content here is the anonymously transparent proxied version of ecb.europa.eu   X
European Central Bank - eurosystem
Zoekopties
Home Media Explainers Onderzoek & publicaties Statistieken Monetair beleid De euro Betalingsverkeer & markten Werken bij de ECB
Suggesties
Sorteren op

Kerncijfers

1 Managementverslag

1.1 Doel van het managementverslag van de ECB

Het managementverslag[1] vormt een integrerend deel van de jaarstukken van de ECB en is bedoeld om de lezer contextuele informatie met betrekking tot de jaarrekening[2] te geven. Aangezien de activiteiten en transacties van de ECB haar beleidsdoelstellingen ondersteunen, dienen de financiële positie en het resultaat van de ECB in samenhang met haar beleidsacties te worden gezien.

In het managementverslag wordt ingegaan op de belangrijkste taken en activiteiten van de ECB, evenals op de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB. Verder bevat het managementverslag een analyse van de belangrijkste ontwikkelingen in de balans en de winst-en-verliesrekening gedurende het jaar en geeft het informatie over de financieringsmiddelen van de ECB. Ten slotte bevat dit verslag een beschrijving van de risico-omgeving waarin de ECB opereert, aan de hand van informatie over de specifieke risico’s waaraan de ECB blootstaat en over het risicobeheerbeleid dat de ECB voert om de risico’s te mitigeren.

1.2 Belangrijkste taken en activiteiten

De ECB is onderdeel van het Eurosysteem, dat naast de ECB de 19 nationale centrale banken (NCB’s) van de lidstaten van de Europese Unie (EU) omvat die de euro als munt gebruiken. De hoofddoelstelling van het Eurosysteem is de handhaving van de prijsstabiliteit.[3] De ECB vervult haar taken zoals beschreven in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie[4] en in de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB)[5] (zie Figuur 1). De ECB voert haar werkzaamheden uit ter vervulling van haar mandaat, zonder winstoogmerk.

Figuur 1

De belangrijkste taken van de ECB

Binnen het Eurosysteem wordt het monetair beleid in beginsel decentraal ten uitvoer gelegd. Dit impliceert dat de monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem in de jaarrekening van de ECB en die van de NCB’s van het eurogebied worden verantwoord. Tabel 1 bevat een overzicht van de belangrijkste transacties en functies van de ECB die voortvloeien uit haar mandaat, en de invloed daarvan op de jaarrekening van de ECB.

Tabel 1

De belangrijkste activiteiten van de ECB en hoe deze tot uitdrukking komen in de jaarrekening

Uitvoeren van het monetair beleid

Uitvoeren van valutamarkttransacties en het beheer van de externe reserves

Bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer

Bijdrage aan de veiligheid en soliditeit van het bankwezen en aan de stabiliteit van het financiële stelsel

Overige

1) Nadere informatie over effectenuitlening is beschikbaar op de website van de ECB.
2) Nadere informatie over de valutaswapovereenkomsten is beschikbaar op de website van de ECB.
3) Nadere details over de euroliquiditeitstransacties van het Eurosysteem op toegelaten onderpand zijn beschikbaar op de website van de ECB.
4) Nadere informatie over TARGET2 is beschikbaar op de website van de ECB.

1.3 Financiële ontwikkelingen

1.3.1 Balans

In de periode van 2017 tot en met 2021 werden de ontwikkelingen in de balans van de ECB voornamelijk bepaald door aankopen (zonder terugverkoop) van effecten door de ECB als onderdeel van de tenuitvoerlegging van het monetaire beleid van het Eurosysteem (Grafiek 1). De balans van de ECB is in 2018 gegroeid, vooral als gevolg van de aankoop (na aftrek van aflossing) van effecten in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP).[6] De nettoaankopen krachtens dit programma zijn in december 2018 beëindigd en in november 2019 weer hervat. Als gevolg hiervan is de balans van de ECB in 2019 langzamer gegroeid. Het grootste deel van deze groei was toe te schrijven aan de stijging van de marktwaarde van tot de externe reserves behorende activa van de ECB en de hogere waarde van de eurobankbiljetten in omloop. Om de impact van de coronapandemie (Covid-19) het hoofd te bieden, heeft de Raad van Bestuur in 2020 besloten tot een uitgebreid pakket van monetairbeleidsmaatregelen. Een daarvan was de start van het noodaankoopprogramma in verband met de pandemie (pandemic emergency purchase programme – PEPP)[7], dat de balans verder heeft doen toenemen. De nettoaankopen uit hoofde van het APP en het PEPP werden in 2021 voortgezet, waardoor de balans van de ECB verder is gegroeid.

In 2021 groeide de balans van de ECB met € 110,8 miljard naar € 680,1 miljard, voornamelijk vanwege het aandeel van de ECB in de effectenaankopen krachtens het PEPP en het APP. Deze aankopen hebben geresulteerd in een toename van de ‘Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten’, terwijl de afwikkeling van deze aankopen in centralebankgeld via TARGET2-rekeningen tot uiting kwam in een overeenkomstige toename van de post ‘Verplichtingen binnen het Eurosysteem’. Deze toename van de verplichtingen binnen het Eurosysteem werd ruimschoots gecompenseerd door de ontvangen geldmiddelen van TARGET2-klanten van de ECB buiten het eurogebied, wat ook leidde tot een stijging van de overige verplichtingen.

Bovendien droegen ook de hogere waarde van de eurobankbiljetten in omloop en de gestegen marktwaarde van de tot de externe reserves behorende activa van de ECB tot de groei van de balans van de ECB bij.

Grafiek 1

Belangrijkste posten van de balans van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.

Eind 2021 bestonden de totale activa van de ECB voor 65% uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten luidende in euro. Deze balanspost betreft de effecten die de ECB heeft aangekocht in het kader van het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), de drie aankoopprogramma’s voor gedekte obligaties (CBPP1, CBPP2 en CBPP3), het ABSPP, het PSPP en het PEPP.

In 2021 is de ECB, op basis van de desbetreffende besluiten van de Raad van Bestuur, doorgegaan met haar nettoaankopen van effecten in het kader van het APP en het PEPP, met inbegrip van de herinvestering van aflossingen op effecten die uit hoofde van die programma’s zijn aangekocht en die de vervaldatum hebben bereikt. Als gevolg van deze aankopen is de door de ECB voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effectenportefeuille met € 96,4 miljard gegroeid, naar € 445,4 miljard (Grafiek 2). De PEPP-aankopen hadden het grootste aandeel in deze groei. De daling met € 1,3 miljard van de in het kader van het SMP, CBPP1 en CBPP2 aangehouden effecten was het gevolg van aflossingen.

In december 2021 heeft de Raad van Bestuur van de ECB aangekondigd[8] de nettoaankopen krachtens het APP te verhogen tot € 40 miljard per maand in het tweede kwartaal van 2022 en € 30 miljard per maand in het derde kwartaal van 2022. Vanaf oktober 2022 worden de nettoaankopen van activa op een bedrag van € 20 miljard per maand gehandhaafd zolang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven van de ECB te versterken. De aankopen worden beëindigd kort voordat de Raad aanvangt met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. De Raad heeft ook besloten de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP eind maart 2022 te beëindigen. Deze kunnen echter zo nodig worden hervat om negatieve schokken in verband met de pandemie te pareren. Overeenkomstig het besluit van de Raad van Bestuur blijft het Eurosysteem de aflossingen op de effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig herinvesteren.

Grafiek 2

Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

(EUR miljard)

Bron: ECB.

Voor de actieve effectenprogramma's voor monetairbeleidsdoeleinden, te weten het APP en het PEPP, geldt dat de looptijden[9] van de effecten die de ECB eind 2021 aanhield, gespreid waren (Grafiek 3).

Grafiek 3

Uitsplitsing van het APP en het PEPP naar looptijd

Bron: ECB.
Toelichting: Voor effecten op onderpand van activa is het looptijdenprofiel gebaseerd op de gewogen gemiddelde looptijd van de effecten en niet op de juridische vervaldatum.

In 2021 steeg de waarde in euro's van de externe reserves van de ECB, bestaande uit de goudvoorraad, bijzondere trekkingsrechten, Amerikaanse dollars (USD), Japanse yen (JPY) en Chinese renminbi (CNY), met € 4,5 miljard naar € 80,3 miljard.

Als gevolg van een stijging van de marktprijs van goud (uitgedrukt in euro's) is de eurowaarde van de goudvoorraad (bestaande uit goud en goudvorderingen) van de ECB in 2021 met € 1,1 miljard toegenomen naar € 26,1 miljard (Grafiek 4), bij een gelijkblijvend volume (in ‘fine ounces’). Door deze stijging namen de herwaarderingsrekeningen voor de goudvoorraad van de ECB met hetzelfde bedrag toe (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

Grafiek 4

Ontwikkeling van de goudvoorraad en goudprijs

(links: EUR miljard; rechts: euro per fine ounce goud)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Herwaarderingsrekeningen goudvoorraad’ omvat niet de bijdragen van de centrale banken van de lidstaten die na 1 januari 1999 tot het eurogebied zijn toegetreden aan de geaccumuleerde herwaarderingsrekeningen van de goudvoorraad van de ECB op de dag vóór hun toetreding tot het Eurosysteem.

Uitgedrukt in euro's zijn de door de ECB aangehouden deviezenreserves[10] in USD, JPY en CNY € 2,9 miljard gestegen naar € 53,0 miljard (Grafiek 5), voornamelijk als gevolg van de appreciatie van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro. De waardestijging van de Amerikaanse dollar komt ook tot uitdrukking in hogere saldi van de herwaarderingsrekeningen van de ECB (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

Grafiek 5

Uitsplitsing van de deviezenreserves naar valuta

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De deviezenreserves van de ECB blijven gedomineerd worden door de Amerikaanse dollar, die ultimo 2021 circa 77% van het totaal uitmaakte.

De ECB beheert haar deviezenreserves door middel van een driestappenaanpak. Eerst stellen de risicobeheerders van de ECB een strategische benchmarkportefeuille samen, die door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd. Vervolgens ontwikkelen de portefeuillebeheerders van de ECB de tactische benchmarkportefeuille; deze wordt door de directie goedgekeurd. Als laatste stap worden de beleggingstransacties dagelijks decentraal uitgevoerd door de NCB's.

De deviezenreserves van de ECB worden voornamelijk belegd in effecten en geldmarktdeposito’s of op rekeningen-courant aangehouden (Grafiek 6). De effecten in deze portefeuille worden gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde.

Grafiek 6

Uitsplitsing van de deviezenreserves naar soort belegging

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De ECB houdt de deviezenreserves aan om eventuele interventies op de valutamarkt te financieren. Om die reden worden de deviezenreserves van de ECB beheerd op basis van drie doelstellingen (in volgorde van prioriteit): liquiditeit, veiligheid en rendement. Daarom bestaat deze portefeuille voornamelijk uit effecten met een korte looptijd (Grafiek 7).

Grafiek 7

Uitsplitsing van de in vreemde valuta luidende effecten naar looptijd

Bron: ECB.

In 2021 is de waarde van de eigenmiddelenportefeuille met € 0,4 miljard toegenomen tot € 21,1 miljard (Grafiek 8), vooral als gevolg van de belegging van de door de NCB’s van het eurogebied in 2021 gestorte bedragen uit hoofde van de eerste termijn van hun toegenomen aandeel in het kapitaal van de ECB als gevolg van het vertrek van de Bank of England uit het ESCB (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’). Deze stijging werd gedeeltelijk gecompenseerd, vooral door de afgenomen marktwaarde van de in de eigenmiddelenportefeuille aangehouden effecten.

De portefeuille bestaat vooral uit in euro's luidende effecten, gewaardeerd tegen de marktprijs per jaareinde. In 2021 bestond de totale portefeuille voor 72% uit overheidsschuldpapier.

In 2021 besloot de ECB een gedeelte van haar eigenmiddelenportefeuille te beleggen in het beleggingsfonds van in euro’s luidende groene obligaties voor centrale banken (EUR BISIP G2) waarmee de Bank voor Internationale Betalingen in januari 2021 is gestart. Deze belegging vormt een aanvulling op de rechtstreekse aankopen van obligaties op secundaire markten. Het aandeel groene beleggingen in de eigenmiddelenportefeuille bleef gestaag toenemen, van 3,5% aan het einde van 2020 tot 7,6% eind 2021. De ECB is van plan dit aandeel de komende jaren verder op te voeren.

Grafiek 8

Eigenmiddelenportefeuille van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.

De eigenmiddelenportefeuille van de ECB bestaat hoofdzakelijk uit beleggingen van de financieringsmiddelen van de ECB, te weten het gestorte kapitaal, het algemeen reservefonds en de voorziening voor financiële risico's. Door de herbelegging van inkomsten en de waardering van effecten tegen marktprijzen, komt de omvang van de eigenmiddelenportefeuille niet noodzakelijkerwijs overeen met de omvang van de eerdergenoemde financieringsmiddelen. Het doel van deze portefeuille is inkomsten te genereren om bij te dragen aan de financiering van de bedrijfskosten van de ECB die geen verband houden met de uitvoering van haar toezichtstaken.[11] De portefeuille omvat in euro's luidende activa en bij het beheer ervan gelden de limieten uit het risicobeheersingskader. Daarom is de portefeuille meer gespreid wat betreft looptijden (Grafiek 9) dan de aangehouden deviezenreserves.

Grafiek 9

Uitsplitsing van de effecten in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB naar looptijd

Bron: ECB.

Ultimo 2021 bedroeg de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop € 1.544,4 miljard, 8% meer dan eind 2020. Aan de ECB is een aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop toegekend, ter waarde van € 123,6 miljard aan het einde van het jaar. Aangezien de ECB zelf geen bankbiljetten uitgeeft, heeft ze vorderingen binnen het Eurosysteem ten opzichte van de NCB's van het eurogebied ten bedrage van (haar aandeel in) de waarde van de bankbiljetten in omloop.

De verplichtingen binnen het Eurosysteem van de ECB, die voornamelijk bestaan uit het saldo van de TARGET2-vorderingen en -verplichtingen van de NCB’s van het eurogebied ten opzichte van de ECB en de verplichtingen van de ECB met betrekking tot de externe reserves die de NCB's aan de ECB hebben overgedragen toen ze tot het Eurosysteem toetraden, zijn € 3,3 miljard gedaald naar € 375,1 miljard ultimo 2021. Het verloop van de verplichtingen binnen het Eurosysteem tussen 2017 en 2020 werd vooral bepaald door de ontwikkeling van de TARGET2-nettoverplichting. Deze stond onder invloed van de nettoaankopen door de ECB van voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten, die via TARGET2-rekeningen worden afgewikkeld (Grafiek 10).

In 2021 werd het effect van de effectenaankopen uit hoofde van het monetair beleid op de TARGET2-nettoverplichting ruimschoots gecompenseerd, vooral door de hogere deposito’s die de ECB in haar rol als fiscaal agent van haar TARGET2-klanten buiten het eurogebied en niet-ingezetenen van het eurogebied accepteert en door de stijging van de als onderpand ontvangen geldmiddelen in verband met de effectenuitleningstransacties.

Grafiek 10

TARGET2-nettosaldo binnen het Eurosysteem en voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

(EUR miljard)

Bron: ECB.

1.3.2 Financieringsmiddelen

De financieringsmiddelen van de ECB bestaan uit het kapitaal, de voorziening voor financiële risico's, de herwaarderingsrekeningen en de jaarwinst. Deze financieringsmiddelen worden a) belegd in activa die inkomsten genereren, en/of b) gebruikt om uit financiële risico’s voortvloeiende verliezen rechtstreeks te compenseren. Per 31 december 2021 bedroegen de financieringsmiddelen van de ECB in totaal € 49,7 miljard (Grafiek 11). Dat was € 3,5 miljard meer dan in 2020, als gevolg van de stijging van a) het saldo van de herwaarderingsrekeningen onder invloed van de appreciatie van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro en de stijging van de marktprijs van goud (uitgedrukt in euro's) in 2021, b) het gestorte kapitaal en c) de voorziening van de ECB voor financiële risico’s[12]. Deze stijgingen hebben de lagere winst in 2021 ten opzichte van 2020 ruimschoots gecompenseerd.

Grafiek 11

Financieringsmiddelen van de ECB

(EUR miljard)

Bron: ECB.
Toelichting: De ‘Herwaarderingsrekeningen’ omvatten de herwaarderingswinsten op de goudvoorraad, deviezenreserves en aangehouden effecten, maar niet de herwaarderingsrekening voor vergoedingen na uitdiensttreding.

Positieve ongerealiseerde resultaten op goud, vreemde valuta’s en aan prijsherwaardering onderhevige effecten worden niet als baten in de winst-en-verliesrekening opgenomen, maar rechtstreeks verwerkt op de herwaarderingsrekeningen aan de passivazijde van de balans van de ECB. De saldi van de herwaarderingsrekeningen kunnen worden gebruikt om eventuele toekomstige ongunstige bewegingen in de respectieve prijzen en/of wisselkoersen te absorberen, en versterken derhalve de weerbaarheid van de ECB ten opzichte van de onderliggende risico’s. In 2021 is het saldo van de herwaarderingsrekeningen voor goud, vreemde valuta’s en effecten[13] € 3,8 miljard gestegen naar € 33,1 miljard, als gevolg van hogere herwaarderingssaldi voor vreemde valuta's en goud, voornamelijk door de waardestijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro (Grafiek 12) en de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro's. Deze stijgingen werden ten dele gecompenseerd door de daling van de herwaarderingssaldi voor effecten.

Grafiek 12

Belangrijkste valutakoersen en de goudprijs in de periode 2017-2021

(mutaties in procenten t.o.v. 2017; gegevens ultimo jaar)

Bron: ECB.

Na het vertrek van de Bank of England uit het ESCB in 2020 zijn de aandelen van de overige NCB’s in het geplaatste kapitaal van de ECB toegenomen. De Raad van Bestuur besloot dat de resterende NCB’s in 2020 alleen het gestorte kapitaal dat aan de Bank of England is terugbetaald (€ 58 miljoen) zouden dekken en dat de NCB’s van het eurogebied hun gestegen aandeel in twee jaarlijkse termijnen zouden volstorten in 2021 en 2022. Na de betaling van de eerste termijn door de NCB’s van het eurogebied is het gestorte kapitaal van de ECB in 2021 met € 0,6 miljard toegenomen tot € 8,3 miljard. In 2022 zal het nog eens met € 0,6 miljard toenemen tot € 8,9 miljard.[14]

Met het oog op de financiële risico’s waaraan de ECB blootstaat (zie Paragraaf 1.4.1 ‘Financiële risico’s’), houdt ze een voorziening voor financiële risico's aan. Jaarlijks wordt bezien welke omvang deze voorziening moet hebben. Hierbij wordt rekening gehouden met een reeks aan factoren, zoals de omvang van de aangehouden risicodragende activa, de verwachte resultaten voor het komende jaar en een risicobeoordeling. De voorziening voor financiële risico's mag, samen met enig bedrag in het algemene reservefonds van de ECB, niet hoger zijn dan het door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal.

Als gevolg van de stijging van het gestorte kapitaal van de ECB met € 0,6 miljard in 2021 is de bovengrens van de voorziening voor financiële risico’s met eenzelfde bedrag gestegen. Rekening houdend met de resultaten van de beoordeling van de blootstelling van de ECB aan financiële risico's, besloot de Raad van Bestuur € 0,6 miljard toe te voegen aan de voorziening voor financiële risico's. Daarmee werd deze tot het maximaal toegestane niveau van € 8,2 miljard verhoogd.

De winst die de ECB met haar activa en verplichtingen in een boekjaar per saldo behaalt, kan worden gebruikt om mogelijke verliezen die in hetzelfde jaar optreden, te absorberen. In 2021 bedroeg de winst van de ECB, na de toevoeging aan de voorziening voor financiële risico’s, € 0,2 miljard (zie Paragraaf 1.3.3 ‘Winst-en-verliesrekening’).

1.3.3 Winst-en-verliesrekening

Na verschillende jaren van stijgingen, voornamelijk als gevolg van hogere rentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten en uit externe reserves, heeft de jaarlijkse winst van de ECB in 2019 een piek bereikt. In 2020 begon de winst van de ECB af te nemen, voornamelijk als gevolg van lagere baten uit de hierboven vermelde posten.

De winst van de ECB over 2021 bedroeg € 192 miljoen (2020: € 1.643 miljoen). De daling van € 1.452 miljoen ten opzichte van 2020 was voornamelijk toe te schrijven aan het lagere nettoresultaat uit financiële transacties, afwaarderingen en risicovoorzieningen, en dan vooral aan de toevoeging aan de voorziening voor financiële risico’s en de lagere nettorentebaten (Grafiek 13).

Grafiek 13

Belangrijkste posten van de winst-en-verliesrekening van de ECB

(EUR miljoen)

Bron: ECB.
Toelichting: De post ‘Overige baten en lasten’ bestaat uit de posten ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’, ‘Baten uit aandelen en deelnemingen’, ‘Overige baten’ en ‘Overige kosten’.

De nettorentebaten van de ECB zijn met € 451 miljoen gedaald naar € 1.566 miljoen (Grafiek 14), voornamelijk als gevolg van de lagere rentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren en uit de externe reserves. De stijging van de overige nettorentebaten compenseerde deze dalingen slechts gedeeltelijk.

Grafiek 14

Nettorentebaten

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

De nettorentebaten uit hoofde van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten zijn in 2021 met € 331 miljoen afgenomen tot € 1.006 miljoen (Grafiek 15), voornamelijk als gevolg van negatieve nettorentebaten op de PEPP-portefeuille. De voortzetting van aankopen van effecten van de overheidssector in het kader van het PEPP tegen een negatieve gemiddelde rente – als gevolg van de lage rendementen op overheidsobligaties uit het eurogebied tijdens de tenuitvoerlegging van dit programma (Grafiek 16) – heeft ertoe geleid dat de negatieve nettorentebaten op deze portefeuille ten opzichte van het voorgaande jaar zijn toegenomen van € 41 tot € 252 miljoen in 2021. Bovendien slonken de nettorentebaten uit de SMP-, CBPP1- en CBPP2-portefeuilles met € 82 miljoen, naar € 111 miljoen, als gevolg van de afname van deze portefeuilles onder invloed van aflossingen. Tot slot daalden de nettorentebaten van het APP (uit effecten van het ABSPP, het CBPP3 en het PSPP) met € 37 miljoen tot € 1.147 miljoen, voornamelijk als gevolg van de lagere gemiddelde rentevergoeding op effecten die werden aangehouden in het kader van het ABSPP.

In 2021 genereerden de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten 64% van de nettorentebaten van de ECB.

Grafiek 15

Nettorentebaten uit voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

Grafiek 16

Rendementen op zevenjaars overheidsobligaties in het eurogebied

(in procenten per jaar; gegevens ultimo maand)

Bron: ECB.

De nettorentebaten uit de externe reserves daalden € 277 miljoen naar € 197 miljoen, voornamelijk ten gevolge van lagere rente-inkomsten die met de in Amerikaanse dollar luidende effecten werden verdiend. Als gevolg van de lage rendementen op USD-obligaties tijdens het grootste gedeelte van 2020 en 2021 (Grafiek 17) en verkopen en aflossingen van eerder gekochte obligaties met een hoger rendement is de gemiddelde rente op de USD-portefeuille van de ECB in 2021 verder teruggelopen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Grafiek 17

Rendement op tweejaars overheidsobligaties in de Verenigde Staten, Japan en China

(in procenten per jaar; gegevens ultimo maand)

Bron: ECB.

Als gevolg van de door het Eurosysteem gebruikte basisherfinancieringsrente van 0% waren zowel de rentebaten in verband met het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop als de rentelasten in verband met de rentevergoeding over de vorderingen van de NCB’s met betrekking tot de door hen overgedragen externe reserves nihil in 2021.

De overige nettorentebaten zijn toegenomen, vooral door hogere rentebaten op a) de rekeningen die TARGET2-klanten van buiten het eurogebied bij de ECB aanhouden, b) effectenuitleningstransacties in verband met het monetair beleid, en c) door de ECB in haar rol als fiscaal agent geaccepteerde deposito's, telkens als gevolg van de hogere gemiddelde saldi in 2021. Deze toenames compenseerden ruimschoots de lagere rente-inkomsten uit de eigenmiddelenportefeuille als gevolg van de lage rendementen in het eurogebied (Grafiek 16).

Het nettoresultaat uit financiële transacties en afwaarderingen van financiële activa kwam neer op een verlies van € 139 miljoen in 2021, tegen een bate van € 316 miljoen in 2020 (Grafiek 18). De belangrijkste oorzaak daarvan waren gerealiseerde nettokoersverliezen in 2021, vergeleken met gerealiseerde nettokoerswinsten in 2020, en hogere afwaarderingen op in Amerikaanse dollars en euro’s luidende effecten.

De gerealiseerde nettokoersverliezen hielden verband met in euro’s luidende effecten en in Amerikaanse dollars luidende rentefutures. Deze verliezen werden slechts gedeeltelijk gecompenseerd door de gerealiseerde koerswinsten op USD-effecten, die in 2021 nog steeds positief waren, zij het in mindere mate dan het voorgaande jaar, aangezien de rendementen op USD-obligaties het grootste deel van 2020 en 2021 stabiel bleven, alvorens ze aan het einde van 2021 begonnen te stijgen.

Grafiek 18

Gerealiseerde resultaten en afwaarderingen

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

Bovendien werd per 31 december 2021 € 610 miljoen toegevoegd aan de voorziening van de ECB voor financiële risico's, waardoor de winst van de ECB met hetzelfde bedrag vermindert. Rekening houdend met de resultaten van zijn risicobeoordeling heeft de Raad van Bestuur besloten tot verhoging van de voorziening voor financiële risico's naar € 8.194 miljoen, de bovengrens als bepaald door het kapitaalbedrag dat de NCB’s van het eurogebied hebben gestort (zie Paragraaf 1.3.2 ‘Financieringsmiddelen’).

De totale bedrijfskosten van de ECB, met inbegrip van de afschrijvingen en de diensten van bankbiljettenproductie, zijn met € 39 miljoen gestegen naar € 1.238 miljoen (Grafiek 19). De toename in vergelijking met 2020 hield voornamelijk verband met hogere personeelskosten door a) de stijging van de kosten met betrekking tot de vergoedingen na uitdiensttreding als gevolg van hogere aan het boekjaar toegerekende kosten na de actuariële waardering en b) het groter gemiddeld aantal personeelsleden in 2021. De beheerkosten zijn licht toegenomen, voornamelijk als gevolg van hogere onderhoudskosten voor gebouwen.

De met het bankentoezicht verband houdende kosten worden volledig gedekt door de toezichtsvergoeding die de onder toezicht staande entiteiten in rekening krijgen gebracht. Op basis van de daadwerkelijke lasten van de ECB uit hoofde van haar bankentoezichtstaken bedroegen de baten uit toezichtsvergoedingen voor 2021 € 578 miljoen.[15]

Grafiek 19

Bedrijfskosten en baten uit toezichtsvergoedingen

(EUR miljoen)

Bron: ECB.

1.4 Risicobeheer

Risicobeheer speelt een cruciale rol bij de activiteiten van de ECB. Het betreft een continu proces dat bestaat uit het a) identificeren en beoordelen van risico's, b) evalueren van de risicostrategie en het risicobeleid, c) uitvoeren van maatregelen ter mitigatie van de risico’s, en d) monitoren van en rapporteren over de risico’s, waarbij wordt gebruikgemaakt van effectieve methoden, procedures en systemen.

Figuur 2

Risicobeheercyclus

In de volgende paragrafen wordt op de risico’s ingegaan, evenals op de bronnen van deze risico's en de gehanteerde risicobeheersingskaders.

1.4.1 Financiële risico’s

De directie van de ECB stelt beleid en procedures vast om ervoor te zorgen dat de ECB een passend beschermingsniveau heeft tegen de financiële risico’s waaraan de ECB blootstaat. Het risicobeheercomité (Risk Management Committee – RMC), bestaande uit deskundigen van de centrale banken van het Eurosysteem, draagt bij aan het monitoren, meten en rapporteren van de financiële risico's met betrekking tot de balans van het Eurosysteem. Tevens bepaalt en evalueert het de hiermee samenhangende methoden en kaders. Zo ondersteunt het RMC de besluitvormende organen bij het waarborgen van een passend beschermingsniveau voor het Eurosysteem.

De financiële risico’s vloeien voort uit de kernactiviteiten van de ECB en de daarmee verband houdende risicoposities. De risicobeheersingskaders en risicolimieten die de ECB gebruikt om haar risicoprofiel te beheren, verschillen per type transactie en zijn afhankelijk van de beleids- of beleggingsdoelstellingen van de verschillende portefeuilles en de risicokenmerken van de onderliggende activa.

Voor het monitoren en beoordelen van de risico’s maakt de ECB gebruik van een aantal door haar experts ontwikkelde ramingstechnieken voor risico’s. Deze technieken zijn gebaseerd op een kader waarmee zowel markt- als kredietrisico’s worden gesimuleerd. De belangrijkste modelleringsconcepten, ‑technieken en -aannames die aan de risicomaatstaven ten grondslag liggen, berusten op in de sector gehanteerde standaarden en beschikbare marktgegevens. De risico’s worden doorgaans gekwantificeerd door een schatting te maken van het verwachte tekort (expected shortfall – ES),[16] op basis van een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar. Twee benaderingen worden gebruikt om de risico’s te berekenen: a) de boekhoudkundige benadering, op grond waarvan de herwaarderingsrekeningen van de ECB bij de berekening van de geschatte risico’s als een buffer worden beschouwd, in lijn met alle toepasselijke financiëleverslaggevingsregels, en b) de financiële benadering, op grond waarvan de herwaarderingsrekeningen bij de risicoberekening niet als buffer worden aangemerkt. Om een volledig beeld van de risico’s te houden berekent de ECB ook andere risicomaatstaven bij verschillende betrouwbaarheidsniveaus, verricht ze gevoeligheids- en stress-scenarioanalyses en beoordeelt ze langeretermijnprognoses van risicoposities en baten.[17]

De risico’s van de ECB zijn tijdens het jaar toegenomen. Eind 2021 kwamen de financiële risico’s voor alle portefeuilles van de ECB, zoals afgemeten aan het ES bij een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een tijdshorizon van één jaar, volgens de boekhoudkundige benadering in totaal uit op € 15,3 miljard, ofwel € 2,5 miljard hoger dan de risicoschatting eind 2020 (Grafiek 20). De stijging van de risicoschatting ligt in de lijn van de in 2020 ingezette tendens en houdt verband met de groei van de monetairbeleidsportefeuilles als gevolg van de aankoop van PEPP- en APP-effecten.

Grafiek 20

Totaal financiële risico's ECB (boekhoudkundige benadering o.b.v. ES-99%)

(EUR miljard)

Bron: ECB.

Kredietrisico's vloeien voort uit de monetairbeleidsportefeuilles van de ECB, de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves. Hoewel de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen en daardoor, bij afwezigheid van verkopen, niet onderhevig zijn aan prijsveranderingen in verband met veranderingen in de kredietkwaliteit (credit migration), zijn deze effecten wel blootgesteld aan wanbetalingsrisico. In euro's luidende instrumenten die deel uitmaken van de eigenmiddelenportefeuille en de externe reserves worden tegen marktprijs gewaardeerd en zijn derhalve onderhevig aan het risico van veranderingen in de kredietkwaliteit en het risico van wanbetaling. Vergeleken met het voorgaande jaar is het kredietrisico toegenomen. Dit is het gevolg van de groei van de balans van de ECB onder invloed van de aankopen van APP- en PEPP-effecten.

Kredietrisico's worden hoofdzakelijk gemitigeerd door middel van toelatingscriteria, duediligenceprocedures en limieten die per portefeuille verschillen.

Valuta- en grondstoffenrisico’s vloeien voort uit de deviezenreserves en de goudvoorraad van de ECB. Het valutarisico daalde ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van de hogere (valuta)herwaarderingsrekeningen, die als buffer fungeren tegen ongunstige wisselkoersontwikkelingen.

Gezien de beleidsrol die deze activa spelen, dekt de ECB de hiermee verbonden valuta- en grondstoffenrisico’s niet af. In plaats daarvan worden deze risico’s gemitigeerd via het bestaan van herwaarderingsrekeningen en de spreiding van de aangehouden activa over verschillende valuta’s en goud.

De externe reserves en de in euro's luidende eigenmiddelenportefeuille van de ECB worden voornamelijk belegd in vastrentende effecten en staan bloot aan ‘mark-to-market’ renterisico, in verband met hun waardering tegen marktprijzen. De externe reserves van de ECB worden vooral belegd in activa met een relatief korte looptijd (zie Grafiek 7 in Paragraaf 1.3.1 ‘Balans’), terwijl de activa in de eigenmiddelenportefeuille doorgaans een langere looptijd hebben (zie Grafiek 9 in Paragraaf 1.3.1). Gemeten volgens de boekhoudkundige benadering nam het renterisico van deze portefeuilles licht toe ten opzichte van 2020, onder invloed van ontwikkelingen in de marktomstandigheden.

Het ‘mark-to-market’ renterisico van de ECB wordt gemitigeerd door middel van het portefeuillesamenstellingsbeleid en de herwaarderingsrekeningen.

De ECB loopt ook renterisico als gevolg van de mismatch tussen de rentevergoeding over haar activa en de rente die ze over haar verplichtingen verschuldigd is, hetgeen van invloed is op de nettorentebaten van de ECB. Dit risico hangt niet rechtstreeks met een bepaalde portefeuille samen, maar houdt eerder verband met de totale balansstructuur van de ECB, en dan vooral met het bestaan van looptijd- en yieldverschillen tussen activa en verplichtingen. Het wordt gemonitord aan de hand van projecties van de winstgevendheid van de ECB, die aangeven dat de ECB de komende jaren naar verwachting per saldo rentebaten blijft genereren.

Dit risico wordt beheerd door beleid vast te stellen voor de portefeuillesamenstelling en verder gemitigeerd door de aanwezigheid van verplichtingen op de ECB-balans waarover geen vergoeding verschuldigd is.

1.4.2 Operationeel risico

De directie is verantwoordelijk voor het ECB-beleid en -kader voor operationeelrisicobeheer (operational risk management – ORM)[18], en stelt zowel beleid als kader vast. Het comité voor operationele risico’s (Operational Risk Committee – ORC) ondersteunt de directie bij het vervullen van haar rol als toezichthouder op het beheer van de operationele risico’s. ORM vormt een integrerend onderdeel van de governancestructuur[19] en beheerprocessen van de ECB.

De hoofddoelstelling van het ORM-kader van de ECB is een bijdrage te leveren aan de verwezenlijking van de missie en doelstellingen van de ECB, en tegelijkertijd de reputatie en activa van de ECB te beschermen tegen verlies, misbruik en schade. Krachtens het ORM-kader is ieder organisatieonderdeel verantwoordelijk voor het identificeren, beoordelen, beheersen en bewaken van de eigen operationele risico's en incidenten, evenals voor de rapportering hierover. In dit verband verschaft het risicotolerantiebeleid van de ECB een leidraad voor risicobeheersingsstrategieën en risico-aanvaardingsprocedures. Het is gekoppeld aan een vijf-bij-vijf risicomatrix gebaseerd op impact- en waarschijnlijkheidsschalen met kwantitatieve en kwalitatieve criteria.

De ECB opereert in een omgeving waarin sprake is van steeds complexere en onderling verweven bedreigingen. Dit houdt in dat de dagelijkse activiteiten van de ECB gepaard gaan met een brede waaier aan operationele risico's. De belangrijkste punten van zorg voor de ECB betreffen allerlei niet-financiële risico's in verband met mensen, informatie, systemen, processen en externe leveranciers. Daarom heeft de ECB processen ingericht om de operationele risico’s van de ECB doorlopend en effectief te kunnen beheren en om de risico-informatie in het besluitvormingsproces te integreren. De ECB richt zich bovendien op het verbeteren van haar weerbaarheid en bekijkt risico’s en kansen in een ruimer kader vanuit een alomvattend perspectief, met inbegrip van duurzaamheidsaspecten. Derhalve beschikt ze over responsstructuren en noodplannen, opdat de continuïteit van de cruciale bedrijfsfuncties bij elke verstoring of crisis (bijv. de coronapandemie) is gewaarborgd.

1.4.3 Gedragsrisico

Met het oog op de aanpak van gedragsrisico[20] bij de ECB beschikt de ECB over een speciale afdeling, het Bureau Naleving en Governance, dat een belangrijke risicobeheerfunctie heeft en het governancekader van het ECB versterkt. Het bureau is opgezet om de directie te ondersteunen bij de bescherming van de integriteit en reputatie van de ECB, om ethische gedragsnormen te bevorderen en de verantwoordingsaflegging en transparantie van de ECB te versterken. Het hooggeplaatste Ethisch Comité van de ECB geeft advies en begeleiding aan hoge functionarissen van de ECB op het terrein van integriteit en gedrag. Het ondersteunt de Raad van Bestuur bij het op passende en coherente wijze beheren van de integriteits- en gedragsrisico’s op leidinggevend niveau. Op het niveau van het Eurosysteem en het SSM werkt het ethiek- en complianceoverleg (Ethics & Compliance Conference) aan een coherente implementatie van de gedragskaders voor NCB’s en nationale bevoegde autoriteiten (national competent authorities - NCA’s).

2 Jaarrekening van de ECB

2.1 Balans per 31 december 2021

Toelichting: Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in de jaarrekening (inclusief de toelichtingen) niet geheel overeenstemmen met de som van de individuele bedragen. De cijfers 0 en (0) duiden op een afronding naar nul van een positief of negatief getal, terwijl een koppelteken (-) op nul duidt.

2.2 Winst-en-verliesrekening over 2021

Frankfurt am Main, 8 februari 2022
Europese Centrale Bank

Christine Lagarde
president

2.3 Grondslagen voor de financiële verslaggeving

Vorm en presentatie van de jaarrekening

De jaarrekening van de ECB is opgesteld in overeenstemming met de onderstaande grondslagen voor financiële verslaggeving.[21] Deze resulteren naar het oordeel van de Raad van Bestuur van de ECB in een getrouwe weergave van de jaarrekening en brengen tegelijkertijd de aard van de centralebankactiviteiten tot uitdrukking.

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

In het kader van de financiële verslaggeving zijn de beginselen van economische realiteit en transparantie toegepast, evenals de beginselen van voorzichtigheid, de inaanmerkingneming van gebeurtenissen na de balansdatum, materialiteit, continuïteit, periodetoerekening, consistentie en vergelijkbaarheid.

Opname van activa en verplichtingen

Een actief of een verplichting wordt alleen in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat ermee verband houdende toekomstige economische voordelen ten goede respectievelijk ten laste van de ECB zullen komen, nagenoeg alle ermee verband houdende risico’s en voordelen aan de ECB zijn overgedragen, en de kostprijs of waarde van het actief of het bedrag van de verplichting op betrouwbare wijze kan worden bepaald.

Waardering

De jaarrekening is opgesteld op basis van de historische kostprijs, met aanpassingen voor de marktwaardering van verhandelbare effecten (exclusief de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten), goud en alle andere in de balans opgenomen en buiten de balans verantwoorde activa en verplichtingen luidende in vreemde valuta.

Transacties in financiële activa en verplichtingen worden op basis van de afwikkelingsdatum in de jaarrekening verwerkt.

Met uitzondering van contante transacties in effecten worden transacties in financiële instrumenten luidende in vreemde valuta op de transactiedatum buiten de balans verantwoord. Op de afwikkelingsdatum worden de buiten de balans verantwoorde posten teruggenomen en worden de transacties in de balans opgenomen. Deviezenaankopen en -verkopen beïnvloeden de netto vreemdevalutapositie op de transactiedatum, en gerealiseerde verkoopresultaten worden eveneens op de transactiedatum berekend. Opgebouwde rente, agio’s en disagio’s in verband met financiële instrumenten luidende in vreemde valuta worden dagelijks berekend en geregistreerd, en de vreemdevalutapositie wordt eveneens dagelijks beïnvloed door deze overlopende posten.

Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen

In vreemde valuta luidende activa en verplichtingen worden in euro’s omgerekend tegen de wisselkoers op de balansdatum. Baten en lasten worden omgerekend tegen de wisselkoers op de boekingsdatum. De herwaardering van in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen, met inbegrip van zowel in de balans opgenomen als buiten de balans verantwoorde instrumenten, vindt plaats per valuta.

Voor de in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen geldt dat de prijsherwaardering (marktprijs) afzonderlijk van de valutakoersherwaardering tot stand komt.

Goud wordt gewaardeerd tegen de marktprijs op de balansdatum. Voor goud wordt geen onderscheid gemaakt tussen prijs- en valutaherwaarderingsverschillen. In plaats daarvan wordt voor goud één (her)waardering bepaald op basis van de prijs in euro’s per fine ounce, die voor het boekjaar 2021 gebaseerd is op de wisselkoers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar per 31 december 2021.

Onder een bijzonder trekkingsrecht (special drawing right – SDR) wordt een valutamandje verstaan waarvan de waarde wordt bepaald als de gewogen som van de wisselkoersen van vijf belangrijke valuta’s (de Amerikaanse dollar, euro, Chinese renminbi, Japanse yen en het Britse pond). De door de ECB aangehouden SDR's werden omgerekend in euro’s tegen de EUR/SDR-wisselkoers per 31 december 2021.

Effecten

Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten
De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Verhandelbare effecten
Verhandelbare effecten (met uitzondering van de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten) en vergelijkbare activa worden per effect gewaardeerd tegen de middenkoersen of op basis van de desbetreffende yieldcurve op de balansdatum. In effecten besloten opties worden niet afzonderlijk gewaardeerd. Voor het boekjaar 2021 zijn de middenkoersen op 30 december 2021 gebruikt.

Verhandelbare beleggingsfondsen worden op basis van hun intrinsieke waarde geherwaardeerd (gesaldeerd op fondsniveau). Ongerealiseerde winsten en verliezen van verschillende beleggingsfondsen worden niet gesaldeerd.

Illiquide aandelen en andere eigenvermogensinstrumenten die als permanente belegging worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen de kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

Resultaatbepaling

Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.[22] Gerealiseerde winsten en verliezen op de verkoop van vreemde valuta’s, goud en effecten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Dergelijke gerealiseerde winsten en verliezen worden berekend op basis van de gemiddelde kostprijs van het desbetreffende actief.

Positieve ongerealiseerde resultaten worden niet als baten verantwoord en worden rechtstreeks in een herwaarderingsrekening opgenomen.

Negatieve ongerealiseerde resultaten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord indien en voor zover ze per jaareinde hoger zijn dan eerdere positieve herwaarderingsresultaten die op de desbetreffende herwaarderingsrekening zijn geaccumuleerd. Dergelijke negatieve ongerealiseerde resultaten op een effect, valuta of op aangehouden goud worden niet gesaldeerd met positieve ongerealiseerde resultaten op andere effecten, valuta’s of goud. Als er sprake is van dergelijke, in de winst-en-verliesrekening opgenomen negatieve ongerealiseerde resultaten, dan wordt de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende post verminderd tot de valutakoers of de marktprijs per jaareinde.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen en in de daaropvolgende jaren niet teruggenomen, tenzij de bijzondere waardevermindering afneemt en de afname in verband kan worden gebracht met een waarneembare gebeurtenis die heeft plaatsgevonden nadat de bijzondere waardevermindering voor het eerst werd opgenomen.

Agio’s of disagio’s op effecten worden over de resterende contractuele looptijd van de effecten geamortiseerd.

Transacties met wederinkoop

Transacties met wederinkoop zijn transacties waarbij de ECB krachtens een repo-overeenkomst activa aankoopt of verkoopt of tegen onderpand krediettransacties verricht.

Bij een repotransactie worden effecten tegen geldmiddelen verkocht en wordt tegelijkertijd overeengekomen deze effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs van de tegenpartij terug te kopen. Repotransacties worden aan de passivazijde van de balans opgenomen als deposito’s tegen onderpand. Effecten die op grond van zo’n transactie worden verkocht, blijven op de balans van de ECB.

Bij een omgekeerde repotransactie (reverse repo) worden effecten gekocht in ruil voor geldmiddelen, waarbij tegelijkertijd wordt overeengekomen de effecten op een vastgestelde toekomstige datum en tegen een overeengekomen prijs aan de tegenpartij terug te verkopen. Omgekeerde repotransacties worden als leningen tegen onderpand aan de activazijde van de balans opgenomen, maar de desbetreffende effecten worden niet in de door de ECB aangehouden effecten opgenomen.

Transacties met wederinkoop (waaronder effectenuitleningstransacties) die krachtens een door een gespecialiseerde instelling aangeboden programma worden uitgevoerd, worden alleen op de balans opgenomen indien er onderpand in de vorm van geldmiddelen is verstrekt en deze geldmiddelen onbelegd blijven.

Niet in de balans opgenomen instrumenten

Valuta-instrumenten, te weten valutatermijntransacties, de termijncomponent van valutaswaps en andere valuta-instrumenten die een inwisseling van een bepaalde valuta tegen een andere valuta op een toekomstige datum inhouden, worden opgenomen in de netto vreemdevalutapositie voor het berekenen van de valutakoerswinsten en -verliezen.

Rente-instrumenten worden per instrument geherwaardeerd. De dagelijkse wijzigingen in de variatiemarge van uitstaande rentefuturescontracten, evenals renteswaps die door een centrale tegenpartij worden gecleard, worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord. De waardering van termijntransacties in effecten wordt door de ECB uitgevoerd op basis van algemeen aanvaarde waarderingsmethoden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van waarneembare marktprijzen en -tarieven, evenals van disconteringsfactoren voor de periode tussen de afwikkelingsdatum en de waarderingsdatum.

Vaste activa

Vaste activa, met inbegrip van immateriële activa maar met uitzondering van grond en kunstwerken, worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Grond en kunstwerken worden gewaardeerd tegen aanschafprijs. Het hoofdgebouw van de ECB wordt gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Voor de afschrijving op het hoofdgebouw van de ECB worden de kosten toegerekend aan de desbetreffende bestanddelen van het actief, die worden afgeschreven overeenkomstig hun verwachte gebruiksduur. Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode over de verwachte gebruiksduur van het actief, vanaf het kwartaal nadat het actief voor gebruik beschikbaar is. De gebruiksduur van de belangrijkste activacategorieën luidt als volgt:

De afschrijvingsduur voor geactiveerde herinrichtingskosten met betrekking tot de bestaande gehuurde kantoorgebouwen van de ECB wordt zo nodig aangepast in verband met gebeurtenissen die van invloed zijn op de verwachte gebruiksduur van het desbetreffende actief.

De ECB toetst jaarlijks of haar hoofdgebouw en de geactiveerde gebruiksrechten met betrekking tot gehuurde kantoorgebouwen (zie ‘Leasing’ verderop) een bijzondere waardevermindering hebben ondergaan. Indien er een aanwijzing voor een bijzondere waardevermindering wordt geïdentificeerd, en geoordeeld wordt dat het actief mogelijk een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan, wordt de realiseerbare waarde geschat. Indien de realiseerbare waarde onder de boekwaarde ligt, wordt er een bijzonder waardeverminderingsverlies in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Vaste activa met een kostprijs van minder dan € 10.000 worden in het jaar van aanschaf geheel afgeschreven.

Vaste activa die aan de activeringscriteria voldoen maar nog in aanbouw of ontwikkeling zijn, worden verantwoord onder de post ‘Activa in aanbouw’. De daarmee verband houdende kosten worden naar de desbetreffende vaste activa overgeboekt wanneer de activa voor gebruik beschikbaar zijn.

Leasing

Voor alle leasecontracten (waaronder huurcontracten) met betrekking tot een materieel actief worden de daarmee verband houdende te activeren gebruiksrechten en leaseverplichtingen op de aanvangsdatum van de leasing in de balans opgenomen, respectievelijk onder ‘Materiële en immateriële vaste activa’ en ‘Diversen’ (passiva). Voor leasecontracten die aan de activeringscriteria voldoen, maar waarvan het desbetreffende actief nog in aanbouw is of wordt verbouwd, worden kosten gemaakt vóór de aanvangsdatum van de leasing opgenomen onder de post ‘Activa in aanbouw’. De hiermee verband houdende te activeren gebruiksrechten en leaseverplichtingen worden opgenomen onder de desbetreffende vasteactivaposten zodra het actief in gebruik kan worden genomen (aanvangsdatum van het leasecontract).

Geactiveerde gebruiksrechten worden gewaardeerd tegen aanschafprijs verminderd met afschrijvingen. Geactiveerde gebruiksrechten in verband met kantoorgebouwen kunnen bovendien onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen (zie ‘Vaste activa’ hierboven over de jaarlijkse toetsing in dit verband). Afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode, vanaf de aanvangsdatum tot het einde van de levensduur van het actief met gebruiksrecht, ofwel tot het einde van de leaseperiode, indien dit vroeger is.

De lease- en huurverplichting wordt initieel opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige leasebetalingen (die alleen leasecomponenten omvatten), met als disconteringsvoet de marginale leenrente van de ECB. Vervolgens wordt de leaseverplichting gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. De daaraan gekoppelde rentelast wordt in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de ‘Overige rentelasten’. Als de toekomstige leasebetalingen veranderen als gevolg van een wijziging in een index of een andere herbeoordeling van het bestaande contract, wordt de leaseverplichting herberekend. Een dergelijke herberekening leidt steeds tot een overeenkomstige aanpassing van de boekwaarde van het geactiveerde gebruiksrecht.

Kortlopende leaseovereenkomsten met een looptijd van ten hoogste 12 maanden en leasing met betrekking tot activa van minder dan € 10.000 (in overeenstemming met de drempelwaarde voor de opname van vaste activa) worden als een last in de winst-en-verliesrekening verantwoord.

Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen

De ECB heeft pensioen- en andere regelingen met toegezegde vergoedingen en uitkeringen (defined benefit plans, hierna DB-regelingen) voor haar medewerkers en directieleden, evenals voor de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht.

De pensioenregeling voor de medewerkers wordt gedekt door activa die in een fonds voor langetermijnpersoneelsbeloningen worden aangehouden. De verplichte bijdragen van de ECB en het personeel hebben betrekking op de toegezegdpensioenzuil van de regeling. Daarnaast kunnen medewerkers op vrijwillige basis extra bijdragen doen in het kader van een toegezegdebijdragenzuil, die voor aanvullende uitkeringen kan worden gebruikt.[23] De hoogte van deze aanvullende uitkeringen is afhankelijk van het bedrag aan vrijwillige bijdragen en het daarop behaalde beleggingsrendement.

Er zijn niet door kapitaal gedekte regelingen voor de vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen van de directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht. Voor de medewerkers bestaan er ook niet-gedekte regelingen voor andere vergoedingen na uitdiensttreding dan pensioenen en voor andere langetermijnpersoneelsbeloningen en ontslagvergoedingen.

Nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen
De nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen, inclusief de overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen, die in de balans onder de post ‘Diversen’ (passiva) wordt opgenomen, komt overeen met de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen verminderd met de reële waarde van de fondsbeleggingen die dienen ter dekking van de desbetreffende brutoverplichting.

De brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen wordt jaarlijks door onafhankelijke actuarissen berekend volgens de ‘projected unit credit method’. De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen wordt berekend door de geschatte toekomstige kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die wordt bepaald aan de hand van het marktrendement op de balansdatum op in euro’s luidende hoogwaardige bedrijfsobligaties met een soortgelijke resterende looptijd als de desbetreffende verplichting.

Actuariële winsten of verliezen kunnen voortvloeien uit ervaringsaanpassingen (waarbij de werkelijke uitkomsten verschillen van de eerder gehanteerde actuariële veronderstellingen) en veranderingen in de actuariële veronderstellingen.

Nettolasten uit hoofde van DB-regelingen
De nettolasten uit hoofde van DB-regelingen bestaan uit componenten die in de winst-en-verliesrekening worden opgenomen en herberekeningen ten aanzien van vergoedingen na uitdiensttreding, die in de balans onder de post ‘Herwaarderingsrekeningen’ worden weergegeven.

Het nettobedrag ten laste van de winst-en-verliesrekening bestaat uit:

  1. de aan het dienstjaar toegerekende kosten;
  2. de kosten van verstreken diensttijd als gevolg van aanpassing van een DB-regeling;
  3. de nettorente (o.b.v. disconteringsvoet) over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  4. herberekeningen betreffende overige langetermijnbeloningen en langlopende ontslagvergoedingen, in totaal.

Het nettobedrag dat onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ opgenomen wordt, omvat de volgende posten:

  1. actuariële winsten en verliezen op de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  2. het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen, exclusief de bedragen die zijn opgenomen in de nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen;
  3. veranderingen in het effect van het activaplafond, exclusief de bedragen die zijn opgenomen in de nettorente over de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.

Deze bedragen worden jaarlijks door onafhankelijke actuarissen berekend om de correcte verplichting in de jaarrekening vast te stellen.

Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem

Saldi binnen het ESCB zijn hoofdzakelijk het resultaat van grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie (EU) die worden afgewikkeld in centralebankgeld in euro's. Het grootste deel van deze transacties vindt plaats op initiatief van private entiteiten (kredietinstellingen, bedrijven en particulieren). Ze worden afgewikkeld via TARGET2 – het ‘Trans-European Automated Real-time Gross settlement Express Transfer’-systeem – en leiden tot bilaterale saldi op de TARGET2-rekeningen van de centrale banken in de EU. Deze bilaterale saldi worden dagelijks gesaldeerd en vervolgens aan de ECB toegewezen, waardoor elke nationale centrale bank (NCB) slechts één bilaterale nettopositie ten opzichte van de ECB overhoudt. Ook door de ECB uitgevoerde en in TARGET2 afgewikkelde betalingen zijn van invloed op de individuele bilaterale nettoposities. Deze posities in de boeken van de ECB vertegenwoordigen de nettovordering of -verplichting van elke NCB ten opzichte van de rest van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB). Saldi binnen het Eurosysteem van de NCB's van het eurogebied ten opzichte van de ECB uit hoofde van TARGET2, evenals overige in euro's luidende saldi binnen het Eurosysteem (bijv. in verband met de tussentijdse winstverdeling van de ECB aan de NCB's), worden op de balans van de ECB als één nettoactief of -verplichting opgenomen. Dit gebeurt onder respectievelijk de posten ‘Overige vorderingen binnen het Eurosysteem (netto)’ en ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’. Uit de deelname aan TARGET2 voortvloeiende saldi binnen het ESCB van NCB's buiten het eurogebied ten opzichte van de ECB[24] worden verantwoord onder ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’.

Saldi binnen het Eurosysteem die voorvloeien uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem worden als één enkel nettoactief opgenomen onder ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie verder bij ‘Bankbiljetten in omloop’).

Saldi binnen het Eurosysteem die voortvloeien uit de overdracht van externe reserves aan de ECB door NCB's die tot het Eurosysteem toetreden, luiden in euro’s en worden gerapporteerd onder ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’.

Bankbiljetten in omloop

De ECB en de NCB's van het eurogebied, die samen het Eurosysteem vormen, geven eurobankbiljetten uit.[25] De totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de laatste werkdag van elke maand overeenkomstig de verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten toegewezen aan de centrale banken van het Eurosysteem.[26]

Het aan de ECB toegedeelde aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop wordt op de balans verantwoord onder de verplichting ‘Bankbiljetten in omloop’. Deze post wordt gedekt door vorderingen op de NCB's. Deze vorderingen zijn rentedragend[27] en worden gepresenteerd onder ‘Vorderingen binnen het Eurosysteem’, in de subpost ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’ (zie onder ‘Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ hierboven). Rentebaten uit deze vorderingen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen onder de post ‘Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’.

Tussentijdse winstverdeling

Een bedrag ter grootte van de som van de baten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en de baten uit de voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten die zijn aangekocht op grond van (i) het programma voor de effectenmarkten (SMP), (ii) het derde programma voor de aankoop van gedekte obligaties (CBPP3), (iii) het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (ABSPP), (iv) het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (PSPP), en (v) het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) wordt in de maand januari van het volgende jaar verdeeld door middel van een tussentijdse winstuitkering, tenzij de Raad van Bestuur hierover anders besluit.[28] Het bedrag wordt volledig uitgekeerd, tenzij het de nettojaarwinst van de ECB overtreft, en behoudens een beslissing van de Raad van Bestuur om toevoegingen te doen aan de voorziening voor financiële risico’s. De Raad van Bestuur kan tevens besluiten het bedrag van de in januari te verdelen inkomsten uit de eurobankbiljetten in omloop te verlagen met de door de ECB gemaakte kosten in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten.

Gebeurtenissen na balansdatum

De waarde van activa en verplichtingen wordt aangepast voor gebeurtenissen die zich voordoen tussen de balansdatum en de datum waarop de directie toestemming geeft om de jaarstukken van de ECB ter goedkeuring aan de Raad van Bestuur voor te leggen, indien dergelijke gebeurtenissen van materiële invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum.

Belangrijke gebeurtenissen na de balansdatum die niet van invloed zijn op de waarde van de activa en verplichtingen op de balansdatum worden in de toelichting vermeld.

Wijzigingen in de grondslagen voor de financiële verslaggeving

In 2021 voerde de ECB geen wijzigingen door in de grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Diversen

In overeenstemming met artikel 27 van de Statuten van het ESCB, en op aanbeveling van de Raad van Bestuur, heeft de Raad van de Europese Unie de benoeming van Baker Tilly GmbH & Co. KG Wirtschaftsprüfungsgesellschaft, Düsseldorf (Bondsrepubliek Duitsland) tot externe accountant van de ECB goedgekeurd, voor een periode van vijf jaar tot en met het einde van het boekjaar 2022. Deze periode van vijf jaar kan worden verlengd met twee aanvullende boekjaren.

2.4 Toelichting op de balans

Toelichting 1 - Goud en goudvorderingen

Per 31 december 2021 bedroeg de goudvoorraad van de ECB 16.229.522 ounces[29] fine gold. De marktwaarde hiervan bedroeg € 26.121 miljoen (2020: € 25.056 miljoen). In 2021 hebben er geen goudtransacties plaatsgevonden. Hierdoor bleef de goudvoorraad van de ECB onveranderd ten opzichte van de voorraad per 31 december 2020. De toename van de waarde in euro’s van deze goudvoorraad was toe te schrijven aan de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro's (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 15 ‘Herwaarderingsrekeningen’).

Toelichting 2 - Vorderingen op niet-ingezetenen en ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

Toelichting 2.1 - Vorderingen op het IMF

Deze post omvat de door de ECB aangehouden bijzondere trekkingsrechten (special drawing rights – SDR’s) en bedroeg per 31 december 2021 € 1.234 miljoen (2020: € 680 miljoen). Deze post is het resultaat van een door de ECB met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gesloten vrijwillige handelsregeling, waarbij het IMF wordt gemachtigd namens de ECB SDR’s te kopen en te verkopen tegen euro’s, zulks met inachtneming van minimum- en maximumposities. Voor verslaggevingsdoeleinden worden SDR’s behandeld als een vreemde valuta (zie onder ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). In 2021 was er sprake van een toename van de door de ECB aangehouden SDR’s, voornamelijk als gevolg van transacties in het kader van bovengenoemde vrijwillige handelsregeling. De waardestijging van de SDR ten opzichte van de euro in 2021 droeg eveneens bij aan de gestegen waarde in euro's van deze positie.

Toelichting 2.2 - Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta

Deze twee posten bestaan uit tegoeden bij banken en in vreemde valuta luidende leningen, en beleggingen in effecten luidende in Amerikaanse dollars, Japanse yens en Chinese renminbi’s.

De stijging van het totaal van deze posten in 2021 was voornamelijk het gevolg van de waardestijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro.

De samenstelling van de door de ECB aangehouden nettoposities in vreemde valuta[30] luidt als volgt:

Er vond in 2021 geen valutamarktinterventie plaats.

Toelichting 3 - Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Toelichting 3.1 - Tegoeden bij banken, beleggingen in effecten en leningen

Per 31 december 2021 bestond deze post uit een vordering ten bedrage van € 3.070 miljoen (2020: € 1.830 miljoen) in verband met regelingen voor liquiditeitsfaciliteiten tussen het Eurosysteem en NCB's van buiten het eurogebied. Op grond van deze regelingen verschaft het Eurosysteem liquiditeit in euro's aan NCB's buiten het eurogebied in ruil voor toegelaten onderpand[31], teneinde bij marktverstoring te voorzien in liquiditeitsbehoeften in deze rechtsgebieden. Zo wordt het risico op negatieve overloopeffecten op de financiële markten en economieën van het eurogebied geminimaliseerd.

Toelichting 4 - Overige vorderingen op kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro

Per 31 december 2021 bestond deze post uit rekening-courantsaldi ten opzichte van ingezetenen van het eurogebied ten bedrage van € 38 miljoen (2020: € 81 miljoen).

Toelichting 5 - Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Toelichting 5.1 - Voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten

Per 31 december 2021 bestond deze post uit effecten die door de ECB werden aangekocht in het kader van de drie programma’s voor de aankoop van gedekte obligaties (covered bond purchase programmes – CBPP’s), het programma voor de effectenmarkten (securities markets programme – SMP), het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP).

1) Zie de besluiten van de Raad van Bestuur voor nadere toelatingscriteria van de specifieke programma's.
2) Op grond van het SMP werden uitsluitend overheidsschuldbewijzen uitgegeven door vijf eurolanden aangekocht.

3) De ECB koopt geen effecten aan in het kader van het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP).
4) Een uitzonderingsregeling op de toelatingscriteria is toegekend voor door de Griekse overheid uitgegeven effecten.

In 2021 verrichte het Eurosysteem nettoaankopen in het kader van het programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP)[32], voor een bedrag van gemiddeld € 20 miljard per maand. In December 2021 besloot de Raad van Bestuur van de ECB[33] tot nettoaankopen ten bedrage van € 40 miljard per maand in het tweede kwartaal van 2022 en tot nettoaankopen ten bedrage van € 30 miljard per maand in het derde kwartaal van 2022. Vanaf oktober 2022 handhaaft de Raad van Bestuur de nettoaankopen van activa op een bedrag van € 20 miljard per maand zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken. De Raad verwacht deze aankopen te beëindigen kort voordat er wordt aangevangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. De Raad is ook voornemens de herinvesteringen voort te zetten voor geruime tijd voorbij het moment waarop de Raad begint de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

Verder ging het Eurosysteem in 2021 door met nettoaankopen van activa krachtens het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP[34]), met een totaalbedrag van € 1.850 miljard[35]. De aankopen vonden flexibel plaats op basis van de beoordeling van de financieringsvoorwaarden en de inflatieverwachtingen. De Raad besloot in december 2021 ook om de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP eind maart 2022 te beëindigen. Deze kunnen echter zo nodig worden hervat om negatieve schokken in verband met de coronapandemie (Covid-19) te pareren. Verder heeft de Raad van Bestuur de herbeleggingstermijn voor aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP verlengd tot ten minste eind 2024. De herbeleggingen in het kader van het PEPP kunnen op elk moment flexibel worden aangepast, zowel wat betreft de timing ervan als wat betreft de spreiding over activaklassen en rechtsgebieden. De toekomstige afbouw van de PEPP-portefeuille zal zodanig worden gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet wordt gehinderd.

De in het kader van deze programma’s aangekochte effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen (zie onder ‘Effecten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

De geamortiseerde kostprijs van de door de ECB aangehouden effecten en de marktwaarde[36] ervan (die niet in de balans of de winst-en-verliesrekening wordt opgenomen, maar die uitsluitend voor vergelijkingsdoeleinden wordt verschaft) luiden als volgt:

De geamortiseerde kostprijs van de door de ECB aangehouden effecten veranderde gedurende het jaar als volgt:

1) ‘Netto-agio/(-disagio)’ omvat eventuele gerealiseerde nettowinsten/(-verliezen).

De Raad van Bestuur beoordeelt regelmatig de financiële risico’s die zijn verbonden aan de effecten die op grond van deze programma’s worden aangehouden.

In dit kader wordt er jaarlijks op basis van gegevens per jaareinde getoetst of er sprake is van een bijzondere waardevermindering (impairment test); deze toetsen worden door de Raad van Bestuur goedgekeurd. Deze toetsen, die voor elk programma afzonderlijk worden uitgevoerd, omvatten een beoordeling van indicatoren die op een bijzondere waardevermindering wijzen. Voor zover van dergelijke indicatoren sprake is, wordt een nadere analyse uitgevoerd om te bevestigen dat de kasstromen van de onderliggende effecten niet worden geraakt door een gebeurtenis die tot het opnemen van een waardeverminderingsverlies zou leiden. De uitkomsten van de toetsen van dit jaar gaven de ECB geen aanleiding om in 2021 verliezen te verantwoorden op de in de monetairbeleidsportefeuilles opgenomen effecten.

De geamortiseerde kostprijs van de door het Eurosysteem aangehouden effecten luidt als volgt:

Toelichting: De cijfers vermeld onder ‘NCB's van het eurogebied’ zijn voorlopig en kunnen nog worden herzien, wat ook zou leiden tot een overeenkomstige aanpassing van de cijfers onder ‘Eurosysteem totaal’.

Toelichting 6 - Vorderingen binnen het Eurosysteem

Toelichting 6.1 - Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

Deze post bestaat uit de vorderingen van de ECB ten opzichte van de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem (zie onder ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en bedroeg per 31 december 2021 € 123.551 miljoen (2020: € 114.761 miljoen). De rentevergoeding op deze vorderingen wordt dagelijks berekend tegen de laatst beschikbare marginale rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties[37] (zie toelichting 22.2 ‘Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’).

Toelichting 7 - Overige activa

Toelichting 7.1 - Materiële en immateriële vaste activa

De samenstelling van deze activa luidt als volgt:

Aan het einde van het jaar is getoetst of het hoofdgebouw van de ECB en de gebruiksrechten gebouwen een bijzondere waardevermindering hadden ondergaan; er was geen aanleiding voor opname van een bijzonder waardeverminderingsverlies.

Toelichting 7.2 - Overige financiële activa

Deze post bestaat vooral uit de eigenmiddelenportefeuille van de ECB die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het beleggen van de financieringsmiddelen van de ECB, namelijk het gestorte kapitaal en bedragen aangehouden in de reserves en de voorziening voor financiële risico's. Deze post omvat onder meer een belang van 3.211 aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) tegen de verwervingsprijs van € 42 miljoen en overige rekeningen-courant, luidende in euro.

De samenstelling van deze post luidt als volgt:

De nettotoename van deze post in 2021 was voornamelijk het gevolg van de belegging in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB van (i) de in 2021 gestorte bedragen door de NCB's uit hoofde van de eerste termijn van hun toegenomen aandeel in het kapitaal van de ECB (zie toelichting 16 ‘Kapitaal en reserves’); (ii) de rentebaten uit deze portefeuille in 2021; en (iii) de tegenpost van het bedrag dat in 2020 werd toegevoegd aan de voorziening voor financiële risico’s van de ECB. De toename van deze post werd gedeeltelijk gecompenseerd, vooral door de afgenomen marktwaarde van de in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB aangehouden effecten.

Toelichting 7.3 - Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans

Deze post bestaat uit de waarderingsveranderingen in de per 31 december 2021 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20, ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 620 miljoen (2020: € 388 miljoen) en zijn het gevolg van de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Toelichting 7.4 - Overlopende activa

Op 31 december 2021 bedroeg deze post € 4.055 miljoen (2020: € 3.390 miljoen). Deze post omvatte voornamelijk de nog te ontvangen couponrente op effecten (waaronder bij aankoop meegekochte uitstaande rente) ten bedrage van € 3.332 miljoen (2020: € 2.757 miljoen) (zie toelichting 2.2 ‘Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa; en vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, toelichting 5 ‘Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’, en toelichting 7.2 ‘Overige financiële activa’).

Verder omvatte deze post een bedrag van € 577 miljoen voor de te ontvangen toezichtsvergoedingen voor de vergoedingsperiode 2021 (zie toelichting 25 ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’).[38] Dit bedrag zal in 2022 worden geïnd.

Deze post omvat eveneens (i) opgebouwde baten uit gemeenschappelijke Eurosysteem-projecten (zie toelichting 27 ‘Overige baten’), (ii) diverse vooruitbetalingen, en (iii) opgebouwde rente op overige financiële activa en verplichtingen.

Toelichting 7.5 – Diversen

Deze post bedroeg per 31 december 2021 € 749 miljoen (2020: € 1.970 miljoen) en omvatte voornamelijk saldi ten bedrage van € 573 miljoen (2020: € 692 miljoen) met betrekking tot per 31 december 2021 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze saldi houden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Verder omvatte deze post het opgelopen bedrag van de tussentijdse winstverdeling van de ECB van € 150 miljoen (2020: € 1.260 miljoen) (zie ‘Tussentijdse verdeling van de winst’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 12.2 ‘Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)’).

Toelichting 8 - Bankbiljetten in omloop

Deze post bestaat uit het aandeel van de ECB (8%) in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (zie onder ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en bedroeg per 31 december 2021 € 123.551 miljoen (2020: € 114.761 miljoen).

Toelichting 9 - Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro

De centrale banken van het Eurosysteem hebben de mogelijkheid bij PSPP-effectenuitleningstransacties geldmiddelen als zekerheid te accepteren zonder dat deze verplicht moeten worden herbelegd. Deze transacties worden voor de ECB via een gespecialiseerde instelling uitgevoerd. Voor overheidseffecten aangehouden in het kader van het PEPP gelden dezelfde voorwaarden.

Per 31 december 2021 bedroeg de waarde van deze uitstaande uitleningstransacties tegen zekerheid in de vorm van geldmiddelen met kredietinstellingen in het eurogebied € 9.473 miljoen (2020: € 2.559 miljoen). De als zekerheid ontvangen geldmiddelen werden overgeboekt naar TARGET2-rekeningen. Aangezien de geldmiddelen aan het einde van het jaar nog onbelegd waren, werden deze transacties op de balans verwerkt (zie onder ‘Transacties met wederinkoop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).[39]

Toelichting 10 - Verplichtingen aan overige ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Toelichting 10.1 - Overheid

Per 31 december 2021 bedroeg deze post € 3.200 miljoen (2020: € 10.012 miljoen), inclusief deposito’s van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) en het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). In overeenstemming met artikel 21 van de Statuten van het ESCB mag de ECB als fiscaal agent optreden ten behoeve van instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, overheidsinstanties, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten.

Toelichting 10.2 - Overige verplichtingen

Deze post bestaat uit saldi van TARGET2-klanten van de ECB in het eurogebied en bedroeg op 31 december 2021 € 4.404 miljoen (2020: € 3.688 miljoen).

Toelichting 11 - Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro

Per 31 december 2021 bedroeg deze post € 112.492 miljoen (2020: € 11.567 miljoen). De grootste component betrof een bedrag van € 71.875 miljoen (2020: € 4.685 miljoen), bestaande uit de TARGET2-saldi van NCB's buiten het eurogebied ten opzichte van de ECB (zie ‘Saldo binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’) en van de TARGET2-klanten van de ECB buiten het eurogebied. De toename van deze saldi in 2021 komt overeen met de hogere saldi van de TARGET2-klanten van de ECB buiten het eurogebied.

Verder omvatte deze post een bedrag van € 21.750 miljoen (2020: € 3.425 miljoen) in verband met uitstaande PSPP- en publieke PEPP-effectenuitleningstransacties met niet-ingezetenen van het eurogebied waarbij geldmiddelen als zekerheid zijn ontvangen en naar TARGET2-rekeningen zijn overgeboekt (zie toelichting 9 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’).

Ook opgenomen in deze post was een bedrag van € 18.033 miljoen in verband met het beheer van krediettransacties in de EU, waarbij de ECB optreedt als fiscaal agent voor de Europese Commissie (zie toelichting 21 ‘Beheer van kredietopname- en kredietverleningstransacties’). Per 31 december 2020 waren er geen dergelijke saldi.

Het restant van deze post omvat een bedrag van € 834 miljoen (2020: € 3.457 miljoen), voortvloeiend uit de permanente wederzijdse valutaregeling met het Federal Reserve System. In het kader van deze regeling verstrekt de Federal Reserve Bank of New York door middel van swaptransacties Amerikaanse dollars aan de ECB, met als doel om kortetermijnliquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem te verstrekken. Tegelijkertijd verricht de ECB back-to-backswaptransacties met NCB's van het eurogebied, die de resulterende middelen aanwenden om met tegenpartijen van het Eurosysteem in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties uit te voeren in de vorm van transacties met wederinkoop. De back-to-backswaptransacties resulteren in saldi binnen het Eurosysteem tussen de ECB en de NCB’s van het eurogebied. Bovendien resulteren de swaptransacties met de Federal Reserve Bank of New York en de NCB’s van het eurogebied in termijnvorderingen en -verplichtingen die op buitenbalansrekeningen worden geregistreerd (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’).

Toelichting 12 - Vorderingen binnen het Eurosysteem

Toelichting 12.1 - Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves

Deze post betreft de verplichtingen aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van de overdracht van externe reserves aan de ECB bij hun toetreding tot het Eurosysteem. Op grond van artikel 30.2 van de Statuten van het ESCB worden deze bijdragen vastgesteld naar rato van de aandelen van NCB's in het geplaatste kapitaal van de ECB. In 2021 waren er geen mutaties.

De vergoeding over deze verplichtingen wordt dagelijks bepaald tegen de laatst beschikbare marginale rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties, gecorrigeerd vanwege een nulrendement op de goudcomponent (zie toelichting 22.3 ‘Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves’).

Toelichting 12.2 - Overige verplichtingen binnen het Eurosysteem (netto)

In 2021 bestond deze post voornamelijk uit de TARGET2-saldi van de NCB's van het eurogebied ten opzichte van de ECB en het aan de NCB's van het eurogebied verschuldigde bedrag in verband met de tussentijdse winstverdeling van de ECB (zie respectievelijk ‘Saldi binnen het ESCB/saldi binnen het Eurosysteem’ en ‘Tussentijdse verdeling van de winst’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

De afname van het TARGET2-saldo was hoofdzakelijk toe te schrijven aan (i) de kasinstroom als gevolg van de hogere saldi van de TARGET2-klanten van de ECB buiten het eurogebied (zie toelichting 11 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’); (ii) extra als onderpand ontvangen geldmiddelen in verband met de effectenuitlening in het kader van het PSPP en de uitlening van door de publieke sector uitgegeven effecten in het kader van het PEPP (zie toelichting 9 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’ en toelichting 11 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’); en (iii) de kasinstroom als gevolg van de hogere door de ECB in haar rol als fiscaal agent geaccepteerde deposito’s van niet-ingezetenen van het eurogebied (zie toelichting 11 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’). De impact van deze factoren werd grotendeels gecompenseerd door via TARGET2-rekeningen afgewikkelde nettoaankopen van effecten in het kader van het PEPP en het APP (zie toelichting 5 ‘Effecten uitgegeven door ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).

De vergoeding over TARGET2-posities, met uitzondering van de saldi die uit back-to-back-swaptransacties in verband met in Amerikaanse dollars luidende liquiditeitsverschaffende transacties voortkomen, wordt dagelijks berekend tegen de laatst beschikbare marginale rente die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties.

Toelichting 13 - Overige verplichtingen

Toelichting 13.1 - Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans

Deze post bestaat voornamelijk uit de waarderingsveranderingen in de per 31 december 2021 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze waarderingsveranderingen bedroegen € 568 miljoen (2020: € 636 miljoen) en zijn het gevolg van de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de valutakoers op de balansdatum, vergeleken met de eurobedragen voortvloeiend uit de omrekening van de transacties tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende vreemde valuta op die datum (zie onder ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ en ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Waarderingsverliezen op uitstaande termijntransacties in effecten worden ook in deze post opgenomen (zie toelichting 19 ‘Termijntransacties in effecten’).

Toelichting 13.2 - Overlopende passiva

De samenstelling van deze post luidt als volgt:

Toelichting 13.3 - Diversen

Op 31 december 2021 bedroeg deze post € 2.277 miljoen (2020: € 2.419 miljoen). Deze omvatte saldi ten bedrage van € 535 miljoen (2020: € 507 miljoen) in verband met per 31 december 2021 uitstaande valutaswap- en valutatermijntransacties (zie toelichting 20 ‘Valutaswaps en valutatermijntransacties’). Deze saldi houden verband met de omrekening van dergelijke transacties naar eurobedragen tegen de gemiddelde kostprijs van de desbetreffende valuta op de balansdatum, vergeleken met de oorspronkelijk verwerkte eurobedragen van de transacties (zie ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Deze post omvat tevens een leaseverplichting van € 175 miljoen (2020: € 199 miljoen) (zie ‘Leasing’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’).

Daarnaast omvat deze post de nettoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB in verband met de vergoedingen na uitdiensttreding en overige langetermijnbeloningen van haar personeel[40], de directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht. De ontslagvergoedingen van ECB-medewerkers zijn ook in deze post opgenomen.

Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen

Balans
De onder de post ‘Diversen’ (passiva) in de balans opgenomen bedragen met betrekking tot de vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen voor medewerkers luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.

In 2021 omvatte de brutoverplichting (contante waarde) uit hoofde van DB-regelingen ten opzichte van de medewerkers ten bedrage van € 3.165 miljoen (2020: € 3.034 miljoen) niet-kapitaalgedekte verplichtingen ten bedrage van € 373 miljoen (2020: € 364 miljoen) met betrekking tot vergoedingen na uitdiensttreding (anders dan pensioenen), andere langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen voor medewerkers. De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen ten opzichte van de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht van € 43 miljoen (2020: € 44 miljoen) betreft uitsluitend niet door kapitaal gedekte regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen.

Herberekeningen betreffende de nettoverplichting van de ECB uit hoofde van DB-regelingen voor vergoedingen na uitdiensttreding worden in de balans opgenomen onder ‘Herwaarderingsrekeningen’ op de passivazijde van de balans. In 2021 beliepen de herberekeningsverliezen onder die passiefpost € 799 miljoen (2020: € 1.067 miljoen) (zie toelichting 15 ‘Herwaarderingsrekeningen’).

Mutaties in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen, fondsbeleggingen en herberekeningsresultaten
De mutaties in de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.
1) Het nettocijfer omvat verplichte bijdragen en overdrachten naar of uit de regelingen. De door de medewerkers betaalde verplichte bijdrage bedraagt 7,4%, terwijl die van de ECB 20,7% van het basissalaris bedraagt.

De totale herberekeningswinsten van € 76 miljoen op de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen in 2021 waren hoofdzakelijk het gevolg van de stijging van de voor de waardering gehanteerde disconteringsvoet van 1,1% in 2020 naar 1,3% in 2021. De resulterende winsten werden deels tenietgedaan door herberekeningsverliezen die voortkwamen uit ervaringsaanpassingen op basis van de verschillen tussen de in het verslag van het voorgaande jaar gehanteerde actuariële veronderstellingen en de werkelijke uitkomsten.

Het mutatieoverzicht van de reële waarde van de fondsbeleggingen ter dekking van toegezegde (pensioen)uitkeringen aan medewerkers luidt als volgt:

De herberekeningswinsten op de fondsbeleggingen in 2021 is het gevolg van het feit dat het werkelijke rendement op de fondsbeleggingen hoger was dan de verwachte rentebaten uit de beleggingen (op basis van een veronderstelde disconteringsvoet van 1,1%).

Het mutatieoverzicht van de herberekeningsresultaten luidt als volgt:

Winst-en-verliesrekening
De in de winst-en-verliesrekening opgenomen bedragen luiden als volgt:

Toelichting: In de kolom ‘Bestuursorganen’ worden bedragen met betrekking tot zowel de directie als de Raad van Toezicht weergegeven.

In 2021 stegen de aan het dienstjaar toegerekende kosten naar € 169 miljoen (2020: € 142 miljoen), voornamelijk als gevolg van de stijging van de toekomstige pensioenverhoging van 1,0% in 2019 tot 1,7% in 2020. Bovendien daalde de disconteringsvoet verder van 1,2% in 2019 tot 1,1% in 2020.[41]

Belangrijke veronderstellingen
Bij de totstandkoming van de waarderingen waarnaar in deze toelichting wordt verwezen, hebben de onafhankelijke actuarissen veronderstellingen gehanteerd die door de directie zijn goedgekeurd ten behoeve van de administratieve verwerking en de vermelding in de toelichting. De belangrijkste veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het berekenen van de verplichting uit hoofde van vergoedingen na uitdiensttreding en andere langetermijnbeloningen luiden als volgt:

1) Deze veronderstellingen zijn gebruikt voor de berekening van het deel van de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen van de ECB dat wordt gedekt door activa met een onderliggende kapitaalgarantie.
2) Daarnaast is rekening gehouden met verwachte individuele salarisverhogingen van maximaal 1,8% per jaar, afhankelijk van de leeftijd van de deelnemers aan de regeling.

3) Volgens de bepalingen van de pensioenregeling van de ECB worden de pensioenen jaarlijks verhoogd. Indien de algemene salarisaanpassing voor de medewerkers van de ECB onder de prijsinflatie uitkomt, is een eventuele verhoging van de pensioenen in lijn met de algemene salarisaanpassing. Indien de algemene salarisaanpassing boven de prijsinflatie uitkomt, dan wordt van eerstgenoemde gebruikgemaakt om de verhoging van de pensioenen te bepalen, mits de financiële positie van de pensioenregelingen van de ECB een dergelijke verhoging toelaat.

Toelichting 14 - Voorzieningen

Deze post bestaat voornamelijk uit een voorziening voor financiële risico's die wordt gebruikt, voor zover de Raad van Bestuur dat noodzakelijk acht, ter compensatie van toekomstige negatieve gerealiseerde en ongerealiseerde resultaten. Jaarlijks wordt op grond van een beoordeling van deze risico’s door de ECB bezien hoe groot deze voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet. Bij deze beoordeling worden allerlei factoren in aanmerking genomen. De risicovoorziening mag, samen met het in het algemeen reservefonds van de ECB aangehouden bedrag, niet hoger zijn dan het door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB.

Gelet op de uitkomsten van de beoordeling van de financiële risico's voor de ECB en het toegestane maximumbedrag van de voorziening van de ECB voor financiële risico's heeft de Raad van Bestuur per 31 december 2021 besloten € 610 miljoen aan deze voorziening toe te voegen. Door deze toevoeging is de nettowinst van de ECB over 2021 verminderd tot € 192 miljoen en is de omvang van de voorziening gestegen tot € 8.194 miljoen, hetgeen overeenstemt met het per die datum door de NCB's van het eurogebied gestorte kapitaal van de ECB.

Deze post omvat tevens administratieve voorzieningen ten bedrage van € 74 miljoen (2020: € 57 miljoen).

Toelichting 15 - Herwaarderingsrekeningen

Deze post bestaat voornamelijk uit de herwaarderingssaldi uit hoofde van de positieve ongerealiseerde resultaten uit activa, verplichtingen en buiten de balans verantwoorde instrumenten (zie onder ‘Resultaatbepaling’, ‘Goud en in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen’, ‘Effecten’ en ‘Niet in de balans opgenomen instrumenten’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’). Deze post omvat tevens herberekeningen betreffende de nettoverplichting van de ECB voor vergoedingen na uitdiensttreding (zie onder ‘Vergoedingen na uitdiensttreding, overige langetermijnbeloningen en ontslagvergoedingen’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 13.3 ‘Diversen’).

De toename van de omvang van de herwaarderingsrekeningen is voornamelijk het gevolg van de waardestijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro en de stijging van de marktprijs van goud uitgedrukt in euro's in 2021.

Voor de herwaardering per jaareinde zijn de onderstaande wisselkoersen en goudprijs gebruikt.

Toelichting 16 - Kapitaal en reserves

Toelichting 16.1 - Kapitaal

Het geplaatste kapitaal van de ECB bedraagt € 10.825 miljoen.

De ECB heeft haar geplaatst kapitaal na het vertrek van de Bank of England uit het ESCB op 31 januari 2020 op hetzelfde niveau gehandhaafd. Het aandeel van de Bank of England in het geplaatste kapitaal van de ECB werd verdeeld over zowel de NCB's van het eurogebied als de resterende NCB's buiten het eurogebied.

Ook het gestorte kapitaal van de ECB bleef in 2020 onveranderd op € 7.659 miljoen, aangezien de resterende NCB’s het aan de Bank of England terugbetaalde kapitaal van € 58 miljoen hebben gedekt. De Raad van Bestuur heeft bovendien besloten dat de NCB's van het eurogebied hun gestegen aandeel in twee jaarlijkse termijnen, elk ten bedrage van € 610 miljoen, in 2021 en 2022 volledig zouden storten.

Door het storten van de eerste termijn door de NCB's van het eurogebied op 29 december 2021 steeg het totale gestorte kapitaal van de ECB tot € 8.270 miljoen, zoals weergegeven in onderstaande tabel:

De NCB's buiten het eurogebied moeten 3,75% van hun aandeel in het geplaatste kapitaal van de ECB storten als bijdrage in de operationele kosten van de ECB. Sinds 1 februari 2020 hebben deze NCB's in totaal € 76 miljoen gestort. NCB's die niet tot het eurogebied behoren, hebben geen recht op een aandeel in de te verdelen winst van de ECB; evenmin hoeven zij eventuele verliezen van de ECB te dekken.

2.5 Niet in de balans opgenomen instrumenten

Toelichting 17 - Programma’s voor effectenuitlening

Ten behoeve van het beheer van de eigenmiddelenportefeuille van de ECB heeft de ECB een overeenkomst betreffende een effectenuitleningsprogramma, op grond waarvan een gespecialiseerde instelling namens de ECB effectenuitleningstransacties verricht.

Daarnaast heeft de ECB, overeenkomstig besluiten van de Raad van Bestuur, effecten voor uitleningstransacties beschikbaar gesteld. Deze betreffen de aangehouden effecten die de ECB heeft aangekocht op grond van het eerste, tweede en derde CBPP, het PSPP en het PEPP, evenals de aangehouden effecten die krachtens het SMP zijn aangekocht en die ook in aanmerking komen voor aankoop ingevolge het PSPP.[42]

Tenzij deze effectenuitleningstransacties plaatsvinden tegen zekerheid in de vorm van geldmiddelen die op jaareinde nog niet belegd zijn, worden de transacties op buitenbalansrekeningen geregistreerd.[43] Per 31 december 2021 bedroeg de waarde van dergelijke uitstaande effectenuitleningstransacties € 16.156 miljoen (2020: € 17.214 miljoen). Hiervan hield € 11.821 miljoen (2020: € 12.615 miljoen) verband met het uitlenen van voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten.

Toelichting 18 - Rentefutures

De uitstaande transacties, gepresenteerd tegen valutakoersen per jaareinde, luiden als volgt:

Deze transacties werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB.

Toelichting 19 - Termijntransacties in effecten

Per 31 december 2021 stonden termijnverkopen van effecten ten bedrage van € 382 miljoen uit. Deze transacties werden verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB. Ultimo 2020 stonden er geen dergelijke transacties uit.

Toelichting 20 - Valutaswaps en valutatermijntransacties

Beheer van de externe reserves
In 2021 werden valutaswap- en valutatermijntransacties verricht in het kader van het beheer van de externe reserves van de ECB. De uitstaande, uit deze transacties resulterende vorderingen en verplichtingen, gepresenteerd tegen valutakoersen per jaareinde, luiden als volgt:

Liquiditeitsverschaffende swapovereenkomsten
De ECB heeft wederzijdse swapovereenkomsten gesloten met de Bank of Canada, de Bank of England, de Bank of Japan, het Federal Reserve System, de Swiss National Bank en de People’s Bank of China. Middels deze swapovereenkomsten kan (i) liquiditeit worden verstrekt aan banken van het eurogebied in alle valuta's van de bovengenoemde centrale banken, of (ii) liquiditeit in euro worden verstrekt aan financiële instellingen in de rechtsgebieden van de bovenstaande centrale banken. Verder zijn swapovereenkomsten gesloten met de Nationale Bank van Bulgarije, Hrvatska narodna banka, Danmarks Nationalbank en Sveriges Riksbank voor de verstrekking van liquiditeit in euro aan financiële instellingen in hun rechtsgebieden. Bovengenoemde overeenkomsten zijn bedoeld om te voorzien in eventuele liquiditeitsbehoeften als zich marktverstoringen voordoen.

In verband met de verstrekking van liquiditeit in Amerikaanse dollars aan tegenpartijen van het Eurosysteem was er sprake van in Amerikaanse dollar luidende vorderingen en verplichtingen met een vervaldatum in 2022 (zie toelichting 11, ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).

Toelichting 21 - Beheer van kredietopname- en kredietverleningstransacties

Ook in 2021 was de ECB verantwoordelijk voor het beheer van de kredietopname- en kredietverleningstransacties van de EU in het kader van de faciliteit voor financiële ondersteuning voor de middellange termijn en het Europees Financieel Stabilisatiemechanisme, voor de leningfaciliteitovereenkomst voor Griekenland en voor het beheer van betalingen in verband met twee in het kader van het EFSF verstrekte leningen.

Als reactie op de coronapandemie bleef de EU in 2021 leningen verstrekken aan lidstaten krachtens haar instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid in noodsituaties te beperken (Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency – SURE). Daarnaast startte de EU in 2021 met het Next Generation EU (NGEU)-programma dat is opgericht om het economisch herstel in de EU te ondersteunen en de groene en digitale transitie van de economie van de Unie te faciliteren. Het NGEU-programma biedt financiering in de vorm van niet-terugbetaalbare financiële ondersteuning en steunkrediet aan lidstaten. De ECB ondersteunde de Europese Commissie bij het beheer van de met beide bovengenoemde instrumenten gemoeide werkzaamheden.

In 2021 heeft de ECB betalingen in verband met alle bovengenoemde transacties verwerkt.

2.6 Toelichting op de winst-en-verliesrekening

Toelichting 22 - Nettorentebaten

Toelichting 22.1 - Rentebaten uit externe reserves

Deze post omvat de rentebaten, na aftrek van rentelasten, uit de netto externe reserves van de ECB.

De samenstelling van de nettorentebaten/-lasten per type instrument luidt als volgt:

De samenstelling van de nettorentebaten/-lasten per valuta luidt als volgt:

Toelichting 22.2 - Rentebaten uit de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem

Deze post bestaat uit de rentebaten voortvloeiend uit het ECB-aandeel van 8% van de totale waarde van de uitgegeven eurobankbiljetten (zie ‘Bankbiljetten in omloop’ in Paragraaf 2.3 ‘Grondslagen voor de financiële verslaggeving’ en toelichting 6.1 ‘Vorderingen uit hoofde van de toedeling van eurobankbiljetten binnen het Eurosysteem’). Deze rentebaten waren nihil in 2021, als gevolg van het feit dat de basisherfinancieringsrente gedurende het gehele jaar 0% bedroeg.

Toelichting 22.3 - Remuneratie van vorderingen van NCB's in verband met overgedragen externe reserves

De rentevergoeding aan de NCB's van het eurogebied uit hoofde van hun vorderingen betreffende de aan de ECB overgedragen externe reserves (zie toelichting 12.1 ‘Verplichtingen uit hoofde van de overdracht van externe reserves’) wordt onder deze post opgenomen. Deze rentevergoeding was nihil in 2021, als gevolg van het feit dat de basisherfinancieringsrente gedurende het gehele jaar 0% bedroeg.

Toelichting 22.4 - Overige rentebaten; en overige rentelasten

De samenstelling van de overige rentebaten en de overige rentelasten luidt als volgt:

1) De nettorentebaten van de ECB in verband met de in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties bedroegen € 46 miljoen (2020: € 50 miljoen).

Toelichting 23 - Gerealiseerde winsten/verliezen uit financiële transacties

De samenstelling van de gerealiseerde nettowinsten/-verliezen uit financiële transacties luidt als volgt:

De gerealiseerde nettokoerswinsten/-verliezen omvatten gerealiseerde winsten en verliezen op effecten, rentefutures en renteswaps. De gerealiseerde nettokoersverliezen in 2021 hielden voornamelijk verband met koersverliezen op in euro’s luidende effecten en op in Amerikaanse dollars luidende rentefutures. In 2020 werden hoge koerswinsten gerealiseerd op de Amerikaansedollarportefeuille als gevolg van de lagere yields op in Amerikaanse dollars luidende effecten.

Toelichting 24 - Afwaarderingen van financiële activa en posities

De samenstelling van de afwaarderingen van financiële activa en posities luidt als volgt:

De marktwaarde van een aantal effecten in de Amerikaansedollar- en eigenmiddelenportefeuille is gedaald, hand in hand met een toename van de desbetreffende yields in 2021. Dit resulteerde in negatieve ongerealiseerde prijsherwaarderingsresultaten aan het einde van het jaar.

Toelichting 25 - Nettobaten uit vergoedingen en provisies

In 2021 bestonden de in deze post opgenomen baten voornamelijk uit toezichtsvergoedingen. De lasten kwamen hoofdzakelijk voort uit bewaarvergoedingen.

Baten en lasten in verband met toezichtstaken
De ECB brengt bij de onder toezicht staande entiteiten een jaarlijkse vergoeding in rekening ter dekking van haar kosten voor het uitvoeren van de toezichthoudende taken. De vergoedingen zijn gebaseerd op de daadwerkelijk gemaakte jaarlijkse kosten voor toezichthoudende taken in de betreffende vergoedingsperiode, gecorrigeerd voor gerestitueerde bedragen aan en ontvangen bedragen van individuele banken in verband met voorgaande vergoedingsperioden en andere correcties, waaronder ontvangen rente op achterstallige betalingen.[44]

Op basis van de daadwerkelijke lasten van de ECB uit hoofde van haar bankentoezichtstaken bedroegen de baten uit toezichtsvergoedingen voor 2021 € 578 miljoen. Na een correctie voor ontvangen rente op achterstallige betalingen bedragen de in rekening te brengen jaarlijkse toezichtsvergoedingen bij onder toezicht staande entiteiten voor de vergoedingsperiode 2021 € 577 miljoen[45] (zie toelichting 7.4 ‘Overlopende activa’). De individuele toezichtsvergoedingen worden in het tweede kwartaal van 2022 gefactureerd.[46]

De ECB is tevens bevoegd onder toezicht staande entiteiten administratieve sancties op te leggen in verband met het niet naleven van de EU-bankenregelgeving inzake de prudentiële vereisten (met inbegrip van toezichtsbesluiten van de ECB). De desbetreffende baten worden niet in de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen betrokken. In plaats daarvan worden ze als baten in de winst-en-verliesrekening verantwoord en aan de NCB's in het eurogebied uitgekeerd als onderdeel van het ECB-regime voor tussentijdse winstuitkeringen. In 2021 bedroegen de inkomsten in verband met aan onder toezicht staande entiteiten opgelegde sancties € 1 miljoen.

De baten van de ECB in verband met toezichtstaken waren als volgt samengesteld:

De met het bankentoezicht samenhangende lasten vloeien voort uit het directe toezicht op belangrijke entiteiten, het oversight op het toezicht op minder belangrijke entiteiten en het verrichten van horizontale taken en gespecialiseerde diensten. Hieronder vallen de directe kosten van het bankentoezicht van de ECB en de relevante kosten voor de dienstverlening door ondersteunende functies die noodzakelijk is voor de uitvoering van de toezichtstaken van de ECB, waaronder diensten op het gebied van huisvesting en facilitair beheer, human resources, IT, juridische zaken, audit en administratie, communicatie en vertaling, en overige activiteiten.

De werkelijke kosten met betrekking tot de toezichtstaken van de ECB, die via de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor 2021 worden doorberekend, bedroegen € 578 miljoen (2020: € 535 miljoen). De algemene stijging vloeide voort uit de aanhoudende ontwikkeling van speciale IT-systemen voor het bankentoezicht en hogere personeelskosten.

Verder restitueert de ECB opgelegde administratieve sancties aan onder toezicht staande entiteiten in het geval die later door de rechtbank nietig worden verklaard. In 2021 bedroegen deze restituties € 5 miljoen (zie toelichting 31 ‘Overige kosten’). Deze kosten worden niet meegenomen in de berekening van de jaarlijkse toezichtsvergoedingen, maar verantwoord in de winst-en-verliesrekening van de ECB en komen derhalve ten laste van het nettoresultaat.

Toelichting 26 - Baten uit aandelen en deelnemingen

Deze post omvat het op de aandelen in de Bank voor Internationale Betalingen ontvangen dividend (zie toelichting 7.2 ‘Overige financiële activa’). In 2021 was dit bedrag inclusief een door de Jaarlijkse Algemene Vergadering van de BIB goedgekeurd aanvullend dividend, als compensatie voor het inhouden van dividend over de periode 2019/2020.[47]

Toelichting 27 - Overige baten

In 2021 vloeiden de overige baten voornamelijk voort uit (i) bijdragen van NCB's van het eurogebied aan door de ECB gemaakte kosten in verband met gezamenlijke projecten van het Eurosysteem, en (ii) verzekeringsuitkeringen in verband met herstelwerkzaamheden aan de infrastructuur van het hoofdgebouw (zie toelichting 29 ‘Beheerkosten’).

Toelichting 28 - Personeelskosten

De samenstelling van de personeelskosten luidt als volgt:

1) De salarissen en toelagen zijn in grote lijnen gebaseerd op en vergelijkbaar met de beloningsregeling van de EU.

Uitgedrukt in fulltime-equivalenten (FTE's)[48] bedroeg het gemiddeld aantal medewerkers 4.038 (2020: 3.923), waarvan 362 op managementniveau (2020: 356).

De toename van de personeelskosten in 2021 hing voornamelijk samen met hogere kosten van voornamelijk de vergoedingen na uitdiensttreding als gevolg van met name een hogere toekomstige pensioenverhoging en door het gebruik van een lagere disconteringsvoet voor de actuariële waardering van de aan het dienstjaar toegerekende kosten in 2021[49] (zie toelichting 13.3 ‘Diversen’). Ook de toename van het gemiddeld aantal medewerkers in dienst van de ECB droeg bij aan de hogere personeelskosten.

Beloning van de directie en de Raad van Toezicht
De directieleden en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht ontvangen een basissalaris en een huisvestingtoelage. In het geval van de president wordt in plaats van een huisvestingtoelage een woning ter beschikking gesteld. Leden van de Raad van Bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht ontvangen eveneens een representatietoelage. Overeenkomstig de arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de Europese Centrale Bank komen de leden van de directie en de Raad van Toezicht, afhankelijk van hun individuele omstandigheden, in aanmerking voor een huishoudtoelage, kindertoelage, onderwijstoelage en overige toelagen. Op het salaris wordt een belasting ten gunste van de EU ingehouden, evenals premies voor de pensioenregelingen en de ongevallen- en ziektekostenverzekering. Toelagen zijn onbelastbaar en maken geen deel uit van de pensioengrondslag.

In 2021 waren de basissalarissen van de leden van de directie en de bij de ECB werkzame leden van de Raad van Toezicht (dat wil zeggen exclusief de vertegenwoordigers van de nationale toezichthouders) als volgt:[50]

1) Frank Elderson trad op 15 december 2020 aan als directielid; zijn beloning voor de rest van december 2020 is opgenomen in de kosten over 2021, aangezien de betaling hiervan in januari 2021 plaatsvond.
2) Met uitzondering van het salaris van de vicevoorzitter van de Raad van Toezicht (Yves Mersch tot en met 14 december 2020 en Frank Elderson sinds 24 februari 2021), dat samen met de salarissen van de andere directieleden wordt gerapporteerd.

De aan de directieleden en de leden van de Raad van Toezicht betaalde toelagen en de bijdragen van de ECB aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen bedroegen in totaal € 1.097.128 (2020: € 1.201.810).

Aan voormalige leden van de directie of van de Raad van Toezicht kunnen gedurende een beperkte periode na het einde van hun ambtsperiode overgangsbetalingen worden gemaakt. In 2021 bedroegen deze betalingen, de daarmee samenhangende gezinstoelagen en de bijdrage van de ECB aan de verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen in totaal € 977.547 (2020: € 1.555.042). Dit bedrag was lager doordat er in 2021 minder voormalige directieleden waren die deze betalingen ontvingen, en doordat de voormalige directieleden die er nog wel recht op hadden minder ontvingen doordat zij het einde van hun overgangsperiode naderden.

De som van aan pensioen gerelateerde uitkeringen, met inbegrip van toelagen na uitdiensttreding, aan voormalige leden van de directie en de Raad van Toezicht of hun nabestaanden en de bijdragen aan hun verzekering voor ziektekosten, langdurige zorg en ongevallen, bedroeg € 4.047.008 (2020: € 928.149).[51] In 2021 omvatte dit bedrag een eenmalige uitkering bij pensionering aan een voormalig lid, ter vervanging van toekomstige pensioenuitkeringen.

Toelichting 29 – Beheerkosten

De samenstelling van de beheerkosten luidt als volgt:

De beheerkosten stegen in 2021 licht. De hogere kosten van huur, onderhoud aan gebouwen en nutsvoorzieningen hingen voornamelijk samen met het vereiste herstel van uit de bouwfase overgebleven gebreken in de infrastructuur van het hoofdgebouw. De hiermee gepaard gaande kosten werden gedekt door verzekeringsuitkeringen (zie toelichting 27 ‘Overige baten’).

Toelichting 30 - Diensten van bankbiljettenproductie

Deze kostenpost komt voornamelijk voort uit het grensoverschrijdend vervoer van eurobankbiljetten tussen bankbiljettendrukkerijen en de NCB's, voor de levering van nieuwe bankbiljetten, evenals tussen de NCB's voor het opheffen van tekorten vanuit overschotvoorraden. Deze kosten worden centraal door de ECB gedragen.

Toelichting 31 – Overige kosten

In 2021 omvatte deze post de restitutie van eerder door de ECB opgelegde administratieve sancties aan drie onder toezicht staande entiteiten binnen dezelfde groep, waarbij de desbetreffende besluiten door de rechtbank deels nietig werden verklaard (zie toelichting 25 ‘Nettobaten uit vergoedingen en provisies’).

3 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan de president en de Raad van Bestuur
van de Europese Centrale Bank

Frankfurt am Main

Controleverklaring over de jaarrekening 2021 van de ECB

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2021 van de Europese Centrale Bank (ECB) gecontroleerd. Deze jaarrekening is opgenomen in de jaarstukken van de ECB en bestaat uit de balans per 31 december 2021, de winst-en-verliesrekening over 2021 en een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

Naar ons oordeel geeft de bijgaande jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van de ECB per 31 december 2021 en van het resultaat over 2021, in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur vastgelegde grondslagen, die worden uiteengezet in Besluit (EU) 2016/2247 van de ECB van 3 november 2016 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/35), zoals gewijzigd. Dit besluit is gebaseerd op Richtsnoer (EU) 2016/2249 van de ECB van 3 november 2016 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2016/34), zoals gewijzigd.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd in overeenstemming met de International Standards on Auditing (ISA’s). Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn nader beschreven in de onderstaande paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de ECB, zoals vereist op grond van de Duitse ethische voorschriften met betrekking tot onze controle van de jaarrekening, die in overeenstemming zijn met de International Ethics Standards Board for Accountants’ Code of Ethics for Professional Accountants (de IESBA-code). Verder hebben wij voldaan aan onze overige ethische verantwoordelijkheden overeenkomstig deze voorschriften. Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Andere informatie

De directie van de ECB is verantwoordelijk voor de andere informatie in de jaarstukken van de ECB. De andere informatie omvat alle informatie die is opgenomen in de jaarstukken van de ECB, met uitzondering van de jaarrekening van de ECB en onze controleverklaring daarover.

Ons oordeel over de jaarrekening heeft geen betrekking op de andere informatie en we formuleren geen enkele conclusie over de betrouwbaarheid daarvan.

In het kader van onze controle van de jaarrekening is het onze verantwoordelijkheid de andere informatie te lezen en daarbij na te gaan of die materieel onverenigbaar is met de jaarrekening of de vanuit de controle verkregen kennis, of anderszins materiële afwijkingen bevat.

Verantwoordelijkheden van de directie en van de met governance belaste personen ten aanzien van de jaarrekening

De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur vastgelegde grondslagen, die worden uiteengezet in Besluit (EU) 2016/2247 van de ECB van 3 november 2016 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/35), zoals gewijzigd, dat gebaseerd is op Richtsnoer (EU) 2016/2249 van de ECB van 3 november 2016 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2016/34), zoals gewijzigd, en voor een zodanige interne beheersing als de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de ECB in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. De directie moet de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling en, in voorkomend geval, zaken die verband houden met het in continuïteit kunnen voortzetten van de werkzaamheden van de entiteit, toelichten in de jaarrekening.

De met governance belaste personen zijn verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van de financiële verslaggeving van de ECB.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van redelijke zekerheid dat de jaarrekening als geheel geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en het afgeven van een controleverklaring waarin ons oordeel is opgenomen. Redelijke zekerheid betekent een hoge mate van zekerheid, maar is geen garantie dat een conform de ISA’s uitgevoerde controle te allen tijde eventuele afwijkingen van materieel belang zal ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn van materieel belang indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.

In het kader van een controle in overeenstemming met de ISA’s passen wij bij de gehele planning en uitvoering van de controle professionele oordeelsvorming toe en houden wij een professioneel-kritische instelling. Onze controle bestond onder meer uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de ECB;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door de directie gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de ECB haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring;
  • het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen, en nagaan of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de met governance belaste personen onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele door ons vastgestelde significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Frankfurt am Main, 9 februari 2022

Baker Tilly GmbH & Co. KG
Wirtschaftsprüfungsgesellschaft

(Düsseldorf)

4 Toelichting op de verdeling van de winst/toedeling van verliezen

Deze toelichting maakt geen deel uit van de jaarrekening van de ECB over het jaar 2021.

Krachtens artikel 33 van de Statuten van het ESCB wordt de nettowinst van de ECB in de onderstaande volgorde verdeeld:

  1. een door de Raad van Bestuur vast te stellen bedrag, dat niet meer dan 20% van de nettowinst mag bedragen, wordt aan het algemeen reservefonds toegevoegd tot een maximum van 100% van het kapitaal; en
  2. de resterende nettowinst wordt naar rato van hun gestorte aandelen onder de aandeelhouders van de ECB verdeeld.[52]

Bij een verlies van de ECB wordt het tekort gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, bij besluit van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten over het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de NCB's zijn toegedeeld.[53]

De nettowinst van de ECB over 2021 bedroeg € 192 miljoen. Overeenkomstig een besluit van de Raad van Bestuur heeft er op 31 januari 2022 een tussentijdse winstuitkering van € 150 miljoen aan de NCB's van het eurogebied plaatsgevonden. Daarnaast heeft de Raad van Bestuur besloten de resterende winst van € 42 miljoen te verdelen onder de NCB's van het eurogebied.

© Europese Centrale Bank, 2022

Postadres: 60640 Frankfurt am Main, Duitsland
Telefoon: +49 69 1344 0

Website: www.ecb.europa.eu

Alle rechten voorbehouden. Reproductie voor educatieve en niet-commerciële doeleinden is alleen toegestaan met bronvermelding.

Zie voor een verklaring van de terminologie de ECB-woordenlijst (alleen in het Engels).

HTML ISBN 978-92-899-5043-5, ISSN 2443-4795, doi:10.2866/823830, QB-BS-22-001-NL-Q

  1. Door afronding kan het voorkomen dat de totalen in dit document niet geheel overeenstemmen met de som van de afzonderlijke getallen en dat de percentages de absolute getallen niet exact weergeven.
  2. De jaarrekening van de ECB bestaat uit de balans, de winst-en-verliesrekening en de daarmee verband houdende toelichtingen. De jaarstukken van de ECB bestaan uit de jaarrekening, het managementverslag, de controleverklaring van de onafhankelijke accountant en de toelichting op de winstverdeling/toedeling van verliezen. Nadere informatie over de totstandkoming en goedkeuring van de jaarstukken is beschikbaar op de website van de ECB.
  3. Informatie over de in 2021 uitgevoerde strategische evaluatie is te vinden op de website van de ECB.
  4. Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, PB C 202 van 7.6.2016, blz. 1), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
  5. Protocol (nr. 4) betreffende de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 230). Het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) bestaat uit de ECB en de NCB’s van de 27 EU-lidstaten.
  6. Het APP bestaat uit het derde aankoopprogramma voor gedekte obligaties (covered bond purchase programme – CBPP3), het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa (asset-backed securities purchase programme – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen (public sector purchase programme – PSPP) en het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen (corporate sector purchase programme – CSPP). De ECB verricht geen effectenaankopen in het kader van het CSPP. Nadere informatie over het APP is beschikbaar op de website van de ECB.
  7. Nadere informatie over het PEPP is beschikbaar op de website van de ECB.
  8. Voor nadere toelichting, zie het persbericht van 16 december 2021 over de beslissingen van de Raad van Bestuur.
  9. Nadere informatie over de looptijdrestricties bij zowel het APP en het PEPP is beschikbaar op de website van de ECB.
  10. Deze bestaan uit activa die op de balans zijn opgenomen onder de posten ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta – Tegoeden bij banken en beleggingen in effecten, externe leningen en overige externe activa’ en ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’.
  11. De kosten van de ECB in verband met haar toezichtstaken worden aan de onder toezicht staande entiteiten doorberekend via een jaarlijks in rekening gebrachte vergoeding. Nadere informatie is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
  12. De stijging van de voorziening voor financiële risico’s resulteerde in een overeenstemmende daling van de winst in 2021.
  13. Daarnaast omvat de balanspost ‘Herwaarderingsrekeningen’ de herberekeningen ten aanzien van bepaalde vergoedingen na uitdiensttreding.
  14. Zie het persbericht van 30 januari 2020 over het geplaatst kapitaal van de ECB na het vertrek van de Bank of England uit het ESCB.
  15. De toezichtsvergoedingen zijn opgenomen in de post ‘Overige baten en lasten’ (Grafiek 13).
  16. Het ES wordt gedefinieerd als een naar waarschijnlijkheid gewogen gemiddeld verlies dat zich voordoet bij de ongunstigste (1-p)% van de scenario's, waarbij p het betrouwbaarheidsniveau aanduidt.
  17. Nadere informatie over de risicomodelleringsaanpak is te vinden in “The financial risk management of the Eurosystem’s monetary policy operations”, ECB, juli 2015.
  18. Operationeel risico omvat alle niet-financiële risico’s en wordt gedefinieerd als het risico dat de bedrijfsvoering, reputatie of financiële positie van de ECB in negatieve zin worden geraakt door menselijke tekortkomingen, de ontoereikende tenuitvoerlegging of het tekortschieten van de interne governance en bedrijfsprocessen, het uitvallen van systemen waarvan processen afhankelijk zijn, of externe gebeurtenissen (bijv. natuurrampen of aanvallen van buitenaf).
  19. Nadere informatie over de governancestructuur van de ECB is te vinden op de website van de ECB.
  20. Bij bedrijven en de overheid wordt steeds meer aandacht geschonken aan het beheer van gedragsrisico's. Het vormt een aanvulling op het beheer van financiële en operationele risico's. De ECB verstaat onder gedragsrisico het risico van reputatie- of andere schade veroorzaakt door hoge functionarissen of medewerkers van de ECB die niet in overeenstemming met de ethische en integriteitsregels van de ECB en/of de normen voor goede governance en goed beheer handelen.
  21. De gedetailleerde grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB zijn neergelegd in Besluit (EU) 2016/2247 van de ECB van 3 november 2016 betreffende de jaarrekening van de ECB (ECB/2016/35) (PB L 347 van 20.12.2016, blz. 1), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
    Met het oog op de geharmoniseerde financiële administratie en verslaggeving van de activiteiten van het Eurosysteem is het bovengenoemde besluit gebaseerd op Richtsnoer (EU) 2016/2249 van de ECB van 3 november 2016 betreffende het juridische kader ten behoeve van de financiële administratie en verslaglegging in het Europees Stelsel van centrale banken (ECB/2016/34) (PB L 347 van 20.12.2016, blz. 37), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
    Deze grondslagen, die periodiek worden beoordeeld en waar nodig bijgewerkt, volgen de bepalingen van artikel 26.4 van de Statuten van het ESCB, die geharmoniseerde regels voor de financieel-administratieve verwerking en verslaglegging van de werkzaamheden van het Eurosysteem vereisen.
  22. Voor overlopende posten en voorzieningen betreffende beheerkosten geldt een minimumdrempel van € 100.000.
  23. Het door de medewerker via vrijwillige bijdragen opgebouwde kapitaal kan bij pensionering worden gebruikt voor een aanvullend pensioen. Vanaf dat moment wordt dit pensioen opgenomen in de brutoverplichting uit hoofde van DB-regelingen.
  24. Per 31 december 2021 namen de volgende NCB's buiten het eurogebied deel aan TARGET2: Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), Danmarks Nationalbank, Hrvatska narodna banka, Narodowy Bank Polski en Banca Naţională a României.
  25. Besluit van de ECB van 13 december 2010 betreffende de uitgifte van eurobankbiljetten (ECB/2010/29) (2011/67/EU) (PB L 35 van 9.2.2011, blz. 26), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
  26. De term ‘verdeelsleutel voor de toedeling van bankbiljetten’ heeft betrekking op de percentages die voortvloeien uit het in aanmerking nemen van het aandeel van de ECB in de totale uitgifte aan eurobankbiljetten en het toepassen van de geplaatst-kapitaalverdeelsleutel op het aandeel van de NCB's in dit totaal.
  27. Besluit (EU) 2016/2248 van de ECB van 3 november 2016 inzake de toedeling van monetaire inkomsten van de nationale centrale banken van de lidstaten die de euro als munt hebben (ECB/2016/36) (PB L 347 van 20.12.2016, blz. 26), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
  28. Besluit (EU) 2015/298 van de ECB van 15 december 2014 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de ECB (ECB/2014/57) (PB L 53 van 25.2.2015, blz. 24), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
  29. Dit komt overeen met 504,8 ton.
  30. Deze nettoposities bestaan uit het verschil van de in de desbetreffende vreemde valuta luidende activa en verplichtingen die onderhevig zijn aan valutaherwaardering. Deze zijn opgenomen onder ‘Vorderingen op niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Vorderingen op ingezetenen van het eurogebied, luidende in vreemde valuta’, ‘Overlopende activa’, ‘Herwaarderingsverschillen op instrumenten buiten de balans’ (onder de verplichtingen) en ‘Overlopende passiva’. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met buiten de balans verantwoorde valutatermijntransacties en valutaswaps. Positieve resultaten uit hoofde van de prijsherwaardering van in vreemde valuta luidende financiële instrumenten zijn niet inbegrepen.
  31. Nadere informatie over de euroliquiditeitstransacties van het Eurosysteem tegen toegelaten onderpand is beschikbaar op de website van de ECB.
  32. Nadere informatie over het APP is beschikbaar op de website van de ECB.
  33. Zie het persbericht van 16 december 2021 over de beslissingen van de Raad van Bestuur.
  34. Nadere informatie over het PEPP is beschikbaar op de website van de ECB.
  35. Indien gunstige financieringsvoorwaarden in stand kunnen worden gehouden zonder het volledige PEPP-bedrag gedurende de termijn voor de nettoaankopen te benutten, hoeft het bedrag niet in zijn geheel te worden ingezet.
  36. De marktwaarden zijn indicatief en worden afgeleid van marktnoteringen. Voor zover marktnoteringen niet beschikbaar zijn, worden de marktprijzen geschat met behulp van interne modellen van het Eurosysteem.
  37. Sinds 16 maart 2016 bedraagt de rentevoet die het Eurosysteem hanteert bij zijn tenders voor basisherfinancieringstransacties 0%.
  38. Nadere informatie is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
  39. De effectenuitleningstransacties waarbij op de balansdatum geen sprake is van als onderpand ontvangen onbelegde geldmiddelen worden op buitenbalansrekeningen geregistreerd (zie toelichting 17 ‘Programma’s voor effectenuitlening’).
  40. Het DB-gedeelte van de regeling weerspiegelt enkel de verplichte bijdragen van de ECB en het personeel. De vrijwillige bijdragen van personeelsleden aan de toegezegdebijdragenzuil in 2021 bedroegen € 220 miljoen (2020: € 186 miljoen). Deze bijdragen worden belegd in de fondsbeleggingen en leiden tevens tot een hiermee corresponderende verplichting.
  41. De aan het dienstjaar toegerekende kosten worden geraamd aan de hand van de percentages die het voorafgaande jaar werden toegepast.
  42. De ECB koopt geen door de bedrijvensector uitgegeven effecten aan op grond van het CSPP en het PEPP en houdt daardoor uit dien hoofde geen effecten aan die voor uitlening kunnen worden gebruikt. Nadere informatie over effectenuitlening is beschikbaar op de website van de ECB.
  43. Indien er aan het einde van het jaar wel sprake is van onderpand in de vorm van onbelegde geldmiddelen, dan worden deze transacties op balansrekeningen geregistreerd (zie toelichting 9 ‘Overige verplichtingen aan kredietinstellingen in het eurogebied, luidende in euro’ en toelichting 11 ‘Verplichtingen aan niet-ingezetenen van het eurogebied, luidende in euro’).
  44. Zie artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de ECB van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23), zoals gewijzigd. De niet-officiële geconsolideerde tekst met de lijst van aanpassingen is hier te vinden.
  45. Het besluit van de ECB betreffende het totale bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor 2021 zal eind april 2022 worden vastgesteld en vervolgens worden gepubliceerd.
  46. Nadere informatie is beschikbaar op de website van ECB-Bankentoezicht.
  47. Zie Annual Report 2020/21, BIB.
  48. Een full-time-equivalent (FTE) is een eenheid die overeenstemt met één medewerker die gedurende één jaar fulltime werkt. Medewerkers met een contract voor onbepaalde of bepaalde duur, medewerkers met een kortlopend contract en de deelnemers aan het Graduate Programme van de ECB worden in verhouding tot hun arbeidstijd opgenomen. Medewerkers met zwangerschapsverlof of langdurig verlof zijn ook inbegrepen, terwijl medewerkers met onbetaald verlof niet zijn inbegrepen.
  49. De aan het dienstjaar toegerekende kosten worden geraamd aan de hand van de percentages die het voorafgaande jaar werden toegepast.
  50. De bedragen zijn brutobedragen, d.w.z. vóór aftrek van belastingen ten gunste van de EU.
  51. Voor het nettobedrag dat ten laste van de winst-en-verliesrekening is gekomen in verband met de pensioenregelingen van huidige leden van de directie en van de Raad van Toezicht wordt verwezen naar toelichting 13.3 ‘Diversen’.
  52. De NCB’s buiten het eurogebied hebben geen recht op een aandeel in de te verdelen winst van de ECB, noch hoeven ze eventuele verliezen van de ECB te dekken.
  53. Krachtens artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB wordt de som van de monetaire inkomsten van de NCB's aan de NCB's toegekend naar rato van hun gestorte aandeel in het kapitaal van de ECB.