SURE)[62], het Next Generation EU-programma (NGEU)[63] en het Programma voor macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (MFA+)[64]. De ECB is ook verantwoordelijk voor het beheer van bepaalde betalingen die voortvloeien uit transacties in het kader van de European Financial Stability Facility (EFSF)[65] en het European Stability Mechanism (ESM)[66] en voor het verwerken van alle betalingen in het kader van de kredietfaciliteitovereenkomst voor Griekenland[67]. In 2023 voltooide de ECB haar voorbereidingen om uitbetalingsinstantiediensten te verrichten voor de Europese Commissie, waarmee de huidige diensten van de ECB als betalingsinstantie zijn uitgebreid.

Op 31 december 2023 stond er uit hoofde van de MTFA-faciliteit een nominaal totaalbedrag van € 200 miljoen uit, € 42,8 miljard uit hoofde van het EFSM, € 98,4 miljard uit hoofde van SURE en € 39,54 miljard uit hoofde van de leningsovereenkomst voor Griekenland. Tot slot verwerkte de ECB in 2023 uitbetalingen en daarmee verband houdende rentebetalingen van NGEU-leningen en -subsidies aan en van verschillende lidstaten en MFA+-leningen aan Oekraïne.

5.3 Diensten van het Eurosysteem inzake reservebeheer

Een aantal nationale centrale banken van het Eurosysteem verleende diensten uit hoofde van het ERMS.

In 2023 is wederom een veelomvattende reeks financiële diensten aangeboden uit hoofde van het in 2005 ingevoerde kader voor het beheer van in euro luidende reserveactiva (Eurosystem Reserve Management Services - EMRS) toebehorend aan cliënten. Een aantal nationale centrale banken van het Eurosysteem stelt onder geharmoniseerde voorwaarden en volgens marktstandaarden investeringsdiensten beschikbaar aan centrale banken, monetaire autoriteiten en overheidsinstanties buiten het eurogebied, alsook aan internationale organisaties. De ECB vervult een algemene coördinerende rol, ziet toe op het soepel functioneren van de diensten, bevordert verbeteringen aan het ERMS-kader en verzorgt de verslaglegging voor de besluitvormende organen van de ECB.

Eind 2023 bedroeg het aantal gerapporteerde rekeningen van cliënten in het ERMS 273, tegen 270 eind 2022. De totale geaggregeerde aanhoudingen (met inbegrip van liquiditeiten en aangehouden effecten) die binnen het ERMS-kader werden beheerd zijn in 2023 met ongeveer 20% gedaald ten opzichte van 2022.

6 Contant geld blijft het meest gebruikte betaalmiddel onder de Europese burgers, met weinig valsemunterij

De hoeveelheid eurobankbiljetten in omloop werd beïnvloed door de verhogingen van de basisrentetarieven van de ECB, waardoor de hoeveelheid liquide middelen die werd aangehouden als oppotmiddel afnam. Een duidelijke meerderheid van de Europese burgers vindt het belangrijk om de mogelijkheid te hebben om met contant geld te kunnen betalen. Om die reden streeft de ECB naar goede toegang tot en acceptatie van contant geld in het eurogebied.

Het Eurosysteem zet zich ook in voor de duurzaamheid en milieuvriendelijkheid van contant geld en heeft de ecologische voetafdruk van bankbiljetten als betaalmiddel beoordeeld. De ontwikkeling van een nieuwe serie eurobankbiljetten biedt de gelegenheid om de eurobankbiljetten nog herkenbaarder te maken voor iedereen in Europa. Het publiek wordt daarom gedurende het hele ontwerpproces geraadpleegd.

6.1 Omloop van eurobankbiljetten en waarborging van de toegang tot en acceptatie van contant geld

Het aantal eurobankbiljetten in omloop werd beïnvloed door rentestijgingen

Eind 2023 waren er 29,8 miljard eurobankbiljetten in omloop met een totale waarde van € 1,57 biljoen. De verhogingen van de basisrentetarieven van de ECB sinds juli 2022 bleven een temperend effect hebben de hoeveelheid contant geld aangehouden als oppotmiddel, omdat bankbiljetten geen rente opleveren. Het jaar 2023 werd dan ook gekenmerkt door zeer lage groeicijfers op jaarbasis van respectievelijk 1,2% en -0,3% met betrekking tot het aantal en de waarde van de bankbiljetten.

Grafiek 6.1

Aantal en waarde van eurobankbiljetten in omloop

(links: EUR miljard; rechts: miljard)

Bron: ECB.

Om de kwaliteit van en het vertrouwen in de eurobankbiljetten in omloop te behouden, hebben de nationale centrale banken van het Eurosysteem 25,3 miljard eurobankbiljetten verwerkt en 3,3 miljard versleten bankbiljetten vervangen door nieuwe biljetten.

De waarde van het aantal euromunten in omloop groeide jaarlijks met 3,2% en kwam eind 2023 uit op € 33,5 miljard, wat overeenkomt met 148,2 miljard euromunten.

In 2022 heeft de ECB onderzoek gedaan naar de houding van consumenten in het eurogebied ten opzichte van betaalmiddelen, waaruit bleek dat 60% van de burgers het belangrijk vindt om de mogelijkheid te hebben om met contant geld te kunnen betalen. Om goede toegang tot en acceptatie van contant geld te waarborgen, heeft de Europese Commissie op 28 juni 2023 een voorstel aangenomen voor een verordening betreffende de status van eurobankbiljetten en -munten als wettig betaalmiddel (Engels). In haar Advies betreffende het Commissievoorstel sprak de ECB haar grote steun uit voor het vaststellen van duidelijke regels voor de verplichte aanvaarding van eurocontanten en regels voor weigering van contant geld door detailhandelaren, bijvoorbeeld in het geval van borden met ‘geen contant geld’ bij de ingang van de winkel. Goede toegankelijkheid tot en acceptatie van contant geld zijn de belangrijkste componenten van de contantgeldstrategie 2030 van het Eurosysteem om te waarborgen dat contant geld een alom beschikbaar, betrouwbaar en concurrerend betaalmiddel en oppotmiddel blijft.

6.2 Onderzoek naar de ecologische voetafdruk van eurobankbiljetten

In de Ecologische Voetafdruk van Producten (Product Environmental Footprint) wordt uitgegaan van de volledige levenscyclus van bankbiljetten, van grondstoffen tot productie

De ECB heeft een onderzoek naar de ecologische voetafdruk van bankbiljetten volgens de PEF-methodologie (Product Environmental Footprint) uitgevoerd om de ecologische voetafdruk van iemands jaarlijkse contante betalingen met behulp van eurobankbiljetten te beoordelen om ervoor te zorgen dat contant geld zo duurzaam en milieuvriendelijk mogelijk blijft.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de voetafdruk van iemand die een jaar lang met eurobankbiljetten betaalt, overeenkomt met een autorit van acht kilometer, of slechts 0,01% van het totale effect dat iemand heeft op het milieu.

Het onderzoek naar de ecologische voetafdruk van bankbiljetten volgens de PEF-methodologie geeft ook aan waar we tot dusver vooruitgang hebben geboekt

Na het in omloop brengen van bankbiljetten worden de bankbiljetten meerdere malen hergebruikt. De distributiefase, met inbegrip van energieverbruik en vervoer, levert de belangrijkste bijdrage aan de ecologische voetafdruk van bankbiljetten. Het gebruik van duurzaam katoen in bankbiljettenpapier heeft de impact op het milieu met bijna 50% verminderd en de totale voetafdruk van het betalen met eurobankbiljetten met 3,6% ten opzichte van het gebruik van conventionele katoen uit niet-duurzame bronnen. Zodra de overstap naar meer biologisch katoen plaatsvindt, worden verdere reducties gepland. Momenteel wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar alternatieve methoden voor afvalverwijdering van bankbiljetten ontwikkeld, zoals recycling en hergebruik van afvalmateriaal.

6.3 Ontwikkeling van vervalsingen van eurobankbiljetten

In 2023 was het aantal vervalsingen bijzonder laag in verhouding tot het totale aantal bankbiljetten in omloop

In 2023 werden zo’n 467.000 valse eurobankbiljetten uit omloop genomen, een van de laagste aantallen vervalsingen ooit in verhouding tot het totale aantal bankbiljetten in omloop (Grafiek 6.2). In 2023 werden 16 vervalsingen per miljoen echte bankbiljetten in omloop ontdekt. Ondanks dit zeer kleine aandeel is het aantal valse bankbiljetten gestegen ten opzichte van 2022, toen het aantal vervalsingen na de COVID-19-pandemie uitzonderlijk laag was. De kans om een vervalsing in handen te krijgen is erg klein. De meeste vervalsingen zijn van lage kwaliteit met geen of heel slecht nagemaakte echtheidskenmerken. Bankbiljetten kunnen worden gecheckt met de eenvoudige ‘voel, kijk en kantel’-methode die wordt beschreven op de pagina over echtheidskenmerken van de ECB-website en de websites van de nationale centrale banken van het Eurosysteem.

Grafiek 6.2

Aantal ontdekte vervalsingen op jaarbasis per miljoen echte eurobiljetten in omloop:

Bron: ECB.

6.4 Voorbereidingen voor toekomstige eurobankbiljetten

De ECB bereidt zich voor op de ontwikkeling van een nieuwe serie eurobankbiljetten om ze zo goed mogelijk bestand te houden tegen vervalsingen en ze zo milieuvriendelijk mogelijk te maken. Dit proces weerspiegelt het belang dat het Eurosysteem hecht aan contant geld en biedt een gelegenheid om eurobankbiljetten meer herkenbaar te maken voor alle Europeanen.

Om ervoor te zorgen dat Europese burgers een stem hebben in het toekomstige ontwerp, wordt het publiek gedurende het hele ontwerpproces geraadpleegd

Een multidisciplinaire adviesgroep – met leden uit alle landen van het eurogebied – stelde op basis van input van het publiek een shortlist van thema’s voor. De Raad van Bestuur heeft daaruit vervolgens zeven thema’s geselecteerd, en het publiek uitgenodigd hun voorkeuren kenbaar te maken. Op basis van de uitkomsten van twee publieke enquêtes in de zomer van 2023 heeft de Raad van Bestuur ‘Europese cultuur’ en ‘Rivieren en vogels’ uitgekozen als twee mogelijke thema’s voor toekomstige eurobankbiljetten.

Een besluit over de nieuwe ontwerpen en de datum van productie en uitgifte van de nieuwe bankbiljetten wordt verwacht in 2026

Ook heeft de Raad van Bestuur besloten een adviesgroep op te richten om uiterlijk eind 2024 motieven voor te stellen die de geselecteerde thema’s illustreren. Aan de hand daarvan zal een wedstrijd worden gehouden om de nieuwe bankbiljetten te ontwerpen. De Europese burgers zullen opnieuw de kans krijgen om hun voorkeuren over verschillende ontwerpopties kenbaar te maken. De ECB zal naar verwachting in 2026 een besluit nemen over de definitieve ontwerpen en over het tijdstip waarop de nieuwe bankbiljetten zullen worden geproduceerd en uitgegeven. Zodra het besluit tot de productie van nieuwe bankbiljetten is genomen, zal het nog enkele jaren duren voordat de eerste bankbiljetten worden uitgegeven.

7 Statistieken

Met hulp van de nationale centrale banken (NCB's) houdt de ECB zich bezig met het ontwikkelen, verzamelen, samenstellen en publiceren van allerlei statistieken en gegevens die nodig zijn voor het monetair beleid van de ECB en voor de taken van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en het Europees comité voor systeemrisico's, al dan niet op het gebied van financiële stabiliteit. Ook overheden, internationale organisaties, financiële marktpartijen, de media en het grote publiek gebruiken deze statistieken, die de ECB helpen om transparanter te werken.

In 2023 richtte de ECB zich op nieuwe statistieken voor het eurogebied, te weten de gedetailleerde rapportage over externe statistieken en uitsplitsingen naar de componenten leningen, valuta’s en deposito’s van overheidsschuld. De ECB besloot tevens de statistische rapportage over de geldmarkten (Money Market Statistical Reporting – MMSR) uit te breiden en nieuwe statistieken over financiële verslaglegging te publiceren met een uitsplitsing van levensverzekeringen en pensioenrechten naar beleggingsrisico. Als onderdeel van haar klimaatactieplan publiceerde de ECB klimaatgerelateerde indicatoren op haar website. Daarnaast heeft het Eurosysteem een enquête gehouden om te beoordelen welke onderwerpen zouden kunnen worden opgenomen in het kader van geïntegreerde verslaglegging (Integrated Reporting Framework - IReF).

7.1 Nieuwe en verbeterde statistieken voor het eurogebied en andere ontwikkelingen

Er zijn nieuwe gegevens over externe statistieken beschikbaar gesteld aan de gebruikers

In april 2023 is de ECB begonnen met de publicatie van aanvullende gegevens over externe statistieken overeenkomstig het gewijzigde richtsnoer van de ECB betreffende externe statistieken, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van gebruikers aan meer gedetailleerde grensoverschrijdende statistieken. De nieuwe reeksen omvatten aparte gegevens voor beleggingsinstellingen, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen, andere financiële instellingen, niet-financiële ondernemingen, gecombineerde huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. De statistieken brengen ook het type schuldinstrument in kaart dat voor directe investeringen wordt gebruikt. Er zijn aanvullende gegevens beschikbaar over schuldbewijzen, leningen en handelskredieten en voorschotten, en over andere geografische tegenpartijen.

Er zijn nieuwe uitsplitsingen gepubliceerd over leningen, valuta’s en deposito’s van overheidsschuld

Daarnaast is de ECB begonnen met de publicatie van nieuwe uitsplitsingen voor de componenten leningen, valuta’s en deposito’s van de overheidsschuld van de EU-lidstaten, wat een meer diepgaande beoordeling van de overheidsfinanciering mogelijk maakt. Hoewel schuldbewijzen doorgaans het grootste deel van de overheidsschuld vormen, zijn leningen en deposito’s belangrijke componenten, die ongeveer 16% van het bbp van het eurogebied in 2022 en 17,5% van de totale overheidsschuld vertegenwoordigen. De gegevens tonen de verschillende financieringsbronnen en geven een uitsplitsing naar de categorie crediteuren, waaronder commerciële banken, multilaterale instellingen (zoals het Internationaal Monetair Fonds) en de instellingen van de Europese Unie (zoals de Europese Investeringsbank).

De ECB besloot de rapportagepopulatie voor eurogeldmarktstatistieken uit te breiden

In april 2023 besloot de ECB de rapportagepopulatie voor eurogeldmarktstatistieken (Money Market Statistical Reporting – MMSR) uit te breiden door 24 nieuwe banken toe te voegen aan de 46 banken die reeds rapporteren. De nieuwe MMSR-banken zullen op 1 juli 2024 voor het eerst hun rapportage indienen. De gegevens die ze aanleveren, zullen de representativiteit van de door de ECB gepubliceerde MMSR-gegevens verbeteren. De gegevens van de nieuwe rapportageplichtigen zullen in een later stadium worden meegenomen in de berekening van de kortetermijnrente voor de euro (euro short-term rate – €STR) om te waarborgen dat de nieuw gerapporteerde gegevens van voldoende hoge kwaliteit zijn. De uitbreiding van de rapportagepopulatie zal de representativiteit, robuustheid en betrouwbaarheid van de benchmark ten goede komen.

De ECB publiceerde nieuwe statistieken betreffende financiële verslaglegging met een uitsplitsing van levensverzekeringen en pensioenrechten naar beleggingsrisico

Na de wijziging van haar Richtsnoer betreffende de statistische rapportagevereisten voor financiële kwartaalrekeningen is de ECB in oktober 2023 begonnen met de publicatie van nieuwe uitsplitsingen voor levensverzekeringen, lijfrenterechten en pensioenrechten op basis van beleggingsrisico’s voor alle EU-lidstaten en het eurogebied. Deze rechten vormen belangrijke componenten van de financiële activa van huishoudens en worden in de financiële verslaglegging geregistreerd als passiva van verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen (en in veel mindere mate van andere sectoren). De nieuwe gegevens laten zien in hoeverre huishoudens het beleggingsrisico dragen van de namens hen belegde premies.

7.2 Publicatie van nieuwe indicatoren voor klimaatverandering

De ECB heeft in januari 2024 op haar website een eerste reeks experimentele en analytische statistische indicatoren voor klimaatverandering gepubliceerd. Deze indicatoren zijn opgesteld in nauwe samenwerking met de NCB’s en maken deel uit van het bredere klimaatactieplan van de ECB.

De experimentele indicatoren voor duurzame financiering geven een overzicht van de uitgifte en het aanhouden van schuldbewijzen met duurzaamheidskenmerken door ingezetenen in het eurogebied. Zij bieden inzicht in de opbrengsten die worden gegenereerd voor de financiering van duurzame projecten en, in het verlengde daarvan, de transitie naar een economie met netto-nuluitstoot.

Analytische indicatoren voor de uitstoot van broeikasgassen van financiële instellingen verschaffen informatie over de broeikasgasintensiteit van de effecten- en kredietportefeuilles van financiële instellingen en helpen zo de rol van de sector bij de financiering van de overgang naar een netto nul-economie en de daarmee samenhangende risico's te beoordelen. De indicatoren geven inzicht in de blootstelling van banken aan tegenpartijen die sterk afhankelijk zijn van bedrijfsmodellen met intensieve uitstoot van broeikasgassen.

Aan de hand van analytische indicatoren voor de fysieke risico's van krediet- en effectenportefeuilles worden de risico’s voor de kwaliteit van leningen, obligaties en aandelen beoordeeld die voortvloeien uit door klimaatverandering veroorzaakte natuurrampen, zoals overstromingen of bosbranden. De indicatoren kunnen worden gebruikt om fysieke risico’s tussen landen, sectoren en gevaren te vergelijken.

Er is verder gewerkt aan alle drie de gegevensreeksen om de kwaliteit van de beschikbare gegevens en uitsplitsingen, met inbegrip van geografische, sectorale en andere gegevens, verder te verbeteren.

7.3 Het efficiënter maken van de verslaglegging van banken

Het kader voor geïntegreerde verslaglegging (IReF) beoogt de bestaande statistische gegevensvereisten van het ESCB voor banken zoveel mogelijk te integreren in één enkel gestandaardiseerd verslagleggingskader dat voor het gehele eurogebied van toepassing is.

Het IReF is een eerste stap naar een breder initiatief voor een geïntegreerd rapportagesysteem voor statistische, prudentiële en resolutiegegevens in de Europese Unie, zoals verzocht door het Europese bankwezen en aangedragen door het Europees Parlement en de Raad. De Europese Bankautoriteit (EBA), de ECB, de Single Resolution Board (SRB) en de Europese Commissie zijn een samenwerking aangegaan in een informele coördinatiegroep om deze integratie verder te bevorderen. In 2023 bespraken ze de werkregelingen voor een Joint Bank Reporting Committee (JBRC), waarbij zowel de Europese en nationale autoriteiten alsook het bankwezen betrokken waren. Het JBRC wordt naar verwachting in 2024 opgericht.

Het ESCB werkt ook nauw samen met het bankwezen om de rapportage te optimaliseren en de totale rapportagelast te verlichten via het geïntegreerde rapportagewoordenboek voor banken, het Banks’ Integrated Reporting Dictionary (Engels) (BIRD). Dit is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen de nationale banken van het ESCB en de commerciële banken. BIRD is kosteloos te raadplegen en helpt banken bij het generen van statistische, toezicht- en afwikkelingsgerelateerde rapportageresultaten die voldoen aan de rapportagevereisten zoals vastgelegd in Europese wetgeving. Het is een geïntegreerd woordenboek zonder dubbelingen: de begrippen die ten grondslag liggen aan rapportagevereisten worden allemaal één keer vastgesteld en beschreven, waardoor banken kunnen bepalen welke gegevens zij uit hun interne systemen willen halen en hoe ze deze zullen verwerken.

BIRD zal banken helpen te voldoen aan het IReF, een nieuw kader voor statistische gegevensverzameling dat in alle landen van het eurogebied op uniforme wijze van toepassing zal zijn. Rapportageplichtige banken kunnen BIRD gebruiken bij hun IReF-rapportage en andere rapportageverplichtingen. BIRD zal de rapportagelast van banken helpen verlichten en de kwaliteit van de aan de betrokken autoriteiten gerapporteerde gegevens verbeteren.

Kader 5
Eerste publicatie van nieuwe Distributional Wealth Accounts voor huishoudens

Nieuwe experimentele statistieken verschaffen driemaandelijkse informatie over de verdeling van het vermogen van huishoudens in het eurogebied conform de nationale rekeningen.

De nieuwe Distributional Wealth Accounts (DWA), die door de ECB zijn gepubliceerd, geven inzicht in de vermogensverdeling tussen de huishoudens van het eurogebied en de landen van het eurogebied, conform de geaggregeerde sectorrekeningen op kwartaalbasis (quarterly sector accounts - QSA). De nieuwe statistieken ondersteunen de analyses van de ECB over de economische, monetaire en financiële stabiliteit. De DWA zijn gekoppeld aan de herziening van de monetairbeleidsstrategie van de ECB van 2021, die gericht is op een systematische beoordeling van de wederzijdse interactie tussen inkomens- en vermogensverdelingen en monetair beleid. De DWA zullen leiden tot nieuwe inzichten in het monetaire-transmissieproces. De publicatie volgt de aanbevelingen van het Data Gaps Initiative (Engels) van de G20 om verdelingsgegevens te ontwikkelen over inkomen, consumptie, spaartegoeden en vermogens van huishoudens conform de nationale rekeningen.

De methode en de resultaten zijn ontwikkeld en samengesteld door het Europees Stelsel van Centrale Banken. De gemeenschappelijke aanpak kan op nationaal niveau verder worden verbeterd, door onder meer gebruik te maken van lokaal beschikbare aanvullende gegevensbronnen. Sommige nationale centrale banken hebben dergelijke verbeteringen al doorgevoerd. De gegevens combineren de geaggregeerde QSA met informatie over huishoudens uit de Enquête inzake Particuliere Financiën en Consumptie (Household Finance and Consumption Survey – HFCS) tussen 2010 en 2021 en andere bronnen. De resultaten voor de kwartalen na 2021 worden geschat aan de hand van gegevens uit de meest recente sectorrekeningen en de meest recente ronde van de HFCS of de NSI-gegevens die in sommige landen zijn verzameld. De gegevens worden op kwartaalbasis samengesteld en vijf maanden na het einde van elke periode gepubliceerd. De resultaten zijn beschikbaar met betrekking tot het eurogebied, 19 individuele eurolanden (alle landen van het eurogebied met uitzondering van Kroatië) en Hongarije.

De DWA verstrekken gegevens over het nettovermogen en de totale activa en passiva, en over de componenten daarvan. De huishoudens worden opgesplitst in de top vijf decielen van het nettovermogen en de onderste 50% ook in werkgelegenheid en woningstatus. De DWA-dataset omvat ook de Gini-coëfficiënt voor nettovermogen, gegevens over mediane en gemiddelde nettovermogens, het aandeel van het nettovermogen dat door de onderste 50% wordt aangehouden, de top 10% en de top 5% van de huishoudens, alsook de verhouding tussen schulden en activa per deciel van het nettovermogen van huishoudens.

Grafiek A

Veranderingen in het woningbezit in de vorm van een deciel nettovermogen en aandeel in het nettovermogen van de top 5% in het eurogebied.

a) Woningbezit

b) Aandeel in het nettovermogen van de top 5%

(EUR biljoen)

(in procenten)

Bron: DWA.

Kader 6
Betalingsstatistieken – grotere reikwijdte en een hogere frequentie

De gewijzigde Verordening van de ECB betreffende betalingsstatistieken trad op 1 januari 2022 in werking. De verbeteringen ten opzichte van het vorig juridisch kader zijn het gevolg van zowel ontwikkelingen in het betalingsverkeer als relevante wijzigingen in de EU-wetgeving. De frequentie van de gegevensverzameling is eveneens toegenomen, van jaarlijks tot halfjaarlijks en driemaandelijks. De eerste publicatie van de betalingsstatistieken die zijn verzameld onder het gewijzigde kader was op 9 november 2023 via het gegevensportaal van de ECB. De gegevens werden gepubliceerd voor alle kwartalen van 2022 en voor de eerste twee kwartalen van 2023 en voor de eerste en tweede helft van 2022.

De op halfjaarlijkse basis beschikbaar gestelde betalingsstatistieken omvatten nu informatie over innovatieve retailbetaaldiensten, zoals betalingen met mobiele apparaten, contactloze betalingen, e-commerce en nieuwe soorten betalingsdiensten zoals gedefinieerd in de herziene richtlijn betaaldiensten (revised Payment Services Directive – PSD2). Bij elke halfjaarlijkse publicatie wordt een persbericht gepubliceerd. Als onderdeel van de verbeterde gegevensverzameling laten gegevens in het gegevensportaal van de ECB onder meer de sterke vraag naar contactloze kaartbetalingen zien, die in de eerste helft van 2023 goed waren voor 57% van alle kaartbetalingen in het eurogebied (Grafiek A).

Grafiek A

Aandeel contactloze pinbetalingen als percentage van alle kaartbetalingen in het eurogebied in de eerste helft van 2023

Bron: ECB.

Daarnaast worden gegevens verzameld over frauduleuze betalingstransacties, authenticatievormen voor betalingstransacties en betalingsregelingen. Ten behoeve van het monitoren van grensoverschrijdende handel worden op kwartaalbasis gegevens verzameld van betaalkaarttransacties met een wereldwijde uitsplitsing per land, met verdere uitsplitsingen per Merchant Category Code.

8 Onderzoeksactiviteiten van de ECB

In 2023 richtte het onderzoek van de ECB zich onder meer op het beoordelen van inflatieontwikkelingen, monetaire transmissie, klimaatverandering en structurele veranderingen. Meer specifiek lanceerden de hoofden van de onderzoeksafdelingen van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) het Research Network on Challenges for Monetary Policy Transmission in a Changing World (ChaMP) dat tot doel heeft om met gebruikmaking van rijke, granulaire datasets de kracht, snelheid en heterogeniteit van monetaire transmissiekanalen in het eurogebied te analyseren tegen de achtergrond van ongekende schokken, structurele veranderingen en een veranderende inflatiedynamiek. Het Household Finance and Consumption Network (HFCN) bleef nieuwe inzichten opleveren in de invloed van de inflatie op heterogene huishoudens in het eurogebied. De Consumer Expectations Survey (CES) van de ECB is inmiddels een gevestigde naam als bron van waardevolle inzichten met betrekking tot beleid en onderzoek inzake het ontstaan van de verwachtingen van huishoudens. Klimaatverandering bleef een belangrijk thema voor de onderzoeksactiviteiten van de ECB. Daarnaast werkte de ECB nauw samen met de nationale centrale banken binnen de onderzoeksclusters van het ESCB, dat jaarlijkse workshops organiseert om de meest urgente kwesties binnen de verschillende specialisatiegebieden te bespreken.

8.1 Update: onderzoeksinitiatieven van de ESCB

In mei startte het ChaMP-netwerk met zijn activiteiten

In mei startte het ChaMP-netwerk met zijn activiteiten. Het zal naar verwachting twee jaar in stand blijven, met een mogelijke verlenging van één jaar. Het netwerk bestaat uit twee werkstromen, gericht op de transmissie van monetair beleid via het financiële stelsel (WS1) en op de transmissie van monetair beleid via de reële economie (WS2). Het ChaMP-netwerk ging van start met een eerste werkprogramma dat 180 onderzoeksprojecten van meer dan 250 auteurs afkomstig van de meeste centrale banken van het ESCB omvatte. De eerste workshops vonden plaats op 25 oktober 2023 in Brussel (WS2) en op 31 oktober 2023 in Lissabon (WS1). Bij de workshop van WS1 werden presentaties gegeven over de transmissie van het monetair beleid via banken naar bedrijven en huishoudens en over de rol van niet-bancaire financiële intermediairs, terwijl de workshop van WS2 zich richtte op de relevantie voor de transmissie van het monetair beleid van productienetwerken tussen bedrijven (denk aan aanbodbeperkingen en andere schokken) en van structurele veranderingen (zoals digitalisering, (de)globalisering en klimaatverandering). De eerste fysieke vergadering van het leadershipteam vond plaats op 30 oktober 2023 te Lissabon.

In juli 2023 publiceerde het HFCN de resultaten van de vierde golf (2021) van de Household Finance and Consumption Survey (HFCS). De HFCS is een bruikbare bron van informatie op het niveau van huishoudens over de financiën en consumptie van huishoudens voor verschillende onderzoeksprojecten van HFCN-leden, de onderzoekstaskforce heterogeniteit van de ECB en externe onderzoekers. Deze projecten omvatten werkzaamheden met betrekking tot de verdelingseffecten van inflatieschokken op de balansen van huishoudens[68], verschillen in vermogen tussen mannen en vrouwen (de ‘gender wealth gap’), het meten van inkomensonzekerheid aan de hand van verwachtingsgegevens, de heterogeniteit van de effecten van de pandemie op de financiën van huishoudens en de nieuwe Distributional Wealth Accounts (zie Kader 5).

8.2 Update: onderzoeksinitiatieven van de ECB

De Consumer Expectations Survey (CES) van de ECB is in 2023 verder ontwikkeld, wat nieuwe inzichten over de sector huishoudens opleverde voor beleidsanalyse en -onderzoek. De ECB heeft het bereik van de enquête uitgebreid met, naast de zes oorspronkelijke landen in de pilotfase (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland en Spanje), vijf andere landen uit het eurogebied (Oostenrijk, Finland, Griekenland, Ierland en Portugal). De CES is van onschatbare waarde gebleken als beleids- en onderzoekshulpmiddel voor de analyse van de inflatieverwachtingen van huishoudens. Uit onderzoek is gebleken dat een restrictief monetair beleid, in combinatie met actieve communicatie over de rol van het monetaire beleid bij het stabiliseren van de toekomstige inflatie, het vertrouwen van het publiek heeft vergroot en heeft voorkomen dat recente prijs- en kostenschokken verankerd raakten in de inflatieverwachtingen van consumenten.[69] De CES is ook gebruikt om de heterogene impact van de inflatie op de verwachtingen binnen huishoudens te benadrukken. Een belangrijke bevinding is dat huishoudens met een laag inkomen het sterkst werden getroffen door de inflatie, doordat zij gevoelig zijn voor hogere prijzen van eerste behoeften zoals energie en voedsel.

Klimaatgerelateerde onderzoeksthema’s bleven in 2023 zeer prominent

Klimaatgerelateerde onderzoeksthema’s bleven in 2023 zeer prominent. Uit onderzoek kwam de discrepantie naar voren dat banken die uitgebreidere milieugerelateerde informatie verschaffen meer krediet verleenden aan vervuilende kredietnemers, zonder hogere rentetarieven in rekening te brengen of de looptijden van hun schulden te verkorten.[70] Ander onderzoek was gericht op de onbedoelde gevolgen van koolstofbelastingen. Een analyse van het risico van ‘groenflatie’ (aanhoudende afwijkingen van de inflatie ten opzichte van onze doelstelling als gevolg van koolstofbelastingen of koolstofbeprijzingsregelingen) wijst erop dat wanneer koolstofbelastingen zeer langzaam worden verhoogd, CO2-afbouw kan worden bereikt zonder het mandaat van de ECB in gevaar te brengen.[71] Uit ander onderzoek is gebleken dat koolstofbeprijzingsmechanismen de koolstofemissies van bedrijven verminderen, maar tegelijk hun investeringsmix verschuiven van groene innovatie naar beperking van vervuiling op de korte termijn.[72] De effecten van klimaatverandering op ons begrip van macro-economische en financiële stabiliteit stonden ook centraal in de beleidspaneldiscussie op de conferentie “WE_ARE_IN”, die werd georganiseerd in samenwerking met het Centre for Economic Policy Research.

In 2023 hebben medewerkers van de ECB 120 papers gepubliceerd in de reeks Working Paper Series van de ECB. Daarnaast zijn er meer beleidsgerichte of methodologische studies verschenen in de Occasional Paper Series, de Statistics Paper Series en de Discussion Paper Series van de ECB. Ook hebben veel van de onderzoeksactiviteiten van de ECB geleid tot publicaties in gerenommeerde academische tijdschriften en zijn er twaalf artikelen gepubliceerd in het Research Bulletin van de ECB, dat zich op een breder publiek richt. In Kader 7 wordt nader ingegaan op de resultaten van recent onderzoek van de ECB naar de economische dynamiek na extreme gebeurtenissen, een thema dat van groot belang is voor zowel de prijsstabiliteit als de financiële stabiliteit.

8.3 Update: het werk van de onderzoeksclusters van het ESCB

De reguliere onderzoeksnetwerken bleven de onderzoekswerkzaamheden binnen het ESCB op elkaar afstemmen en contacten onderhouden met academische onderzoekers. De ESCB-onderzoeksclusters ‘Monetaire economie’ (Cluster 1), ‘Internationale macro-economie, begrotingsbeleid, arbeidseconomie, concurrentievermogen en EMU-governance’ (Cluster 2), ‘Financiële stabiliteit, macroprudentiële regelgeving en microprudentieel toezicht’ (Cluster 3) en ‘Klimaatverandering’ (Cluster 4) hielden workshops over de meest urgente kwesties binnen hun onderzoeksgebied. De jaarlijkse workshop van Cluster 1 die in 2023 zou worden gehouden werd uitgesteld en zal op 21-22 maart 2024 worden gehouden bij de Narodowy Bank Polski in Warschau. Cluster 2 heeft op 16-17 november 2023 zijn jaarlijkse workshop gehouden bij de Bank of England. Er waren vijf sessies, over productiviteit, arbeidsmarkten, internationale macro-economie, energieschokken, klimaatbeleid en begrotingsbeleid. Cluster 3 heeft op 23-25 november 2023 zijn jaarlijkse workshop gehouden in Saariselkä (Finland), met bijzondere aandacht voor financiële stabiliteit en financiële intermediatie. Op 13-14 november 2023 heeft Cluster 4 zijn tweede jaarlijkse workshop in hybride vorm gehouden bij de ECB. De besproken thema’s varieerden van het effect van temperatuurschokken op de inflatie tot de dynamiek van biodiversiteit.

Kader 7
Economische dynamiek na extreme gebeurtenissen − kwantificering van de compromissen op de financiële stabiliteit voor het monetair beleid in perioden van hoge inflatie

Recent onderzoek heeft zich gericht op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe hulpmiddelen om het verband tussen monetair beleid en macro-economische staartrisico’s te beoordelen en te kwantificeren. De financiële stabiliteit en de balansruimte in de financiële sector spelen een cruciale rol voor macro-economische staartrisico’s, wat aansluit op het groeiende bewijs dat financiële onrust een sterke voorspeller zijn voor neerwaartse risico’s voor de groei op korte termijn. Daarnaast kunnen monetaire interventies de financiële stabiliteit op korte termijn beïnvloeden door hun onmiddellijke impact op de financiële sector, zowel wanneer tijdens crises liquiditeit wordt verschaft aan financiële intermediairs als wanneer het risico van plotselinge marktverstoring wordt genomen doordat de rente wordt verhoogd en de financieringsvoorwaarden worden aangescherpt.[73]

Toen de inflatoire druk in 2022 begon op te lopen, kregen de belangrijkste centrale banken van de wereld te maken met een dilemma: moesten zij het monetair beleid snel aanscherpen, met het risico dat de financiële stress na jaren van extreem lage rente zou worden aangewakkerd, of een meer geleidelijke aanpak volgen, om het financiële stelsel en de economische bedrijvigheid te beschermen, maar met het risico dat de inflatie boven de doelstelling zou worden verankerd? Om deze compromissen te kwantificeren, kan gebruik worden gemaakt van een empirisch niet-lineair model, waarin financiële-stabiliteitsvoorwaarden zijn opgenomen om de staartrisico’s voor de economie van het eurogebied te ramen die voortvloeien uit de verkrappingscyclus die in het derde kwartaal van 2022 begon.[74] De niet-lineaire modelleringsbenadering heeft als voordeel dat de mogelijke tijdsvariërende terugkoppelingen tussen het monetaire beleid en de risico’s van toekomstige financiële instabiliteit in aanmerking worden genomen. Hoewel ze zelden voorkomen, kunnen perioden van financiële instabiliteit verwoestende macro-economische gevolgen hebben, waardoor ze zeer relevant zijn voor beleidsmakers. Zo kunnen instrumenten om deze staartgebeurtenissen te beoordelen een belangrijke rol spelen bij het informeren van beleidsmakers om macro-economische risico’s te beheersen.

Uit de analyse kwamen substantiële neerwaartse risico’s voor de economische groei vanaf het derde kwartaal van 2022 naar voren. Het model geeft een waarschijnlijkheid van 10% dat het reële bbp in het eurogebied het volgende jaar met meer dan 3% zou dalen. De risico’s voor de financiële stabiliteit waren eveneens neerwaarts gericht, met een verhoogde kans op spanningen in het financiële stelsel. Deze risico’s, die het gevolg waren van de sterke stijging van de grondstoffenprijzen en de spanningen op de financiële markten na de Russische inval in Oekraïne, moesten in evenwicht worden gebracht met de opwaartse risico’s voor de inflatie, die ruim boven het streefcijfer lag.

Een verkrapping van het beleid sterker dan de marktverwachtingen zou de neerwaartse risico’s voor de groei en de financiële stabiliteit op korte termijn hebben vergroot. Dit komt doordat de kans op financiële onrust op de korte termijn bijzonder gevoelig is voor het monetaire beleid. Op de middellange termijn kan een strakker monetair beleid echter ook de risico’s voor de financiële stabiliteit temperen, door de hefboomfinanciering in het financiële stelsel te verminderen en de risicopremies tussen financiële activa te verhogen. Het model kwantificeert de effecten van een krapper monetair beleid op hogere risico’s op de korte en middellange termijn voor het financiële stelsel en de reële economie.

9 Juridische werkzaamheden en taken van de ECB

Dit hoofdstuk gaat in op de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) ten aanzien van de ECB, informatie over adviezen van de ECB en gevallen van niet-naleving van de verplichting om de ECB te raadplegen over voorgenomen wetsvoorstellen op gebieden waarop zij bevoegd is en het monitoren van naleving van het verbod op monetaire financiering en bevoorrechte toegang door de ECB.

9.1 Bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie ten aanzien van de ECB

Het HvJ-EU heeft een einde gemaakt aan een meer dan tien jaar durende gerechtelijke procedure met betrekking tot de herstructurering van de Griekse overheidsschuld in 2012 door het beroep aangaande de laatste aanhangige vordering tot schadevergoeding tegen de ECB te verwerpen

In september 2023 heeft het HvJ-EU het beroep aangaande de laatste aanhangige vordering tot schadevergoeding die was ingesteld door houders van Griekse overheidsobligaties tegen de ECB en de Europese Unie (EU) verworpen. Appellanten werden in 2012 onderworpen aan de herstructurering van de Griekse overheidsschuld door middel van aangepaste clausules voor collectieve acties.[75] In eerste instantie voerden de appellanten aan dat hun gedwongen deelname aan de herstructurering van de Griekse overheidsschuld toe te schrijven was aan de ECB en de EU, onder meer vanwege de betrokkenheid van de ECB en de EU bij de vergaderingen van de Eurogroep en hun rol in de raadplegingsprocedure die resulteerde in de activering van aangepaste clausules voor collectieve acties.[76] Het Gerecht oordeelde dat de ECB en de EU hun bevoegdheden niet hebben overschreden en dat zij geen inbreuk hebben gepleegd op het vermogensrecht, het vrije verkeer van kapitaal of het beginsel van gelijke behandeling. Het Gerecht stelde ook dat verschillende bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie waarop appellanten zich beriepen (waaronder Artikelen 123 en 127) geen regels van het recht vormen die rechten toekennen aan particulieren en derhalve niet kunnen leiden tot niet-contractuele aansprakelijkheid van de EU of van de ECB. Het beroep, waarin werd aangevoerd dat het Gerecht een onjuist onderzoek had verricht, werd door het HvJ-EU in zijn geheel verworpen, waardoor een einde werd gemaakt aan een meer dan tien jaar durende gerechtelijke procedure waarin de ECB altijd heeft gezegevierd door aan te tonen dat zij rechtmatig heeft gehandeld.

Het HvJ-EU oordeelde dat de minimumnormen van de ECB voor de geschiktheidscontroles van eurobankbiljetten niet van toepassing zijn op geldverwerkers, zoals kredietinstellingen en geldvervoerders

In april 2023 heeft het HvJ-EU (Vijfde kamer) uitspraak gedaan in een door de hoogste administratieve rechtbank van Litouwen ingediende prejudiciële procedure (zaak C-772/21). Het HvJ-EU oordeelde dat de minimumnormen ingesteld door de ECB voor de geautomatiseerde geschiktheidscontrole van eurobankbiljetten door bankbiljettensorteermachines, als bedoeld in Artikel 6, lid 2, van het Besluit van de ECB inzake echtheids- en geschiktheidscontroles en het opnieuw in omloop brengen van eurobankbiljetten (ECB/2010/14), niet van toepassing zijn op geldverwerkers, zoals Brink’s Lithuania. In het hoofdgeding betwistte Brink’s het besluit van Lietuvos bankas dat stelde dat Brink’s de minimumnormen van de ECB had overtreden, aangezien twee van haar bankbiljettensorteermachines niet voldeden aan de geschiktheidscontole (die op dergelijke normen was gebaseerd). Het HvJ-EU stelde vast dat de minimumnormen van de ECB van toepassing zijn op de fabrikanten van bankbiljettensorteermachines. Ofschoon geldverwerkers niet gebonden zijn aan deze normen, blijven zij wel verplicht een situatie te verhelpen waarin uit een inspectie door een nationale centrale bank blijkt dat bankbiljettensorteermachines niet voldoen aan de minimumnormen van de ECB. Het HvJ-EU concludeerde ook dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat geldverwerkers verplicht de minimumnormen van de ECB in acht te nemen, aangezien invoering van een dergelijke verplichting krachtens nationaal recht de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van monetair beleid, waaronder het controleren van de echtheid en geschiktheid van bankbiljetten, niet zou naleven.

Het HvJ-EU bevestigde grenzen aan de rechterlijke toetsing van toezichthoudende besluiten ten aanzien van het bankwezen gebaseerd op een ruime discretionaire bevoegdheid

In mei 2023 verduidelijkte het HvJ-EU de reikwijdte van de rechterlijke toetsing door rechterlijke instanties van de EU ten aanzien van een op grond van een discretionaire bevoegdheid vastgesteld besluit van de ECB op het gebied van bankentoezicht met complexe technische, economische en financiële beoordelingen. Het arrest van het HvJ-EU volgde op een hoger beroep ingesteld door de ECB tegen de uitspraak van het Gerecht van april 2021, waarbij het Gerecht het besluit van de ECB nietig verklaarde houdende weigering om Crédit Lyonnais toe te staan bepaalde blootstellingen, die voortvloeien uit de op gereglementeerde spaarrekeningen geïnde bedragen, bij de berekening van haar hefboomratio buiten beschouwing te laten. Het Gerecht overwoog dat het besluit blijk gaf van een kennelijke beoordelingsfout, omdat de ECB geen rekening had gehouden met het feit dat deze rekeningen geen risico op massale opnames met zich meebrachten en bijgevolg de bank niet blootstelden aan het risico van fire sales. Het HvJ-EU verklaarde, daarbij de argumenten van de ECB bevestigend, de uitspraak van het Gerecht nietig, waarbij zij oordeelde dat de reikwijdte van de rechterlijke toetsing door rechterlijke instanties van de EU ten aanzien van op grond van een discretionaire bevoegdheid vastgestelde besluiten van de ECB beperkt moet zijn en het er niet ertoe mag leiden dat het Gerecht haar eigen beoordeling in de plaats van die van de ECB stelt. Deze toetsing mag enkel tot doel hebben na te gaan of de beslissing niet berust op materieel onjuiste feiten of op een kennelijke beoordelingsfout of misbruik van bevoegdheid. In de onderhavige zaak overwoog het HvJ-EU dat het Gerecht haar eigen beoordeling met betrekking tot het risico van fire sales van activa waaraan de bank werd blootgesteld in de plaats heeft gesteld van die van de ECB, waarmee de grenzen van de rechterlijke toetsing werden overschreden. Bij de einduitspraak in deze zaak heeft het HvJ-EU het door Crédit Lyonnais in eerste aanleg ingestelde beroep tot nietigverklaring van het bestreden besluit verworpen, waarbij het HvJ-EU oordeelde dat de bank niet heeft aangetoond dat het besluit van de ECB blijk gaf van een kennelijke beoordelingsfout.

Het Gerecht bevestigde dat de ECB exclusieve bevoegdheid heeft om bankvergunningen in te trekken, waaronder wegens ernstige schendingen van de nationale wetgeving ter bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme

In september 2023 verwierp het HvJ-EU[77] het beroep van Versobank AS tegen de uitspraak van het Gerecht van 6 oktober 2021, dat de nietigverklaring van het besluit van de ECB tot intrekking van de bankvergunning had verworpen. Hiermee bevestigde het HvJ-EU dat de ECB exclusieve bevoegdheid heeft om de bankvergunningen van alle kredietinstellingen in deelnemende lidstaten in te trekken, ongeacht hun classificatie als belangrijke of minder belangrijke instelling, waaronder op grond van ernstige schendingen van nationale wetgeving tot omzetting van de Antiwitwasrichtlijn (AMLD).

9.2 Adviezen van de ECB en gevallen van niet-naleving

Krachtens Artikel 127, lid 4 en 282, lid 5 van het Verdrag betreffende het functioneren van de Europese Unie moet de ECB worden geraadpleegd over communautaire of nationale wetsvoorstellen op gebieden die onder haar bevoegdheid vallen. Alle adviezen van de ECB worden gepubliceerd op EUR-Lex. In 2023 heeft de ECB 12 adviezen uitgebracht over EU-wetsvoorstellen en 35 adviezen over nationale wetsvoorstellen op gebieden die onder haar bevoegdheid vallen.

Er waren twaalf gevallen van niet-naleving van de verplichting om de ECB te raadplegen over wetsvoorstellen

Er zijn twaalf gevallen opgetekend waarin de verplichting tot raadpleging van de ECB met betrekking tot wetgevingsvoorstellen niet werd nageleefd. Het ging hierbij in twee gevallen om rechtshandelingen van de Unie en in tien gevallen om nationale wetsvoorstellen. Met betrekking tot zeven van deze twaalf gevallen heeft de ECB op eigen initiatief adviezen uitgebracht.

Het eerste geval betrof een voorstel van de EU voor een verordening betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en gebruik van gegevens (Datawet). Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk vanwege onder meer de reikwijdte van de toegang tot en het gebruik van particuliere gegevens door de ECB en de nationale centrale banken voor een aantal omschreven doelstellingen van openbaar belang. Het tweede geval betrof een wetgevingspakket van de EU waarin wordt voorgesteld om een Europees centraal toegangspunt (ESAP) op te richten dat gecentraliseerde toegang biedt tot publiek beschikbare informatie die van belang is voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk omdat de oprichting van een ESAP een belangrijke mijlpaal is in de voltooiing van de kapitaalmarktenunie, die zou moeten leiden tot een efficiëntere allocatie van kapitaal in de hele EU en aldus zou bijdragen tot de verdere ontwikkeling en integratie van de kapitaalmarkten.

Twee Hongaarse gevallen van niet-naleving betroffen de onafhankelijkheid van de centrale bank en het verbod op monetaire financiering. Het eerste Hongaarse geval betrof een Hongaarse wet inzake economische en financiële maatregelen, die bepaalde instellingen verbood om tot 30 juni 2023 een door een nationale centrale bank van het ESCB uitgegeven Hongaarse in forint luidend schuldinstrument in te kopen. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk omdat dit de Magyar Nemzeti Bank belemmert om zelfstandig de nodige middelen en instrumenten te kiezen om een efficiënt monetair beleid te voeren en op onafhankelijke wijze haar primaire doelstelling van prijsstabiliteit te verwezenlijken. Het tweede Hongaarse geval had betrekking op wijzigingen van de Wet op de Magyar Nemzeti Bank ten aanzien van de invoering van schatkistrekeningen in één vreemde valuta, die zullen worden beheerd door de Magyar Nemzeti Bank, ter aanvulling van de reeds bestaande Hongaarse schatkistrekening in forint. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk nu het om de vraag gaat of de vergoeding van staatskasrekeningen van een nationale centrale bank in overeenstemming is met het verbod op monetaire financiering.

Twee Slowaakse gevallen van niet-naleving betroffen contanten. Het eerste Slowaakse geval betrof een Slowaakse wet op de sociale verzekering waarbij contante betalingen voor publieke sociale-verzekeringspremies werden beperkt. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk vanwege de restrictie die zij oplegt aan het gebruik van contant geld als betaalmiddel en het ontbreken van een proportionaliteitsbeginsel van deze restrictie, daarbij rekening houdend met de criteria die het HvJ-EU heeft vastgesteld in haar Hessischer Rundfunk arrest (C-422/19 en C-423/19). Het tweede Slowaakse geval betrof een Slowaakse wet ter wijziging van de Grondwet van de Slowaakse Republiek, die de uitgifte van contant geld als wettig betaalmiddel garandeert, en voorts bepaalt dat eenieder het recht heeft om een betaling te verrichten voor de aankoop van goederen en het leveren van diensten met contant geld als wettig betaalmiddel, dat bepaalt dat de aanvaarding van een dergelijke betaling slechts kan worden geweigerd op grond van redelijke of algemeen toepasselijke redenen, en dat het recht wordt gewaarborgd om bij een bank of filiaal van een buitenlandse bank een contante transactie te verrichten. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk omdat de grondwet de uitgifte van contant geld als wettig betaalmiddel garandeert en in dit verband een algemeen beginsel van verplichte aanvaarding van contant geld vaststelt en een kader voor vrijstellingen in een lidstaat die de euro als munt hanteert, hetgeen aangelegenheden betreffen die vallen onder de exclusieve bevoegdheid van de ECB en de EU.

Vijf gevallen van niet-naleving op nationaal niveau (vier gevallen van niet-raadpleging en één te late raadpleging) hebben betrekking op speciale bankbelasting en -heffingen die zijn ingevoerd als reactie op de stijging van de inflatie en de rente. Deze gevallen betroffen: (1) Een Poolse wet betreffende crowdfunding voor startende ondernemingen en hulp aan kredietnemers die het concept van ‘hypotheekpauzes’ (mortgage holidays) introduceerde om de last te verlichten voor kredietnemers met uitstaande hypothecaire leningen na de recente rentestijgingen ingevoerd door de Narodowy Bank Polski; (2) een Portugese wet betreffende een maatregel om de Euribor benchmarkrente tijdelijk met 30% te verlagen voor hypothecaire leningen met een aanpasbare rente met het doel om de effecten van stijgende rentetarieven op de woninghypotheekmarkt te verlichten om zo families met hypotheken met een variabele rente meer voorspelbaarheid te bieden; (3) een Roemeense wet betreffende bepaalde budgettaire begrotingsmaatregelen om zekerheid te bieden aan de financiële duurzaamheid van Roemenië op lange termijn, die onder meer ziet op de heffing van een omzetbelasting op kredietinstellingen die Roemeense juridische entiteiten zijn of die Roemeense bijkantoren zijn van buitenlandse juridische entiteiten; (4) een Slowaakse wet betreffende een speciale heffing voor bedrijven in gereguleerde sectoren, door (a) de reikwijdte van zakendoen in Slowakije uit te breiden, en (b) door een speciaal heffingstarief op te leggen aan deze kredietinstellingen; en (5) een Letse wet ter wijziging van de Wet inzake consumentenbescherming, die bepaalt dat kredietinstellingen gedurende 2024 een beschermingsvergoeding voor hypotheekleners moeten betalen ten behoeve van hypotheekleners die voldoen aan hiervoor bepaalde voorwaarden. Deze gevallen werden aangemerkt als duidelijk en belangrijk omdat de wetten raken aan de financiële stabiliteit, het bedrijfseconomisch toezicht en, in de Letse, Portugese en Slowaakse gevallen, ook aan monetairbeleidsoverwegingen.

Het laatste nationale geval van niet-naleving is een Spaans geval met betrekking tot een wet op grond waarvan de Banco de España de nodige maatregelen moet nemen om beleggingsondernemingen in staat te stellen rekeningen te openen bij de centrale bank om het geld te storten dat zij van hun cliënten ontvangen. Dit geval werd aangemerkt als duidelijk en belangrijk nu, afgezien van de rechtstreekse invloed ervan op de werking van betalingssystemen, dit vragen zou kunnen opwerpen met betrekking tot het monetair beleid en de financiële stabiliteit.

De ECB heeft 12 adviezen uitgebracht over voorgenomen wetsvoorstellen van de EU

De ECB heeft 12 adviezen uitgebracht over wetsvoorstellen van de EU, betreffende onderwerpen zoals de digitale euro; het wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en munten; de hervorming van het economische governance in de EU; de EU kaders voor crisisbeheersing en depositogarantie; maatregelen om buitensporige blootstellingen aan centrale tegenpartijen (CTP's) te beperken, het verbeteren van de efficiëntie van EU clearingmarkten, het ter hand nemen van de concentratierisicoafhandeling richting CTP’s en tegenpartijrisico’s met betrekking tot centraal geclearde derivatentransacties; instantoverschrijvingen in euro, klimaatgerelateerde kwesties, inclusief de energieprestaties van gebouwen, bedrijfsonderzoeken naar duurzaamheid, en de transparantie en integriteit van ratingactiviteiten op het gebied van milieu, maatschappij en governance; statistieken van de Europese Unie en arbeidsmarktstatistieken over bedrijven; en de benoeming van een nieuw lid van de Raad van Bestuur van de ECB.

De ECB heeft 35 adviezen uitgebracht over nationale wetsvoorstellen

Met betrekking tot de nationale wetgeving, die vaak meer dan één onderwerp bestrijkt, heeft de ECB 19 adviezen uitgebracht over nationale centrale banken; 15 adviezen over de stabiliteit van het financiële stelsel; 13 adviezen over het prudentieel toezicht op kredietinstellingen; zeven adviezen over valuta-aangelegenheden en betaalmiddelen; vijf adviezen over monetaire beleidsinstrumenten en -transacties en de tenuitvoerlegging van het monetair beleid; en drie adviezen over betalings- en/of effectenafwikkelingssystemen. In reactie op de stijging van de inflatie en de rente zijn over het onderwerp ‘speciale bankbelasting en -heffingen’ in de loop van 2023 zeven adviezen uitgebracht.

9.3 Naleving van het verbod op monetaire financiering en bevoorrechte toegang

Krachtens Artikel 271 onder d, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft de ECB de taak toe te zien op de naleving, door de nationale centrale banken (NCB’s) van de EU van de verbodsbepalingen zoals uiteengezet in Artikelen 123 en 124 van het Verdrag en Verordeningen (EC) Nr. 3603/93 en 3604/93 van de Raad. Artikel 123 verbiedt de ECB en de nationale centrale banken voorschotten in rekening-courant of andere kredietfaciliteiten aan overheden en instellingen of organen van de EU te verlenen, alsmede van hen rechtstreeks schuldbewijzen te kopen. Artikel 124 verbiedt alle niet op overwegingen van bedrijfseconomisch toezicht gebaseerde maatregelen waardoor overheden en instellingen of organen van de EU bevoorrechte toegang tot financiële instellingen zouden krijgen. Naast de Raad van Bestuur van de ECB ziet de Europese Commissie erop toe of de lidstaten de bovengenoemde bepalingen naleven.

De ECB controleert tevens de door de centrale banken van de EU op de secundaire markt verrichte aankopen van schuldbewijzen die zijn uitgegeven door de binnenlandse overheidssector, de overheidssector van andere lidstaten en door instellingen en organen van de EU. Krachtens de overwegingen van Verordening (EG) Nr. 3603/93 van de Raad mag de aankoop van door de overheidssector uitgegeven schuldbewijzen op de secundaire markt niet worden gebruikt om het doel van Artikel 123 van het Verdrag te ontwijken.

De verbodsbepalingen van de Artikelen 123 en 124 van het Verdrag werden in het algemeen nageleefd

De voor 2023 door de ECB uitgevoerde controle bevestigde dat de Artikelen 123 en 124 van het Verdrag in het algemeen werden nageleefd.

De ECB zal de betrokkenheid van Magyar Nemzeti Bank bij de Budapest Stock Exchange op de voet blijven volgen, aangezien de aankoop van een meerderheidsbelang in de Budapest Stock Exchange door Magyar Nemzeti Bank in november 2015 nog altijd kan worden beschouwd als reden tot bezorgdheid over monetaire financiering.

De definitieve afstoting van de activa die verband houden met de Irish Bank Resolution Corporation door de Central Bank of Ireland in 2023, door middel van verkopen van langlopende obligaties met variabele rente, heeft een einde gebracht aan de bezorgdheid inzake monetaire financiering die sinds 2013 heerste.

De financiering van verplichtingen van de overheidssector jegens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) door NCB's wordt niet als monetaire financiering beschouwd, mits deze resulteert in buitenlandse vorderingen die alle kenmerken van reserves hebben. De in voorgaande jaren door de Nationale Bank van België en Banque de France via het IMF verstrekte financiële bijdragen voor schuldverlichting voor arme landen met een zware schuldenlast hebben echter niet geleid tot buitenlandse vorderingen en vereisen derhalve corrigerende maatregelen.

10 De ECB binnen de EU en in een internationale context

De ECB bleef in 2023 een intensieve dialoog voeren met Europese en internationale tegenhangers. De relatie tussen de ECB en het Europees Parlement vormt een essentieel onderdeel van het verantwoordingskader van de ECB. De ECB werkte via reguliere hoorzittingen en correspondentie samen met de Commissie Economische en Monetaire Zaken van het Europees Parlement (ECON). In het kader van haar lopende werkzaamheden betreffende een digitale euro hield de ECB daarnaast extra vergaderingen met ECON. Op internationaal niveau nam de ECB constructief deel aan een dialoog met haar G20-partners. De ECB steunde onder meer de initiatieven van het Indiase voorzitterschap inzake regulering van de financiële sector, grensoverschrijdende betalingen en cryptoactiva. Ook bleef de ECB actief in voor centrale banken relevante besprekingen over diverse aangelegenheden die verband houden met het functioneren van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), waaronder de herziening van IMF-quota, aanpassingen van het leenbeleid en de toolkit van het IMF, alsook aangelegenheden rond bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights - SDR’s) en de overbrenging daarvan.

10.1 De verantwoordingsplicht van de ECB

Verantwoording is een noodzakelijke tegenhanger van onafhankelijkheid

Krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is aan de ECB onafhankelijkheid verleend. Deze onafhankelijkheid stelt de ECB in staat om beslissingen te nemen ter verwezenlijking van haar primaire doelstelling, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit die immuun is voor politieke invloed. Verantwoording afleggen is echter een noodzakelijke tegenhanger van deze onafhankelijkheid. De ECB moet voor haar optreden verantwoording afleggen aan het Europees Parlement, als het orgaan dat de EU-burgers vertegenwoordigt. Het vervullen van deze verantwoordingsverplichtingen is een cruciaal onderdeel van de verantwoordelijkheden van de ECB. De wederzijdse dialoog tussen de ECB en het Europees Parlement stelt de ECB in staat haar optreden aan de vertegenwoordigers van de EU-burgers uit te leggen en naar hun zorgen te luisteren. In de loop der tijd heeft deze dialoog zich verder ontwikkeld dan de vereisten van Artikel 284, lid 3, van het VWEU. Ter verdere bevordering van gezamenlijke standpunten en effectieve samenwerking hebben de President van de ECB en de Voorzitter van het Europees Parlement in juni 2023 een briefwisseling ondertekend ter verduidelijking van de verantwoordingsafspraken tussen de ECB en het Europees Parlement op het gebied van centrale banken.

De ECB heeft haar interacties met de gekozen vertegenwoordigers van de EU-burgers voortgezet

In 2023 nam de President van de ECB deel aan vier reguliere hoorzittingen van de Commissie Economische en Monetaire zaken van het Europees Parlement (Committee on Economic and Monetary Affairs - ECON) en was zij in februari betrokken bij het plenaire debat over het Jaarverslag voor 2021 van de ECB, waarna het Europees Parlement een resolutie uitbracht. In mei presenteerde de Vice-President van de ECB ook het jaarverslag van de ECB over 2022 aan ECON. Diezelfde dag heeft de ECB haar feedback op de input van het Europees Parlement gepubliceerd als onderdeel van de resolutie van het Europees Parlement over het Jaarverslag voor 2021. Bovendien organiseerde de ECB in mei het jaarlijkse bezoek van een delegatie van leden van ECON aan de ECB. Daarnaast beantwoordde de ECB gedurende het jaar ook 27 schriftelijke vragen van leden van het Europees Parlement.

Voorts heeft de ECB nauw samengewerkt met ECON in het kader van haar werk aan een digitale euro. In 2023 nam het toenmalige Directielid de heer Panetta deel aan drie ad-hoc ECON hoorzittingen om de vooruitgang te bespreken die was geboekt tijdens de onderzoeksfase van de digitale euro, over onderwerpen als gebruikerservaring, wettig betaalmiddel en het wetgevingsproces voor de digitale euro.[78] De ECB organiseerde ook technische seminars op medewerkersniveau met het Europees Parlement en nam deel aan door leden van het Europees Parlement georganiseerde evenementen ter bespreking van een digitale euro.

De steun voor de euro lag in 2023 bijna op recordhoogte

Volgens de laatste Eurobarometer-peilingen van oktober en november 2023 is 79% van de respondenten van het eurogebied voorstander van de euro en 43% vertrouwt de ECB. De hoge mate van steun voor de euro is een zeer positief teken, terwijl het relatief lagere vertrouwen in de ECB laat zien dat de instelling moet blijven communiceren met het publiek en de gekozen vertegenwoordigers van de burgers. Het opbouwen van het vertrouwen van de burgers in de ECB blijft ook in de toekomst een integraal onderdeel van de ECB. Om die reden blijft de ECB zich inzetten om actief deel te nemen aan een constructieve dialoog met het Europees Parlement en de burgers in het eurogebied.

10.2 Internationale betrekkingen

G20

De G20 functioneerde tegen de achtergrond van verhoogde geopolitieke spanningen en in een lastige mondiale omgeving, waarbij werd gestreefd naar behoud van multilateralisme

De wereldeconomie tijdens het Indiase voorzitterschap van de G20 in 2023 bleef negatief beïnvloed door de Russische oorlog tegen Oekraïne en nam in het laatste kwartaal qua onzekerheid toe als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De ministers van Financiën en de centrale-bankpresidenten van de G20 werden geconfronteerd met een lagere wereldwijde groei, een hoge inflatiedruk en volatiele energieprijzen. Ondanks het feit dat meningsverschillen tussen leden over geopolitieke kwesties de goedkeuring van communiqués tijdens de vergaderingen van februari en juli 2023 in de weg stonden, benadrukten de gezamenlijke verklaring van de G20-leiders in New Delhi, alsook het besluit om de Afrikaanse Unie als toekomstig permanent lid tot de G20 toe te laten, de inspanningen van de leden om de doeltreffendheid en inclusiviteit van het forum te behouden. De ECB verwelkomde en steunde de initiatieven van het Indiase voorzitterschap om het regelgevingskader in de bancaire en niet-bancaire sectoren te verbeteren, grensoverschrijdende betalingen te vergemakkelijken en om overeenstemming te bereiken over een G20-roadmap om de risico’s van cryptoactiva-ecosystemen te beperken. De ECB ondersteunde tevens de inspanningen van de G20 om duurzame financiering uit particuliere en publieke bronnen op te schalen voor de mondiale transitie naar klimaatneutraliteit. In het kader van het digitaal europroject waren vanuit het perspectief van de ECB ook de G20-besprekingen over de ontwerpkeuzes en waarborgen voor digitale centralebankvaluta’s een belangrijke prioriteit.

Beleidskwesties in verband met het IMF en de internationale financiële architectuur

De ECB heeft actief bijgedragen aan besprekingen bij het IMF. In 2023 besloot het IMF zijn quotum-middelen te verhogen, zijn toolkit verder aan te passen en de steun aan Oekraïne vervolgen

De ECB bleef een actieve rol spelen in de besprekingen over het internationale monetaire en financiële stelsel bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en in andere fora, waarbij ze in deze fora het centralebankperspectief in gemeenschappelijke Europese standpunten promootte.[79] Hoog op de agenda in 2023 stonden de herziening van de IMF-quota, aanpassingen aan het leenbeleid en de toolkit van het IMF, en aangelegenheden rond bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights – SDR's) en de overbrenging daarvan.

Op 15 december 2023 heeft de Raad van Gouverneurs van het IMF de 16de quotaherziening, de General Review of Quotas (Engels), afgerond en een verhoging van de quota van de leden met 50% goedgekeurd, waarmee de totale IMF-quota zullen uitkomen op SDR 715,7 miljard.[80] De verhoging van het quotum zal aan de leden worden toegewezen in verhouding tot hun huidige quota-aandelen. Er werden aanpassingen aan de IMF-toolkit ingevoerd, die ook de voortgezette steun van het Fonds aan Oekraïne mogelijk maakte.[81] Eind maart 2023 werd een regeling van 48 maanden in het kader van de Extended Fund Facility voor Oekraïne goedgekeurd.[82] Het IMF heeft ook de preventieve rol en flexibiliteit van zijn toolkit verder versterkt door de herziening van voorzorgsinstrumenten (Engels) in oktober 2023 af te ronden. Eind 2023 bleef de kredietverlening door het IMF dicht bij zijn hoogste historische peil: het totale uitstaande bedrag op de algemene middelenrekening bedroeg ongeveer SDR 92 miljard, waarbij de blootstelling aan de grootste leningnemer van het Fonds een derde van dit bedrag uitmaakte.

Er werden middelen vrijgemaakt om hulp te bieden aan landen in nood

Als vervolg op de toewijzing van USD 650 miljard aan SDR’s in 2021, om te voorzien in een wereldwijde behoefte voor de lange termijn om bestaande reserves aan te vullen, wat landen ook hielp met de aanpak van de pandemie, werd in juni 2023 een mijpaal bereikt toen de mondiale ambitie om USD 100 miljard vrij te maken om SDR’s of gelijkwaardige middelen te kanaliseren en opkomende markteconomieën en lage-inkomenslanden verder te helpen, werd gehaald. Met een aandeel van meer dan 31% van de toezeggingen, leverde de EU-lidstaten een belangrijke bijdrage aan deze inspanning. Het grootste deel van de mondiale doelstelling is bestemd voor de Resilience and Sustainability Trust en de Poverty Reduction and Growth Trust van het IMF. De ECB bleef ook internationale initiatieven ondersteunen om kwetsbare landen te helpen met de aanpak van toenemende kwetsbaarheden door schulden, met name met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Gemeenschappelijk Kader voor schuldregelingen (Common Framework for Debt Treatments) van de G20.

Kader 8
De secundaire doelstelling van de ECB op het gebied van het monetair beleid

De primaire doelstelling van de ECB, het handhaven van prijsstabiliteit, is vastgelegd in Artikel 127, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het Verdrag schrijft voor dat de Bank, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, het algemene economische beleid in de Europese Unie zal ondersteunen teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in Artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie.[83] In dit Kader wordt uitgelegd hoe rekening wordt gehouden met de secundaire doelstelling bij de uitvoering van het monetair beleid en de rapportageactiviteiten van de ECB.[84]

Hoe de ECB handelt in beslissingen over het monetair beleid wanneer het gaat om haar secundaire doelstelling

Ten aanzien van de monetairbeleidsbeslissingen beoordeelt de ECB de proportionaliteit van iedere maatregel.[85] Deze beoordeling omvat een analyse van de voordelen en mogelijke neveneffecten van de monetairbeleidsmaatregelen, met inbegrip van de invloed ervan op de secundaire doelstelling van de ECB, waar dat relevant is. In de analyse wordt nagegaan hoe deze maatregelen zich tot elkaar verhouden en hoe ze elkaar in de loop van de tijd in evenwicht houden. In de praktijk kiest de Raad van Bestuur bij de aanpassing van zijn monetaire beleidsinstrumenten de configuratie die het beste het algemene economische beleid in de EU ondersteunt op het gebied van groei, werkgelegenheid en sociale inclusie, en die, om bij te dragen aan de bredere doelstellingen van de EU, de financiële stabiliteit beschermt en bijdraagt tot het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering, op voorwaarde dat twee configuraties van het instrument even bevorderlijk en niet nadelig zijn voor de prijsstabiliteit.[86] Zo verschuift de ECB sinds oktober 2022 bijvoorbeeld haar herinvesteringen van bedrijfsobligaties naar uitgevers met betere klimaatprestaties. Dit besluit werd genomen om meer rekening te houden met klimaatgerelateerde financiële risico’s in de balans van het Eurosysteem en, onder verwijzing naar de secundaire doelstelling van de ECB, om de groene transitie van de economie te ondersteunen overeenkomstig de doelstellingen van de EU om klimaatneutraliteit te bereiken.[87]

Hoe de ECB de effecten van haar handelingen weergeeft ten opzichte van de secundaire doelstelling

De ECB communiceert over de wijze waarop zij in het kader van haar rapportage over het monetair beleid gevolg heeft gegeven aan haar secundaire doelstelling. Tijdens de persconferenties over het monetair beleid en in de gedetailleerde verslagen van haar monetairbeleidsvergaderingen, verschaft de ECB inzicht in de relevante factoren die haar monetairbeleidsbeslissingen beïnvloeden, met inbegrip van overwegingen die verband houden met haar secundaire doelstelling. Daarnaast bieden periodieke artikelen in het Economisch Bulletin en het Research Bulletin, evenals in specifieke Occasional Papers, diepgaande analyses van de wisselwerking tussen het monetair beleid en cruciale gebieden zoals de arbeidsmarkt, financiële stabiliteit en klimaatverandering.[88] Voorts licht de ECB — bij het nakomen van haar verantwoordings- en transparantieverplichtingen jegens het Europees Parlement en het publiek — toe hoe aspecten van de secundaire doelstelling worden aangepakt, zoals de wisselwerking tussen prijsstabiliteit en financiële stabiliteit of hoe klimaatverandering in aanmerking wordt genomen bij haar monetairbeleidstransacties.[89]

In de jaarverslagen van de ECB worden de rapportage over monetairbeleidsbeslissingen en de onderliggende analyses die relevant zijn voor de secundaire doelstelling in verschillende hoofdstukken geïntegreerd. Met name het Jaarverslag voor 2023: (i) voorziet in een update met betrekking tot gemaakte vorderingen gedurende 2023 in de analysecapaciteit van de ECB op het vlak van klimaatverandering in statistieken, waaronder nieuwe klimaatgerelateerde statistische indicatoren met betrekking tot duurzame financiering, de uitstoot van broeikasgassen en fysieke risico’s (Paragraaf 7.2); (ii) wijst er op dat de oriëntatie op de middellange termijn van het monetair beleid van de ECB een geleidelijke impact op de groei en de werkgelegenheid mogelijk maakte, welke deel uitmaken van de secundaire doelstelling van de ECB (Paragraaf 1.2); (iii) wijst er op dat de ECB het beleid voortzette om zich bij bedrijfsobligaties meer te richten op uitgevers met betere klimaatprestaties (Paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3) en maakte het klimaatgerelateerde financiële informatie openbaar ten aanzien van de bedrijfsobligaties in het kader van het programma voor de aankoop van bedrijfsobligaties (corporate sector purchase programme – CSPP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) (Paragraaf 2.2); (iv) geeft een beknopte beoordeling van banken en het financiële stelsel en wijdt uit over de bronnen van kwetsbaarheid en fragiliteit van de financiële stabiliteit (Hoofdstuk 3) en rapporteert het over recent onderzoek verricht door de ECB op het vlak van kwantificering van de compromissen op de financiële stabiliteit voor het monetair beleid in perioden van hoge inflatie (Kader 7); en (v) geeft een samenvatting weer van de inspanningen van de ECB en de vooruitgang op het gebied van klimaat en milieu (Paragraaf 11.5).

11 Goed bestuur en sociale en ecologische duurzaamheid aanmoedigen

De ECB voert belangrijke werkzaamheden uit op het gebied van ecologische, sociale en bestuurlijke (Environmental, Social, Governance - ESG) kwesties. Voor een openbare instelling als de ECB omvat dit onder meer haar verantwoordingsplicht tegenover burgers van de Europese Unie (EU) en hun verkozen vertegenwoordigers, communicatie en dialoog met verschillende doelgroepen, met inachtneming van de hoogste ethische normen en transparantie, het empoweren van werknemers en het bevorderen van hun welzijn, en het onderzoeken van klimaat- en milieueffecten en -risico’s.

11.1 Updates over ecologische, sociale en bestuurlijke kwesties

De ECB zette haar werkzaamheden op het gebied van ecologische, sociale en bestuurlijke thema’s in 2023 voort

Dit overzicht van belangrijke ESG-ontwikkelingen in 2023 wordt aangevuld door andere delen van dit jaarverslag en aanvullende informatie die beschikbaar is op de website van de ECB (Tabel 11.1).

In Paragrafen 11.2 en 11.3 wordt uiteengezet hoe de ECB, als een Europese instelling, in 2023 ernaar streefde om haar governancekaders voortdurend te versterken en de transparantie en nabijheid bij de burgers te bevorderen. In Paragraaf 11.2 worden de inspanningen van de ECB geschetst om de Europese en internationale samenwerking op het gebied van ethiek, integriteit en goed gedrag te versterken, en daarmee ook te reageren op de toegenomen publieke belangstelling op dit gebied.[90] In Paragraaf 11.3 worden de gezamenlijke inspanningen van de ECB beschreven om haar beleid tijdens een periode van hoge inflatie duidelijk toe te lichten, waarbij ze zich richtte op verschillende doelgroepen en tegemoet kwam aan de bezorgdheid van de burgers over de toekomst van onze munt. In Paragraaf 11.4 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen in 2023 die van invloed waren op het humanresourcesbeheer van de ECB en worden updates gegeven over de benoeming van een functionaris voor diversiteit en inclusie en een bemiddelaar. In Paragraaf 11.5, ten slotte, worden de werkzaamheden van de ECB behandeld op het vlak van klimaat en milieu en wordt nadere informatie verschaft over meer gespecialiseerde publicaties op dit gebied.

Klimaatrisico’s worden geleidelijk geïntegreerd in het algemene risicokader

De ECB pakt ESG-risico’s aan als onderdeel van haar risicobeheerkaders voor financiële en niet-financiële risico’s, zoals beschreven in het hoofdstuk over risicobeheer in de Jaarstukken van de ECB 2023.

De klimaatstresstesten gingen in 2022 van start en zijn sindsdien een regelmatige oefening geworden. Ze maken deel uit van het proces om klimaatrisico’s geleidelijk te integreren in het algemene risicokader. In haar eerste stresstest voor klimaatrisico’s van de balans van het Eurosysteem beoordeelde de ECB de gevoeligheid van het financiëlerisicoprofiel van het Eurosysteem voor klimaatverandering en versterkte daarmee het beoordelingsvermogen van het Eurosysteem inzake klimaatrisico's. De resultaten gaven een eerste raming van de gevolgen van klimaatrisico’s voor de balans van de ECB.

11.2 Ethiek en integriteit versterken

Het bewustzijn over ethiek en integriteit bleef in 2023 een hoofdprioriteit

Het Bureau voor Compliance en Governance (Compliance and Governance Office - CGO) van de ECB is verantwoordelijk voor het opstellen van passende regels inzake ethiek en governance en ziet erop toe dat ze worden nageleefd. In 2023 waren nieuwe initiatieven gericht op het bieden van een verbeterde opleidingservaring aan medewerkers, variërend van introductiecursussen en e-learningprogramma’s voor nieuwkomers tot herhalingscursussen voor medewerkers die al langer in dienst zijn en opleidingen op maat om tegemoet te komen aan de behoeften van specifieke bedrijfsfuncties. Ook werden gedurende een periode van zes tot acht weken verscheidene outreach-projecten rond de Global Ethics Day georganiseerd, zowel om de aandacht van de ECB-medewerkers te vestigen op de noodzaak om de ethische regels na te leven als om het publiek te informeren over de aandacht van de ECB voor deze aangelegenheden. Het CGO bleef zijn processen verbeteren en stroomlijnen, medewerkers van ethisch advies voorzien en de naleving van de ethische normen van de ECB waarborgen.

Door het toegenomen bewustzijn op het vlak van ethiek en integriteit en de gemakkelijke toegang tot ethisch advies namen de vragen sterk toe van 1.690 in 2022 tot 2.767 in 2023 (Grafiek 11.1).

De nalevingscontroles die werden uitgevoerd met ondersteuning van een externe dienstverlener bevestigden dat de ECB-medewerkers en de leden van de hoge organen van de ECB de regels voor persoonlijke financiële transacties over het algemeen naleven.

Grafiek 11.1

Overzicht van de in 2023 ontvangen vragen van medewerkers van de ECB

Bron: ECB.

Het onafhankelijk Ethisch Comité van de ECB vormt een aanvulling op de governancestructuur van de ECB. Het adviseert hoge functionarissen van de ECB over ethische kwesties, vooral met betrekking tot privéactiviteiten en bezoldigde beroepswerkzaamheden na afloop van het mandaat, en beoordeelt hun belangenverklaringen. Daarnaast volgt het Ethisch Comité de Europese en internationale ontwikkelingen op het gebied van ethiek en goed gedrag. Het adviseert ook over wenselijke bijsturingen van het ethisch kader van de ECB voor haar hoge functionarissen, zoals de recente verbetering van de regels voor persoonlijke financiële transacties.

Het ethiek- en compliancecomité (Ethics and Compliance Committee) bleef de nationale centrale banken en de nationale bevoegde autoriteiten ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van de in 2021 vastgestelde Ethische Richtsnoeren, en bleef begeleiding bieden voor een coherente en consistente interpretatie van de ethische normen in het hele Eurosysteem. Bovendien organiseerde het Comité sessies over onderwerpen van gemeenschappelijk belang, waaraan meer dan 50 verschillende overheidsinstellingen en organisaties deelnamen, om optimaal te kunnen gebruikmaken en te kunnen profiteren van uiteenlopende standpunten.

Op Europees niveau bleef de ECB in 2023 een actieve rol spelen in de lopende interinstitutionele onderhandelingen over de oprichting van een onafhankelijk ethiekorgaan van de EU.

Op internationaal niveau was de ECB nauw betrokken bij de uitwisseling van kennis en het opstellen van normen in het Ethics Network of Multilateral Organizations, zowel in haar rol als vicevoorzitter van het netwerk en via haar bijdragen aan de vergaderingen en de jaarlijkse conferentie. De ECB droeg ook bij aan de eerste herziening van de tenuitvoerlegging door de EU van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (Engels).

11.3 Communicatie en transparantie inzake het ECB-beleid

De ECB werd geconfronteerd met een uitdagende communicatieomgeving

De dalende, maar nog steeds te hoge inflatie en de steeds tastbaarder effecten van de beleidsverkrapping van de ECB op de economie zorgden in 2023 voor een uitdagende communicatieomgeving voor de ECB. In tijden van uitzonderlijke onzekerheid en een crisis van de kosten van levensonderhoud, moest de communicatie van de ECB vooral gericht zijn op het geruststellen van de burgers en bedrijven over haar toezegging om de inflatie te doen terugkeren naar de doelstelling en hen ervan te overtuigen dat ze daartoe in staat is met de belangrijkste beleidsinstrumenten waarover ze beschikt.

Het leidende beginsel van de ECB voor haar communicatie was ‘toelichten, toelichten, toelichten’ om mensen te helpen haar beslissingen te begrijpen

De ECB communiceerde daarom meer over het monetair beleid. Toen de verkrapping van het monetair beleid de beoogde effecten van een afnemende vraag begon te sorteren, was het belangrijk om de besluiten van de ECB toe te lichten en nogmaals te benadrukken dat haar voornaamste opdracht erin bestaat de inflatie te bestrijden. Naast meerdere publieke lezingen door besluitvormers van de ECB, werd in verschillende posts op de ECB-Blog uitgelegd hoe de inflatie de reële inkomens beïnvloedde en hoe belangrijk het structurele beleid van overheden is om de inflatie aan te pakken, en werden analytische inzichten gegeven over de historisch hoge arbeidsparticipatieniveaus. In de podcasts van de ECB werden de oorzaken van de inflatie beschreven en in een specifieke podcast-zomerschool werd dieper ingegaan op de rol van de ECB bij het stabiel houden van de prijzen.

Bescheidenheid in de communicatie om het vertrouwen van het publiek te herstellen

Tegelijkertijd moesten er legitieme vragen worden beantwoord over waarom de ECB de inflatiestijging niet had voorzien en waarom haar macro-economische projecties niet klopten. De duidelijkheid en nauwkeurigheid van de projecties van het Eurosysteem zijn met name van belang om de verwachtingen te verankeren en de geloofwaardigheid van het ECB-beleid te versterken. Evenzo was het essentieel om de verschillende bronnen van onzekerheid toe te lichten en met enige bescheidenheid te communiceren om vertrouwen te scheppen.

De communicatie van de ECB streefde ernaar de verliezen op de balans van de ECB en de centrale banken van het Eurosysteem in hun context te plaatsen

Als gevolg van eerdere monetairbeleidsbeslissingen, met name grootschalige aankopen van activa, werden de ECB en andere centrale banken in het Eurosysteem in 2023 geconfronteerd met verliezen op hun balansen. De ECB leverde een speciale inspanning om uit te leggen hoe de winsten en verliezen van de centrale banken ontstaan, bijvoorbeeld met een specifieke explainer. Hierdoor kon de ECB deze verliezen ook plaatsen in de context van vele jaren met aanzienlijke winsten en benadrukken dat haar taak erin bestaat om monetairbeleidsbeslissingen te nemen die haar prijsstabiliteitsdoelstelling bevorderen, en niet om winst te maken.

Verdere uitzonderlijke communicatie-inspanningen in 2023 waren gericht op de toekomst van onze munt, zowel in de vorm van contant geld als in digitale vorm.

De ECB is met de hulp van het Europese publiek begonnen met het ontwerpen van de volgende reeks eurobankbiljetten

De ECB besliste dat het grote publiek bij het ontwerp van de derde reeks eurobankbiljetten zou moeten worden betrokken via een participatief proces. Daartoe werden Europeanen in het hele eurogebied uitgenodigd om deel te nemen aan een online-enquête over de thema’s van de volgende reeks bankbiljetten en kregen ze de kans om uit zeven mogelijkheden het ontwerpthema van hun voorkeur te kiezen. Meer dan 365.000 mensen uit het eurogebied namen hieraan deel en hun voorkeuren werden opgenomen in het besluit van de Raad van Bestuur om ‘Europese cultuur’ en ‘Rivieren en vogels’ als thema’s te selecteren voor de toekomstige bankbiljetten. De communicatie en het bereik over de volgende reeks bankbiljetten versterkten het signaal dat de ECB en het Eurosysteem zich blijven inzetten voor contant geld.

De ECB benadrukte dat contant geld blijft bestaan – eventueel aangevuld met een digitale euro

In 2023 was het voor de ECB bijzonder belangrijk om te benadrukken dat ze zich blijft inspannen voor contant geld, omdat ze zich voorbereidt op een mogelijke invoering van een digitale euro.

In oktober 2023 besloot de Raad van Bestuur de onderzoeksfase van het project voor een digitale euro af te sluiten en over te gaan naar de voorbereidingsfase. Die stap ging gepaard met een veelzijdige en meertalige communicatiecampagne, waarbij verschillende communicatiekanalen en -producten in alle landen van het eurogebied werden gebruikt, waaronder een officiële LinkedIn-pagina over het project voor een digitale euro en een specifieke webpagina over dit project. De campagne spitste zich toe op de voordelen en het belang van de invoering van een digitale euro, privacykwesties en de rol van zowel contant geld als de nieuwe digitale munt als wettig betaalmiddel. Naast innovatieve communicatie met belanghebbenden uit de sector, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties, nam de ECB ook contact op met relevante online-contentcreators. Het doel was om digitale ondernemers die actief zijn op het gebied van geld en financiën aan te moedigen om de redenen voor een digitale euro toe te lichten en de kenmerken ervan uit te leggen aan hun online volgers en abonnees.

Over het geheel genomen slaagden deze gezamenlijke inspanningen en de daaruit voortvloeiende brede media-aandacht erin het digitale-europroject onder de aandacht te brengen en voor een beter begrip te zorgen. Uit analyse blijkt dat de belangstelling voor een digitale euro aanvankelijk het grootst was onder jongere generaties Europeanen, maar dat het bewustzijn en begrip zich intussen over alle leeftijdsgroepen hebben verspreid.

2023 was ook het jaar waarin de ECB haar 25e verjaardag vierde. Bij die gelegenheid organiseerde de ECB een evenement dat werd bijgewoond door de hoogste vertegenwoordigers van de instellingen van de Europese Unie, het gastland van de ECB, Duitsland, en andere landen van het eurogebied, evenals door voormalige voorzitters van de ECB, Jean-Claude Trichet en Mario Draghi. Daarnaast vierde de ECB eind 2023 en begin 2024 samen met andere EU-instellingen 25 jaar euro. Deze historische mijlpalen stelden de ECB in staat om het succes van de gemeenschappelijke munt, de voordelen ervan voor de Europese burgers als baken van stabiliteit overal ter wereld en als symbool van Europese eenheid te benadrukken.

Jongeren bereiken via de socialemediacampagne ‘Stabiliteit is wat wij doen’

De ECB voerde in 2023 de ‘Stabiliteit is wat wij doen’-campagne op sociale media om vooral jongeren te bereiken. Het doel was om op een interactieve en persoonlijke manier de kernaspecten van de ECB en haar werkzaamheden uit te leggen: de prijsstabiliteitsdoelstelling, de rol van het bankentoezicht en de invloed van de beslissingen van de ECB op het dagelijks leven. De campagneposts werden 166 miljoen keer bekeken en bereikten 43 miljoen jongeren.

Er waren meer verzoeken om toegang van het publiek in vergelijking met 2022, waaronder een duidelijke toename voor de toegang tot documenten over institutionele en bestuurlijke onderwerpen

De toegang van het publiek tot documenten van de ECB vormt een integraal onderdeel van het transparantiebeleid van de ECB. Het bevordert de openheid van de ECB en vergroot haar democratische legitimiteit.

In 2023 ontving de ECB meer verzoeken (73 verzoeken) om toegang tot documenten in vergelijking met 2022 (63 verzoeken). Hoewel de verzoeken nog steeds betrekking hadden op een breed scala aan onderwerpen, waaronder toezichtskwesties of zeer zichtbare initiatieven zoals het digitale-europroject, was er een duidelijke toename van de verzoeken om toegang tot documenten over institutionele en bestuurlijke onderwerpen, wat wijst op een grotere publieke belangstelling voor dergelijke aangelegenheden.

In overeenstemming met het streven van de ECB naar transparantie zijn de documenten die werden vrijgegeven naar aanleiding van verzoeken om toegang van het publiek in het algemeen beschikbaar gesteld via het Openbaar register van documenten van de ECB. Om de transparantie te vergroten, stelde de ECB bovendien een overzicht op van de onderwerpen die worden behandeld in de verzoeken om toegang tot documenten die de ECB sinds 2004 ontving.

De Europese Ombudsman heeft geen gevallen van wanbeheer vastgesteld bij de behandeling door de ECB van verzoeken om toegang van het publiek.

De initiatieven van de ECB om de transparantie, openheid en nabijheid bij de burgers te ondersteunen, werden erkend door haar nominatie op de shortlist voor de Award for Good Administration 2023 van de Europese Ombudsman voor ‘het helpen van de EU-burgers om het monetair beleid in tijden van hoge inflatie te begrijpen’.

11.4 Onze mensen empoweren om uit te blinken voor Europa

In de context van de geleidelijke terugkeer naar kantoor vanaf 2022 richtte de ECB zich op beleid en programma’s ter ondersteuning van de balans tussen werk en privéleven, personeelsontwikkeling en organisatorische veerkracht. In januari 2023 werd een nieuw thuiswerkbeleid ingevoerd dat de flexibiliteit voor medewerkers en trainees ondersteunt. In 2023 werd het nieuwe virtuele leerplatform EUREKA beschikbaar gesteld aan instellingen binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken en het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (SSM), wat nog meer toegang biedt tot leer- en mobiliteitsmogelijkheden. In overeenstemming met haar doelstelling om een cultuur van effectieve inclusie te creëren, benoemde de ECB een bemiddelaar en een diversiteits- en inclusieadviseur voor HR.

Werkcultuur

De ECB introduceerde haar nieuwe thuiswerkbeleid

Na een transitiefase in 2022 werd op 1 januari 2023 een nieuw thuiswerkbeleid geïntroduceerd. Op basis van de over het algemeen positieve ervaringen tijdens de periode van telewerk biedt het nieuwe beleid flexibele thuiswerkopties voor het personeel. Het stelt alle ECB-medewerkers en trainees in staat om maximaal 110 dagen per jaar te telewerken, op voorwaarde dat dit wordt afgestemd op de bedrijfsbehoeften.

Figuur 11.1

Thuiswerk door ECB-medewerkers in 2023

Bron: ECB.
Toelichting: Gegevens per januari 2024.

Er werd opleiding aangeboden om een duurzame cultuur van wederzijds respect te ontwikkelen

De ECB vindt het belangrijk om naar haar medewerkers te luisteren en hield begin 2023 een opiniepeiling. Uit de enquêteresultaten bleek dat het personeel betrokken, geëngageerd en verbonden bleef met de werkzaamheden van de ECB. Er moet echter nog verder worden gewerkt aan het verbeteren van de werkcultuur. Als vervolg op het onderzoek pleitte de directie voor een initiatief ter bevordering van een organisatiecultuur waarin medewerkers leren effectief te reageren op ongepast gedrag. Er werden interactieve workshops opgezet ter versterking van een cultuur waarin iedereen vrijuit kan spreken en van de manier waarop we samenwerken.

Talentontwikkeling

Medewerkers van de ECB maakten gebruik van mobiliteitsmogelijkheden

2023 was een belangrijk jaar voor de mobiliteit van medewerkers in het ESCB en het SSM. Met het nieuwe leerplatform van de ECB, EUREKA, werd voor het eerst een centraal overzicht gegeven van de leer- en mobiliteitsmogelijkheden binnen andere instellingen van het ESCB en het SSM. EUREKA draagt bij aan kennisdeling en samenwerking en is beschikbaar voor ECB-medewerkers en voor alle medewerkers van het ESCB en het SSM. In het kader van de vijfde editie van het Schumanprogramma in 2023 werden 41 projecten aangeboden als detacheringsmogelijkheden, die de uitwisseling van medewerkers tussen de ECB, de nationale bevoegde autoriteiten (NCA's) en de nationale centrale banken (NCB’s) mogelijk maakten. Als onderdeel van een specifiek SSM-uitwisselingsprogramma bleef de ECB ook medewerkers uitwisselen met verschillende NCA’s en Europese instellingen. Eind 2023 waren er negen uitwisselingen met twee NCA’s (Banco de España, de Franse autoriteit voor prudentieel toezicht en afwikkeling) en één agentschap (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen).

De ECB bleef leiderschap en professionele groei bevorderen

De ECB zette haar Leadership Growth Programme voort om leiderschapscompetenties te ontwikkelen en de doeltreffendheid van het leiderschap te vergroten. Daarnaast organiseerde de ECB de laatste zeven cohorten van het Women’s Leadership Programme, een succesvol programma dat in 2014 werd gelanceerd om voor een grotere vertegenwoordiging van vrouwen bij de ECB te zorgen. Een andere belangrijke ontwikkelingsmogelijkheid bestond uit het Mentoringsportaal, dat medewerkers en trainees in staat stelt mentoring aan te bieden en mentoren te zoeken. Eind 2023 waren er bijna 100 mentor-mentee-relaties.

Als onderdeel van de opleidings- en ontwikkelingsstrategie van het ESCB en het SSM werden belangrijke initiatieven opgezet

Als onderdeel van de opleidings- en ontwikkelingsstrategie van het ESCB en het SSM werden nog meer belangrijke initiatieven opgezet. De NCA’s en NCB’s werden in EUREKA opgenomen, dat toegang biedt tot een breed scala aan leer- en ontwikkelingsmogelijkheden binnen het ESCB en het SSM. Het ‘Central Banking and Banking Supervision Executive Education’-vlaggenschipprogramma ging in oktober 2023 van start. In de loop van het jaar vonden twee geslaagde ‘hackathons’ plaats met deelnemers uit het ESCB en het SSM. De eerste hackathon vond in februari plaats en ging over gedecentraliseerde financiering en in november vond in de gebouwen van de ECB een tweede plaats over klimaatverandering.

De ECB verhoogde de traineeshiptoelage

Door een traineeshipprogramma aan te bieden, stimuleert de ECB de Europese integratie van jonge afgestudeerden en geeft ze hun de kans praktische ervaring op te doen en de kennis die ze tijdens hun studie verwierven in de praktijk te brengen. Tegelijkertijd profiteert de ECB van de kennis die trainees hebben over de huidige stand van het academische onderzoek en van hun enthousiasme en nieuwe ideeën. Per 1 december 2023 werd de traineeshiptoelage verhoogd tot € 1.170 per maand en tot € 2.120 voor PhD-studenten die ten minste twee jaar van hun doctoraat hebben afgerond voor traineeshipvacatures op dat niveau. Trainees ontvangen ook voordelen in verband met huisvesting.

Diversiteit en inclusie

De ECB bleef diversiteit en inclusie bevorderen

Het is een langetermijndoelstelling om de Europese samenleving te weerspiegelen en een cultuur van effectieve inclusie tot stand te brengen. Daartoe versterkte de ECB haar institutionele basis door haar zes fundamentele netwerken voor diversiteit en inclusie (D&I) te ondersteunen en het opleidingsprogramma over inclusie voor medewerkers, teams en leidinggevenden te lanceren. Om voor een cultuur op basis van inclusie, wederzijds respect en psychologische veiligheid te zorgen, werden er twee nieuwe rollen gecreëerd: sinds 2023 voorkomt de nieuwe bemiddelaar spanningen op de werkvloer en pakt deze aan door middel van een begeleide dialoog, en bekijkt de nieuwe D&I-adviseur van HR alle personeels- en cultuurkwesties vanuit een D&I-oogpunt.

Genderdiversiteit en intersectionaliteit stonden hoog op de agenda

In 2023 hield de ECB genderdiversiteit hoog op haar agenda en tegelijkertijd omarmde ze alle facetten van diversiteit en bevorderde ze een inclusieve cultuur. Dit blijkt uit de EDGE Move- & EDGEplus-certificering, de voortgang van de ECB in verband met de genderdoelstellingen 2020-2026, de invoering van betaald ouderschapsverlof voor de co-ouder die niet bevalt, het proefproject van een traineeship voor talent met een autismespectrumstoornis en de bewustmakingssessies en evenementen over afkomst en etniciteit, verbondenheid, handicap en LGBT+-inclusie.

De ECB zette haar gerichte outreachactiviteiten en talentwerving voort

Om het beste talent van Europa aan te trekken, nam de ECB deel aan verschillende loopbaanbeurzen voor ondervertegenwoordigde groepen, zoals de grootste Europese loopbaanbeurs voor zwarte mensen en mensen van kleur die door ADAN (Afro Deutsches Akademiker Netzwerk) wordt georganiseerd, de Sticks & Stones-loopbaanbeurs voor LGBTIQ+-talent en sympathisanten en de herCAREER-beurs voor de loopbaanontwikkeling van vrouwen. Om sollicitanten met een beperking aan te trekken, publiceerde de ECB haar vacatures op het myAbility-platform. Om meer vrouwen aan te trekken en rekening te houden met verschillende sociaal-economische achtergronden bleef de ECB haar ECB Scholarship for Women aanbieden. Daarnaast verleende de ECB, als een voortdurende blijk van solidariteit en steun, een studiebeurs aan 15 Oekraïense studenten die in Oekraïne een masteropleiding volgen.

Figuur 11.2

Het personeelsbestand van de ECB in cijfers

1 Gegevens per 31 december 2023.
2 Inclusief 56 deelnemers aan het Graduate Programme.
3 Werknemers die gedetacheerd zijn door een nationale centrale bank van het Europees Stelsel van Centrale Banken, Europese overheidsinstellingen/agentschappen of internationale organisaties.
4 Betreft alleen vaste medewerkers en medewerkers met een vaste functie.
5 Verwijst naar een permanente of tijdelijke horizontale beweging tussen afdelingen of organisatie-eenheden.
6 Verwijst naar een permanente of tijdelijke beweging naar een hogere salarisschaal, al dan niet met een wervingscampagne.
7 Betreft alleen vaste medewerkers en omzetbare functies voor bepaalde tijd.
8 De tabel toont de aandelen van de ECB-medewerkers en -trainees naar nationaliteit, waarbij personeelsleden met meerdere nationaliteiten worden meegeteld voor elke nationaliteit die zij opgeven. Het totaal kan hoger zijn dan 100% door afrondingen en dubbele nationaliteiten. De landen worden gerangschikt in alfabetische volgorde van de landennamen in de respectieve nationale taal.

11.5 Voortgang van de werkzaamheden op het gebied van milieu- en klimaatuitdagingen

Inzicht in de gevolgen van de klimaatverandering en de transitiebehoeften voor de economie en de financiële sector is essentieel voor de ECB om haar mandaat te vervullen

De klimaatverandering neemt toe en hoe langer we wachten om onze uitstoot te verlagen en over te stappen op een groenere economie, hoe hoger de kosten die hiermee gepaard gaan.[91],[92] Ondanks de geboekte vooruitgang ligt de wereld nog steeds niet op schema om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C boven het niveau van vóór de industrialisering.[93] Dit betekent dat de risico’s van een veranderend klimaat en een abrupte transitie groter worden, met gevolgen voor het monetair beleid en de stabiliteit van het financiële stelsel en het bankwezen. Het is daarom essentieel dat de ECB de gevolgen voor de economie en de financiële sector begrijpt om haar mandaat te kunnen vervullen.

Daarom werkte de ECB, onder coördinatie van het Centrum Klimaatverandering (Climate Change Centre - CCC), verder aan haar klimaatagenda in samenwerking met interne belanghebbenden en met het Eurosysteem via relevante comités en specifieke klimaatfora. In 2023 integreerde de ECB de doelstellingen en milieuoverwegingen van de Europese klimaatwet verder in haar strategievorming, projecten en beleidsvormingsprocessen.

De ECB publiceerde haar klimaat- en natuurplan voor 2024-2025

Het afgelopen jaar werkte de ECB aan haar klimaat- en natuurplan voor 2024-2025, waarin wordt uiteengezet welke activiteiten ze zal uitvoeren om haar strategische klimaatdoelstellingen te verwezenlijken. Ze stelde ook drie aandachtsgebieden vast waarvoor actie zal worden ondernomen: de transitie naar een groene economie begeleiden, de toegenomen fysieke impact van klimaatverandering begrijpen en de werkzaamheden rond natuurgerelateerde risico’s voortzetten.

Belangrijkste klimaatgerelateerde werkzaamheden

Er is op meerdere vlakken concrete vooruitgang geboekt, die betrekking had op een breed scala aan taken van de ECB (Figuur 11.3).

Bij de uitvoering van het monetair beleid publiceerde de ECB in maart 2023 de eerste klimaatgerelateerde financiële rapportage over de beleggingen van het Eurosysteem in niet-financiële ondernemingen. De koolstofintensiteit van de herinvesteringen daalde met meer dan 65% in de twaalf maanden nadat in oktober 2022 werd begonnen met het heroriënteren van herinvesteringen. De Raad van Bestuur versterkte deze heroriëntatie in februari, toen werd besloten om de door het Eurosysteem aangehouden effecten te verminderen. Sinds de stopzetting van de herinvesteringen in juli in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme - APP) worden nu verder ook de investeringen in niet-financiële ondernemingen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme - PEPP) geheroriënteerd. Bij de eerste herziening van de methodologie voor klimaatscores in oktober 2023 werd geconcludeerd dat met het kader de beoogde doelstellingen werden bereikt en dat de belangrijkste bouwstenen ervan zouden worden gehandhaafd. De decarbonisatie van de portefeuilles van de bedrijfssector zal naar verwachting in 2024 worden voortgezet opdat de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs ondersteund worden. Daarnaast zette het Eurosysteem de voorbereidende werkzaamheden voort om klimaatoverwegingen in zijn onderpandskader te integreren en zijn risicobeoordeling en -beheer te verbeteren.

Figuur 11.3

Overzicht van de belangrijkste klimaatmaatregelen

Bron: ECB.

De ECB onderzocht de economische en financiële invloed van de klimaatverandering en de gevolgen voor haar taken

De opdracht om beleidsmakers, de financiële sector en het publiek te informeren over de economische en financiële gevolgen van de klimaatverandering en de implicaties daarvan voor de taken van de ECB werd ondersteund door uitgebreid analytisch werk.[94] In 2023 bleef de ECB de macro-economische gevolgen van de klimaatverandering en het mitigerend beleid beoordelen, evenals met name het effect van groene begrotingsmaatregelen op de door medewerkers van het Eurosysteem/de ECB samengestelde projecties. Uit een modelgebaseerde analyse naar de economische gevolgen van koolstofprijszetting blijkt dat er beperkte negatieve effecten zijn voor de economie. De bevindingen van de Enquête betreffende de toegang van ondernemingen tot financiering (Survey on the Access to Finance of Enterprises - SAFE) en de Enquête naar de bancaire kredietverlening (Bank Lending Survey - BLS) tonen aan dat bedrijven in het eurogebied investeren in de transitie en dat de bancaire kredietvoorwaarden krapper zijn voor bedrijven met een hoge uitstoot en zonder geloofwaardige transitieplannen. Wat de gevolgen voor het monetair beleid betreft, werden in een recente analyse de effecten van de klimaatverandering op het transmissiemechanisme van het monetair beleid (Engels) onderzocht en werd vastgesteld dat de transitie weliswaar de kosten voor kredietverlening verhoogt en de kredietverlening aan alle bedrijven vermindert, maar dat dit effect kleiner is voor bedrijven met een lage uitstoot en bedrijven die zich ertoe verbinden te decarboniseren. In verschillende onderzoeksverslagen werd het verband bestudeerd tussen een veranderend klimaat en inflatie, waarbij werd geconcludeerd dat warmere temperaturen de voedselinflatie kunnen verhogen, maar dat effecten aan de vraagzijde wegens warmere zomers de inflatie op langere termijn kunnen temperen, en dat de effecten heterogeen zijn over de economieën van het eurogebied heen (zie Kader 1). De ECB kreeg ook meer inzicht in de manier waarop klimaatverandering de potentiële output beïnvloedt.

In een poging om de beschikbaarheid van klimaatgegevens te vergroten, publiceerde het Europees Stelsel van Centrale Banken klimaatveranderingsgerelateerde indicatoren over duurzame financiering, broeikasgasemissies en fysieke risico’s (zie paragraaf 7.2).

De ECB streeft ernaar de klimaatrisico’s voor de economie en de financiële stelsels beter te begrijpen en ontwikkelt een passend macroprudentieel antwoord

De ECB ontwikkelde haar stresstestmethode verder om na te gaan in hoeverre de economie in het algemeen bestand is tegen verschillende transitiescenario’s en in hoeverre de onder toezicht staande banken voorbereid zijn op financiële en economische schokken als gevolg van klimaatrisico’s. In 2023 leidde de ECB de werkstroom van het Network for Greening the Financial System (NGFS) met betrekking tot Scenario Design and Analysis, die de vierde editie van de macrofinanciële klimaatscenario’s op lange termijn (Engels) publiceerde. De scenario’s bieden een eerste, gemeenschappelijke referentie voor de analyse van klimaatrisico’s voor de economie en het financiële stelsel. De onzekerheid en de beperkingen van klimaatmodellen en economische modellen worden ook binnen dit kader erkend, bijvoorbeeld wat betreft klimaatkantelpunten. In samenwerking met de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (European Insurance and Occupational Pensions Authority - EIOPA) ontwikkelde de ECB beleidsopties om de verzekeringskloof op het gebied van klimaat te verkleinen, aangezien momenteel slechts een kwart van de verliezen door klimaatrampen in de EU is verzekerd. De ECB analyseerde ook de klimaatrisico’s voor overheden die een negatief effect kunnen hebben op de financiële stabiliteit en de begrotingsuitgaven. De ECB en het Europees Comité voor Systeemrisico’s (European Systemic Risk Board - ESRB) publiceerden een verslag waarin gegevens over de belangrijkste indicatoren voor financiële stabiliteit worden verzameld en een macroprudentieel kader voor het analyseren van klimaatrisico’s (Engels) wordt ontwikkeld. In het verslag wordt er ook op gewezen dat een sterke economische afhankelijkheid van natuurlijke ecosystemen klimaatgerelateerde risico’s voor de financiële stabiliteit zou kunnen verergeren.

Wat betreft ECB-Bankentoezicht boekten de kredietinstellingen die onder het toezicht van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme staan weliswaar aanzienlijke vooruitgang in hun klimaat- en milieugerelateerde risicobeheerpraktijken (Engels), maar een aantal instellingen behaalde de voor maart 2023 vooropgestelde vooruitgang niet (Engels). De ECB zal nauwlettend blijven toezien op de vooruitgang van de banken op dit vlak en, indien nodig, handhavingsmaatregelen nemen.[95]

De ECB verbetert de veiligheid en duurzaamheid van eurobankbiljetten

In de loop der jaren heeft de ECB de veiligheid en duurzaamheid van eurobankbiljetten gedurende de gehele chartale cyclus voortdurend verbeterd.[96] In 2023 publiceerde ze het onderzoek naar de ecologische voetafdruk van eurobankbiljetten als betaalinstrument. De toekomstige eurobankbiljetten worden ontwikkeld conform de beginselen van ecologisch ontwerp, wat betekent dat in alle fases van het ontwikkelingsproces van de bankbiljetten rekening wordt gehouden met milieuaspecten (zie Paragraaf 6.2).

De ECB analyseert en draagt bij aan beleidsbesprekingen om duurzame financiering op te schalen op EU-niveau en op internationaal niveau

Sinds 2021 hebben medewerkers van de ECB bijgedragen aan opleidingen en multilaterale technische workshops met collega’s bij de centrale banken en belanghebbenden buiten de Europese Unie. Daarnaast nam de ECB deel aan tal van werkgroepen en evenementen met centrale banken en andere instellingen en fora om de klimaatagenda uit te voeren en van regelmatige uitwisselingen te profiteren. Dit zijn onder meer het NGFS, de Raad voor Financiële Stabiliteit, het Bazels Comité van Toezichthouders, de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (Engels) en het Europees Comité voor Systeemrisico’s, de Bank voor Internationale Betalingen, de G7, de G20 en het Internationaal Monetair Fonds.

In innovatief onderzoek van de ECB werden natuurgerelateerde risico’s, het verband tussen klimaat en natuur en de invloed daarvan op de economie bestudeerd

Uit innovatief onderzoek naar natuurgerelateerde risico’s bleek dat de verslechtering van de ecosystemen uitdagingen zal vormen voor bedrijven en zich mogelijk zal uitbreiden naar banken, aangezien bijna 75% van de bedrijfsleningen in het eurogebied (bijna € 3,24 biljoen) wordt verstrekt aan kredietnemers die sterk afhankelijk zijn van ecosysteemdiensten. Daarnaast onderzocht de ECB voor het eerst transitierisico’s en het verband tussen klimaat en natuur. Wanneer rekening wordt gehouden met klimaatverandering en veranderingen in landgebruik als belangrijkste factoren voor het verlies aan biodiversiteit, staat de impact van bedrijven uit het eurogebied op de natuur gelijk aan het verlies van 582 miljoen hectare aan ‘ongerepte’ habitats wereldwijd. In het onderzoek wordt benadrukt hoe belangrijk het is klimaatverandering en natuurverlies te integreren in de risicobeoordelingskaders, aangezien deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Er wordt gewerkt aan de verbetering van de milieuprestaties van de eigen activiteiten en niet-monetairbeleidsportefeuilles van de ECB

In maart 2023 is de ECB begonnen met de publicatie van haar jaarlijkse financiële klimaatrapportage over haar niet-monetairbeleidsportefeuilles, naast haar jaarlijkse milieuverklaring, die samen een overzicht geven van de eigen operationele milieueffecten van de ECB en de koolstofvoetafdruk van haar gefinancierde emissies, evenals de daarmee verband houdende doelstellingen.[97] In de loop van 2024 zal een update over de milieuprestaties van de ECB in 2023 worden gepubliceerd.

Kader 9
De ECB blijft innoveren

In 2023 bleef de ECB vooruitgang boeken bij het ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen die de efficiëntie van haar processen verbeteren. In de hele organisatie werden digitale oplossingen ingezet, waaronder artificiële intelligentie (AI), machinelearning, robots en chatbots.

Wat de centrale bank betreft, werd bij de ECB AI toegepast om een beter inzicht te krijgen in het prijszettingsgedrag en de inflatiedynamiek in de Europese Unie (EU). Om een grote hoeveelheid realtimegegevens over afzonderlijke productprijzen te verzamelen, werd gebruikgemaakt van webscraping en machinelearning.[98] Op het gebied van bankentoezicht zorgde het in 2019 gestarte SupTech-programma voor 14 instrumenten die toezichthouders helpen om grote hoeveelheden kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te verzamelen en te analyseren, processen te automatiseren, beter samen te werken en AI te gebruiken om toezichtanalyses te versnellen en te verfijnen.[99]

Het opzetten van digitale projecten bij de ECB vraagt een innovatievriendelijk ecosysteem. Innovatie vereist niet alleen technologische oplossingen, maar ook een op groei gerichte mentaliteit, nieuwsgierigheid en nauwe samenwerking tussen alle belanghebbenden van de ECB. Daartoe ontwikkelden interdisciplinaire innovatieteams waarbij IT, kennisbeheer, centraal bankieren en bankentoezicht betrokken zijn, innovatieve werkwijzen die projectmanagement, innovatieverkenning, incubatie en kennisdeling bevorderen. Als onderdeel van dit ecosysteem vormen het digitale documentensysteem en het informatiebeheerbeleid van de ECB een stevige basis voor de ontwikkeling van AI door te voorzien in een grote hoeveelheid gestructureerde gedigitaliseerde documentatie. Daarnaast draagt de samenwerking met mondiale innovatieleiders bij overheidsinstanties, de academische wereld, start-ups en grote spelers uit de sector bij tot het stimuleren van innovatie binnen de ECB, het Eurosysteem en daarbuiten. De ECB coördineert met name de acties van het Eurosysteem via het Innov8 Forum van het Eurosysteem samen met het BIS Innovation Hub Eurosystem Centre. Dit centrum is een joint venture van de Bank voor Internationale Betalingen en alle centrale banken van het Eurosysteem. In maart 2023 werden kantoren geopend in Frankfurt en Parijs, die zijn gehuisvest en worden ondersteund door respectievelijk de Deutsche Bundesbank en de Banque de France. Alle leden van het Innov8 Forum van het Eurosysteem dragen aan deze innovatieruimte bij en delen er kennis.

Tot slot wordt innovatie sterk gestimuleerd door de directie. In februari 2023 namen de directieleden voor het eerst deel aan een innovatieforum in een fysieke ‘marktvorm’ en met live en interactieve demonstraties van een aantal belangrijke innovatieprojecten van de ECB.

12 Ontmoet onze mensen

Op 1 juni 1998 begon de Europese Centrale Bank te functioneren als de centrale bank voor het eurogebied met een duidelijk mandaat om de prijsstabiliteit te handhaven. Het 25-jarig bestaan van de ECB in 2023 was een mooie gelegenheid om stil te staan bij de vele successen die tijdens deze periode zijn behaald. ECB-medewerkers die zijn begonnen bij het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de ECB, en voor de instelling zijn blijven werken, vertellen over hun persoonlijke ervaringen. Ze beschrijven met name hoe het was om bij een nieuwe instelling met de sfeer van een start-up te werken en hoe zij hun bijdrage aan verschillende belangrijke mijlpalen hebben geleverd terwijl de direct ECB haar plaats tussen andere instellingen vond en zich in de loop van de tijd verder ontwikkelde.

Rita Choudhury, hoofdeconoom-statisticus senior team, Directoraat-Generaal Statistieken

A person smiling at camera

Description automatically generated

Mijn loopbaantraject bij de ECB heeft mij sterk gevormd. Het begon met een sprong in het diepe, met een nieuwe baan in een nieuw land. Als jonge onderzoeksanalist trad ik bij de ECB in dienst binnen de in ontwikkeling zijnde statistiekfunctie. Met slechts een paar honderd medewerkers had de ECB alle hens aan dek nodig, dus iedereen combineerde verschillende rollen. De gemiddelde werkdag zag er heel afwisselend uit: ik besprak vereisten met beleidsterreinen, ontwierp statistische kaders, programmeerde en schreef bij gelegenheid een toespraak. Het institutionele beleid stond nog in de kinderschoenen, en het was heel bijzonder om te zien hoe mijn creatieve oplossingen vaak snel werden toegepast.

Naarmate de ECB verder groeide, namen de mogelijkheden voor professionele ontplooiing toe. Ik heb op verschillende gebieden binnen de statistiekfunctie gewerkt en heb mijn deskundigheid en leiderschap kunnen verdiepen. Tot mijn meest memorabele verantwoordelijkheden behoorden het leiden van bezoeken aan nationale centrale banken en nationale bevoegde autoriteiten om relaties op te bouwen en advies te geven voor de voorbereiding van hun rapportage als nieuwe leden van het eurogebied.

Momenteel werk ik in het pas opgerichte Data Office, dat de taak heeft het institutionele gegevensbeheer (onder andere op gebieden als kunstmatige intelligentie) te optimaliseren en dat rapporteert aan de Chief Data Officer. Daarnaast lever ik mijn bijdrage aan het forum voor diversiteit en inclusie. Dit zijn horizontale rollen en het geeft me voldoening om met uiteenlopende groepen samen te werken en het bredere beleid van de ECB mede vorm te geven en te beïnvloeden.

Er zijn ook tegenslagen geweest, bijvoorbeeld de brexit, die voor onzekerheid zorgde over mijn aanstelling, maar uiteindelijk − dankzij een dynamische omgeving, gemotiveerde collega’s en voortdurende ontwikkelingsvooruitzichten − bewaar ik de sterkte herinneringen aan de overwinningen.

Dimitrios Koukidis, hoofdspecialist vendor management, Directoraat-Generaal Communicatie

A person in a suit and tie

Description automatically generated

Ik kan me de aanloop naar de inhuldigingsceremonie van de ECB in juni 1998 nog goed herinneren. Ik behoorde tot het kleine team organisatoren van deze belangrijke gebeurtenis. Binnen het team was iedereen heel enthousiast en betrokken, ondanks de vele organisatorische uitdagingen waarmee het opzetten van een nieuwe instelling gepaard gaat die snel operationeel moet zijn. De jaren daarop heb ik met veel plezier meegeholpen aan het organiseren van evenementen voor zowel het publiek als medewerkers van de ECB, die qua thematiek en omvang steeds breder werden.

En nu? Momenteel werk ik bij de divisie Talendiensten, nadat ik in 2016 gebruik had gemaakt van een mogelijkheid om intern van functie te veranderen. Ik kijk heb verschillende taken op het gebied van budgettering, aanbestedingen en leveranciers in verband met vertaling en redactie, zodat alle 24 officiële talen van de Europese Unie afdoende worden gedekt. Deze ondersteunende functies zijn cruciaal om de ECB te helpen duidelijk en effectief te communiceren met deskundigen en niet-deskundigen. Zoals overal binnen de ECB blijven we de nieuwste technologieën integreren. Zo maak ik bijvoorbeeld samen met mijn collega’s gebruik van technieken op basis van kunstmatige intelligentie om de efficiëntie van onze processen te vergroten.

Als ik terugkijk op deze lange en fascinerende periode, ben ik er trots op dat ik mijn steentje heb kunnen bijdragen om van de ECB een instelling van wereldklasse te maken die de prijzen stabiel houdt en het financiële stelsel beschermt voor ongeveer 350 miljoen mensen in het eurogebied. Ik ben ook dankbaar dat ik de mogelijk heb gekregen om tijdens mijn hele loopbaan bij de ECB me zowel professioneel als persoonlijk te ontwikkelen.

Francesco Mazzaferro, directeur secretariaat Europees comité voor systeemrisico’s

A person in a suit and tie

Description automatically generated

Ik weet nog heel goed hoe ik als junior functionaris werkte binnen het comité dat onder auspiciën van Tommaso Padoa-Schioppa op 31 december 1998 om middernacht de overgang van de markten van tien nationale valuta’s naar de euro in goede banen leidde. Die dag vormde de kroon op al het werk dat ik had verzet sinds ik medio 1995 bij het Europees Monetair Instituut van start ging. Ik was zo naïef om te denken dat het werk erop zat. Mijn angst was om na jaren van gepassioneerd werken in routine te vervallen. Maar tijdens de tien jaar daarop, waarin ik werkte bij het pas opgerichte Directoraat-Generaal Europese en internationale betrekkingen, pakte dat heel anders uit. Dankzij de brede belangstelling voor onze monetaire integratie kreeg ik de gelegenheid om innovatieve gezamenlijke programma’s voor technische assistentie door het Eurosysteem op te zetten ten behoeve van centrale banken en toezichthouders in de buurlanden van de Europese Unie.

Tien jaar later, toen de ECB in de nasleep van de financiële crisis gastheer was voor het onafhankelijke Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB), kreeg ik de kans om iets nieuws te proberen. Begin 2010 werd ik gevraagd om projectmanager te zijn bij de oprichting van het ESRB. Een jaar later werd ik aangesteld als hoofd van het secretariaat van het ESRB. Sindsdien heb ik elke dag met veel plezier gewerkt aan het behoud van de veerkracht van de financiële sector binnen een breed institutioneel kader, samen met de centrale banken en toezichthouders op Europees en nationaal niveau plus een uitzonderlijke groep collega’s bij de ECB en de instellingen die lid zijn van het ESRB.

Emily Witt, divisiehoofd, Directoraat-Generaal Markttransacties

A person with blonde hair wearing a black jacket

Description automatically generated

Toen ik in 1995 bij het Europees Monetair Instituut kwam werken, was ik een van de eerste honderd collega’s die belast waren met het voorbereidende werk voor de invoering van de euro als gemeenschappelijke munt voor Europa. In 1998 heb ik snel geleerd hoe de ECB samenwerkt met de nationale centrale banken. Het was een bijzondere ervaring om mee te helpen met de coördinatie van de algemene tests en te zien dat de nieuwe systemen goed werkten, of het nu ging om de uitvoering van monetairebeleidstransacties, het doen van betalingen of het verzamelen van statistische gegevens in heel Europa.

Gestimuleerd door de doelstelling van de ECB om de interne mobiliteit te bevorderen, heb ik gewerkt bij zes verschillende organisatie-eenheden (Betalingsverkeer, IT, HR, Secretariaat, Statistieken en Markten). Zo heb ik mijn kennis over de voornaamste aspecten van centraal bankieren kunnen vergroten en mijn vaardigheden op het gebied van projectmanagement, personeelsbeheer en leiderschap kunnen aanscherpen. Ik heb de uiteenlopende perspectieven en manieren van denken waarmee ik te maken kreeg als heel stimulerend ervaren en heb daarnaast duurzame netwerken en vriendschappen in heel Europa kunnen opbouwen.

De missie van de ECB inspireert mij en ik ben trots op dat ik heb kunnen bijdragen aan het welslagen van initiatieven op het gebied van veranderingsmanagement die Europa ten goede komen. Een voorbeeld daarvan is de uitrol van ons document- en bestandsbeheersysteem, dat essentieel is om op efficiënte wijze informatie te delen en te verspreiden onder collega’s bij de nationale centrale banken en het institutionele geheugen van de ECB veilig te stellen.

Momenteel draag ik met veel genoegen de verantwoordelijk voor de divisie Financiëletransactiediensten. Ik sta graag dicht bij de markten en geniet van de combinatie van alledaagse taken en interessante projecten waarbij wordt samengewerkt met allerlei organisatie-eenheden van de ECB, de centrale banken en externe partners. Onlangs hebben we diensten op het gebied van begroting en betaalorganen ingericht voor de Europese Commissie.

In mijn vrije tijd houd ik van lezen, koken en wandelen. Ik ben actief lid van de wandelclub van de ECB, wat mooie gelegenheden biedt om collega’s buiten het werk te ontmoeten en in verschillende delen van Europa van de natuur te genieten.

Jaarstukken

https://www.ecb.europa.eu/press/annual-reports-financial-statements/annual/annual-accounts/html/ecb.annualaccounts2023~f5a98cb02b.nl.html

De geconsolideerde balans van het Eurosysteem per 31 december 2023

https://www.ecb.europa.eu/press/annual-reports-financial-statements/annual/balance/html/ecb.eurosystembalancesheet2023~ca350ad75e.nl.html

© Europese Centrale Bank, 2024

Postadres 60640 Frankfurt am Main, Duitsland
Telefoon +49 69 1344 0
Website www.ecb.europa.eu

Alle rechten voorbehouden. Reproductie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is alleen toegestaan met bronvermelding.

De afsluitingsdatum voor de in dit verslag voorkomende gegevens was 22 maart 2024. Eventuele uitzonderingen zijn expliciet aangegeven.

Voor specifieke terminologie wordt verwezen naar het ECB glossary.

HTML ISBN 978-92-899-6709-9, ISSN 1725-2911, doi:10.2866/781, QB-AA-24-001-NL-Q


  1. Wanneer in dit hoofdstuk van het Jaarverslag wordt verwezen naar de wereldeconomie is het eurogebied daarbij buiten beschouwing gelaten.

  2. Volgens de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van december 2022 zou de mondiale groei in 2023 vertragen tot 2,6%.

  3. Het gemiddelde van vóór de pandemie is gemeten over de periode 2012-2019.

  4. Zie het Kader “Intangible assets of multinational enterprises in Ireland and their impact on euro area GDP”, Economic Bulletin, Issue 3, ECB, 2023.

  5. Na de afsluitingsdatum van dit verslag zijn officiële begrotingsresultaten gepubliceerd die in specifieke landen wijzen op aanzienlijk hogere begrotingstekorten dan eerder geschat.

  6. De begrotingskoers weerspiegelt de richting en omvang van de stimulans die uitgaat van het begrotingsbeleid op de economie, naast de automatische reactie van de overheidsfinanciën op de conjunctuur. Zie voor meer informatie over dit concept het artikel “The euro area fiscal stance”, Economisch Bulletin, nummer 4, ECB, 2016.

  7. In een advies van juli 2023 verwelkomde de ECB de hervormingsvoorstellen van de Europese Commissie en heeft zij een aantal technische opmerkingen en suggesties gedaan om het nieuwe kader verder te verbeteren en ervoor te zorgen dat het transparanter en voorspelbaarder zal zijn. Zie Advies van de Europese Centrale Bank van 5 juli 2023 inzake een voorstel voor de hervorming van de economische governance van de Unie (CON/2023/20) (PB C 290 van 18.8.2023, blz. 17).

  8. Zie voor meer informatie over onderliggende inflatie het Kader “Underlying inflation measures: an analytical guide for the euro area”, Economic Bulletin, Issue 5, ECB, 2023.

  9. De incidentele component meet afwijkingen van het werkelijke loonverloop ten opzichte van het verloop van de contractlonen die het gevolg zijn van veranderingen in overuren, bonussen, krappe arbeidsmarkten en andere factoren.

  10. Zie voor meer informatie over de gevoelsinflatie en de onzekerheid van consumenten het Kader “A closer look at consumers’ inflation expectations – evidence from the ECB’s Consumer Expectations Survey”, Economic Bulletin, Issue 7, ECB, 2022. Zie voor recente resultaten van de Consumer Expectations Survey met betrekking tot economische groeiverwachtingen “Economic growth and labour markets”, ECB, 2024. Zie voor meer informatie over de percepties van consumenten met betrekking tot de relatie tussen inflatie en economische omstandigheden Candia, B., Coibion, O. en Gorodnichenko, Y., “Communication and the Beliefs of Economic Agents”, NBER Working Paper Series, nr. 27800, National Bureau of Economic Research, 2020.

  11. Zie “ECB presenteert actieplan om klimaatverandering in aanmerking te nemen bij haar monetairbeleidsstrategie”, persbericht, ECB, 8 juli 2021.

  12. Zie Kotz, M., Kuik, F., Lis, E. en Nickel, C., “The impact of global warming on inflation: averages, seasonality and extremes”, Working Paper Series, nr. 2821, ECB, mei 2023.

  13. Zie Ciccarelli, M., Kuik, F. en Martínez Hernández, C., “The asymmetric effects of weather shocks on euro area inflation”, Working Paper Series, nr. 2798, ECB, maart 2023.

  14. Zie het artikel “How climate change affects potential output”, Economisch Bulletin, nummer 6, ECB, 2023.

  15. Zie “The climate change challenge and fiscal instruments and policies in the EU”, Occasional Paper Series, nr. 315, ECB, herzien juni 2023.

  16. Zie Christophersen, C. et al., “What to do about Europe’s climate insurance gap”, The ECB Blog, ECB, 24 april 2023.

  17. Zie het Kader “Climate-related policies in the Eurosystem/ECB staff macroeconomic projections for the euro area and the macroeconomic impact of green fiscal measures”, Economic Bulletin, Issue 1, ECB, 2023.

  18. Zie het artikel “The macroeconomic implications of the transition to a low-carbon economy”, Economic Bulletin, Issue 5, ECB, 2023.

  19. Deze thema’s worden verkend in de klimaatscenario’s die zijn gepubliceerd door het Network for Greening the Financial System, een groep van 134 centrale banken en toezichthouders en 21 waarnemers, waaraan de ECB en het Europees Stelsel van Centrale Banken actief bijdragen.

  20. Zie Benatti, N., Groiss, M., Kelly, P., Lopez-Garcia, P., “Environmental regulation and productivity growth in the euro area: testing the Porter hypothesis”, Working Paper Series, nr. 2820, ECB, mei 2023.

  21. Zie Böning, J., Di Nino, V. en Folger, T., “Benefits and costs of the ETS in the EU, a lesson learned for the CBAM design”, Working Paper Series, nr. 2764, ECB, januari 2023.

  22. De winst per eenheid product wordt berekend als het bruto exploitatieoverschot en het gemengd inkomen gedeeld door het reële bbp, inclusief een correctie voor het inkomen van zelfstandigen. Een meer omvattende indicator zou het bruto exploitatieoverschot en het gemengd inkomen bepalen in verhouding tot de reële productie, waarin naast het bbp ook het intermediaire verbruik wordt meegerekend, maar door een gebrek aan informatie over het intermediaire verbruik is de reële output niet beschikbaar.

  23. De belangrijkste conceptuele verschillen tussen de bbp-deflator en de HICPX zijn het gevolg van het feit dat de laatstgenoemde gebaseerd is op de verkoopprijzen van goederen en diensten in de opgenomen categorieën die door huishoudens worden geconsumeerd, ongeacht of deze in het binnenland worden geproduceerd of ingevoerd, terwijl de eerstgenoemde de prijzen weergeeft van de toegevoegde waarde van alle door de binnenlandse economie geproduceerde producten en de bijdrage van het intermediaire verbruik aan de eindprijzen niet meeneemt. Zie het Kader “Hoe heeft de winst per eenheid product bijgedragen aan de recente toename van de binnenlandse prijsdruk in het eurogebied?”, Economisch Bulletin, nummer 4, ECB, 2023.

  24. Zie Arce, O., Hahn, E. en Koester, G., “How tit-for-tat inflation can make everyone poorer”, The ECB Blog, ECB, 30 maart 2023 en het Kader “Hoe heeft de winst per eenheid product bijgedragen aan de recente toename van de binnenlandse prijsdruk in het eurogebied?”, Economisch Bulletin, nummer 4, ECB, 2023.

  25. De vrijstelling werd verleend bij de aanvang van het PEPP en was van kracht tot september 2023. In die maand werd de relevante kredietrating opgetrokken tot een kredietwaardig niveau, en bijgevolg was de vrijstelling niet langer nodig.

  26. Het totaal komt als gevolg van afronding boven 100% uit.

  27. De datum van inwerkingtreding hield rekening met de vervaldag van de TLTRO III-transactie in juni.

  28. De invloed op het onderpand van de beëindiging van elementen van de kaders voor aanvullende kredietvorderingen was vooral aanzienlijk in Spanje, Frankrijk en Portugal.

  29. Richtsnoer van de Europese Centrale Bank van 9 juli 2014 inzake aanvullende tijdelijke maatregelen betreffende herfinancieringstransacties van het Eurosysteem en de beleenbaarheid van onderpand en tot wijziging van Richtsnoer ECB/2007/9 (ECB/2014/31) (PB L 240, 13.8.2014, p. 28).

  30. Voor een beoordeling van de financiële en economische effecten die de verhoging tot een kredietwaardig niveau naar verwachting op de Griekse economie zal uitoefenen, wordt verwezen naar Anastasatou, M., Balfoussia, H., Bragoudakis, Z., Malliaropulos, D., Migiakis, P., Papageorgiou, D. en Petroulas, P., “Effects of a sovereign credit rating upgrade to investment grade on the Greek economy”, Economic Bulletin, No 58, Bank of Greece, 2023, pp. 7-28.

  31. Zie “The financial risk management of the Eurosystem’s monetary policy operations (Engels)”, ECB, juli 2015.

  32. Zie de toelichting “Hoe ontstaat winst en verlies van de ECB en de nationale centrale banken van het eurogebied?”, ECB, bijgewerkt op 19 mei 2023.

  33. In de EU wordt momenteel slechts 25% van de schade door klimaatrampen verzekerd. Zie voor meer informatie “Policy options to reducing the climate insurance protection gap”, Discussion Paper, ECB en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, april 2023.

  34. Tegen eind 2023 hadden zeven landen een sectorale systeemrisicobuffer ingevoerd of aangekondigd om de risico’s in de residentiële vastgoedsector (België, Duitsland, Litouwen, Malta, Portugal en Slovenië) en de bedrijfssector (Frankrijk) aan te pakken.

  35. Zie “Governing Council statement on macroprudential policies”, ECB, december 2022. Daarnaast werden, in overeenstemming met de nieuwe minimumwaarden, vanaf 1 januari 2024 hogere O-SII-buffers van toepassing op de banken in drie landen (Griekenland, Spanje en Italië) en zullen ze vanaf 1 januari 2025 in nog een vierde land van toepassing worden (Slovenië).

  36. Zie Financial Stability Review, ECB, mei 2023 en Financial Stability Review, ECB, november 2023.

  37. Zie (i) Litouwen: Advies van de Europese Centrale Bank van 4 april 2023 inzake de oplegging van een tijdelijke solidariteitsbijdrage (CON/2023/9) (Engels); (ii) Italië: Advies van de Europese Centrale Bank van 12 september 2023 inzake de oplegging van een buitengewone belasting aan kredietinstellingen (CON/2023/26) (Engels); (iii) Slovenië: Advies van de Europese Centrale Bank van 2 november 2023 inzake de oplegging van een tijdelijke belasting aan banken (CON/2023/35) (Engels); (iv) Letland: Advies van de Europese Centrale Bank van 11 december 2023 inzake een door kredietinstellingen te betalen tijdelijke vergoeding voor de bescherming van kredietnemers van hypothecaire leningen (CON/2023/42) (Engels); en (v) Nederland: Advies van de Europese Centrale Bank van 15 december 2023 inzake de heffing van een belasting bij kredietinstellingen (CON/2023/45).

  38. De volgende landen hadden eind 2023 een positief neutraal rentetarief voor de contracyclische kapitaalbuffer ingevoerd of aangekondigd: Ierland (1,5%), Cyprus (0,5%), Letland (1%), Litouwen (1%), Nederland (2%) en Slovenië (1%).

  39. Zie “Advancing macroprudential tools for cyber resilience (Engels)”, ESRB, februari 2023.

  40. Zie “Crypto-assets and decentralised finance (Engels)”, ESRB, mei 2023.

  41. Zie “NBFI Monitor (Engels)”, ESRB, juni 2023.

  42. Zie “Issues note on policy options to address risks in corporate debt and real estate investment funds from a financial stability perspective (Engels)”, ESRB, september 2023.

  43. Zie “ESRB issues a recommendation on vulnerabilities in the commercial real estate sector in the European Economic Area (Engels)”, persbericht, ESRB, 25 januari 2023.

  44. Zie “Towards macroprudential frameworks for managing climate risk (Engels)”, ECB en ESRB, december 2023.

  45. Zie “Powers, capacity and willingness to act — the mainstay of effective banking supervision (Engels)”, toespraak van Frank Elderson, directielid van de ECB en vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van de ECB, in het House of the Euro, Brussel, 7 december 2023.

  46. Via haar bevoegdheid om sancties op te leggen aan onder toezicht staande kredietinstellingen sanctioneerde de ECB de Landesbank Hessen-Thüringen Girozentrale (Engels) en Goldman Sachs Bank Europe (Engels) wegens een onjuiste rapportage van de kapitaalbehoeften, in respectievelijk februari 2023 en mei 2023. In augustus 2023 sanctioneerde ze de Volksbank (Engels) voor een verkeerde berekening van de kapitaalbehoeften.

  47. Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (OJ L 176, 27.6.2013, p. 1).

  48. Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (OJ L 176, 27.6.2013, p. 338).

  49. Voor een meer gedetailleerde beoordeling van het EU-bankenpakket en het standpunt van de ECB, zie “Sterke regels, sterke banken - het bankenpakket”, Jaarverslag 2022, ECB, mei 2023.

  50. Zie Advies van de Europese Centrale Bank van 6 juni 2023 inzake het voorstel voor een richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (CON/2023/15) (OJ C 249, 14.7.2023, p. 3) en Advies van de Europese Centrale Bank van 4 oktober 2023 inzake de transparantie en integriteit van op ecologische, sociale en governancefactoren (ESG-factoren) gebaseerde ratingactiviteiten (CON/2023/30) (OJ C, C/2023/1354, 1.12.2023).

  51. Zie Advies van de Europese Centrale Bank van 5 juli 2023 inzake wijzigingen van het kader van de Unie voor crisisbeheersing en depositoverzekering (CON/2023/19) (OJ C 307, 31.8.2023, p. 19).

  52. Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (OJ L 150, 9.6.2023, p. 40).

  53. Zie (i) Advies van de Europese Centrale Bank van 16 februari 2022 Inzake een voorstel voor een verordening tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (CON/2022/4) (OJ C 210, 25.5.2022, p. 5); (ii) Advies van de Europese Centrale Bank van 16 februari 2022 inzake een voorstel voor een richtlijn en een verordening tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (CON/2022/5) (OJ C 210, 25.5.2022, p. 15); en (iii) Advies van de Europese Centrale Bank van 30 november 2021 inzake een voorstel voor een verordening om de traceerbaarheidsvereisten uit te breiden naar overmakingen van cryptoactiva (CON/2021/37) (OJ C 68, 9.2.2022, p. 2).

  54. Zie Panetta, F., “Europe needs to think bigger to build its capital markets union”, The ECB Blog, ECB, 30 augustus 2023; “Een kantiaanse verschuiving voor de kapitaalmarktenunie”, toespraak van Christine Lagarde, president van de ECB, op het European Banking Congress, Frankfurt am Main, 17 november 2023; en “Banking Union and Capital Markets Union: high time to move on”, toespraak van Luis de Guindos, vicepresident van de ECB, op de jaarlijkse gezamenlijke conferentie van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank over Europese financiële integratie, Brussel, 7 juni 2023.

  55. Zie hoofdstuk 4 voor meer informatie over de verordening Europese marktinfrastructuur.

  56. Zie “Non-banks’ liquidity preparedness and leverage: insights and policy implications from recent stress events”, Financial Stability Review, ECB, mei 2023; en “The growing role of investment funds in euro area real estate markets: risks and policy considerations”, Macroprudential Bulletin, ECB, 3 april 2023.

  57. Zie “The Financial Stability Implications of Leverage in Non-Bank Financial Intermediation”, FSB, 6 september 2023; en “Enhancing the Resilience of Non-Bank Financial Intermediation”, Progress Report, FSB, 6 September 2023.

  58. Zie “Revised Policy Recommendations to Address Structural Vulnerabilities from Liquidity Mismatch in Open-Ended Funds”, FSB, 20 december 2023, en “The growing role of investment funds in euro area real estate markets: risks and policy considerations”, Macroprudential Bulletin, nr. 20, ECB, april 2023.

  59. Zie voor meer informatie de bevindingen van de focusgroep in de “Study on New Digital Payment Methods”, maart 2022 en de “Study on Digital Wallet Features”, maart 2023.

  60. Overeenkomstig Artikel 141, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB C 326 van 26.10.2012), blz. 47, Artikelen 17, 21.2, 43.1 en 46.1 van de Statuten van het ESCB, en Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 53 van 23.2.2002, blz.1).

  61. Overeenkomstig Artikel 122, lid 2, en Artikel 132, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB, en Artikel 8 van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad van 11 mei 2010 houdende instelling van een Europees financieel stabilisatiemechanisme (PB L 118, 12.5.2010, blz. 1).

  62. Overeenkomstig Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB in samenhang met Artikel 10 van Verordening van de Raad (EU) Nr. 2020/672 van 19 mei 2020 betreffende de instelling van een Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) als gevolg van de COVID-19-uitbraak (PB 159, 20.5.2020, blz 1).

  63. Overeenkomstig Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB in samenhang met Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57, 18.2.2021, blz. 17).

  64. Overeenkomstig Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB in samenhang met Verordening (EU) 2022/2463 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van een instrument voor de toekenning van steun aan Oekraïne voor 2023 (macrofinanciële bijstand +) (PB L 322, 16.12.2022, blz. 1).

  65. Overeenkomstig Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB in samenhang met Artikel 3.5 van de EFSF-Kaderovereenkomst (Engels).

  66. Overeenkomstig Artikelen 17 en 21 van de Statuten van het ESCB in samenhang met Artikel 5.12.1 van de Algemene voorwaarden voor overeenkomsten inzake financiële bijstand in het kader van het ESM (Engels).

  67. In het kader van de overeenkomst inzake de kredietfaciliteit tussen de lidstaten die de euro als munt hebben (behalve Griekenland en Duitsland) en de Kreditanstalt für Wiederaufbau (handelend in het algemeen belang, onderworpen aan de instructies en met de waarborg van de Bondsrepubliek Duitsland) als uitleners en de Helleense Republiek als lener en de Bank of Greece als agent voor de lener en krachtens Artikelen 17 en 21.2 van de Statuten van het ESCB en Artikel 2 van het Besluit van de Europese Centrale Bank van 10 mei 2010 betreffende het beheer van gepoolde bilaterale leningen ten behoeve van de Helleense Republiek en tot wijziging van Besluit ECB/2007/7 (ECB/2010/4) (PB L 119, 13.5.2010, blz. 24).

  68. Zie Pallotti, F., Paz-Pardo, G. Slacalek, J., Tristani, O. en Violante, G. L., “Who Bears the Costs of Inflation? Euro Area Households and the 2021-2022 Shock”, Working Paper Series, nr. 2877, ECB, 2023.

  69. Zie Ehrmann, M., Georgarakos, D. en Kenny, G., “Credibility gains from communicating with the public: evidence from the ECB’s new monetary policy strategy”, Working Paper Series, nr. 2785, ECB, februari 2023.

  70. Zie Giannetti, M., Jasova, M., Loumioti, M. en Mendicino, C., “Glossy green banks: the disconnect between environmental disclosures and lending activities”, Working Paper Series, nr. 2882, ECB, 2023.

  71. Zie Nakov, A. en Thomas, C., “Climate-conscious monetary policy”, Working Paper Series, nr. 2845, ECB, 2023.

  72. Zie Bustamante, M. C. en Zucchi, F., “Carbon trade-offs: how firms respond to emission controls”, Research Bulletin, nr. 109, ECB, 17 juli 2023.

  73. Zie ook Karadi, P. en Nakov, A., “Effectiveness and addictiveness of quantitative easing”. Journal of Monetary Economics, vol. 117, 2021, pp. 1096-1117, en Van der Ghote, A., “Interactions and Coordination between Monetary and Macroprudential Policies (Engels)”, American Economic Journal: Macroeconomics, vol. 13(1), 2021, pp. 1-34.

  74. Zie ook Chavleishvili, S. en Manganelli, S., “Forecasting and stress testing with quantile vector autoregression”, Journal of Applied Econometrics, in voorbereiding, en Chavleishvili, S., Kremer, M. en Lund-Thomsen, F., “Quantifying financial stability trade-offs for monetary policy: a quantile VAR approach”, Working Paper Series, nr. 2833, ECB, 2023.

  75. Zaak C-262/22 P, EU:C:2023:714.

  76. Zaak T-868/16, EU:T:2022:58.

  77. Zaak C-803/21 P.

  78. De ECB hield ECON tevens op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het project voor de digitale euro via vier schriftelijke brieven van de heer Panetta aan de voorzitter van ECON.

  79. De ECB heeft de status van waarnemer (Engels) bij het IMF, met een permanente ECB-vertegenwoordiger in het hoofdkantoor van het IMF in Washington, D.C. De ECB-waarnemer neemt deel aan de geselecteerde vergaderingen van het College van Bewindvoerders van het IMF.

  80. De quota worden uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights - SDR’s), de rekeneenheid van het IMF, en worden op gezette tijden herzien.

  81. Deze aanpassingen bestonden onder meer uit een tijdelijke verhoging van de toegangslimieten (zowel in het kader van de algemene middelenrekening en de armoedebestrijding en groeivertrouwen) en de invoering van een nieuw kader voor ‘Upper Credit Tranche Financing’ (Engels) in situaties van uitzonderlijk grote onzekerheid.

  82. Twee daaropvolgende programmaherzieningen zijn in juli en december 2023 afgerond.

  83. Artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt onder meer dat de EU zich inzet voor ‘de duurzame ontwikkeling van Europa, gebaseerd op een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu’.

  84. Zie ook de Resolutie van het Europees Parlement over het Jaarverslag 2021 van de ECB en de feedbackverklaring van de ECB op deze resolutie.

  85. Evenredigheid houdt in dat de handelingen van de ECB ten eerste geschikt moeten zijn om de wettelijke doelstellingen van de betreffende handeling te verwezenlijken en, ten tweede, niet duidelijk verder mogen gaan dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. Zie voor meer informatie zaak C-62/14, Peter Gauweiler e.a. (EU:C:2015:400) en zaak C-493/17, Heinrich Weiss e.a. (EU:C:2018:1000).

  86. Voor meer informatie, zie Paragraaf 3.3 van het overzicht van de monetairbeleidsstrategie van de ECB.

  87. Zie Paragraaf 11.5.1 voor meer informatie over de klimaatgerelateerde verschuiving van het Eurosysteem sinds oktober 2022.

  88. Zie Occasional Papers die als input hebben gediend voor de herziening van de strategie van de ECB.

  89. Coördinatoren van politieke fracties in de Commissie Economische en Monetaire Zaken (ECON) van het Europees Parlement beslissen over twee onderwerpen voor elke hoorzitting met de president van de ECB, die te vinden zijn op de website van ECON. Deze onderwerpen worden door de President van de ECB besproken in de inleidende opmerkingen. Deze onderwerpen worden door de President van de ECB besproken in de inleidende opmerkingen.

  90. In Paragraaf 10.1 wordt ook uiteengezet hoe de ECB haar taken als openbare instelling vervult via haar verantwoordingskader en de communicatie met het publiek.

  91. Zie “Faster green transition would benefit firms, households and banks, ECB economy-wide climate stress test finds”, persbericht, ECB, 6 september 2023.

  92. Zie voor meer gedetailleerde informatie het Intergouvernementeel panel voor klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change - IPCC), “Climate Change 2023: Synthesis Report (Engels)”, 2023 en de Wereld Meteorologische Organisatie (World Meteorological Organization - WMO), “The Global Climate 2011-2020: A Decade of Acceleration (Engels)”, 5 december 2023.

  93. Zie het Milieuprogramma van de Verenigde Naties, “Emissions Gap Report 2023 (Engels)” voor meer informatie over de raming dat de opwarming van de aarde bij de huidige onvoorwaardelijke nationaal bepaalde bijdragen (Nationally Determined Contributions - NDC’s) deze eeuw 2.9 °C boven het niveau van vóór de industrialisering zal uitkomen.

  94. Zie de lijst van de ECB-publicaties over klimaatverandering. Daarnaast werden enkele onderzoeksverslagen van de ECB gepubliceerd in belangrijke wetenschappelijke tijdschriften.

  95. Meer gedetailleerde informatie is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht en in het Jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden in 2023.

  96. Zie voor meer informatie de webpagina van de ECB over “De contantgeldstrategie van het Eurosysteem” en de milieuverklaringen van de ECB.

  97. Sinds 2010 beschikt de ECB over een gecertificeerd milieubeheersysteem om de ecologische voetafdruk van haar eigen activiteiten te beheren, wat recentelijk leidde tot aanzienlijke winst op het gebied van energiebesparing.

  98. Voor meer informatie, zie de webpagina van het Price-setting Microdata Analysis Network (PRISMA) en Moufakkir, M., “Careful embrace: AI and the ECB”, The ECB Blog, 28 september 2023.

  99. Zie “Technology, data and innovation — shaping the future of supervision (Engels)”, thematoespraak van Elizabeth McCaul, lid van de Raad van Toezicht van de ECB, op de Supervision Innovators Conference 2023, Frankfurt am Main, 20 september 2023 en “How tech is design banking supervision”, The ECB Podcast, 28 september 2023.